Hoofdstuk context :
we hadden al de Nijl als de door hen “afgesplitste rivier uit eden” ,
waardoor (eden) woorden nu als een rivier van licht naar hun noorden stroomt ;
zelfs Pláto beschrijft dit – hij is er dus geweest – als “de machtige rivier uit Tartarus
(eden) stromend naar boven” .
De ‘draak’ begrijpen we als ‘het corrupte mannelijke dualisme’ van hun dimensie ,
waarschijnlijk verpersoonlijkt als een draak – vergelijk Henoch bij deze verzen .Let vooral op het verschil tussen Egypte ‘op deze aarde’ en ‘als het veld van rieten’ boven eden ,
als hetzelfde verschil tussen de letterlijke ‘koning van Babylon’ en de gevallen áartsengel ;
omdat de verhaallijn belangrijk is om te zien ‘wie’ er ‘wat’ doet –

lastig maar prachtig hoofdstuk – vooral de belofte van de ‘opening of the mouth’

 

thema situering :
Het donkere eden is ten zuiden van de boot (afbeelding rechts) ,
de boot als Tyrus , en het Sekht “veld van rieten” ligt hogerop
in hun noorden : ‘de Nijl’ komt binnen bij de regio van de boot ,
en verdeelt zich als een delta , als kanalen , tússen die velden –
gerepresenteerd door de letterlijke Nijl en haar delta in N-Egypte ;
het door hen gekopiëerde eden-paradijs als dit Sekht-veld
laat duidelijk zien hoe de regio gevoed wordt door ‘kanalen’
(afbeelding daaronder) ;

[click pic(s) to enlarge]

opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

Ezechiel 29
 
deel 1 van 2 : moet gelezen worden met ‘deel twee’ als het volgende hoofdstuk 30 
 

 
1-2
het oordeel over Egypte als ‘het veld van rieten’, boven Eden ,
in·the·year the·tenth in·the·tenth in·two ten to·the·month he-becomes word-of ieue
to·me to·to-say-of son-of adm human place-you ! faces-of·you on Pharaoh king-of Egypt
and·prophesy-you ! on·him and·on Egypt all-of·her
In the tenth year, in the tenth [month], in the twelfth [day] of the month, the word of the LORD
came unto me, saying, Son of man, set thy face against Pharaoh king of Egypt,
and prophesy against him, and against all Egypt:

  • context : important : be aware that this chapter switches constantly between the region
    above eden , and the real countries and kings on this earth which represent the former :

“in the – tenth – year / in the tenth (month) / , in the – twelfth / to=of the month /   +
becomes / the word [in right direction] of / IEUE / to me / , saying / : Son of / the adm-man / ,
set you / your face / on=to / Pharaoh [=’invader’] / king of / Egypt [=Sekht fields north] / ,
and prophesy you / on=against him / and on=against / all / Egypt [=field north] / ;
(Het oordeel over Egypte)
Het woord van de Heer kwam tot mij in het tiende jaar, in de tiende maand,
op de twaalfde van de maand: mensenkind, richt uw blik op de farao, de koning van Egypte,
en profeteer tegen hem en tegen heel Egypte.

“in het tiende jaar , in de tiende maand, op de twaalfde van de maand  +
komt het woord [in goede richting] van IEUE tot mij , zeggend : zoon van de adm-man ,
zet uw aangezicht richting Pharaoh [=’inbreker’] , de koning van Egypte [=Sekht veld boven eden] ,
en profeteer tegen hem en tegen heel Egypte [=Sekht veld noorden] ,  +

 
3
speak-you ! and·you-say thus he-says my-Lord ieue behold·me ! on·you Pharaoh king-of Egypt
the·monster the·great the·one-reclining in·midst-of waterways-of·him which he-says to·me
waterway-of·me and·I I-made·me
Speak, and say, Thus saith the Lord GOD; Behold, I [am] against thee, Pharaoh king of Egypt,
the great dragon that lieth in the midst of his rivers, which hath said,
My river [is] mine own, and I have made [it] for myself.

  • ‘rivers’ , H2975 yeor ‘nile’ ; possible root as -uwr ‘light’ with -ya suffix ‘existence’ ,
    alltogether ‘river of light’ is a very plausible etymology ;
  • ‘dragon’, H8577 thannin ‘sea monster, serpent, etc’ , masculine ; (see rest entry at end of page) ;
  • context : ‘river of light’ ; as the split-off (eden-) watercourse ; this river of ‘living words’
    now entering their region (compare the libations by their tree of life in previous posted chapter) .
    The Nile on earth represents the same : the water running north ,
    where the Nile delta represents the canals of the field of reeds (see top) ;
    Plato in his journeys in the underworld saw the rivers going up from Tartarus (eden)  ;
    dragon : the root -than is untracable (in semitic) but is very negative in every case ;
    we stick with Henoch who identifies “their corrupt dualistic realm as two monsters” ,
    in this case the masculine monster personifies the northern (Behemoth-) realm ;
  • zin context : ‘rivier van licht’ : de rivier welke eden voedde is door de draak afgesneden
    en omgeleid , en stroomt nu naar hun noorden als de rivier van ‘levende woorden’ ;
    de Nijl op aarde betekent hetzelfde , en de delta representeert ‘het veld van rieten’
    boven eden, doorsneden met kanalen – zie afbeelding ;

“speak [in the right direction] / and say / : thus / (he,) myLord – IEUE – says / :
just watch me ! / (being) on=against you / , Pharaoh / king of / Egypt / ,
(you) great – monster / lying down / in the midst of / his branches of the river of light [=tó the north] / ,
(of) which / he says / to me / : (it is) my river of light / and=for I (have) made (it) myself / ;
Spreek, en zeg: zo zegt de Heere HEERE: zie, ik zál u, farao, koning van Egypte,
groot zeemonster, dat in het midden van zijn rivieren ligt, dat gezegd heeft:
mijn Nijl is van mij en ik heb die voor mijzelf gemaakt !

“spreek [in goede richting] en zeg : zo zegt (hij,) IEUE de Heer :
zie mij tegen u zijn , Pharaoh koning van Egypte [=veld noord] ,
(u) grote draak die in het midden van zijn delta van de rivier van licht [=náar het noorden] neerligt ,
waarover hij tegen mij zegt : het is mijn rivier van licht , want die heb ik zelf gemaakt ;

 
4
and·I-give gaffs in·cheeks-of·you and·I-cause-to-cling fish-of waterways-of·you in·scales-of·you
and·I-bring-up·you from·midst-of waterways-of·you and all-of fish-of waterways-of·you
in·scales-of·you she-shall-cling

But I will put hooks in thy jaws, and I will cause the fish of thy rivers to stick unto thy scales, and I will bring thee up out of the midst of thy rivers, and all the fish of thy rivers shall stick unto thy scales.

  • ‘hooks’, H2397 chach ‘gaff, hook, chain, ring’ ; “gaff of me in nose of you and bridle of me in lips”,
    2336 choach ‘hook, thorn, thistle’ ; Ez.38 about the hook into Gog : the chapter is about spirits
    who will come up against new-eden (sic) ;
  • ‘jaw’, H3895 lechi ‘jaw (bone)’ can be positive as cheekbones ; Akk. isu ‘jaw’, lêtu ‘cheek’ ;
    lach ‘fresh’ 6x , (corruption in Deut.18:3, what they do with ‘jaws’ ?) ; lechi life+join ?
    glyph MA or ÃRT , ‘the jaw double-place-T to ascend’ ; or related to MAFT’T ,
    ‘place-T of hand of he-eden to reap’ ? ; lach as  ‘fresh’ is negative , glyph UATCH ?
  • ‘scales’,  H7193 qasqeseth ‘scales’ ; qas tricky cluster , negative ; it’s a reduplication (qas) but
    no solid root ; Leviathan has -mgn as shields (scales) because it’s a construct there ;
    scales also as ‘coat of mail’ ; H’EM is the fish-scale ,
  • ‘fish’ , H1710 dag-eh ‘fish’; dag ‘fish’ ; dagan ‘grain, corn’ ; 1712 Dagown ‘deity of Philistines’
    (tall whites) ; most probable (and common) glyph ÁN ‘artificial fish-soul’ ;
  • context : the repeated mentioning of ‘fish’ must imply that the dragon
    is related to a type non-adamite souls ; neither it can be coincidence
    that the root ‘fish’ is the same as Dagon and ‘grain’ ;     
    if Dagon was the deity of the Philistines (tall white half-giants)
    then we must have here the whole (half-) giant’s race as Rephaim ,
    the king of Og , the Zamzummim , Goliath, Anak , etc ;
    each of these being non-adamite-souls (‘fish-souls’) , yet having
    acquired a type body mixed with aspects of eden .
    Plato : he describes in one of his works how souls (=beings)
    stood in front of destiny to choose their next life – we can only
    conclude that he saw these non-adamite fish-souls ;
    note in this context how God has no emotion , just calling them ‘fish’
    as something that isn’t even worth mentioning ;

rpt
  • Dagon :       
    the story in 1Sa5 is that Dagon stood on a pedestal, then his whole torso fell down,
    breaking off his head and both hands; implying that “he grew óut of an eden-construct”,
    just as twigs can grow upon the trunk of a cut-off tree [treetrunk in Rg-Veda is Rahu];
    the same must be the nature of the [negative] ‘grain’, as nót from eden originally
    [compare previous chapter of Jacob’s fat go lean , by the grain in Rephaim valley];
    ÁN fish : virtually the most used glyph, root of ÁN-NU (Tyre) , above, “the fish’s existence of hail”

pinterest

“and=so I (will) place / hooks [=?] / in your jaws [=?] / ,
and i cause – the fish [-souls] of – your branches of the river of light – to stick / in your scales / ,
and I cause you to ascend / from the midst of / your riverbranches [of light] /  +
and (that) all / fish [-souls] of / your riverbranches [of light] / shall stick – in your scales / ;
Ik zal haken in uw kaken slaan en de vis van uw rivieren aan uw schubben hechten.
Ik zal u uit het midden van uw rivieren omhoogtrekken ,
ja, al de vis van die rivieren van u zal zich aan uw schubben hechten.

“dus zal ik haken in uw kaken slaan ,
en ik zorg dat de vis [-zielen] van uw kanalen [van licht] tussen uw schubben plakken ,
en ik maak dat u oprijst uit het midden van uw rivieren [van licht] ,
en dat alle vis [-zielen] van uw rivieren [van licht] tussen uw schubben zullen plakken ;

 
5
and·I-abandon·you the·wilderness·ward you and all-of fish-of waterways-of·you on
surfaces-of the·field you-shall-fall not you-shall-be-gathered and·not you-shall-be-convened
to·animal-of the·land and·to·flyer-of the·heavens I-give·you for·food
And I will leave thee [thrown] into the wilderness, thee and all the fish of thy rivers:
thou shalt fall upon the open fields; thou shalt not be brought together, nor gathered:
I have given thee for meat to the beasts of the field and to the fowls of the heaven.

  • context : Henoch and ‘the monsters will be given for food’ ;
    these lines look so similar that we must have the very same event here ;
    timeframe of this event : this is still the announcement ; in next chapter 30 ,
    the time when this earth gets dark , the Sekht field is being destroyed ;
  • zin context : Henoch beschrijft ‘hoe de monsters tot voedsel worden gegeven’,
    deze zinnen lijken daar zo veel op dat dit dezelfde gebeurtenis moet zijn ;
    hier is het nog ‘een aankondiging’ – in hoofdstuk 30 , wanneer deze aarde donker wordt
    wordt het Sekht veld vernietigd ;

“and I cast you out / towards the wilderness [=bit to the south , place of to-be eden] / ,
you / and all / fish [-souls] of / your river branches / shall fall – on – the surface of – (that) field / ;
you shall – not – be removed (from there) / and – not – be gathered / :
I give you – for=as food – to the animal of – the field – and to the fowl of – the heavens [sky] /;
Ik zal u neerwerpen, woestijnwaarts, u en al de vis van uw rivieren. Op het open veld zult u vallen, u zult niet verzameld worden en niet bijeengeraapt worden. Aan de wilde dieren van de aarde en aan de vogels van de lucht heb ik u tot voedsel gegeven
“en ik zal u wegwerpen richting de wildernis [=iets zuidelijker , wordt plaats van nieuw-eden] ,
u en al de vis [-zielen] van uw rivieren [van licht] zullen vallen op het oppervlak van dat veld ;
u zult (van daar) niet verwijderd worden en niet bijeengeraapt worden :
ik geef u tot voedsel aan de dieren van het land en aan de vogels van de lucht ;

 
6-7
and·they-know all-of ones-dwelling-of Egypt that I ieue because to-become-of·them
staff-of reed to·house-of ishral
in·to-grasp-of·them in·you in·the·palm-of·you in·the·palm you-are-being-bruised
and·you-rend for·them every-of – shoulder and·in·to-nlean-of·them ‑ on·you you-are-being-broken and·you-cmake-stand to·them all-of – waists
And all the inhabitants of Egypt shall know that I [am] the LORD, because they have been
a staff of reed to the house of Israel. When they took hold of thee by thy hand,
thou didst break, and rend all their shoulder: and when they leaned upon thee,
thou brakest, and madest all their loins to be at a stand.

  • ‘staff’, H4938 mish’en-ah ‘staff’ ; unusual term ; similar phrase Is.36 ‘you trusted Pharaoh’s staff’ ;
    mish’en ‘support’, and the term can go back to sh’a (also negative cluster) but we rather
    expect here another phonetic – to moshe , then it is their birth-staff glyph MAS ;
context : the house as 144,000  
virtually always when it writes ‘house of Ishral’ then the
144 son-candidates are implied – because that is the only
way how to have the former eden back ; here they are
juxtaposed with Egyptians who got their Ba-spirit-soul
of power , dwelling in the Sekhet áaru fields
(see the pic of those bird-spirits in previous posted chapter) ,
reed and sceptre : the use of this rather obscure word for
staff only makes sense in combination with ‘reed’ :
where reed in glyphs is ÁAR , just like ‘the field of reeds’ ;
to right their birthsceptre MAS , factually a stolen sceptre –
“the sceptre of the adamite-soul to go reap” ,
and note how the text here describes how the house
is constantly injured by the far more powerful Egyptians .
also shown “the evil adamite-soul to go reap” (‘shut in’)
and “the skin for the adamite-soul to reap” (as ‘bull’) ;

rpt
[click image to enlarge]
  • zin context : ‘riet’ is glyph ÁAR , als in ‘veld van rieten’ – hun gekopiëerde paradijs in
    het noorden ; en is gelinkt aan hun geboorte-scepter welke zij gestolen hebben
    van eden , en origineel de scepter van de adam-ziel was . Vandaar dat de 144,000
    zonen (als kandidaten) constant overklast worden door de sterkere Egyptenaren ,
    die immers hun verbeterde lichamen al hébben (zie de vogels in vorig gepost hoofdstuk) ;

“and – all – inhabitants of – Egypt [=Sekht field] – (will) know / that / I – (am) IEUE / ,
because / they have become / the staff [=their birthsceptre] of reed [ÁAR] / to the house of / Ishral [=144k] / :
in=when they grasp / (in) you / in=by the handpalm / you crush / ,
and you cause – the shoulder – of each – of them – to be teared open / ;
and in=when they lean / on you / you break / ,
and you cause – the loins – of each – of them – to endure (much) / ;
En al de inwoners van Egypte zullen weten dat ik de HEERE ben, omdat zij voor het huis van
Israël een rietstaf zijn geweest. Toen zij u bij de hand grepen, knakte u, maar u scheurde heel
hun schouder open. Toen zij op u steunden, brak u, maar u liet alle heupen op zichzelf staan.

“en alle inwoners van Egypte [=Sekhet áaru veld] zullen weten dat ik IEUE ben ,
omdat zij voor het huis van Ishral een [geboorte?-] staf van riet [=ÁAR] zijn geworden :
wanneer zij [=het huis] u bij de handpalm grijpen , knakt u ,
en maakt dat de schouder van ieder van hen openscheurt ;
en wanneer zij op u leunen , breekt u ,
en u maakt dat de lendenen van ieder van hen (veel) te verduren hebben ;  

 
8-9
therefore thus he-says my-Lord ieue behold·me ! bringing on·you sword and·I-cut-off
from·you human and·beast and·she-becomes land-of Egypt to·desolation and·desertion
and·they-know that I ieue because he-said Nile to·me and·I I-madedo
Therefore thus saith the Lord GOD; Behold, I will bring a sword upon thee, and cut off man
and beast out of thee. And the land of Egypt shall be desolate and waste; and they shall know
that I [am] the LORD: because he hath said, The river [is] mine, and I have made [it].

  • zin context : het is niet duidelijk waarom (adm) hier voor ‘man’ is gebruikt en (bme) voor ‘beest’ ;
    omdat Adam verder niet voorkomt wellicht een kopiëerfout ;

“therefore / thus / he – myLord – IEUE – says / : just watch me ! / bringing / the sword  – on you / ,
and I cut off – human (adm) – and beast (bme) – from you / ,
and – the land of – Egypt [=field north] – becomes – to desolation [=no-name] / and emptyness / ,
and=then they (will) know / that / I – (am) IEUE / :
because / he [=the dragon] said / : the river of light [=Nile] / (is) mine / and=for I – (have) made (it) / ;
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: zie, ik ga een zwaard over u brengen en ik zal mens en dier
onder u uitroeien. Het land Egypte zal een woestenij en een puinhoop worden. Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben, omdat hij heeft gezegd: de Nijl is van mij, ik heb die zelf gemaakt.

“daarom , zo zegt IEUE de Heer : zie mij een zwaard over u brengen,
en ik snij man en beest (adm,bme) van u af ,
en het land Egypte [=veld noorden] zal dezolaat [=geen-naam] en leeg worden ,
dan zullen zij weten dat ik IEUE ben :
omdat hij [=de draak] heeft gezegd : de rivier van licht (Nijl) is van mij want ik heb die gemaakt ;

 
B)
 
10-11
hoofdstuk wisseling :
het land Egypte op aarde , het Sekht veld representerend , wordt gestraft ;
therefore behold·me ! to·you and·to waterways-of·you and·I-give land-of Egypt
to·desertions-of drought desolation from·Migdol Syene and·as-far-as boundary-of Cush
not she-shall-pass in·her foot-of human and·foot-of beast not she-shall-pass in·her
and·not she-shall-be-indwelt forty year
Behold, therefore I [am] against thee, and against thy rivers, and I will make the land of Egypt
utterly waste [and] desolate, from the tower of Syene even unto the border of Ethiopia.
No foot of man shall pass through it, nor foot of beast shall pass through it,
neither shall it be inhabited forty years.

  • ‘tower’ as Migdol , a garrison in the eastern delta at the Sinai desert ; in glyphs as MÃKTAR
    (l=r) , representing the tanding pillar of the great balance [a construct] ; hence ‘tower’ here  ;
  • ‘syene’, H5482 cven-eh ; some made a good case for a town in the western-delta ;
    which would form then with Migdol a triangle over Egypt , the southern point toward Cush ;
  • context : literal Egypt , representing Sekht-áaru , is being punished
    we couldn’t find any historic case of a war , which would be required when so harsh
    words are used here : until the text showed “drought” : and that is a valid cause ,
    which indeed can have gone undocumented ;
    40 years : perhaps as ‘counter’ for the old-Ishral people in the desert.. ?
  • zin context : er zijn geen substantiële berichten over ‘invallen door een ander land’, zelfs niet
    direct door Nebuchadnesar – wat er wel zou moeten zijn met zulke harde woorden ;
    totdat de text ‘droogte’ verklaarde – en dat kan idd ongedocumenteerd zijn ;

“therefore / just watch me ! / to=against you / and to=against / your riverbranches [of light] / :
and=for I place / the land of / Egypt / to emptyness of=by – drought / ,
(being) the desolation [=no-name] / from the tower [=east-delta] / (to) Syene [=west-delta] /,
and as far as / the boundary of / Cush [=Ethiopia] / ;
no – foot of – human (adm) – nor – beast – shall cross over= (it) / ,
and – she shall – not – be inhabited – forty – years / ;
Daarom, zie, ik zál u, met uw Nijl! Ik zal van het land Egypte puinhopen maken, puin in een woestenij, vanaf Migdol tot Syene, tot aan de grens met Cusj. Geen mensenvoet zal erdoor gaan, geen dierenpoot zal erdoor gaan: het zal veertig jaar onbewoond blijven.
“daarom , zie mij tegen u zijn en uw kanalen [van licht] :
want ik maak het land Egypte [=op aarde] leeg door middel van droogte ,
als de desolatie [=geen-naam] van Migdol [=oostelijke-delta] tot Syene [=westelijke delta]  +
en zo ver als de grens met Cush [=Ethiopië] ;
geen voet van mens noch beest zal er over gaan , en zij zal veertig jaar onbewoond blijven ;

 
12-13
and·I-give land-of Egypt desolation in·midst-of lands ones-being-desolated and·cities-of·her
in·midst-of cities ones-being-deserted they-shall-become desolation forty year
and·I-scatter Egyptians in·the·nations and·I-toss·them in·the·lands that thus he-says
my-Lord ieue Yahweh from·end-of forty year I-shall-convene Egyptians from the·peoples
which they-are-scattered there·ward
And I will make the land of Egypt desolate in the midst of the countries [that are] desolate,
and her cities among the cities [that are] laid waste shall be desolate forty years:
and I will scatter the Egyptians among the nations, and will disperse them through
the countries.Yet thus saith the Lord GOD; At the end of forty years will I gather
the Egyptians from the people whither they were scattered:
“and I place – the land of – Egypt / desolate / in the midst of / the desolate – lands / ,
and her cities / in the midst of / the empty – cities / shall become / desolate / forty / years / ,
and I scatter / the Egyptians / into the nations / and toss them / in=throughout the lands / ;
but / , thus / he – myLord – IEUE – says / : from=at the end of / the forty / years / I shall regather   + the Egyptians / from / the peoples / where / they were scattered / into / ;
Ik zal van het land Egypte een woestenij maken te midden van verwoeste landen,
en zijn steden zullen een woestenij zijn te midden van verwoeste steden, veertig jaar lang.
Dan zal ik de Egyptenaren verspreiden onder de heidenvolken en ik zal hen over de
landen verstrooien. Maar, zo zegt de Heere HEERE: na verloop van veertig jaar zal ik de Egyptenaren bijeenbrengen uit de volken waaronder zij verspreid zijn.

“en ik maak het land Egypte desolaat [=geen-naam] temidden van de desolate landen ,
en haar steden te midden van verlaten steden zullen veertig jaar lang desolaat zijn —
en ik verstrooi de Egyptenaren onder de volken en werp hen in verschillende landen ;
maar , zo zegt IEUE de Heer : na verloop van veertig jaar zal ik de Egyptenaren verzamelen  + vanuit de mensen waaronder zij verspreid zijn ;

 
14-15-16
and·I-reverse captivity-of Egypt and·I-restore them land-of Pathros on land-of birth-of·them
and·they-become there kingdom low from the·kingdoms she-shall-become low and·not
she-shall-lift-herself further over the·nations and·I-decrease·them to·so-as-not to-hold-sway-of
in·the·nations and·not he-shall-become further to·house-of ishral to·trust
one-reminding-of depravity in·to-face-about-of·them after·them and·they-know that I Lords ieue
And I will bring again the captivity of Egypt, and will cause them to return [into] the land of Pathros, into the land of their habitation; and they shall be there a base kingdom. It shall be the basest
of the kingdoms; neither shall it exalt itself any more above the nations: for I will diminish them,
that they shall no more rule over the nations. And it shall be no more the confidence of the
house of Israel, which bringeth [their] iniquity to remembrance, when they shall look after them:
but they shall know that I [am] the Lord GOD.

  • ‘pathros’, H6624 pathros ; not located in any glyphs ; perhaps as P TA RES “south land as the root”,
    as an earlier version of PTEH’ RES ; the “land of their origin” can be true considered the
    first king Narmer who united the south and the north (before 3000 BC) ;
  • zin context : laatste woorden na ‘ongerechtigheid’ niet helemaal duidelijk ;

“and I return [=come back at] / the captivity of / Egypt / ,
and I restore / them / (being) the land of / Pathros [P-TA-RES] / on=as / the land of / their origin / ,
and they become / there / a low – kingdom / :
from=as – the low – kingdom / (and) – she shall – not – lift up herself / anymore / over / the nations / ,
and=for I make them small / in order not / to rule / in=over the nations / ;
and=then – it shall become – not – anymore – a confidence – to the house of – Ishral [144,000]   +
to=as – the memory of – depravity / in their presence – after them [=haunting them?] / ;
and they (will) know / that / I – (am) IEUE – , the lord / ;
Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van de Egyptenaren en hen
terugbrengen naar het land Pathros, naar het land van hun oorsprong. Daar zullen zij
dan een onbeduidend koninkrijk zijn. Het zal onbeduidender zijn dan de andere koninkrijken en het zal zich niet meer boven de heidenvolken verheffen.
Ik zal hen namelijk zo klein maken dat zij niet meer over de heidenvolken kunnen heersen.
Dan zal het niet meer het vertrouwen genieten van het huis van Israël, een vertrouwen dat herinnert aan de ongerechtigheid van de tijd toen zij zich achter hen schaarden.
Dan zullen zij weten dat ik de Heere HEERE ben.

“en ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van de Egyptenaren ,
en herstel hun als het land Pathros [P-TA-RES] als het land van hun oorsprong ,
en zij worden daar een onbeduidend koninkrijk :
als een onbeduidend koninkrijk zal zij zich niet meer boven de volken verheffen ,
want ik maak hen klein zodat zij niet meer heersen over de volken ;
dan zal het niet meer het vertrouwen genieten van het huis van Ishral [144,000] ,
als de herinnering aan de ongerechtigheid (in hun aanwezigheid) ;
en zullen zij weten dat ik IEUE de Heer ben ;

 
C)

 
17-18
hoofdstuk wisseling :
twee koningen van twee Babylons worden tegen elkaar uitgespeeld :
and·he-is-becoming in·twenty and·seven year in·the·first in·one to·the·month he-becomes
word-of ieue to·me to·to-say-of son-of human Nebuchadrezzar king-of Babylon
he-made-serve army-of·him service great to Tyre every-of head being-made-bald and·every-of
shoulder being-scraped and·hire not he-became to·him and·to·army-of·him from·Tyre
on the·service which he-served on·her
And it came to pass in the seven and twentieth year, in the first [month], in the first [day]
of the month, the word of the LORD came unto me, saying, Son of man,
Nebuchadrezzar king of Babylon caused his army to serve a great service against Tyrus:
every head [was] made bald, and every shoulder [was] peeled: yet had he no wages,
nor his army, for Tyrus, for the service that he had served against it:

  • context : two kings of two Babylons are being played out against eachother ;
    this only makes Sense when one remembers the situation of earth mirrored into
    the other reality : the literal ‘king of Babylon’ represents the king of Mystery-Babylon , Thoth ;
    the literal siege of Nebuchadnesar against Tyre was fruitless because Tyre shipped-out
    all their treasures – in these verses Thoth (whom Nebuchadnesar represents) is offered
    ‘compensation’ for that ‘loss’ :
    namely when Thoth will invade and destroy the Sekht-field in next chapter 30 ,
    when “he may loot éverything he can loot there” —
    yet he (Thoth) is forced to destroy his own region !
    This is a fascinating concept … this 20/20 situation .. damned if you do – damned if you don’t ;
    we mentioned shortly in Introduction how God is a master in these playouts …
  • zin context : zie volgende zin 19 ,

“and it happens / in the twenty – seventh – year / , in the first (month) / , in=on the first – in=of the month/,
(that) the word [in right direction] of – IEUE – becomes  – to me / , saying / :
son of / the adm-human / ,
Nebuchadnesar [=literal] / king of / Babylon [=literal]    +
made to labor – his army / a great – work / on=against / Tyre / :
every / head [=of his troops] / (was) made bald / and every / shoulder / (got) peeled [=by that siege] / ,
and=but – no – wages [=loot] – became – from Tyre – to him / , nor to his army / ,
on=for / the work / which / he labored / on=against her / ;
Verder gebeurde het in het zevenentwintigste jaar, in de eerste maand, op de eerste van de maand, dat het woord van de HEERE tot mij kwam: mensenkind, Nebukadnezar, de koning
van Babel, heeft zijn leger zwaar werk laten verrichten tegen Tyrus. Elk hoofd is kaalgeschoren en elke schouder kapotgeschaafd. Hij en zijn leger hebben van Tyrus echter geen loon gekregen voor het werk dat hij daartegen verricht heeft .

“en het gebeurt het in het zevenentwintigste jaar , in de eerste (maand) ,
op de eerste van de maand , dat het woord [in goede richting] van IEUE tot mij komt ,
zeggend : zoon van de adm-man ,
[de mens] Nebuchadnesar , de koning van [letterlijk] Babylon  +
heeft zijn leger zwaar werk laten verrichten tegen Tyrus [=Õn] :
ieder hoofd [=van zijn troepen] was kaalgeschoren en elke schouder verveld [=bij die belegering] ,
maar hij en zijn leger hebben van Tyrus echter geen loon [=buit] gekregen  +
voor het werk dat hij tegen haar verricht heeft ;

 
19-20
therefore thus he-says my-Lord ieue behold·me ! giving to·Nebuchadrezzar king-of Babylon
land-of Egypt and·he-carries-away throng-of·her and·he-loots loot-of·her and·he-plunders
plunder-of·her and·she-becomes hire for·army-of·him wage-of·him which he-served in·her
I-give to·him land-of Egypt which they-did for·me averment-of my-Lord ieue
Therefore thus saith the Lord GOD; Behold, I will give the land of Egypt unto Nebuchadrezzar
king of Babylon; and he shall take her multitude, and take her spoil, and take her prey;
and it shall be the wages for his army. I have given him the land of Egypt [for] his labour
wherewith he served against it, because they wrought for me, saith the Lord GOD.

  • context : you note the ‘he’ (in bold) ,
    showing that the human Nebachadnesar is the literal represent of Thoth (of Mystery-babylon) ,
    but that in legal spiritual-law the actions are considered to be of the same realm !
  • zin context : twee koningen ‘Nebuchadnesar’ : de menselijke en de gevallen engel ;
    de letterlijke Nebuchadnesar voerde een beleg tegen Tyrus voor vele jaren , maar alle
    kostbaarheden van Tyrus werden (door hen) met boten in veiiligheid gebracht ;
    vandaar de vorige zin ‘Nebuchadnesar kreeg geen loon voor zijn werk’ .
    Nu wordt de échte koning van Babylon “schadeloos gesteld” , namelijk de gevallen
    aartsengel van mýstery-Babylon , Thoth , want “hij mag alles roven en plunderen
    wat hij maar kan van het Sekht-veld in het noorden” –
    hij is dus gedwongen om zijn EIGEN regio te vernietigen !
    (zie volgende hoofdstuk 30) . Dat betekent dat de daden van de létterlijke koning
    legaal verweven worden als zijnde de daden van hun dualistische werkelijkheid ;
    let op de ‘hij’ in de zin beneden (in blauw) ;

 
“therefore / thus / he – myLord – IEUE – says / : Just watch me ! / ,  +
giving / Nebuchadnesar [=Thoth] / king of / [mystery-] Babylon / the land of / Egypt [=field north] / , +
and he (will) carry off / her multitude / ,
and he loots / her loot [=from eden] / and plunders / her plunder [=from eden] / ,
and it [=that loot] becomes / his wage / for his army / :
I give – to him – the land of – Egypt [=Sekht field north]  +
(being) his hire – (for) which – he labored – in=against her [=Tyre] / which / he did / for me / ,
(is) the declaration of / myLord / IEUE / ;
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: zie, ik ga Nebukadnezar, de koning van Babel,
het land Egypte geven. Hij zal zijn overvloed wegvoeren, zijn roofgoed plunderen
en zijn buit roven. Dat zal het loon zijn voor zijn leger. Als zijn arbeidsloon heb ik hem,
omdat hij zwaar werk daartegen verricht heeft, het land Egypte gegeven,
omdat zij het voor mij gedaan hebben, spreekt de Heere HEERE.

“daarom , zo zegt hij IEUE de Heer :
zie , ik geef Nebuchadnesar [=Thoth] de koning van [Mystery-] Babylon  +
het land Egypte [=als Sekht veld boven eden] , en hij zal haar menigte wegvoeren ,
en hij rooft háar roof [=van eden] , en plundert háar plunder [=van eden] ,
en dat zal het loon zijn voor zijn leger :
ik geef hem het land Egypte [=Sekht veld boven eden]   +
als zijn huurloon voor zijn werk tegen haar [=Tyrus] dat hij voor mij heeft gedaan ,
is de verklaring van IEUE de Heer ;

 
21
de dag wanneer Thoth die regio vernietigt is de dag voor de 144,000 :
in·the·day the·he I-shall-make-sprout horn for·house-of ishral and·to·you I-shall-give
opening-of mouth in·midst-of·them and·they-know that I ieue
In that day will I cause the horn of the house of Israel to bud forth, and I will give thee
the opening of the mouth in the midst of them; and they shall know that I [am] the LORD

  • context : ‘opening of the mouth’;             
    virtually thé most important ritual in ancient-egypt ;  
    this opening started with holding a chisel to the mouth
    of the deceased , in order to break open his jaws :
    so that the new spirit “could speak eden-type words” .
    The “speaking” is so powerful that it can create any
    reality – and massive powerful when with eden-words :
    but they were dark souls and had to steal the speaking
    itself as well as the words (supplied by the Nile, remember) ;
    144,000 : and exact that is what the sons never had till now  –
    the (given) power to can speak , literally , creational words ;
    hence this line directly refers to the ‘opening of the mouth’ ;
    2) the nature of this power is described as “the horn” ,
    compare also in negative sense (from Revelation) “the horn
    coming up which had eyes and talked filthy things”  ;

pinterest
 
rpt

“in – that – day / I shall cause – the horn – for the house of – Ishral [=144,000] – to grow / ,
and=for – I shall give – to you – ‘opening of the mouth’ / in their midst / ,
and they (will) know / that / I – (am) IEUE .
Op die dag zal ik voor het huis van Israël een hoorn doen opkomen en zal ik u in hun midden een geopende mond geven. Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben.
“op die dag zal ik voor het huis van Israël [144,000] de hoorn doen opkomen ,
want ik zal aan u [=wij] ‘de opening van de mond’ geven , in hun midden ,
en zij [=geesten !] zullen weten dat ik IEUE ben .

 


 

04.30.19  — submitted — first version  —-  hetreport