hoofdstuk context : referentie : Ez. 35 ; Jes. 34 , Jes. 63 ;
fantastisch hoofdstuk , als vervolg op Ez. 35 ,
de hoofdlijn van Introductie compleet bevestigend ;
we hebben de term ‘Neanderthalers’ hier gebruikt in plaats van ‘aap-mensen’,
namelijk de wezens die op deze aarde leefden vóor Eden ,
en waar ons huidige lichaam op gebaseerd is ;

 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

Ezechiel 36

 
1-2
and·you son-of human prophesy-you ! to mountains-of ishral and·you-say mountains-of
ishral hear-you ! word-of ieue thus he-says my-Lord ieue because he-says
the·one-being-enemy on·you aha ! and·high-places-of eon for·tenancy she-becomes to·us
Also, thou son of man, prophesy unto the mountains of Israel, and say, Ye mountains of Israel,
hear the word of the LORD: Thus saith the Lord GOD; Because the enemy hath said against you,
Aha, even the ancient high places are ours in possession:
‘enemy’ , H341 oyeb ‘enemy’ , unclear root ;
‘possession’ , H4181 morashah ‘possession’, 8x , rather negative , H4180 mowrash ‘possession’ 3x ;
from -yarash ‘heir, possession’, possession +m-realm ,

  • context : continuation of Ez. 35 ‘the two lands’ ; where in that chapter was the focus upon
    this earth (and the glued layer) , here is adressed the darkened eden ;
    2) skipping (and) from ‘and-high-places’ ; for it must be ‘as’ , but gets unreadable ;
  • zin context : vervolg van de ‘twee landen’ in Ez.35 : waar daar het hoofdthema ‘deze aarde’
    was (en de geplakte laag) , gaat het hier over het nu verdonkerde eden ;

“and you / son of / the adm-man / ,
prophecy you ! / to / the mountains of / Ishral [=the now darkened land eden] / ,
and you say / : mountains of / Ishral / , hear you / the word [in right direction] of / IEUE / :
thus / he – myLord – IEUE – says / : because – the enemy – (has) said / on=over you / :
aha ! / , the high places of / olden / became – for=as the possession – to=for us [=after Deluge] / ;
(het herstel van Israël)
En u , mensenkind, profeteer tegen de bergen van Israël , en zeg :
bergen van Israël , hoor het woord van de Heer : zo zegt de Heere HEERE :
omdat de vijand over u gezegd heeft : aha ! , zelfs de eeuwige hoogten zijn ons tot erfelijk bezit geworden ,

“en u , zoon van de adm-man ,
profeteer tegen de bergen van Ishral [=het nu verdonkerde land eden] , en zeg :
(u) bergen van Ishral , hoor het woord [in goede richting] van de Heer :
zo zegt IEUE de Heer : omdat de vijand over u gezegd heeft :
aha ! , de hoogten van oudsher zijn ons tot bezit geworden [=na de Zondvloed] ,

 
3
therefore prophesy-you ! and·you-say thus he-says my-Lord ieue because in·because
to-desolate-of and·to-gasp you from·round-about to·to-become-of·you tenancy
to·remainder-of the·nations and-you-are-being-taken-up on lip-of tongue and·muttering-of people
Therefore prophesy and say, Thus saith the Lord GOD; Because they have made [you] desolate,
and swallowed you up on every side, that ye might be a possession unto the residue of the heathen,
and ye are taken up in the lips of talkers, and [are] an infamy of the people

‘swallowed up’ , H7602 sha’aph ‘proper: to inhale eagerly ; to pant, to desire, to snuff’ ,
‘talkers’, H3956 lashon ‘tongue, language, bar (of gold), bay (of sea), babbler’ ,
‘infamy’, H1681 dibb-ah ‘slander, bad news, infamy’ 9x , (-db !) , infamy = scandalous ,
scandalous deed ; 1680 dabab ‘to move or flow slowly’ 1x ; daeb ‘faint, waste away’ 3x ;

  • context : the Neanderthals as ‘sons’ of them spirits : though it writes ‘remainder’, the context
    is the same ; strengthened by the expression ‘babblers’ as “not even being áble to speak
    in the right direction” , and again by the root (-db) ‘solarplane’ . We also suspect that the
    original term for people was (-omim) “other-bloodline-people” (compare ‘Esau – hairy – ape’) ;
    an aspect of the eden-land to become a possession fór them ape-humanoids : we have no clue
    how this transfer to earth could have worked , technically , during the Deluge (around 8000BC) ,
    but we saw in the KAR tablet how “the Anunna (ape-humanoids) weeped because they had
    no place to hide for the brilliance of him (either Adam or Eden)” ;
  • the apes : to right ; the ape on the leftside of picture sits upon
    the (stolen eden-) cistern making physicality ; the second one
    next to him has the root “(solarplane-) stone” , T’EB, as this earth
    — having now a new dome which encompasses him (tuat III) ;
  • zin context : de Neanderthalers als ‘de zonen’ van de geesten :
    hoewel hier ‘overblijfsel’ staat is de context dezelfde ;
    versterkt door de uitdrukking ‘brabbelaars’ als “niet eens
    kúnnen spreken in de goede richting”, en nogmaals door
    de wortel (-db) ‘zonnestelsel’. Bovendien zijn we er redelijk
    zeker van dat er origineel (-omim) ,“andere-bloedlijn-mensen”
    stond (vgl. ‘Esau – harig – aap’) ;

rpt
click pic to enlarge
  • de aap-mensen : rechts ; de aap links zit op de (gestolen eden-) cistern die lichamelijkheid
    maakt ; de aap daarnaast heeft de wortel “(zonnestelsel-) steen”, T’EB , als deze aarde ,
    die nu een nieuwe atmosfeer heeft – als de dome waar hij onder zit (Tuat III) ;

“therefore / prophesy / , and you say / : thus / he – myLord – IEUE – says / :
because / you – (were) desolated – and=by being desired / from around (+you) / ,
(in order) to=for you to become / a possession / to the remainder [=Neanderthals] of / the nations [=of spirits] / ,
and you are taken up / on / the lip of / the tongue=babblers [=same Neanderthals] / ,   +
and=as the slandering [solarplane-] / people [=of other-bloodline ?] / ;
profeteer daarom , en zeg : zo zegt de Heere HEERE : daarom, omdat men u van rondom
verwoest en opgeslokt heeft , zodat u een erfelijk bezit werd voor het overblijfsel van de
heidenvolken , u over de tong ging en er kwaad gerucht bij het volk was ,

“profeteer daarom , en zeg : zo zegt (hij,) IEUE de Heer :
omdat u desolaat bent geworden doordat er naar u verlangd werd van rondom (u) ,
opdat u een bezit zou worden voor het overblijfsel [=Neanderthalers] van de volken [=van geesten] ,
en u over de lip van de brabbelaars gaat [=dezelfde Neanderthalers] ,
die de lasterende [zonnestelsel-] mensen zijn [=van andere-bloedlijn ?] ;
 

 
4
therefore mountains-of ishral hear-you ! word-of my-Lord ieue thus he-says my-Lord ieue
to·the·mountains and·to·the·hills to·the·channels and·to·the·ravines and·to·the·desertions
the·ones-being-desolated and·to·the·cities the·ones-being-forsaken which they-became
to·plunder and·to·derision for·remainder-of the·nations which from·round-about
Therefore, ye mountains of Israel, hear the word of the Lord GOD; Thus saith the Lord GOD
to the mountains, and to the hills, to the rivers, and to the valleys, to the desolate wastes,
and to the cities that are forsaken, which became a prey and derision to the residue
of the heathen that [are] round about;
“therefore / hear – , (you) mountains of – Ishral / the word [in right direction] of / myLord / IEUE / ;
thus / he – myLord – IEUE – says /    +
to the mountains / and to the hills / , to the containings / and to the valleys / ,
and to – the desolated – wastelands / and the – abandoned – cities [=all as now darkened eden] / ,
which / became / to=as plunder / and to mockery / ,  +
(being now) for the remáinder [=Neanderthals] of / the nations [=of spirits] / which / (are) from=as around (+you) / ;
Luister daarom , bergen van Israël, naar het woord van de Heere HEERE .
Zo zegt de Heere HEERE tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de waterstromen en tegen
de verlaten steden, die tot buit en tot voorwerp van spot geworden zijn voor het overblijfsel
van de heidenvolken die rondom u zijn —

“daarom , luister , bergen van Ishral [=verdonkerd eden] ,   +
naar het woord [in goed richting] van IEUE de Heer :
zo zegt IEUE de Heer tegen de bergen en tegen de heuvels ,
en tegen de waterstromen en tegen de verlaten steden ,
tegen de desolate [=geen-naam] lege regio’s en de verlaten steden [=alle als het donkere eden] ,
die tot buit en tot voorwerp van spot werden ,   +
(nu zijnd) voor het óverblijfsel [=aap-mensen] van de volken [=van geesten] rondom (u) ;

 
5-6
therefore thus he-says my-Lord ieue if not in·fire-of jealousy-of·me I-speak on
remainder-of the·nations and·on Edom all-of·her which they-gave land-of·me for·them
to·tenancy in·rejoicing-of all-of heart in·disdain-of nphsh soul so-that common-lands-of·her for·plunder
therefore prophesy-you ! on admth ground-of ishral and·you-say to·the·mountains and·to·the·hills
to·the·channels and·to·the·ravines thus he-says my-Lord ieue behold·me ! in·jealousy-of·me
and·in·fury-of·me I-speak because confounding-of nations you-bear
Therefore thus saith the Lord GOD; Surely in the fire of my jealousy have I spoken against
the residue of the heathen, and against all Idumea, which have appointed my land
into their possession with the joy of all [their] heart, with despiteful minds, to cast it out for a prey.

Prophesy therefore concerning the land of Israel, and say unto the mountains, and to the hills,
to the rivers, and to the valleys, Thus saith the Lord GOD; Behold, I have spoken in my jealousy
and in my fury, because ye have borne the shame of the heathen:
‘to cast it out’, H4054 migrash ‘pasture lands’ , many ;
“therefore / thus / he – myLord – IEUE – says / :
if=surely  // I speak – in the fire of – my jealousy /   +
on=against / the remainder [=Neanderthals] of / the nations [=of spirits] / ,
and=as on=against – all of – Edom [=this mixed earth] / ,
(to) which [=edom] / they [=spirits] gave / my land / , to=as posession – for thém [=Neanderthals] / ,
in=to the rejoicing of / every / heart [=of Neanderthals] / , in scorn of / the adamite-soul / ,
so-that / her [=eden’s] pasture lands / (became) for plunder / ;
therefore / prophecy you ! / on=óver (!) / the adm-ground of / Ishral [=darkened eden land] / ,
and you say / to the mountains / and to the hills / , to the containings / and to the valleys / :
thus / he – myLord – IEUE – says / : just watch me ! / ,
I speak [in right direction] – in my jealousy – and in my fury / ,
because / you [=darkened eden land] carry – the disgrace of – the nations [=of spirits] / ,   +
daarom, zo zegt de Heere HEERE : voorwaar, in het vuur van mijn na-ijver heb ik gesproken
tot het overblijfsel van de heidenvolken en tot heel Edom, die zichzelf mijnland tot een erfelijk
bezit hebben gegeven met de blijdschap van heel hun hart, met leedvermaak ,
zodat zijn weidegrond tot buit zou zijn . Profeteer daarom over het land Israël,
en zeg tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de waterstromen en tegen de dalen :
zo zegt de Heere HEERE : zie, in mijn na-ijver en in mijn grimmigheid heb ik gesproken ,
omdat u de smaad van de heidenvolken gedragen hebt.

“daarom , zo zegt IEUE de Heer :
voorwaar, ik spreek [in goede richting] in het vuur van mijn jaloersheid   +
tegen het overblijfsel [=Neanderthalers] van de volken [=van geesten] , als tegen heel Edom [=deze aarde] ,
aan wie [=edom] zij [=geesten] mijn land gaven , als het bezit voor hén [=Neanderthalers] ,
tot blijdschap van ieder hart [=van Neanderthalers] , als de hoon over de adam-ziel (nphsh) ,
zodat haar vruchtbare gronden [=van eden] geplunderd werden ;
daarom , profeteer over de adm-grond van Ishral [=verdonkerd eden] ,   
en zeg tegen de bergen en tegen de heuvels , tegen de waterstromen en tegen de dalen :
zo zegt IEUE de Heer : zie mij spreken [in goede richting] in mijn jaloersheid en woede ,
want u [=verdonkerd eden land] draagt de smaad van de volken [=van geesten];.

 
7-8
therefore thus he-says my-Lord ieue I I-lift hand-of·me if not the·nations
which to·you from·round-about they confounding-of·them they-shall-bear
and·you mountains-of ishral bough-of·you you-shall-give and·fruit-of·you
you-shall-bear for·people-of·me ishral that they-draw-near to·to-come-of
Therefore thus saith the Lord GOD; I have lifted up mine hand,
Surely the heathen that [are] about you, they shall bear their shame.
But ye, O mountains of Israel, ye shall shoot forth your branches,
and yield your fruit to my people of Israel; for they are at hand to come.

‘branches’, H6057 anaph ‘branch’ ; Mal.4 writes ‘root nor branch’ , so likely as ‘the stem’ ;

  • context : the eden-land rising up to further north : the ‘lifting up the hand’ turns the “branch”
    (also singular , see above) into ‘a (tree-) stem’ , cárrying the land ; the used term is also
    ‘to extend, to make longer, etc’ ; see index for this theme ;
    superfluous ‘not’ : for the “if-not” construct see previous lines , and also Ez.35 ;
  • zin context : het eden-land rijst naar hogerop in het noorden : het “omhoog heffen van de hand”
    maakt ‘de tak’ tot “een stam (van een boom)” (ook enkelvoud, zie boven) , het land drágend ;
    de gebruikte term is ook ‘langer maken, uitstrekken, etc’ ; zie index voor dit thema ;

“therefore / thus / he – myLord – IEUE – says / :
I – (will) lift up – my hand         [=as the construct , moving further up towards the north] / ,
if=surely // the nations [=of spirits] / which – (are) from=as around – (to) you / shall bear – their disgrace / :
and=for you / , mountains of / Ishral [=eden-land] / , you shall make longer / your branch [=stem] / ,
and – you shall bear – your fruit / for my people / Ishral [=all eden-souls] / ,
that=because / they [=souls on earth, now] are approaching / to=for to enter [=into eden] / ;
Daarom, zo zegt de Heere HEERE : ík heb gezworen: voorwaar, de heidenvolken die rondom u zijn,
zullen zelf hun schande dragen ! Maar u, bergen van Israël, u zult uw takken weer voortbrengen
en uw vruchten voor mijn volk Israël dragen, want zij komen naderbij .

“daarom , zo zegt IEUE de Heer :
ik zal mijn hand omhoog heffen          [=als het construct , hogerop naar het noorden gaand] ,
voorwaar , de volken [=van geesten] die rondom u zijn , zullen hun eigen schande dragen :
want u , bergen van Ishral , u zult uw stam langer maken ,
en uw vruchten voor mijn volk Ishral dragen [=alle eden-zielen] ,
want zij [=zielen op deze aarde, nu] komen dichterbij om binnen te gaan [=in eden] ;

 
9-10-11
that behold·me ! for·you and·I-face-about to·you and·you-are-served and·you-are-sown
and·I-increase on·you human all-of house-of ishral all-of·him and·they-are-indwelt
the·cities and·the·deserted-places they-shall-be-built
and·I-increase on·you human and·beast and·they-are-many and·they-are-fruitful
and·I-make-indwelt you as·former-states-of·you and·I-bring-good from·beginnings-of·you
and·you-know that I ieue
For, behold, I [am] for you, and I will turn unto you, and ye shall be tilled and sown:
And I will multiply men upon you, all the house of Israel, [even] all of it: and the cities shall be inhabited,
and the wastes shall be builded: And I will multiply upon you man and beast;

and they shall increase and bring fruit: and I will settle you after your old estates,
and will do better [unto you] than at your beginnings:
and ye shall know that I [am] the LORD.

“that=because / just watch me ! / (being) fór you / :
and=for (shall) I turn towards / (to=as) you / , and you (will be) tilled / and sown / ;
and I increase – the (adm-type-) human – on=upon you / ,
(being) all of / the house of / Ishral / (as) all of them [=all to-be eden-souls] / ,
and the cities – (will be) inhabited / , and (in) the wastelands – shall be built / ;
and=for I increase / the (adm-type-) human – and beast – on=upon you / ,
and they (will be) many / and (will be) fruitful [=blossoming] / ;
and=for I (will) make – you – (to be) inhabited – as your former situation / ,
and I (shall do) well / from=as in your beginning / ;
and you (will) know / that / I (am) / IEUE / ;
Want zie, ik kom naar u toe, ik zal mij naar u toewenden, en u zult bewerkt en bezaaid worden.
Ik zal de mensen op u talrijk maken, heel het huis van Israël, in zijn geheel .
De steden zullen bewoond en de puinhopen zullen herbouwd worden . Ik zal mens en dier talrijk
maken, ja, ik zal u meer goeddoen dan in uw begin. Dan zult u weten dat ik de Heer ben.

“want zie mij vóor u zijn [=en niet tegen] :
want ik zal mij naar u toewenden , en u zult bewerkt en bezaaid worden ,
en ik maak de (adm-type-) mens talrijk op u , als heel het huis Ishral , in zijn geheel [=alle eden-zielen] ,
en de steden zullen bewoond worden , en in de lege regio’s zal gebouwd worden ;
want ik zal de (adm-type-) mens en dier talrijk maken op u ,
en ze zullen met velen zijn  en bloeien ;
want ik zal u bewoond maken als in uw vroegere situatie , en ik zal goeddoen als in uw begin ;
en u zult weten dat ik IEUE ben ;

 
12-13-14-15
and·I-cause-to-go on·you human people-of·me ishral and·they-tenant·you
and·you-become to·them for·allotment and·not you-shall-add further to·to-bereave-of·them
thus he-says my-Lord ieue because ones-saying to·you one-devouring-of human you
you and·one-bereaving-of nation-of·you nations-of·you you-become
therefore human not you-shall-devour further and·nation-of·you and·nations-of·you
not you-shall-make-stumble you-shall-bereave further averment-of my-Lord ieue
and·not I-shall-let-be-heard to·youfurther confounding-of the·nations and·reproach-of
peoples not you-shall-bear further and·nation-of·you and·nations-of·you not
you-shall-make-stumble further averment-of my-Lord ieue
Yea, I will cause men to walk upon you, [even] my people Israel; and they shall possess thee,
and thou shalt be their inheritance, and thou shalt no more henceforth bereave them [of men].
Thus saith the Lord GOD; Because they say unto you, Thou [land] devourest up men,
and hast bereaved thy nations; Therefore thou shalt devour men no more,
neither bereave thy nations any more, saith the Lord GOD.
Neither will I cause [men] to hear in thee the shame of the heathen any more,
neither shalt thou bear the reproach of the people any more, neither shalt thou cause thy nations to fall any more, saith the Lord GOD.

  • context : devouring the (adm-type) human : since the Ishral-mountains were transferred
    tot his earth , the present environment of this earth cannot sustain the adam-type –
    but only our present type body (derived from Neanderthals) ;
    insults : compare how Plato described ‘how the colours and even stones in that world
    (but he was in the Sekht-field !) were much prettier then here on earth” ;
    bloodline-people : used is the term (-omim) here – different as the usual ‘people’ ;
  • zin context : de (adm-type) mens verslindend : omdat de Ishral-bergen werden geplakt op
    deze aarde , kan de huidige leefomgeving van deze aarde de adam-type mens niet
    onderhouden – maar alleen dit type lichaam (gebaseerd op Neanderthalers) ;
    beledigingen : vergelijk hoe Plato beschreef “hoe de kleuren en zelfs stenen in die
    wereld (maar hij was in het Sekht-veld !) veel mooier waren dan op deze aarde” ;
    bloedlijn-mensen : de term (-omim) is hier gebruikt , anders dan het normale ‘mensen’;

“and=for I cause – the (adm-type-) human – to wander – on=upon you / ,
(being) my people / Ishral [=all eden-souls] / and=as they (shall) take posession of you / ,
and=for you (will) become – to=as the inheritance – to them / ,
and – you shall – not – continue / to bereave them / , anymore / ;
thus / he – myLord – IEUE – says / : because they [=spirits] say / on=over you / :
you – (have) become – the one devouring – the (adm-type-) human – and bereaving – your nations / ,
therefore / you shall – not  – devour – the (adm-type-) human – anymore / ,   +
and – not – bereave – your nations – anymore / , (is) the declaration of / myLord / IEUE / ;
and – the insults of – the nations [=of spirits] – shall – not – be heard – anymore – to=over you / ,
and the scorn of – the people [=as bloodline-people] – you shall – not – bear – any longer / ,
and=for – you shall – not – make – your nations – to stumble – anymore / ,
(is) the declaration of / myLord / IEUE / ;
Ik zal de mensen over u doen lopen , namelijk mijn volk Israël. Zij zullen u in bezit nemen ,
u zult voor hen tot erfelijk bezit zijn en u zult hen voortaan niet meer van kinderen beroven .
Zo zegt de Heere HEERE: omdat zij over u zeggen: u bent een mensenverslinder ,
en u bent een land dat uw volken van kinderen berooft , daarom zult u geen mens meer verslinden
en uw volken niet meer van kinderen beroven , spreekt de Heere HEERE .
Ik zal de smaad van de heidenvolken over u niet meer doen horen en u zult de schande van de
volken niet langer dragen . U zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.

“ik zal de (adm-type-) mens op u doen wandelen ,
[namelijk] als mijn volk Ishral [=alle eden-zielen] die u in bezit zullen nemen ,
want u zult hen tot erfelijk bezit worden , en hen voortaan niet meer van kinderen beroven ;
zo zegt IEUE de Heer : omdat zij [=geesten] over u zeggen :
u bent geworden tot een verslinder van de (adm-type-) mens , uw volken van kinderen berovend — daarom zult u geen (adm-type-) mens meer verslinden ,
en uw volken niet meer van kinderen beroven , is de verklaring van IEUE de Heer ;
en de beledigingen van de volken [=van geesten] over u zullen niet meer gehoord worden ,
en de hoon van de mensen [=van andere-bloedlijn] zult u niet langer dragen ,
want u zult uw volken niet langer laten struikelen , is de verklaring van IEUE de Heer ;

 

B)
 

 
16-17-18
de situatie van het eden-land wordt verbonden met adam-zielen op aarde ,
and·he-is-becoming word-of ieue to·me to·to-say-of son-of human house-of ishral
ones-dwelling on ground-of·them and·they-are-defiling her in·way-of·them and·in·practices-of·them as·uncleanness-of the·isolated-woman she-becomes way-of·them to·faces-of·me
ֶand·I-am-pouring-out fury-of·me on·them on the·blood which they-pour-out on the·land
and·in·ordure-idols-of·them they-defile·her
Moreover the word of the LORD came unto me, saying,
Son of man, when the house of Israel dwelt in their own land, they defiled it by their own way
and by their doings: their way was before me as the uncleanness of a removed woman.
Wherefore I poured my fury upon them for the blood that they had shed upon the land,
and for their idols [wherewith] they had polluted it:

  • context : the situation of the eden-land is connected with adamite-souls on earth ;
    we consider this connection a major proof for all symbology happening to us ;
  • the ‘supernatural’ land of milk and honey ;
    a clue is here is the term ‘adm-ground’ , which is however
    confusing because that term is normally used for eden ;
    but remembering the story of the spies who brought back
    the huge cluster of fruit (and combined with the presence
    of ‘giants’ in the land, etc) , we must assume that the land
    had remarquable qualities – backthen ! ;
    where the ‘defiling the land’ may show that these strange
    qualities ceased , and the land became ordinary ;

weebly com
  • have started to pour out : we need to use the strange term , because Ezechiel
    wás already with the northern house (‘Ishral’) being in exile in Assyria ; while the
    southern house (Judah) would still have to go to Babylon ;
    both houses being dispersed in the West : the northern house went from Assyria to
    the West , and the southern house followed after 70 AD – and are there still , even now ;
  • zin context : ‘bovennatuurlijk’ land van melk en honing : het gebruik van ‘adm-grond’ is wat
    verwarrend omdat dit meestal gebruikt wordt voor eden – maar vergelijk hoe de verspieders
    de abnormaal grote vruchten droegen (en hoe in het land reuzen leefden, etc) ;
    dus minimaal had het land – toen nog ! – bijzondere kwaliteiten ; we moeten lezen dat deze
    kwaliteiten ‘verdwenen’ door het door hen verontreinigen van het land ;
    beide huizen verspreid over (alle landen van) het Westen : zie boven ;

“and it becomes / the word [in right direction] of / IEUE / to me / , saying / : son of / the adm-man / ; the house of / Ishral [=olden hebrews !] / dwelt / on / their [then still] adm-type-ground / ,
and=but they defiled – her – in=by their ways / and= their practices / ,
their ways – in front of me – became – as the uncleanness of – a woman in her month / ;
and=so I (have started to) pour out / my fury / on them / ,  +
on=for / the blood / which / they poured out / on=upon / the land / ,
[namely] and=as – defiling her [=land] – in=by their idols [‘dirty thoughts’] / ;
(Een nieuw hart en een nieuwe geest)
Het woord van de Heer kwam tot mij : mensenkind, toen het huis van Israël in hun land woonde ,
toen verontreinigden zij dat met hun weg en met hun daden. Hun weg was voor mijn aangezicht
als de onreinheid van een afgezonderde vrouw. Toen stortte ik mijn grimmigheid over hen uit
omwille van het bloed dat zij in hun land vergoten hadden , en vanwege hun stinkgoden
waarmee zij het verontreinigd hadden .

“het woord van IEUE komt tot mij : zoon van de adm-man ,
het huis Ishral [=het oude volk Ishral] woonde op hun [toen nog] adm-type-grond ,
maar verontreinigden haar met hun wegen en met hun daden ,
hun wegen werden voor mijn aangezicht als de onreinheid van een afgezonderde vrouw ;
dus ben ik begonnen mijn woede over hen uit te gieten   +
vanwege het bloed dat zij op hun land hebben uitgestort ,
[namelijk] als het verontreinigen van haar door hun afgoden [‘smerige gedachten’] ;

 
19-20-21
and·I-shall-scatter them in·the·nations and·they-shall-be-tossed in·the·lands
as·way-of·them and·as·practices-of·them I-judge·them
and·he-is-coming to the·nations which they-come there and·they-are-profaning
name-of holiness-of·me in·to-say-of to·them people-of ieue these and·from·land-of·him
they-went-forth and·I-am-sparing on name-of holiness-of·me which they-profane·him
house-of ishral in·the·nations which they-come there·ward
And I scattered them among the heathen, and they were dispersed through the countries:
according to their way and according to their doings I judged them. And when they entered unto
the heathen, whither they went, they profaned my holy name, when they said to them,
These [are] the people of the LORD, and are gone forth out of his land. But I had pity for mine holy name, which the house of Israel had profaned among the heathen, whither they went.

  • context : timeframe : the past 2000 years – untill this day ; these lines are still ‘the overview’ ,
    moving very fast from the Exodus , across our time , to the coming change ;
  • zin context : tijdsbestek : de afgelopen 2000 jaar – tot aan vandaag : deze zinnen zijn nog steeds
    het ‘overzicht’ (als ‘het grote plaatje’) ; snel de tijdsspanne vanaf de Exodus , via onze tijd ,
    naar de komende verandering behandelend ;

“and=so I shall disperse / them / in the nations / and they (shall) be scattered / in the lands / ,
I judge them – as=by their (own) ways – and in=by their (own) practices / ;
and they (shall) enter / to=into / the nations / there – which=where – they come to / ,
and=but they (will) profane [eden-life+deity] – my sacred name ,
in=by – (as) them – saying / : “these [=’like us’] – (are) the people of – IEUE / ,
and – went forth –  from his land / ;
and=yet I am concerned / on=for / my sacred name ,   +
which – the house of – Ishral [=believers] – (shall) profane – in the nations [=of the West]  +
(there) – where – they enter / ;
Ik verstrooide hen onder de heidenvolken en zij werden verspreid over de landen .
Ik heb hen geoordeeld overeenkomstig hun weg en overeenkomstig hun daden .
Toen zij aankwamen bij de heidenvolken waarheen zij gegaan waren , ontheiligden zij mijn
heilige naam, omdat men van hen zei : deze mensen zijn het volk van de Heer ,
en toch zijn zij uit zijn land vertrokken. Maar ik spaarde hen vanwege mijn heilige naam.
Het huis van Israël had die ontheiligd onder de heidenvolken waarheen zij gegaan waren .

“dus zal ik hen verstrooien onder de volken en worden verspreid over de landen ,
ik oordeel hen overeenkomstig hun (eigen) weg en hun (eigen) daden ;
en zij zullen de volken binnengaan , daar waarheen zij gaan ,
maar zij zullen mijn heilige naam óntheiligen ,
doordat zij zeggen : dezen [=’als wij’] zijn de mensen van IEUE , en vertrokken van zijn land ;
maar ik ben bezorgd om mijn heilige naam ,   +
die het huis Ishral [=gelovigen] zal ontheiligen in de volken [=in het Westen] waar zij binnengaan ;

 
22-23-24
therefore say-you ! to·house-of ishral thus he-says my-Lord ieue not
on-account-of·you I doing house-of ishral but rather for·name-of holiness-of·me which
you-mprofane in·the·nations which you-came there
and·I-hallow name-of·me the·great the·one-being-profaned in·the·nations which
you-profane in·midst-of·them and·they-know the·nations that I ieue averment-of my-Lord
ieue in·to-be-hallowed-of·me in·you to·eyes-of·them
and·I-take you from the·nations and·I-convene you from·all-of the·lands
and·I-bring you to admth·km ground-of·you
Therefore say unto the house of Israel, Thus saith the Lord GOD; I do not [this] for your sakes,
O house of Israel, but for mine holy name’s sake, which ye have profaned among the heathen,
whither ye went. And I will sanctify my great name, which was profaned among the heathen,
which ye have profaned in the midst of them; and the heathen shall know that I [am] the LORD,
saith the Lord GOD, when I shall be sanctified in you before their eyes. For I will take you
from among the heathen, and gather you out of all countries, and will bring you into your own land.

  • context : today’s situation and the change which is at hand ;
    though we add ‘the West’ , it can be read “western hemisphere”, ofcourse ;
    as long it’s clear that this ‘taking up’ still has to happen, and is unrelated to 1947 ;
    presumed righteousness : Deut. 9 mentions how the hebrews , when entering the country
    after the Exodus “should not think they received the land because théy were so good”,
    and similar must be expressed here ;
  • zin context : de situatie van vandaag en de komende verandering : hoewel we ‘het Westen’
    toevoegen mag het natuurlijk ook ‘westelijk halfrond’ lezen ; zolang maar duidelijk is dat
    de tekst met ‘verzamelen’ een nog komende gebeurtenis bedoelt , en niet 1947 ;
    veronderstelde gerechtigheid : Deut. 9 beschrijft hoe het volk oud-Ishral , na de exodus
    het land binnengaand , “niet moeten denken dat ze het land krijgen vanwege hun
    éigen gerechtigheid – want die is er niet”; hier moet het eenzelfde strekking zijn ;

“therefore / say you / to the house of / Ishral [=believers in the West] / ,
thus / he – myLord – IEUE – says / :
I – do – not (do) (this) – for your sake [‘for yóur presumed righteousness’]  / , house of / Ishral / ,
but / rather / for my sacred name / which / you profane / in the nations / (there) / where / you went / ;
and=yet I (will) sanctify / my – great – name / (being) profaned / in the nations [=of the West] / ,
which / you (have) profaned / in their midst / ;
and – the nations – (will) know / that / I (am) – IEIE / , (is) the declaration of / IEUE / ,
in=when I (will be) sanctified / in you / to=before their eyes / :
and=for I (will) take / you / from=out of / the nations / , and gather / you / from all / lands / ,
and bring / you / to / your adm-ground [=in eden !] / ;
Zeg daarom tegen het huis van Israël: zo zegt de Heere HEERE : ik doe het niet om u ,
huis van Israël, maar om mijn heilige naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenvolken
waarheen u gegaan bent . Ik zal mijn grote naam heiligen, die onder de heidenvolken ontheiligd is ,
die u in hun midden ontheiligd hebt. Dan zullen de heidenvolken weten dat ik de Heer ben,
spreekt de Heere HEERE, als ik in u voor hun ogen geheiligd wordt. Ik zal u uit de heidenvolken
halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal ik u naar uw land brengen .

“zeg daarom tegen het huis Ishral [=gelovigen in het Westen] ,
zo zegt IEUE de Heer : ik doe het niet om u [‘vanwege uw veronderstelde gerechtigheid’] , huis Ishral ,
maar om mijn heilige naam , die u ontheiligt onder de volken waarheen u gegaan bent ;
maar ik zal mijn grote naam heiligen , die onder de volken [=van het Westen] ontheiligd is  —
die u in hun midden ontheiligd hebt ;
en de volken zullen weten dat ik IEUE ben , is de verklaring van IEUE ,
wanneer ik in u geheiligd zal worden , voor hun ogen :
want ik zal u uit de volken nemen , en u uit alle landen verzamelen ,
en ik breng u naar uw land [=eden !] ;

 
25-26
and·I-sprinkle on·you waters clean-ones and·you-are-clean from·all-of
uncleanesses-of·you and·from·all-of ordure-idols-of·you I-shall-cleanse you
and·I-give to·you heart new and·spirit new I-shall-give in·within-of·you
and·I-take-away heart-of the·stone from·flesh-of·you and·I-give to·you
heart-of flesh
Then will I sprinkle clean water upon you, and ye shall be clean: from all your filthiness,
and from all your idols, will I cleanse you. A new heart also will I give you, and a new spirit will I put within you: and I will take away the stony heart out of your flesh, and I will give you an heart of flesh.
“and I (will) sprinkle / pure – [eden-] waters – on you / , and you (will be) clean / :
from all / your uncleanness [tem?] / and from all / your idols [‘dirty thoughts’] / I (will) cleanse you / ;
and I (will) give – a new – heart – to you / , and I shall give – a new – spirit – (in) within you / ,
and I remove / the heart of – stone / from your flesh / , and give – a heart of – flesh – to you / ;  +
Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden .
Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal ik u reinigen .
Dan zal ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven .
Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.

“en ik zal rein [eden-] water op u sprenkelen en u zult schoon worden :
van al uw onreinheden en van al uw afgoden [‘smerige gedachten’] zal ik u reinigen ;
en ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven ,
want ik zal het hart van steen uit uw vlees wegnemen , en u een hart van vlees geven ;  +

 
27-28
And spirit-of·me I-shall-give in·within-of·you and·I-makedo which
in·statutes-of·me you-shall-go and·judgments-of·me you-shall-observe and·you-do
and·you-dwell in·the·land which I-gave to·fathers-of·you and·you-become to·me
for·people and·I I-shall-become to·you elohim
And I will put my spirit within you, and cause you to walk in my statutes,
and ye shall keep my judgments, and do [them]. And ye shall dwell in the land that I gave
to your fathers; and ye shall be my people, and I will be your God.
“and – I shall give – my spirit – (in) within you / ,
and I cause – you to wander – in – (which) – (are) my statutes / ,
and – you shall keep (them) – and do – my judgments / ;
and you shall dwell / in the land [=new-eden] / which / I gave / to your fathers / ,
and=for you (will) be – (for=as) the people – to me / , and I – shall be – (for=as) the deity – to you / ;
Ik zal mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in mijn verordeningen wandelt
en dat u mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt . U zult wonen in het land dat ik uw vaderen
gegeven heb , u zult een volk voor mij zijn en ik zal een God voor u zijn .

“en ik zal mijn Geest in uw binnenste geven , en ik maak dat u in mijn verordeningen wandelt ,
en dat u hen in acht neemt en mijn oordelen doet ;
en u zult wonen in het land [=nieuw eden] dat ik uw vaderen gegeven heb ,
want u zult mijn mensen zijn , en ik zal de godheid voor u zijn ;

 
29-30
and·I-save you from·all-of uncleanesses-of·you and·I-call to e·dgn the·grain
and·I-increase him and·not I-shall-give on·you famine
and·I-increase fruit-of the·tree and·produce-of the·field so-that which not
you-shall-take further reproach-of famine in·the·nations
I will also save you from all your uncleannesses: and I will call for the corn, and will increase it,
and lay no famine upon you. And I will multiply the fruit of the tree, and the increase of the field,
that ye shall receive no more reproach of famine among the heathen.

  • context : grain (-dgn) : we saw in a previous chapter how ‘the dragon will fall at the field’ ,
    the dragon to be given for food , and related to Dagon ; it seems that during the Interval
    (the ‘1000 years’) grain will still be an important essence ;
    famine by the nations ; we had in a previous chapter ‘the spirits ruling the staff of bread’ ,
    therefore the famine appears to be caused bý them (ruling it) ;
  • zin context : graan (-dgn) : we zagen in een vorig hoofdstuk dat ‘de draak zal vallen op het veld
    eronder , vissen (-dg) met zich meenemend , en tot voedsel gegeven zou worden’ ,
    gerelateerd aan Dagon ; het schijnt dat gedurende het Interval (de 1000 jaar) ‘koren’
    nog steeds een belangrijk aspect zal zijn ;
    hongersnood door de volken : in een vorig hoofdstuk hadden we ‘de staf van brood’
    welke de geesten beheersten ; hier mag gelezen worden dat zíj hongersnood veroorzaakten ;

“and I save / you / from all / your uncleanness / ,
and I (will) call / to / the grain (dgn) / and make – it – (to be) plenty / , and=for I lay – no – famine – on you / ,
and I make – the fruit of – the tree – and the produce of – the field – (to be) plenty / ,
so-that / you shall – not – bear – anymore / the scorn of / famine / in=by the nations [=of spirits] / ;
Ik zal u verlossen van al uw onreinheden . Ik zal roepen tegen het koren
en ik zal het veel doen worden ; ik zal u geen hongersnood opleggen.
Ik zal de vrucht van de bomen en de opbrengst van het veld vermeerderen ,
zodat u onder de heidenvolken de smaad van de hongersnood niet meer ontvangt .

“ik zal u verlossen van al uw onreinheid ,
en ik zal roepen naar het koren en zal het veel doen worden , want ik zal u geen hongersnood opleggen ,
en ik zal de vrucht van de bomen en de opbrengst van het veld vermeerderen ,
zodat u niet meer de hoon van hongersnood moet dragen , veroorzaakt door de naties [=van geesten] ;

 

C)

 
31-32
terug naar vandaag : 
and·you-remember ways-of·you the·evil-ones and·actions-of·you which not good-ones
and·you-are-disgusted in·faces-of·you on depravities-of·you and·on abhorrences-of·you
not on-account-of·you I doing averment-of my-Lord ieue he-shall-be-known to·you
be-ashamed-you ! and·be-confounded-you ! from·ways-of·you house-of ishral
Then shall ye remember your own evil ways, and your doings that [were] not good,
and shall lothe yourselves in your own sight for your iniquities and for your abominations.
Not for your sakes do I [this], saith the Lord GOD, be it known unto you:
be ashamed and confounded for your own ways, O house of Israel.

  • context : back to today : it’s impossible that this is said of any time áfter the change ;
    to be fair – this is going on a long time already , the most silly and stupid mistakes
    even untill childhood , being brought into memory ;
    were not good : it’s not merely an adjective but ‘eden-good’ as juxtaposition ;
  • zin context : terug naar vandaag : het is onmogelijk dat dit slaat op de tijd ná de verandering ;
    om eerlijk te zijn is dit al een lange tijd bezig – de domste en banaalste fouten ,
    zelfs tot aan de kindertijd , worden in herinnering gebracht ;
    niet goed : ‘slechte wegen’ zijn per definitie al niet goed ; hier is ‘eden-goed’ een juxtapositie ;

“and=for  you (will) remember / your – evil – ways – and actions / which (are) – not – éden-good / ,
and you (will be) disgusted / in your own presence /  +
on=over your depravity / and on=over / your abhorrences [=corrupt eden-good] / ;
I – (am) not – doing (this) – for your sake [‘self-righteousness’] / , (is) the declaration of / myLord / IEUE / ,
it shall be known / to you  [or: ‘it shall be understood by you’] / ;
be ashamed [inv.w-course] / and confused / from=for your ways / , house of / Ishral [=believers] / ;
U zult zich uw slechte wegen en daden die niet goed waren herinneren .
U zult walgen van uzelf om uw ongerechtigheden en om uw gruweldaden .
Ik doe het niet omwille van u, spreekt de Heere HEERE, laat dat bekend zijn .
Schaam u en word te schande vanwege uw wegen , huis van Israël .

“want u zult zich uw slechte wegen en daden herinneren die niet ‘eden-Goed’ zijn ,
en u zult walgen van uzelf om uw ongerechtigheid en om uw gruwelen [=corrupt eden-goed] ;
ik doe (dit) niet omwille van u [‘eigengerechtigheid’] , is de verklaring van IEUE de Heer , 
laat dat u bekend zijn            [of: ‘begrijp dat goed’] ;
wees beschaamd en verward vanwege uw wegen , huis van Ishral [=gelovigen] ;  

 
33-34
de komende verandering :
thus he-says my-Lord ieue in·day-of to-cleanse-of·me you from·all-of depravities-of·you
and·I-cause-to-be-indwelt the·cities and·they-are-built the·deserted-places and·the·land
the·one-being-desolated she-shall-be-served instead-of which she-became desolation
to·eyes-of every-of one-passing
Thus saith the Lord GOD; In the day that I shall have cleansed you from all your iniquities I will also cause [you] to dwell in the cities, and the wastes shall be builded. And the desolate land shall be tilled, whereas it lay desolate in the sight of all that passed by.
context : those who pass by : as spirits , see next line ,
“thus / he – myLord – IEUE – says / :
in the day / you [=we] – (will be) cleansed by me / from all / your depravities / ,
I cause – the [eden-] cities – to be inhabited – and (in) the wastelands – (to be) built / ;
and the – desolated – land / shall be tilled / ,
instead of – (being) the desolated region – which – she became / to the eyes of / every / one passing by / ;
Zo zegt de Heere HEERE : op de dag dat ik u reinig van al uw ongerechtigheden ,
zal ik de steden doen bewonen en zullen de puinhopen herbouwd worden .
Het verwoeste land zal bewerkt worden, in plaats van een woestenij te zijn
voor de ogen van ieder die erdoorheen trekt .

“zo zegt IEUE de Heer : op de dag dat ik u [=wij] reinig van al uw ongerechtigheden ,
maak ik dat de [eden-] steden bewoond worden , en dat in de lege gebieden gebouwd wordt ; 
het desolate [=geen-naam] land zal bewerkt worden ,
in plaats van de desolate regio te zijn voor de ogen van ieder [=geesten] die er langs trekt ;

 
35-36
and·they-say the·land this the·one-being-desolated she-became k·gn as·garden-of odn Eden
and·the·cities the·ones-deserted and·the·ones-being-desolated and·the·ones-being-demolished
ones-fortressed they-are-indwelt and·they-know the·nations which they-are-remaining
round-about·you that I ieue Yahweh I-built the·ones-being-demolished I-planted
the·one-being-desolated I ieue I-spoke and·I-do
And they shall say, This land that was desolate is become like the garden of Eden;
and the waste and desolate and ruined cities [are become] fenced, [and] are inhabited.
Then the heathen that are left round about you shall know that I the LORD build the ruined
[places, and] plant that that was desolate: I the LORD have spoken [it], and I will do [it].

  • context : cities in Eden ? ; we don’t get that part yet – since Genesis don’t mention it ,
    but it is imaginable that Adam ‘made cities’ (by thought ? – since he could create) ,
    so that his children would have a place to dwell in – in Eden ;
  • zin context : steden , in Eden ? : dat begrijpen we nog niet – maar het is voorstelbaar
    dat Adam ‘al steden had gemaakt’ (hij kon scheppen door gedachten) ,
    zodat zijn kinderen een woonplaats zouden hebben – in Eden ;

“and they [=spirits] (will) say / : this – desolated – land / became / (as) the garden of / Eden / ,
and=for the deserted and empty – cities / , and=as the desolate – and ruined – ones / , (are) inhabited / ;
and=then – the nations [=of spirits] – which – (are) left (!) – around you – (will) know    +
that / I / IEUE / re-build / (what) (was) ruined / , (and) re-plant / (what) was made desolate / :
I / IEUE / spoke / and I do (it) / ;
Zij zullen zeggen : dit land, dat verwoest was, is als de hof van Eden geworden .
De steden die verwoest lagen, verwoest en afgebroken, zijn versterkt en bewoond.
Dan zullen de heidenvolken die om u heen zijn, weten dat ik, de Heer, zelf herbouw wat afgebroken is en beplant wat verwoest is . Ik, de Heer, heb gesproken en zal het doen.

“en zij [=geesten] zullen zeggen : dit desolate land [=geen-naam] is als de hof van Eden geworden ,
want de verlaten en lege steden , als de desolate en geruïneerde , zijn bewoond ;
dan zullen de volken [=van geesten] die overgebleven zijn (!) rondom u  +
weten dat ik , IEUE , herbouw wat afgebroken is , en herplant wat desolaat gemaakt is :
ik , IEUE , heb gesproken en zal het doen ;

 
37-38
thus he-says my-Lord ieue further this I-shall-be-inquired to·house-of ishral to·to-do-of
for·them I-shall-increase them k·tzan as·the·flock human as·flock-of holy-ones as·flock-of
Jerusalem in·appointments-of·her so they-shall-become the·cities the·ones-deserted
ones-filled flock-of human and·they-know that I ieue
Thus saith the Lord GOD; I will yet [for] this be enquired of by the house of Israel, to do [it] for them;
I will increase them with men like a flock. As the holy flock, as the flock of Jerusalem in her solemn feasts; so shall the waste cities be filled with flocks of men: and they shall know that I [am] the LORD.
‘enquired’ , H1875 darash ‘to seek, enquire, persuit, etc’ ;
‘solemn feasts’, H4150 moed ‘appointed time’ in variations ; m-realm+witness  ;

  • context : ‘still has to be asked’ ! : a most crucial line – because how can there be asked when
    the candidates only focus upon this world , and don’t consider the other reality ..?
    The promise is that it WILL happen , once we understand that reality and inquire !
    (see also Introduction , ‘that Revelation will begin by our understanding’) ,
    to do by me : it’s true , there is no ‘me’ , but this is the very intention of the line ;
    besides , the ‘me’ could have easily been clipped off , from “to·to-do-of·me” (in blue) ;
  • zin context : ‘moet nog steeds gevraagd worden’ ! : een vreselijk belangrijke zin – want hoe moet
    dit gevraagd worden wanneer de candidaten alleen maar gefocussed zijn op deze wereld ,
    en niet op de andere werkelijkheid ..?
    De belofte is dat het ZAL gebeuren , wanneer wij die werkelijkheid ingaan en vragen !
    gedaan wordt door mij : het is waar dat ‘mij’ niet in de zin staat – maar is wel de context ;
    bovendien kan de ‘mij’ afgeknipt zijn , van een origineel  “to·to-do-of·me” (in blauw) ;

“thus / he – myLord – IEUE – says / :
this – still – has to be asked from me – to=by the house of – Ishral ,   +
(in order) to=for (me) to do (this) – for them / ;
(and) I (will) increase – them – as – the (adm-type-) human – flock [=(tzan) , our Originals] / ,
(to be) the sacred – flock [=of Originals] / as the flock of – Jerusalem [=in eden] / in her appointed time / ;
so (that) / the deserted and empty – cities – shall be – filled (with) – the (adm-) human – flock [=Originals]/;
and they (shall) know / that / I (am) – IEUE .
Zo zegt de Heere HEERE : opnieuw zal ik hierom door het huis van Israël gevraagd worden
om dit voor hen te doen. Ik zal hen even talrijk aan mensen maken als aan schapen .
Als met geheiligde schapen, als met de schapen van Jeruzalem op hun vaste feestdagen ,
zo vol zullen de verwoeste steden worden met kudden mensen.
Dan zullen zij weten dat ik de Heer ben.

“zo zegt IEUE de Heer : dit moet nog steeds door het huis van Ishral gevraagd worden ,
opdat (dit) gedaan kan worden (door mij) ;
(en) ik zal hen talrijk maken – als de (adam-type-) menselijke kudde [=onze Originelen] ,
om de geheiligde kudde [=van Originelen] te zijn ,   +
als de kudde van Jerusalem [=in eden] , in haar vastgestelde tijd ;
zodat de verlaten en lege steden gevuld zullen worden met de (adam-type-) menselijke kudde ;
en zij zullen weten dat ik IEUE ben .

 

(it has been asked – that is the goal of the-report)


05.12.19   —   submitted   —   first version   —   hetreport