Vijfluik –––– hoofdstuk 5 van 5 (5/5)
Technisch gezien is hoofdstuk 3 de inleiding van de volgende vier ,
waar die inleiding bestaat uit “éen grote waarschuwing aan het huis Ishral”
[als alle mogelijke candidaten voor de 144,000] om “de volgende uitleg GOED te begrijpen”,
dat is , wat vervolgens wordt gezegd in de aan ons overgeleverde hoofdstukken ;

we zagen al dat Ezechiel de vertegenwoordiger is van de 144,000 ,
en de boodschap welke het huis moet gaan begrijpen is zó belangrijk
dat God en Miss [she – the spirit] aan Ezechiel verschijnen om het bericht duidelijk te maken ;

hoofdstuk context :                     ––– vervolg van hoofdstuk 4 (5/5)
Ezechiel beschrijft in het eerste hoofdstuk ‘een cherub wiel als een land’ (niet ‘op’ of ‘in’) ,
wat voor ons vreemd lijkt – maar hij noemt ook ‘de dimensionele wijdheid’ ervan ,
en we moeten ervan uitgaan dat het eden land zich “in” dit dimensionele wiel bevindt .

 

Maar dit construct is [door Adam] naar hun noorden gebracht ,
en bevindt zich vlak onder Tyrus (de boot) , als hún “tuin” in plaats van eden’s tuin
– door hen nu ‘het land GEB genoemd –
dit hoofdstuk vertelt hoe die situatie zal veranderen zodat het land weer van eden wordt .

 

De bewoners van het land (GEB) zijn verdwaalde adam-zielen , als Canaan ,
welke na hun sterven een geesten-lichaam hebben , en het land nu als GEB bevolken :
de ‘zij’ in dit hoofdstuk is dan ook gericht tegen hén ;

 

vergelijkbaar hoofdstuk : Zefanja 1 , waar precies dezelfde termen gebruikt worden ,
en inderdaad de verdwaalde zielen daar beschrijft als ‘Canaan’ ;

 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

Ezechiel 7

 
1-2
and·he-is-becoming word-of ieue to·me to·to-say-of and·you son-of human thus he-says
my-Lord ieue l·admth to·ground-of ishral end he-comes the·end on four-of wings-of the·land
Moreover the word of the LORD came unto me, saying,
Also, thou son of man, thus saith the Lord GOD unto the land of Israel;
An end, the end is come upon the four corners of the land

  • ‘corners’, H3671 kanaph ‘corner, wing (58x), ends, border, bird,
    train, skirt, shirt; proper: extremity’ ; -kanaph ‘hide’ 1x ;
  • context : the (inverted) cherub-wheel as now land GEB ;
    the -adm-ground , combined with ‘extremity/wings’ must show
    that this is a special type region ; we had an Isaiah chapter
    where this land is restored ‘and all sons and daughters return’;
    Ezekiel describes in another chapter “the cherub-wheel as the land”,
    location : (inversed) as the land where Thebes sits upon ;
     
     
     
    ‘staff of bread’, then likely as their ‘life tree’ , see Sumerian pic,
 
pinterest
click pic(s) to enlarge

 

rpt
  • chain : see later on in this chapter;
    bow : if the wings on the disk refer to the wings mentioned here
    then the figure IN the Assyrian winged disk is a Chaldean :

rpt
  • he holds a bow , so it must be (hebrew) -qdr , Kedar ;
    glyphs : SEP : the (inverted) cherub-wheel as SEP + circle ,
    “the cherub-wheel. to make the new-root (for Thebes)” ,
    and you see the magically-dangerous \\ within the circle , meaning it is originally an eden-construct (like the pool SH) ;
    then a SEPT as ‘tackle, cord’, the cord which the deities hold ;
    and SEPT ‘garden’ (not ‘land’ as proposed) ;
    GEB : the (inverted) wheel now as their land , the inversion shown
    to right as the curled-over male figure (and the sky Nut above him) ;
    the phallus (MET) should be the same staff of bread ;
    the original glyph for GEB is SEB “the jackal to make the solarplane” (see top page) ;

rpt
“and it becomes / the word [in right direction] of / IEUE / to me / , saying / :
and you / , son of / the adm-man / ,
thus / he – myLord – IEUE – says / to the adm-ground of / Ishral [=eden] / : the end / (has) come / ,
(being) the end / on=for / the four / winged [‘corners’] – land [=inverted cherub-wheel] / ;

(Profetie van het eindoordeel over heel het land)
Het woord van de Heer kwam tot mij : en u, mensenkind, zo zegt de Heere HEERE over het land
van Israël : het einde, het einde is gekomen, over de vier hoeken van het land .

“en het woord [in goede richting] van IEUE komt tot mij , zeggend :
en u , zoon van de adm-man , zo zegt IEUE de Heer over de adm-grond van Ishral [=eden] :
het einde is gekomen ,
als het einde voor het land van vier vleugels [=omgedraaid cherub-wiel als land] ;

 
3-4
now the·end on·you and·I-send anger-of·me in·you and·I-judge·you as·ways-of·you
and·I-give on·you all-of abhorrences-of·you and·not she-shall-commiserate eye-of·me
over·you and·not I-shall-spare that ways-of·you on·you I-shall-give and·abhorrences-of·you
in·midst-of·you they-shall-become and·you(p)-know that I ieue
Now [is] the end [come] upon thee, and I will send mine anger upon thee, and will judge thee according to thy ways, and will recompense upon thee all thine abominations. And mine eye shall not spare thee, neither will I have pity: but I will recompense thy ways upon thee, and thine abominations shall be in the midst of thee: and ye shall know that I [am] the LORD.

  • context : the eden-land now as GEB in their north :
    to right , from the Denderah crypt –
    the kneeling couple in the country of GEB ,
    as the Canaanite-adamite-souls who dwell there
    having their new (stolen) being ; the legenda writes
    ‘land of gold’ NUB , and see rest of this chapter ;

rpt
zin context : het eden-land nu als GEB in hun noorden :
rechts een basrelief van de Denderah crypte ;
het knielende stel in het land van GEB ,
als de verdwaalde adam-zielen (Canaan) die daar verblijven
in hun (gestolen) geesten-lichaam – zie verderop in dit hoofdstuk ;
de legenda vertelt “het land van goud”, als glyph NUB ;

“now / (is) the end / on=for you / , and=for I send / my anger [=nostril] / in=upon you / ,
and I judge / as=by your (own) ways / ,
and I place / all – your abhorrences [=corrupt eden-good] of you – on you / ;
and – my eye – shall – not – (have) pity – over=on you / , and – I shall – not – spare / ,
that=because / I shall place – your (own) ways – on=upon you / ,
and your (own) abhorrences [=corrupted eden-good] – shall be – in your midst / ,
and you (will) know / that / I – (am) IEUE / ;
Nu is het einde er voor u, ik zal mijn toorn op u afsturen, u oordelen overeenkomstig uw wegen,
en al uw gruweldaden zal ik u vergelden. Ik zal u niet ontzien, ik zal geen medelijden hebben ,
want ik zal u uw wegen vergelden, en uw gruweldaden zullen in uw midden zijn.
Dan zult u weten, dat ik de Heer ben .

“nu is het einde er voor u , want ik stuur mijn toorn op u af en oordeel u overeenkomstig uw wegen ,
en ik plaats al uw gruwelen [=corrupt eden-goed] op u ,
en mijn oog zal geen medelijden met u hebben , en ik zal niet sparen ,
want ik zal u uw (eigen) wegen op u plaatsen , en uw (eigen) gruwelen zullen in uw midden zijn ,
en u zult u weten dat ik IEUE ben ;

 
5-6-7
thus he-says my-Lord ieue evil one evil behold ! coming end he-comes he-comes the·end
he-awakes to·you behold ! coming she-comes the·scurrier to·you one-dwelling-of the·land
he-comes the·era near the·day discomfiture and·not echo-of mountains
Thus saith the Lord GOD; An evil, an only evil, behold, is come.
An end is come, the end is come: it watcheth for thee; behold, it is come.
The morning is come unto thee, O thou that dwellest in the land: the time is come,
the day of trouble [is] near, and not the sounding again of the mountains.
‘watcheth’, H6974 quts ‘awaken’ 23x ;

  • ‘morning’ , H6843 tsephir-ah ‘diadem, crown’ 3x from -tsaphir ‘male goat’ [in Daniel] ;
    ‘crown of stateliness (tzbi) and diadem (tzphir) of beauty” which is “as the head
    of the valley” [ÁNT valley, Thebes] , Is. 28 , but “the stateliness will end as a fading blossom” ;
  • ‘come (unto thee)’, H935 bo ‘to come in, come, to go in, go ; used in wide range ;
    the ‘come to pass’ is acceptable and listed ;
    ‘sounding again’ , H1906 hed ‘cheerful shouting’ 1x ; hedad ‘shouting of victory’ , unclear root ;
  • context : the (inversed) cherub-wheel will BE the diadem ;
    in spite of the somewhat negative term , the diadem is suppósed to be :
    untill now the cherub wheel was “near the ÁNT-valley [Thebes] as diadem of thém” ,
    but Isaiah tells that their diadem will fade – end becomes tob e eden’s land ;
    inhabited + you : the lánd is still afdressed – not some humans or spirits
    (and them spirits are consistently referred to as ‘they’  in this chapter) ,
    so “inhabited” draws back on ‘the wheel’ : compare Isaiah (see index) where the land
    (the wheel) will see her sons and daughters coming from afar again – from this earth ;
    time : also as ‘an event’ , we added it for context ;
  • zin context : het (omgedraaide) cherub-wiel wordt ZELF ‘het diadeem’ :
    hoewel de term ‘diadeem’ wat negatief is, is het de bedoeling dat het land het diadeem
    wórdt ; tot nu toe was ‘het diadeem vlak bij the ÁNT-vallei’ [bij Thebes] ,
    maar Jesaja zegt dat ‘hun diadeem als die bloesem zal verdorren’ ; en eden-land zal worden
    (zie index : ‘en uw zoons en dochters zullen komen van verre’, dat is , van deze aarde) ;
    bewoond + u : nog steeds is hier het land bedoeld – geen mensen of geesten ,
    bovendien worden de GEB-bewoners hier steeds aangeduid als ‘zij’, nooit als ‘u’ ;
    tijd : ook als ‘gebeurtenis’, we voegen het toe voor context ,

“thus / he – myLord – IEUE – says / : the once and for all – evil [rã] / , behold ! / , (is) coming / ;
the end – comes / , the – awakened – end [=after the siege] / (has) come / to=for you / ,
behold / , (it is) coming / ;
(she) – the diadem / (shall) happen to come / (to be) (to=AS) ‘you – the inhabited – land’ / ,
the time [of this event] – (has) come / ,
near / (is) the day (of) / confusion / , and not / (the shouting of joy? of) – the mountains / ;
Zo zegt de Heere HEERE: onheil op onheil ! Zie, het komt eraan.
Een einde is gekomen, het einde is gekomen, het ontwaakt tegen u !
Zie, het komt eraan. De ondergang is over u gekomen, inwoner van het land, de tijd is gekomen,
de dag van verwarring is nabij,  en geen vreugdekreet weerklinkt van de bergen.

“zo zegt (hij,) IEUE de Heer : het ultieme [=’eens en voor altijd’] onheil , zie , het komt ! ,
het einde komt – het wakker geworden eind [=na het beleg] is voor u gekomen ,
zie , het is onderweg ! ;
(zij,) het diadeem zal gaan komen ALS ‘u , het bewoonde land’ ,
de tijd [van deze gebeurtenis] is gekomen ,
de dag van verwarring is nabij – en niet (de vreugdekreet? van) de bergen ;  

 
8-9
now from·near I-shall-pour-out fury-of·me on·you and·I-finish anger-of·me in·you
and·I-judge·you as·ways-of·you and·I-give on·you all-of abhorrences-of·you and·not
she-shall-commiserate eye-of·me and·not I-shall-spare as·ways-of·you on·you I-shall-give
and·abhorrences-of·you in·midst-of·you they-shall-become and·you-know that I ieue one-smiting
Now will I shortly pour out my fury upon thee, and accomplish mine anger upon thee:
and I will judge thee according to thy ways, and will recompense thee for all thine abominations.
And mine eye shall not spare, neither will I have pity:
I will recompense thee according to thy ways and thine abominations [that] are in the midst of thee; and ye shall know that I [am] the LORD that smiteth
‘shortly’ H7138 qarob ‘near [of place or time]’ 77x , but only 4x of time as ‘shortly’,
also the object is lacking [‘time’, ‘day’] here where in previous line there wás ;

  • context : ‘being near’ ; the syntax of “now” + “shortly” is indigestible ; then the ‘near’ must be
    locational here (as opposed to the earth ‘far-away’) ;

“this moment – , from=as (being) near ,  – I shall pour out / my fury / on=upon you / ,
and I (will) end / my anger [=nostril] / in you / ,
and=for I judge you / as=by your ways / by placing / all – your abhorrences [=corrupt eden-good] – on you/;
and – my eye – shall – spare – nothing / ,
and – I shall – not – have mercy – on you – as=over your ways / ,
and=for I shall place – and=as your abhorrences [=corruped eden-life] – to be – in your midst / ,
and you (will) know / that / I / IEUE / (am) the one smiting / ;
Nu zal ik binnenkort mijn grimmigheid over u uitstorten, mijn toorn tegen u ten uitvoer brengen,
ik zal u oordelen overeenkomstig uw wegen, en u al uw gruweldaden zal ik u vergelden.
Ik zal niets ontzien, en geen medelijden hebben, ik zal u overeenkomstig uw wegen vergelden,
en uw gruweldaden zullen in uw midden zijn. Dan zult u weten dat ik, de Heer, het ben die u slaat.

“nu zal ik , dichtbij zijnde , mijn toorn over u uitstorten , en zal mijn woede [=nostril] eindigen in u ,
want ik zal u oordelen overeenkomstig uw wegen ,  +
door uw (eigen) gruwelen [=corrupt eden-goed] op u te plaatsen ;
mijn oog zal niets sparen , en ik zal geen medelijden hebben over uw wegen ,
want ik zal uw gruwelen in uw midden plaatsen ,
en u zult weten dat ik IEUE degene ben die slaat ;

 
10-11
behold ! the·day behold ! coming she-comes-forth the·scurrier he-blossoms the·rod he-buds
the·arrogance the·violence he-rose to·rod-of wickedness not from·them and·not
from·throng-of·them and·not from·clamor-of·them and·not plaint in·them
Behold the day, behold, it is come: the morning is gone forth; the rod hath blossomed, pride hath budded. Violence is risen up into a rod of wickedness: none of them [shall remain], nor of their multitude, nor of any of theirs: neither [shall there be] wailing for them.
‘arrogance’, H2087 zadon ‘to act or speak something without having listened or understood’,
arrogance, presumtuousness, pride’ ; -zuwd ‘to cook, boil ; be arrogant’ ;
‘wailing’, H5089 noah , said as  ‘eminent or waling’, unclear 1x ; – nah-ah ‘lament’ 3x ;
nehiy , same ; 2) nach-ah ‘to guide, lead’ ;

  • context : the blossoming is the end : we had (see index) the chapter about Adam where was said
    “you sowed the plant [=axis] in the eden-morning but in the evening when it blossoms ,
    it will bring great pain” ; here must be afdressed similar (as evil having grown in full) ;
  • zin context : het bloeien is het einde ; we hadden het hoofdstuk (zie index) waar tegen Adam
    werd gezegd “wat u plantte in de eden-morgen zal bloeien in de avond – maar voor veel
    pijn zorgen”, hier moet hetzelfde bedoeld zijn – als ‘het kwaad dat volgroeid is’ ;

“behold ! / , the day / , behold ! / (it has) come / :
the diadem – proceeds / ,
[+because] the staff [=of their bread-construct] – (has) blossomed [=and is therefore doomed] / ,
arrogance – (has been) budding / ;
violence / (has) risen up [on high] / to=as the staff [=bread-construct] of / sin / ;
no(thing) – from them (will be anymore?) / , and not [=neither] – from=as their multitude /  +
and not [=neither] – from=as their clamour / , and – in=over them – (will) not – (be) mourned (?) / ;
Zie, de dag ! Zie, het komt eraan ! De ondergang voltrekt zich, de staf geeft bloesem,
de overmoed staat in bloei. Het geweld is opgerezen tot een staf van goddeloosheid ,
niets blijft er van hen over, niets van hun rumoer, niets van hun geraas en niets van hun praal.

“zie , de dag , zie , het is gekomen :
het diadeem is onderweg ,
(+want) de staf [=als hun brood-construct] heeft gebloeid [=en is daarom gedoemd] ,
arrogantie is opgegroeid ,
geweld is opgerezen [=naar hoge plaats] als de staf [=hun construct] van zonde ;
niets van hen zal er (meer) zijn , noch hun menigte [van GEB-mensen] , noch hun lawaai ,
en er zal niet getreurd worden over hen ;

 
12-13
he-comes the·era he-attained the·day the·one-buying must-not-be he-is-rejoicing
and·the·one-selling must-not-be he-is-mourning that heat to all-of throng-of·her that
the·one-selling to the·sale not he-shall-return and·still in·the·ones-alive life-of·them that
vision for all-of throng-of·her not he-shall-turn-back and·man in·depravity-of·him
life-of·him not they-shall-hold-fast
The time is come, the day draweth near: let not the buyer rejoice, nor the seller mourn:
for wrath [is] upon all the multitude thereof. For the seller shall not return to that which is sold, although they were yet alive: for the vision [is] touching the whole multitude thereof,
[which] shall not return; neither shall any strengthen himself in the iniquity of his life.

  • ‘draweth near’, H5060 naga ‘to touch’ as root ; serpent cluster ;
  • context : the ‘continuously renewed eden-life’ for the Geb-peoples :
    an often used glyph in spells is UHEM , to right, with hebrew-H ;
    factually reading “tob e renewed by hebrew-H” , the house ;
    UHEM ÃNKH MU shows as “the dimension (north). [of]
    (vampiring) ãnkh-life. to be constantly renewed (=by -H).” ;
    the ÃNKH life is vampiring by nature , and here is said that
    their daily renewal – by stolen eden-aspects – is over ;
    renewal : used root ‘again, still, continuency’ ,

rpt
  • zin context : ‘constant vernieuwd eden-leven voor de GEB-mensen :
    de glyph wordt vaak gebruikt in de spells als ‘constante vernieuwing’,
    namelijk door het hebreeuwse-huis-H (als de -H in UHEM)  ;
    daaronder “de dimensie (=hun noorden). [van] ãnkh-leven
    (vampierend leven op eden). constant te vernieuwen.” ;
    Hier wordt gezegd dat dit vampieren voorbij zal zijn ;

“the time [of the event] – (has) come / , the day – approached [=the serpent-way, as ‘touched’] / ,
(it) must not be – (that) the buyer  – is rejoicing / ,
and – (it) must not be – (that) the seller – is mourning / ,
that=because / the burning anger / (is) on=upon / all her multitude [=GEB-peoples] / :
that=because / the seller / shall – not – return to [w-course] – the sold thing [=eden-aspects] / ,
and=for to renew – the [eden-] life – in=to (be) the ones alive [eden-life] / ,
that=because / the (dream-) vision / shall turn  – for=upon – all – her multitude [=of Geb-people] / ,
and – man – shall – not – strengthen (anymore) – his (captured) [eden-] life / , (which is) in=ás his depravity/;
De tijd is gekomen, de dag is genaderd. Laat de koper niet blij zijn, en laat de verkoper
geen rouw bedrijven, want een brandende toorn ligt op heel de menigte van het land.
Ja, de verkoper zal naar het verkochte niet terugkeren, ook al zouden ze beiden nog in leven zijn,
want het visioen over heel de menigte van het land zal niet herroepen worden ,
en vanwege zijn ongerechtigheid zal niemand zijn leven behouden .

“de tijd [van de gebeurtenis] is gekomen , de dag is genaderd [=serpent-manier, ‘aangeraakt’] ,
het moet niet zijn dat de koper blij is , en het moet niet zijn dat de verkoper rouwt ,
want de brandende toorn ligt op heel haar menigte [=van GEB-mensen] ;
want de verkoper zal niet terugkeren naar het verkochte [=eden aspecten] ,
om het [eden-] leven te vernieuwen om (zo) de levenden te zijn [=uit eden-leven] ,
want het (droom-) visioen zal terugkeren op heel haar [=Geb’s] menigte ,
en niemand zal (meer) zijn [gestolen] [eden-] leven sterken , wat de ongerechtigheid is ;

 
14-15
they-blow in·the·blowing-trumpet and·to-prepare-of the·all and·there-is-no one-going
to·the·battle that heat-of·me to all-of throng-of·her the·sword in·the·outside and·the·plague
and·the·famine from·inside who in·the·field in·the·sword he-shall-die and·who in·the·city
famine and·plague he-shall-devour·him
They have blown the trumpet, even to make all ready; but none goeth to the battle:
for my wrath [is] upon all the multitude thereof. The sword [is] without, and the pestilence
and the famine within: he that [is] in the field shall die with the sword; and he that [is] in the city, famine and pestilence shall devour him.
“they [=GEB-peoples] blow / (in=as) the trumpet / and=for to prepare / everything / ,
and=but there-is-no / one going / to the battle / ,
that=because / my burning anger / (is) to=against / all / her [=GEB’s] multitude / :
the sword / (being) outside [=dimensional region] / and the plague / and famine / from=as inside / ;
who (are) / in the field / shall die – in=by the sword / ,
and who (are) / in the city / shall (be) devoured – (by) famine – and plague / ;
Zij hebben op de trompet geblazen, zij hebben alles gereedgemaakt, maar niemand trekt
ten strijde, want mijn brandende toorn is over heel de menigte van het land.
Het zwaard buiten, de pest en de honger binnen : wie op het veld is, zal door het zwaard sterven,
de honger en de pest zullen verteren wie in de stad is .

“zij [=GEB-mensen] blazen de trompet om alles gereed te maken , maar niemand trekt ten strijde, want mijn brandende toorn is over heel de menigte van het land [=GEB] ;
het zwaard is buiten [=dimensionele regio] , en de pest en de honger binnen :
wie op het veld zijn , zullen door het zwaard sterven ,
en wie in de stad zijn zullen verteerd worden door honger en de pest ;

 
16-17-18
and·they-are-delivered delivered-ones-of·them and·they-become to the·mountains
as·doves-of the·ravines all-of·them ones-clamoring man in·depravity-of·him all-of the·hands
they-shall-slacken and·all-of knees they-shall-go waters and·they-gird sackcloths and·she-covers
them shuddering and·to all-of faces shame and·in·all-of heads-of·them baldness
But they that escape of them shall escape, and shall be on the mountains like doves of the valleys,
all of them mourning, every one for his iniquity. All hands shall be feeble, and all knees shall be
weak [as] water. They shall also gird [themselves] with sackcloth, and horror shall cover them;
and shame [shall be] upon all faces, and baldness upon all their heads.

  • context : likely a group of rescued GEB peoples ;
    though we had in another chapter ‘the 144k sons mourning upon the ridges’ ,
    the whole context seems to be to negative here to be dealing with thém ;
    also the ‘sackcloth’ and ‘not being under a power’ must show it are GEB-people ;
    (also, these are deluded adamit-souls ; is it impossible that a number of them is rescued..?)
  • zin context : waarschijnlijk een geredde groep GEB-mensen ;
    we hadden vergelijkbaar met “de 144, die rouwend op de heuvelrug zullen zitten” ,
    zie index – maar hier zijn de attributen erg negatief , als “rouwgewaad” en het
    niet staan onder een macht ;
    (bovendien , het zijn verdwaalde adam-zielen ; zou een groep redden niet kunnen..?)

“and=but delivered ones – escape [=likely a group of saved GEB-peoples] / ,
and they (will) be – on=upon – the mountains – as doves of – the valley [=ÁNT-valley, Thebes] / ,
every – man / troubled / in=by his depravity / ;
all / hands / shall be weak / and all / knees / shall go / (as) water / ;
and they gird (themselves) / (with) sackcloth / ,
and – trembling – covers – them / , and – shame [=inverse w-course] – (will be) on – all / faces / ,
and – baldness – in=upon all – their heads [=not being under a power] / ;
En wie van hen ontkomen, zullen wel ontkomen, maar zullen op de bergen zijn
als duiven uit de dalen. Zij allen kermen, ieder om zijn ongerechtigheid.
Alle handen zullen slap worden, en water loopt langs alle knieën. Zij zullen zich omgorden
met rouwgewaden, huiver zal hen bedekken, schaamte zal op alle gezichten zijn ,
en kaalheid op al hun hoofden .

“maar die bevrijd worden , ontkomen [=waarschijnlijk een groep van geredde GEB-mensen] ,
en zullen op de bergen zijn als duiven uit het dal [=ÁNT-dal , Thebes] ,
ieder in de war vanwege zijn ongerechtigheid ;
alle handen zullen slap worden , en alle knieën zullen als water worden ,
en zij omgorden zich met rouwgewaden , trillen zal hen bedekken ,  +
en schaamte zal op alle gezichten zijn ,
en kaalheid op al hun hoofden [=niet onder een macht staand] ;

 
19
terug naar de situatie in GEB :
silver-of·them in·the·streets they-shall-fling and·gold-of·them to·isolation he-shall-become
silver-of·them and·gold-of·them not he-shall-be-able to·to-rescue-of·them in·day-of
rage-of ieue soul-of·them not they-shall-satisfy and·bowels-of·them not they-shall-fill
that stumbling-block-of depravity-of·them he-becomes
They shall cast their silver in the streets, and their gold shall be removed: their silver and their
gold shall not be able to deliver them in the day of the wrath of the LORD: they shall not satisfy
their souls, neither fill their bowels: because it is the stumblingblock of their iniquity.
‘wrath’ , H5678 ebr-ah ‘fury etc’, related to ‘cross over dimensionally’ ;

  • context : back to the situation in GEB :      
    silver and gold : as stolen aspects from eden , glyph NUB ,
    compare ‘and the gold of eden was good’ ; stolen aspects for physicality ;
    and glyph SHEBT H’ETCH “food of silver” (as ‘white’) ;
    adamite-souls : showing that these are the Canaan/Egyptian type adamite-souls ,
    hence the saved group in previous line ;
  • zin context : zilver en goud : als gestolen van eden , voor aspecten van lichamelijkheid ,
    vergelijk SHEBT H’ETCH , “voedsel van zilver” (als ‘wit’) ;
    adam-zielen : deze GEB-mensen zijn Canaan-Egyptische adam-zielen ,
    vandaar de geredde groep in vorige zin ;

“they [=GEB-peoples] shall fling – their silver – in the streets / and their gold – shall be impure / :
it shall – not – be able – (to=for) to rescue them / in the day of / the fury crossing-over of / IEUE / ,
they shall – not – satisfy – their adamite-soul (with it) / and – shall – not – fill – their belly / ,
that=because / it is – the stumblingblock of – their depravity / ;
Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinheid zijn .
Hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen redden op de dag van de verbolgenheid van de Heer.
Hun ziel zullen zij er niet mee verzadigen , en hun ingewanden zullen zij er niet mee vullen,
want het is voor hen een struikelblok van ongerechtigheid geweest .

“zij [=GEB-mensen] zullen hun zilver in de straten werpen , en hun goud zal vuiligheid zijn :
het zal hen niet kunnen redden op de dag van de woede [die oversteekt naar dimensie] van IEUE ;
zij zullen hun [Canaan-] adam-ziel (er) niet (mee) verzadigen ,  +
en hun ingewanden zullen zij (er) niet (mee) vullen ,
want het is voor hen het struikelblok van hun verdorvenheid ;

 
20-21-22
and·stateliness-of ornament-of·him for·pomp he-placed·him and·images-of abhorrences-of·them
they-madedo in·him on·so I-give·him to·them to·impurity and·I-give·him in·hand-of
the·alien-ones for·plunder and·to·wicked-ones-of the·earth for·loot and·they-profane·her/him
and·I-turn-about faces-of·me from·them and·they-profane
one-being-secluded-of·me and·they-enter in·her burglars and·they-profane·her
As for the beauty of his ornament, he set it in majesty: but they made the images of their abominations [and] of their detestable things therein: therefore have I set it far from them.
And I will give it into the hands of the strangers for a prey, and to the wicked of the earth for a spoil; and they shall pollute it. My face will I turn also from them, and they shall pollute my secret [place]: for the robbers shall enter into it, and defile it

  • ‘ornament’, H5716 adi ‘ornament’ 13x ;
  • ‘secret place’ , H6845 tsaphan ‘to hide, to store’ 31x ; -tsaphown ‘north’ , tsaph-ah ‘keep watch’ ,
    tsepha ‘viper, adder’ 5x ; tsephua ‘dung’ 1x [Ez.4] ;
  • context : ‘secret place north’ ; we don’t know yet ;
    ornament : the land as cherub wheel ,
  • zin context : ‘verborgen plaats in het noorden’  – we weten het nog niet ;
    sieraad : als het cherub-wiel land ,

“and=for – he [=Adam] placed – the stateliness of – his ornament – for=as the pomp [=false garden] (!) / ,
and – they made – their – abhorrent [=corrupted eden-good] – images / in it / ,
on-so=therefore / I place it / to=as impurity – to them / ;
and I give it / in the hand of / the alien ones [=Thoth’s army?] / for plunder / ,
and to the sinners of / the land / for loot / , and they defile it / ;
and I (will) turn= / my face / (away) from them / and they (will) profane / my (hidden place north?) / ,
and – the burglars [‘invaders’] – enter – into her / and they defile her / ;
De pracht van Zijn sieraad heeft hij tot glorie gesteld, maar zij hebben er beelden van hun
gruweldaden en van hun afschuwelijke afgoden van gemaakt .
Daarom heb ik dat voor hen tot onreinheid gemaakt. Ik zal het als prooi in de hand van
vreemden geven, en als buit aan de goddelozen van de aarde, zodat zij het ontheiligen zullen.
Ik zal mijn aangezicht van hen afwenden, en zij zullen mijn verborgen plaats ontheiligen :
gewelddadigen zullen er binnenkomen en die ontheiligen .

“want hij [=Adam] heeft de pracht van zijn sieraad gesteld als de glorie [=valse tuin] (!) ,
en zij hebben hun afschuwen [=corrupt eden-leven] erin gemaakt ,
daarom maak ik het voor hen als onreinheid ;
en ik zal het in de hand van vreemden geven [=Thoth en zijn leger?] ,
en aan de zondaars van het land als buit , en zij ontheiligen het ;
ik zal mijn aangezicht van hen afwenden , en zij zullen mijn (verborgen plaats?) ontheiligen ,
en de rovers [‘inbrekers’] komen er binnen en ontheiligen haar ;

 
23-24-25
weer geadresseerd aan GEB :
makedo-you ! the·chain that the·land she-is-full judgment-of bloods and·the·city she-is-full
violence and·I-bring evil-ones-of nations and·they-tenant houses-of·them and·I-eradicate
pomp-of strong-ones and·they-are-profaned ones-hallowed-of·them snapping he-comes
and·they-seek peace and·there-is-no
Make a chain: for the land is full of bloody crimes, and the city is full of violence.
Wherefore I will bring the worst of the heathen, and they shall possess their houses:
I will also make the pomp of the strong to cease; and their holy places shall be defiled.
Destruction cometh; and they shall seek peace, and [there shall be] none.

  • ‘chain’ , H7569 rattoq ‘chain’ 1x ; 7576 rathaq ‘to be bound’ by context 1x ;
    “all the great ones [matrix] are bound in chains” Nahum 3 ; -rethuq-ah ‘chain’ 1x ;
    rattiq-ah ‘chain’ 1x ; reuth ‘will; strive, vexation’ several ;
    reuth ‘another (feminine)’ ; rthuq-ah ‘chain’ 1x ; Akk. rãtu
    ‘waterchannel, pipe, mold’, retu ‘to erect, to fix [upright],
    drive in, a designation of grain’, rîtu ‘herb, grass, plant, bread,
    loaf’, rittu ‘hand, fist’ ;

rpt
  • ‘destruction’, H7089 qephad-ah ‘anguish, destruction’ 1x ;
    7088 -qaphad ‘to contract, to roll together’ 1x ; 7090 qippod
    ‘hedgehog, from rolling together’ 3x ; [other SA sigil ?] ; qapha
    ‘to thicken, to congeal [as butter]’4x ; qoph ‘ape’ 2x ; glyph GFN ;
    Akk.  no match [for ‘chain’] , but ‘ape’ is ‘uqûpu’ ; Akk. qâpu
    ‘to desintegrate, dissappear, fall down, become loose’,

sacredtexts.com
  • context : addressed to GEB again :
    chain (ÁNTT) : said as ‘the chain fettering Ãpep to the earth’ ,
    but meaning ofcourse ‘the cherub-wheel to théir land’ ,
    compare again the Sumerian pic where them gods hold the chain ;
    to right the chain in book of gates X – we can read it but give us time ;

“make [to work] / the chain [=see Sumerian pic] / ,
that=because / the land / (will be) full (of) / blood – judgment / , and the city / full (of) / violence / ;
and=for I bring / the evil ones of / the nations [=of spirits] / and they seize / their houses / ,
and I make to cease (shbth) / the pomp [=false garden] of / the strong one(s) [=bone, as goat’s-horn-axis?]/,
and – their sacred places  – (will be) defiled / :
the snapping [=of the chain] / (has) come / ,
and they seek / [eden-] peace / but there-is-no [peace] / ;
Leg de ketting klaar, want het land is vol bloedgerichten, en de stad vol geweld .
Ik zal de boosaardigste heidenvolken doen komen, en zij zullen de huizen in bezit nemen.
Ik zal de trots van de machtigen doen ophouden, en zij die hen heiligen, zullen ontheiligd worden.
Angst overvalt hen. Zij zullen vrede zoeken, maar die zal er niet zijn .

“maak de ketting werkend [=zie Sumerische afbeelding] ,
want het land [=GEB] zal vol bloedgerichten zijn , en de stad vol geweld ;
ik breng de boosaardigste volken [=van geesten] , en zij zullen hun huizen veroveren ,
ik doe de pracht [=valse tuin] ophouden van de sterke(n) [=bot, als geit-hoorn-as?] ,
en hun heilige plaatsen zullen verontreinigd worden :
het breken [=van de ketting] is gekomen ,
en zij zullen [eden-] vrede zoeken , maar er-is-geen [+eden-vrede] ;

 
26-27
woe on woe she-is-coming and·report to report she-is-becoming and·they-seek vision
from·prophet and·law she-shall-perish from·priest and·counsel from·old-ones the·king
he-shall-mourn and·prince he-shall-be-clothed desolation and·hands-of people-of the·land
they-shall-be-flustered from·way-of·them I-shall-do with·them and·in·judgments-of·them
I-shall-judge·them and·they-know that I ieue
Mischief shall come upon mischief, and rumour shall be upon rumour; then shall they seek
a vision of the prophet; but the law shall perish from the priest, and counsel from the ancients.
The king shall mourn, and the prince shall be clothed with desolation, and the hands of the
people of the land shall be troubled: I will do unto them after their way,
and according to their deserts will I judge them; and they shall know that I [am] the LORD.
“woe / on=upon / woe / is coming / , and=as [=when?]  – report – to=after – report – will be / ;
and they [=GEB-people] seek / a vision / from / the prophet / ,  +
and=but / the instruction [‘law’] / shall perish / from the priest [=the GEB-priests as ‘the seers’] / ,
and the counsel / from the old ones / ;
the king / shall mourn / and the prince / shall be clothed / (in) desolation [=no-name] / ,
and the hands of / the people of / the land / shall be anxious / ;
I shall do – with them – from=after their (own) way / ,
and=for – I shall judge them – in=after their (own) judgments / : and they know / that / I (am) – IEUE
Ramp op ramp zal er komen , gerucht op gerucht zal er zijn .
Zij zullen bij een profeet een visioen zoeken, bij de priester zal de wet verdwijnen,
raad bij de oudsten. De koning zal rouw bedrijven, de vorst zal zich in wanhoop hullen,
en de handen van de bevolking van het land zullen verlamd zijn van schrik .
Ik zal met hen doen overeenkomstig hun eigen weg, en volgens hun eigen bepalingen
zal ik hen oordelen. Dan zullen zij weten dat ik de Heer ben .

“er komt ramp op ramp , en [=wanneer?] report na report komt ;
en zij [=GEB-mensen] zullen een visioen zoeken door een profeet ,
maar de instructies [‘wet’] zal verdwijnen van de priester [=GEB priesters als ‘de zieners’] ,  +
en de raad bij de oudsten ;
de koning zal rouw bedrijven , en de prins zal zich in desolatie [=geen-naam] hullen ,
en de handen van de bevolking van het land zullen verlamd zijn van schrik ;
Ik zal met hen doen overeenkomstig hun (eigen) weg ,
en volgens hun eigen oordelen zal ik hen oordelen :
en zij zullen weten dat ik IEUE ben .

 


 

05.07.19   —    submitted   —   first version   —   hetreport