De gebruikte symboliek in de Schrift over de andere Werkelijkheid —
en Adam als een steeds terugkerend thema in de Profeten

 
 

Het verstaan van de symboliek in de Schrift

Symboliek bestaat omdat onze ziel nog steeds verbonden is met de andere Werkelijkheid .
In de andere Werkelijkheid bestaan begrippen als land , natuur , zee en berg natuurlijk ook ;
en door het verbinden van onze ziel mét dezelfde begrippen (analogieën) ook bestaand op deze
aarde , kan de Adam-ziel bepaalde zaken in de andere Werkelijkheid bevestigen of annuleren .
Ook “menselijke handelingen” hebben symbolische waarde , zoals we zullen zien bij Abraham .

In de Schrift komt daar nog een belangrijk aspect bij : de namen van personen of objecten ,
omdat de gebruikte namen aanduiden wélk aspect de bepaalde gebeurtenis representeert ;
en ook aangeeft of de persoon of het begrip behoort bij God’s Werkelijkheid of die van de Boze .
Wij kunnen aan de hand van beschrijvingen over bijvoorbeeld Cain en Jesaja wel zien dat de eerste
slecht was en de laatste goed ; maar ook begrippen als “ochtend” en “steen” kunnen ofwel bij
God’s Werkelijkheid horen , danwel van de Boze zijn — want de (Hebreeuwse) wortel van het
gebruikte woord maakt de context duidelijk .

 

1) Geografie : landen en steden

Analoog aan de situatie in de andere Werkelijkheid , legt God als het ware een “geografische kaart”
daarvan over een gedeelte van het oude Midden-Oosten: het land oud-Israël vertegenwoordigt Eden;
dan zijn er plaatsen als Tyrus en Sidon (Libanon) en het eiland Kittim ten noorden van het land ;
het gebied van Damascus en Assyrië in het noord-oosten , enzovoort (veel later deed Plato hetzelfde ,
en ook de Vedische Mahabharata kent dit gebruik) .

Zonder uitzondering worden al deze gebieden in Profetie ook aangesproken als waren ze personages :
ze zijn alle vijandig , en er wordt beschreven wát hun zonden zijn . Tyrus wordt bijvoorbeeld genoemd
als “de zichzelf verrijkende handelsstad” ; en dat mag best waar zijn geweest in een ver verleden ,
maar op het moment van schrijven was de macht van Tyrus al wanende . Vreemder is dat er
een onevenredig groot aantal hoofdstukken wordt gebruikt voor de Tirades tegen deze stad ,
met welke het volk oud-Israël niet eens in oorlog is geweest , ook niet via een handelsoorlog .
Maar het wordt duidelijk dat God “een ander soort Tyrus” bedoelt — dus niet alleen maar het
letterlijke stadje aan de Middellandse Zee — wanneer Hij bizarre begrippen gebruikt, door haar ervan
te beschuldigen dat ze de “grote pot is welke de originele lichamen van de zielen-uit-Adam kookt” (hR);
want dat zijn de praktijken van Tyrus, en die uitspraak slaat alleen ergens op wanneer U zult gaan
begrijpen hoe onze ziel in dit huidige lichaam van ons terecht is gekomen .

In een ander hoofdstuk beschuldigt Hij Tyrus van het handelen “in zielen-uit-Adam , in edelstenen
en in dure stoffen” (hR) ; dit handelen in zielen kennen we ook van Mystery Babylon . Omdat de dure
stoffen en edelstenen in dezelfde zin staan als “zielen” bepaalt de cóntext van deze zin dat zowel de
zielen als de edelstenen en dure stoffen aspecten van het land Eden zijn , waar Tyrus in handelt .
De Schrift maakt gebruik van analogieën om begrippen uit te drukken : de dure stoffen representeren
“aspecten van Adam en Eva’s soort lichaam , per Genesis” ; en de edelstenen vertegenwoordigen
“de verschillende kwaliteiten van het dimensionale Licht van Eden” (ongeveer zoals ons zonlicht
tegelijkertijd ook bestaat als warmte en lichtgolven) . De objecten van de andere Werkelijkheid duiden
is vaak lastig , en we laten ze nu ook voor wat ze zijn — maar we noemden ze om U een idee te geven
wáar Tyrus nou eigenlijk in handelt , en waarom dat zo’n grote woede bij God opwekt .

Nu het op z’n minst verdedigbaar is dat Hij een ánder Tyrus bedoelt dan de kuststad aan de zee,
moeten wij bepaalde conclusies durven trekken — bijna tegen ons eigen verstand in :
wat God hier vertelt over Zijn Werkelijkheid is dat “in het Noorden van dit tussengebied een stad is”
(sic) , welke “op een illegale manier handelt in goederen welke uit het land Eden in het zuiden komen”.

We moeten nu niet de Fout maken om onmiddellijk te denken “nou ; telescopen hebben nog nooit
iets gezien” of “dat kan helemaal niet volgens de natuurwetten”, want dan proberen we de andere
Werkelijkheid weer in die van óns te trekken .
Het verstand heeft moeite met dit soort concepten : niet de ziel — die kan zich dit prima voorstellen !

Een ander voorbeeld is het land “Assyrië”, over welke de Geest van God (vrouwelijk !) in de Schrift
verdrietig klaagt “hoe de Assyriër onze mooie citadellen heeft ingenomen en afgebroken” (hR) ;
waar in dit hoofdstuk de context van deze zin gaat over het verdonkerde land Eden .
We begrijpen hier dat God’s land dus ook “citadellen” heeft : en omdat een stad als Tyrus ook een
land nodig heeft om zich op te kunnen plaatsen , en omdat die beiden van dezelfde slechte club zijn ,
is de context nu zover “dat er een vijandig land ten noorden van God’s Eden land is , en de laatste
zelfs beheerst (“heeft ingenomen”) ; en dat dit vijandige land een stad heeft welke illegaal handelt
in aspecten van Eden , en nog een moeilijk concept betreffende een kookpot” .

Natuurlijk zijn genoemde voorbeelden alleen niet genoeg om de gestelde situatie te onderbouwen ,
maar daarom heeft Hij ook zoveel Profeten nodig gehad om de situatie verder te omschrijven !
Een ander hoofdstuk noemt “Gog”, wat niets te maken heeft met ons Rusland , maar een vijandig
construct is “in het noorden” welke “zal vallen op het veld (eronder)” ; en door op deze manier de
consistente Schrift te lezen , kunnen we stap voor stap die andere Werkelijkheid in kaart brengen .
Klinkt de oproep aan ons “om uit te gaan naar het verdonkerde land Eden” niet nog maar half zo
vreemd als het deed op de vorige pagina ….?

In dit verband is het belangrijk te noemen dat de grondtekst geen aparte woorden heeft voor “land”
en “de aarde (welke wij begrijpen als onze planeet)” : het oud-Hebreeuws gebruikt maar éen term
voor “land” (-artz) , en alweer bepaalt de context van het hoofdstuk wélk land de tekst bedoelt .
Wij moeten dus erg voorzichtig lezen , vooral wanneer het woord gebruikt wordt in Profetie ;
want er zijn veel hoofdstukken welke beginnen met de letterlijke situatie van oud-Israël —
maar halverwege het hoofdstuk is er een “omslagpunt” en wordt weer gesproken over die
andere Werkelijkheid , met die genoemde situatie nu als achtergrond .
Het onderwerp “land” heeft natuurlijk ook grote gevolgen voor de context van Genesis 1 .

Hetzelfde geldt voor het begrip “Jeruzalem” : dat wordt niet alleen maar gebruikt voor de letterlijke
stad Jeruzalem ; maar afhankelijk van de context ook als “deze Aarde , door haar gerepresenteerd”,
en zelfs als “het Jeruzalem van het land Eden” — en dit bewijst het boek Zacharia , waar de term
“Jeruzalem in Jeruzalem” wordt gebruikt .
Ook het begrip “de berg Tsiun” heeft niet te maken met deze aarde, maar is God’s berg welke
het land Eden “draagt” in de andere Werkelijkheid . Vermenging en verdraaiing van deze begrippen
vanwege verkeerde verstandelijke aannames (zie Introductie) zorgt voor een bepaald fanatisme bij
een grote groep gelovigen over een bepaalde zaak welke niets met God te maken heeft .

 

2) Natuur , natuurverschijnselen en objecten

Deze categorie is moeilijk en bijzonder uitgebreid , omdat deze aspecten onderdeel zijn van een land .
Wanneer we bij het voorbeeld van Tyrus blijven , zijn “haar straten van klei vermengd met goud” ;
waar “klei” op zichzelf al “een vermenging van dimensies” betekent , met de kleur van “troebelheid” :
het land in het noorden heeft immers Eden bezet , en bevindt zich dus kortbij haar invloedssfeer .
Het “goud” in die zin staat voor aspecten van Eden , vergelijk de zin “en het goud in Eden was goed” .
Een hoofdstuk handelend over de vernietiging van Tyrus stelt “dat het land zal smelten” ,
gebruikmakend van hetzelfde begrip en dezelfde aspecten – namelijk zoals klei oplost in water .

Ezechiel wordt gevraagd de situatie uit te beelden hoe de vijandige regio tussen God en deze Aarde
(lees : ons) in is gaan staan : hij legt een tegel op de grond en schrijft daarop “Jeruzalem” , deze tegel
nu de planeet Aarde representerend ; en vervolgens moet hij een ijzeren pot tussen hemzelf en de
Aarde neerzetten . Die ijzeren pot is Negatief — we zagen al de kook-pot bij Tyrus , en ook het begrip
“ijzer” zelf wordt consistent gebruikt voor het attribuut van de gevallen engelen .
De lijst van mogelijke objecten is eindeloos , maar deze voorbeelden mogen het punt maken .

 

2b) “constructen”

Wij kunnen ons voorstellen dat een begrip als “de zee” symbolisch “een dimensie” betekent , maar
het begrip “constructen” is moeilijker voor ons omdat wij leven in een puur mechanische wereld .
Deze mechanische werkelijkheid van ons is een gesloten systeem ; en hoewel wij heel trots
en vooral “wetenschappelijk” verklaren dat het geregeerd wordt door iets als “natuurwetten” ,
vergeten we dat die wetten van buitenaf komen , om dit gesloten systeem te onderhouden:
de gebeurtenissen in Openbaring beschrijven wat er gebeurt wanneer die wetten gaan vervállen .
Stelt U zich dan een dimensie voor “waar nog niets is” : in het boek Job bijvoorbeeld zegt God
“Ik maakte een poort in het zuiden en een poort in het noorden – en Eden tussen beiden in” (hR);
het begrip “poort” is dan een soort “construct om een aspect van de andere Werkelijkheid te kunnen
laten bestaan”.

Er is dus “een poort ten noorden van Eden” : de profeet Ezechiel wordt opgenomen naar de top van
de berg Tsiun , waar de Tempel staat — dat is dus in de andere Werkelijkheid ; en hem wordt gevraagd
om “richting het noorden te zien” , waar hij “een poort ziet , met daarin het beeld van jaloersheid”
en bovendien nog “een muur met allemaal vieze insecten” .
Dit is de zoveelste omschrijving hoe de vijand zich ten noorden van het land Eden heeft genesteld ,
en hier wordt ook de réden gegeven hoe hij dat heeft kunnen doen : door die poort bezet te houden .
Daarom is de oproep “Wie (van jullie) sluit de deur [van de dimensionale poort] ?” (hR) deel van de Rode Draad in de
oproep aan ons om terug te keren naar Eden .

Op dezelfde manier zijn er nog tientallen van dit soort “constructen”, zoals de vuurkolom boven de
oude Tabernakel ; de Tabernakel zélf ; de Jordaan en Jordaanvallei ; woestijnen en bomen , etcetera .
Veel van dezen kunnen door de lezer al wel geplaatst worden wanneer onthouden wordt dat het
land Eden overheerst wordt door hun vijandig gebied , zoals hierboven weergegeven .

 

3) Namen en titels van persoonlijke vijanden

Zoals God zielen-uit-Adam gebruikt , geldt hetzelfde concept ook voor de vijand :
natuurlijk was Nebukadnezar als “de koning van Babylon” een menselijke vijand van het volk oud-Israël,
en dan met name van het zuidelijke rijk Judah . Maar zoals eerder genoemd “switcht” de tekst constant
heen en weer tussen het beschrijven van de menselijke persoon en titel “koning van Babylon” naar het
beschrijven van de gevallen engel welke deze zelfde titel is toebedeeld ; en alweer bepaalt de context
van het hoofdstuk of het daar handelt over de menselijke persoon of de gevallen aartsengel .
Een aantal genoemde aspecten van deze koning kunnen onmogelijk op de mens Nebukadnezar slaan :
daar zijn de gebruikte attributen simpelweg te groots voor (vergelijk de omschrijvingen van Tyrus) .

De wortel van de naam Nebukadnezar is (-Nebu) , als een andere naam van de Egyptische god Thoth
(zie Introductie) ; als alweer een indicatie dat een aantal termen transcendent worden gebruikt .
We kennen het vers “ga uit van haar Mijn volk !” waar het begrip Babylon staat voor “deze wereld” ;
maar de Schrift noemt ook de plaats Mystery Babylon , als een vijandig gebied ten noorden van Eden ;
en de context bepaalt nu dat dit Mystery Babylon het hoofdkwartier is van de gevallen aartsengel .
Dat deze vijandige stad “dronken is van het bloed van de heiligen” slaat op dezelfde soort praktijken
als waar Tyrus van beschuldigd werd ; en ook het verband tussen beide Babylons wordt nu duidelijk :
namelijk dat deze Aarde wordt geregeerd door hun hoofdkwartier in de andere Werkelijkheid !

 

4) Adam en titels

Het onderwerp “Adam” is een apart verhaal : hij is een bijna doorlopend onderwerp in de Profeten ,
maar praktisch onherkenbaar vanwege de voor hem gebruikte neutrale titels . Alleen in combinatie
met de grondtekst wordt duidelijk dat met deze titels Adam bedoeld wordt .
Het mag lijken alsof hij van het toneel verdwenen is na het boek Genesis , maar niets is minder waar :
God geeft bepaalde tekstuele aanwijzingen voor de lezer om de Rode Draad te kunnen herkennen —
door middel van een bepaald woordgebruik of herhaling zegt Hij eigenlijk “let op : dit stuk goed lezen !”.
Anders dan bij andere profeten wordt Ezechiel steeds aangesproken met “zoon van de adam-man” ;
het woord voor “man” hier als (-adm) , niet het standaard woord voor “man” (-ish) . Huidige vertalingen
hebben belangrijke verschillen als deze genegeerd en van iedere (-adm) gewoon “de man” gemaakt ;
maar op die manier lezen wij automatisch over die waarschuwing “let op !” heen .
Net als het geval met de titel “koning van Babylon” wordt de titel “zoon van de adam-man” gebruikt
voor Ezechiel om zo aan ons aan te geven dat ook deze titel een overstijgend aspect inhoudt :
en het boek Ezechiel bevat dus ook hoofdstukken welke handelen over Adam .

Een andere manier welke God gebruikt is “juxtapositie”, als het naast elkaar plaatsen van zaken of
personen om daarmee een effect te bereiken ; daardoor wordt duidelijk dat in de context van een
bepaald hoofdstuk een gebruikte term als het neutrale “prins” daar slaat op Adam .
Waarom God “niet wat duidelijker” kon zijn , moet direct gerelateerd zijn aan het concept dat wij
als zielen door middel van actief begrijpen de Facto de weg naar Eden weer moeten vinden ;
en een gedeeltelijk antwoord mag zijn dat de 144,000 Adam zullen gaan ontmoeten .
Veel hoofdstukken zijn zo zorgvuldig “gecomponeerd” wat betreft juxtapositie en woordgebruik ,
dat wanneer de lezer begrepen heeft welk onderwerp bedoeld is , een dergelijk hoofdstuk vaak
bijna ontroerend eindigt met een zin als “Zijn Mijn woorden niet prachtig..?” (hR) ;
of zelfs de belofte “wie Mijn woorden leest en ze begrijpt , hem zal Ik ondersteunen” (hR) .

Adam en Eva zijn meegenomen naar het vijandelijk gebied ten noorden van het nu verdonkerde
land Eden , waar ze apart van elkaar verblijven : Eva in een “opgesloten omgeving” (om de term
gevangenis te vermijden) , en de Schrift vertelt niets meer van haar behalve dat zij ten tijde van
Openbaring “tevoorschijn zal komen” (hR) ; hier niet de gewone term “vrouw” gebruikend ,
maar hier exclusief het woord voor Eva .

Adam is een ander verhaal : ondanks dat we éen tekstueel probleem hebben (zie volgende sectie) ,
lezen we in de Profeten dat hij op een bepaalde manier “behekst is geworden” door de gevallen
engelen en werkt nu voor hen , en tegen Eden (en ons !) . De Schrift vertelt over de plaats waar hij
verblijft , en dat hij als een soort hovenier daar “takken en stengels van de verkeerde soort planten
met elkaar verbindt” (hR) , daarmee de vermenging van Eden en hun Dualistische dimensie makend
en in stand houdend (vergelijk hoe Jakob ditzelfde zal gaan doen !, zie volgende pagina) ;
maar “wat u in de morgen geplant heeft en is gegroeid , zal in de avond vernietiging brengen” (hR) ,
de avond hier doelend op Openbaring .
Een ander hoofdstuk beschrijft hoe Adam “de adviseur is van de Koning van Babylon” (hR) , de laatste
hier als gevallen aartsengel ; en hoe “Adam een illegaal convenant heeft gemaakt mét de Koning” (hR) ,
wat begrepen mag worden in verband met het behekst zijn en voor hen werken .

Niemand kan hem stoppen — tenzij de 144,000 christenen (zie DroomGezicht) hebben begrepen dat
het donkere land Eden wacht op hun terugkeer . De Schrift vertelt hoe na hun opname ieder van deze
groep “zich zal omwikkelen met een vuur” (hR) , en dat de groep “Adam zal zien , en zij zullen zich
hogelijk verbazen” (hR) : maar tegelijkertijd ook dat “Adam niet in het minst onder de indruk
zal zijn van hen” (hR) , betekenend dat hij net zoveel kracht heeft als de 144,000 samen (!) .
Toch is dit de bedoelde manier , omdat de 144,000 hetzelfde aantal Attributen hebben teruggebracht ,
welke Adam bij de val van Eden is verloren .
Op dat moment zal God Zelf ingrijpen , en staat er “maar die dag zal Adam zijn Schepper zien” (hR) ,
hier is weer het woord (-adm) gebruikt ; en Adam “zal worden meegenomen naar een plaats” (hR)
waarna de omschrijving zegt dat hij zal sterven . Daarna “zal Adam , nog vóor de 144,000 uit ,
door de poort (naar Eden) gaan” (hR) , en de beschrijving van gebeurtenissen stopt op dit punt .

Ook in hiëroglyfen welke we op deze site slechts als ondersteuning gebruiken komt Adam vaak voor ;
en de pre-Hindu Rg-Veda is zelfs nog duidelijker : in boek X wordt het gesprek tussen Yami en Yama
weergegeven (als Eva en Adam) , waarin Yami Yama smeekt om naar haar toe te komen ,
maar hij antwoordt haar dat hij dat niet doet “omdat de goden gezegd hebben dat u slecht bent” (hR) ;
vergelijk de beheksing waar hij onder zit . Yami noemt hem daarna “slappeling” , en mijmert in zichzelf
“hoezeer zij beiden een zoon nodig hebben” — wat wij (van hR) begrijpen als een hint naar de 144,000 .
In een ander hoofdstuk van boek X wordt gezegd hoe “Yama (Adam) onder de boom zit met de goden ,
alles makende wat de goden nodig hebben : brengt hem daarom hulde met gezang en fluitspel” (hR) ;
het begrip “boom” al dicht bij de takken en stengels komend .

 

Hoe kan het dat de Profeten Adam als thema hebben , per Genesis 5 ?

In de grondtekst van Genesis 5:5 staat toch echt “en hij leefde 930 jaar en hij sterft” (hR) .
Wie de Schrift ook leest en dit tegenkomt , kan niet anders dan denken dat Adam van het toneel
verdwenen is ; en dat is ook logisch na een zin als deze . Toch is hij als onderwerp , woordkeus en
verhaallijn in de Profeten zo sterk , dat we gedwongen zijn een vraagteken te zetten bij de betekenis
van deze ene zin – maar vooral van haar oorsprong .
De “enigste geldige uitlegging van de Schrift is door de Schrift zelf” (Engels: cross-reading) , en dat is
ook wat we steeds doen — maar we hebben hier het probleem dat de context van vele profeten
nu staat tegenover de éne zin in Genesis 5 .

Waarom zou God zoveel moeite hebben gedaan in de Profeten om door middel van genoemde
juxtapositie en woordgebruik een thema door te geven , dat al direct in Genesis 5 ontkracht was ?
Wanneer we kijken naar de context van het hele hoofdstuk , valt op dat Henoch de enigste van wie
gezegd wordt dat hij “wordt opgenomen” (en dit wordt herhaald in Hebreeën 11) . Was dit “opnemen”
een juxtapositie tot een ander soort opname van Adam — maar dan in hun gebied ?
Wat we bedoelen met deze vergelijking is het volgende : we zullen zien dat God een bepaald
“huis van dertig zilvers” voor een periode te leen heeft gegeven aan hun gebied ten noorden van Eden ;
en met behulp van dit huis kon hun vijandelijke regio zo machtig worden .
Van “dit huis nu in het noorden” naar “Adam in het noorden” is nu op z’n minst verdedigbaar geworden !

Dezelfde Henoch schrijft ook “En nu weet ik van dit mysterie , dat zondaren de woorden van
rechtvaardigheid op veel manieren zullen veranderen en vervalsen ,en valse woorden spreken ,
en liegen (boek Henoch , hoofdstuk CIV ,10) . Waarom zou hij dat gezegd hebben ?
De Schrift fulmineert in de Profeten ook tegen een bepaalde groep mensen welke geknoeid hebben
met de Schrift , en de naam van deze groep is een verlenging van het Hebreeuwse woord voor
schrift-rol : met de verlenging van dat woord (nu als -sphrd) “een verbastering” aanduidend .
Dat hoofdstuk is cruciaal omdat het hoofdthema “het begrijpen van de Schrift” is (ondanks die groep) ;
vervolgend dat God letterlijk zoekt naar zielen welke Zijn woorden zullen begrijpen : “en de schrift-rol
wordt gegeven aan een leraar (‘professional’) welke de taal kent , maar hij zegt “ik kan het niet lezen
want de rol is verzegeld” (hR) . De verzegeling slaat waarschijnlijk niet alleen op het al in de Introductie
genoemde thema zoals beschreven in het boek Daniël , en op de taal Hebreeuws zelf ;
maar vooral op het soort overtuiging als “de standaard interpretatie van de Schrift volgend”.
Echter , dan “wordt de schrift-rol gegeven aan iemand welke de taal niet kent” (hR) , aan ons leken ,
en plots ontstaan er verbanden in de tekst — welke er echter de hele tijd al hebben gestaan !
Hoe die zin in Genesis 5 daar ook terechtgekomen is op die manier : wij kunnen niet anders dan de
Schrift zelf de Schrift laten uitleggen ; en moeten blijven bij Adam – en dat huis –  nu in het noorden ,
omdat het bewijs voor dit concept te overweldigend is .

 

Het afschuwelijke probleem voor ons tussen de symboliek van Echt en Kopie

Onze grote achterstand als leken komt ook omdat onze moderne talen als Nederlands en Engels
geen adequate taalwortels kennen , maar slechts abstracte woorden gebruiken voor ieder begrip .
God is Licht , zeker — maar de Boze is ook licht . God gebruikt het begrip “berg” als de zetel van
Zijn autoriteit in de andere Werkelijkheid — maar ook de Boze heeft zijn berg als zijn zetel ; enzovoort ;
maar wij zien die verschillen niet want wij noemen met éen woord alle soorten licht gewoon “licht” .
Eigenlijk is onze taal een bulldozer welke over de fijne nuances heen walst , en er is een diepe relatie
tussen taal en modern bewustzijn (zie Introductie) . We maken hele series “nieuwste Bijbelvertalingen”
en verbeteren “een vuur” in “mooi knapperend vuur”, maar dat betekent niet dat we het ook begrijpen .
Anderen stellen voor om de verhalen in de Schrift te gebruiken als “metaforen” , zodat de moderne mens
dezen ook kunnen begrijpen — maar die manier werkt slechts als een zeef , juist tegenhoudend wat van
echt belang is voor de ziel. Op deze manier scheppen velen voor zichzelf een abstracte parallele wereld,
en stellen dan trots “dat de Boze een ongevaarlijk typetje is : want Christus heeft hem al verslagen” .
Zeker heeft Hij dat ; en volgens Legaal Recht — maar wij hebben dat (nog) niet .
En precies dat is de enigste en werkelijke hoop van de Boze : begrijpt U ..?

Het afschuwelijke is dat velen van de laatste (en God !) slechts een abstract begrip hebben gemaakt ,
zodat het “goede” abstracte begrip het andere slechte abstracte begrip dan “overwint”  —
maar dat denken lijkt meer op de boom van goed en kwaad dan op de overtuiging van de Schrift !
De Boze , welke dit abstracte moderne denken heeft geïntroduceerd , vindt dit allemaal prima :
ergo , maximaal speelt hij de overwonnene tegen ons ; want de waarheid is dat hij genoeg Macht
over ons heeft om die andere Werkelijkheid voor ons te verbergen en bedekken ;
en zolang hij dat kan doen wint hij iedere dag weer van ons , de Facto .

In dit verband mag een voorbeeld het gemaakte punt ondersteunen : een van ons kreeg in 2006
twee identieke beelden boven zich te zien — als twee identieke “herders”, zoals het plaatje op deze
site of volgens Uw eigen interpretatie van het thema “de goede herder” ; en van deze twee
afbeeldingen was er éen herder als Christus , de andere als de Boze .
Ondanks wat we toen dachten al allemaal te begrijpen over het geloof (en dat was retrospectief gezien
bedroevend weinig en vol fouten …..) was het absoluut onmogelijk om de échte Christus aan te wijzen .
Dit is de vreselijke situatie waarin al onze zielen zich bevinden .
En dit draaide het zwaartepunt om : er was maar éen mogelijkheid hoe de ziel zou kunnen weten wie
de echte Christus was : namelijk wanneer Hij zou beginnen te spreken tegen de ziel . Niet andersom .
Alleen op deze manier kan de ziel Zijn woorden herkennen — en dus onmiddellijk ook de kopie .

Maar dan moeten we wel de taal kunnen herkennen .
Het bijzondere en exclusieve aan God’s woorden (meervoud) is dat er diepte in besloten ligt ,
corresponderend aan God’s andere Werkelijkheid . Ook zónder Hebreeuws te gaan leren kan de ziel
de laatste kennen — omdat de begrippen , symbolen en woorden “op gaan lichten” wanneer de ziel
de andere Werkelijkheid besluit te accepteren en binnen te gaan .
En dit “op gaan lichten” is het begin van spreken .

 


Volgende >>>
— Abraham : van het land Eden naar deze planeet Aarde
— Jakob : Ons huidige vermengde lichaam als noodzakelijk kwaad voor de ziel
— niet alleen God kan werelden scheppen- de ontzettende gevolgen van de val van Eden
Annex
– afbeeldingen
— wie zijn de 144.000 ?
— is de Schrift met opzet verkeerd vertaald ?