Jer.1: Jeremia geroepen :
hij vertegenwoordigt
de analogie van
‘Jerusalem en Juda’
als ‘deze aarde’
(eindtijd – goed leesbaar)
[2020]

 

  chapter context :
opening : the calling of Jeremiah ;
different as Isaiah , Jeremiah did have
much interaction with the people of his time ;
for the theme of the whole book
is to show ‘the people of 500 BC Ishral’
that terms as ‘Jerusalem’ and ‘Judah’
also represent “this earth”,
hence the siege and attack on Jerusalem
contains also a metaphysical theme ;
we (hR) feel how this book was
‘a last attempt by God to make our fathers see’
but they failed and the prophecies would be sealed
(compare Daniel , and see main Introduction)
note :
very readable , 1st submitted version
and definitive

 

Hoofdstuk context :
… opening : Jeremia wordt geroepen ;
anders dan Jesaja heeft Jeremia wel interactie met de mensen van zijn tijd ;
het hele thema van dit boek is “om de mensen van oud-Ishral van 500 v.Christus
te laten zien dat ‘Jerusalem en Judah’ tegelijkertijd “deze aarde” vertegenwoordigen ;
vandaar het metafysische thema van de létterlijke verovering van oud-Jerusalem
en de analogie met “deze aarde die zal worden aangevallen” ;

 

…wij (hR) voelen wel hoe dit boek ‘een laatste poging was van God’
om ‘onze vaderen te laten zien wat er aan de hand is’ —
maar zij faalden , en daarna werden de profetieën verzegeld
(vergelijk Daniel , en zie Introductie van hR) ;

 
opmerking :
goed leesbaar ; mooi hoofdstuk ; als eerste , definitieve versie ;
 

opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

Jeremia 1

1-2-3
opening :
words-of Jeremiah son-of Hilkiah from the·priests who in·Anathoth in·land-of
Benjamin who he-became word-of ieue to·him in·days-of Josiah son-of Amon king-of
Judah in·three-of ten-of year to·to-reign-of·him and·he-is-becoming in·days-of Jehoiakim
son-of Josiah king-of Judah until to-come-to-end-of one-of ten-of year to·Zedekiah son-of
Josiah king-of Judah until to-be-deported-of Jerusalem in·the·month the·fifth
The words of Jeremiah the son of Hilkiah, of the priests that [were] in Anathoth in the land
of Benjamin: To whom the word of the LORD came in the days of Josiah the son of Amon
king of Judah, in the thirteenth year of his reign. It came also in the days of Jehoiakim
the son of Josiah king of Judah, unto the end of the eleventh year of Zedekiah the son
of Josiah king of Judah, unto the carrying away of Jerusalem captive in the fifth month.

  • context : … opening :
    … in other chapters we hunt all the names ,
    but we can’t distill a context of them here – so we left it ;

line ,
“the words [in right direction] of – Jeremiah – son of – Hilkiah ,      +
the priest – who – (was) [=from] Anathoth – in the land of – Benjamin ,
to – whom [=’Jeremiah’] – became – the word [in right direction] of – IEUE ,   
in the days of – Josiah – the son of Amon – the king of – Judah ,
in the thirteenth – year (of) – his reign ;
 
and it [=’word’] became – in the days of – Jehoiakim – son of – Josiah , king of – Judah ,
until – the end of – the eleventh – year – (of the reign of) Zedekiah ,         +
son of – Josiah , king of – Judah ,
until – the deportation (from) – Jerusalem – in the fifth – month ;

(Opschrift)
De woorden van Jeremia , de zoon van Hilkia , uit de priesters die in Anathoth waren ,
in het land van Benjamin . Tot hem kwam het woord van de Heer in de dagen van Josia ,
de zoon van Amon , de koning van Juda , in het dertiende jaar van zijn regering .
Ook kwam het tot hem in de dagen van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda ,
totdat het elfde jaar van Zedekia, de zoon van Josia, de koning van Juda ,
voorbij was en totdat Jeruzalem in de vijfde maand in ballingschap ging .

“de woorden [in goede richting] van Jeremia , zoon van Hilkia ,
de priesters die in Anathoth was in het land van Benjamin ,
tot wie [=’Jeremia’] het woord [in goede richting] van IEUE kwam ,
in de dagen van Josiah de zoon van Amon , de koning van Juda ,
in het dertiende jaar van zijn regering ;

 
en het [=’woord’] kwam het tot hem in de dagen van Johoiakim zoon van Josiah ,
de koning van Juda ,
tot het elfde jaar van Zedekiah , de zoon van Josiah , de koning van Juda ,
tot de deportatie (uit) Jeruzalem in de vijfde maand ;

 
4-5
… Jeremia wordt geroepen :
and·he-is-becoming word-of ieue to·me to·to-say-of in·ere I-am-forming·you
in·the·belly I-knew·you and·in·ere you-are-coming-forth from·womb I-hallowed·you
prophet to·the·nations I-gave·you
Then the word of the LORD came unto me, saying, Before I formed thee in the belly
I knew thee; and before thou camest forth out of the womb I sanctified thee,
[and] I ordained thee a prophet unto the nations.

  • context : … Jeremiah is being called :
    … not “unto the nations” ;
    while rather “on behalf of” since he represénts the to-be saved adm-souls ;

line ,
“the word [in right direction] of – IEUE – becomes – to me , saying :
before – [=you] (were) formed – in the belly – I knew you ,                    [=’not : I formed you’]
and=as – I sanctified you – before – you came forth – from the womb ,
[+for] I install you – [as] a prophet – [=on behalf of] [=the people] ;          [=’people = Jacob’]

(De roeping van Jeremia)
Het woord van de Heer kwam tot mij : voordat ik u in de moederschoot vormde, heb ik u gekend ;
voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam , heb ik u geheiligd .
Ik heb u aangesteld tot een profeet voor de volken .

“het woord [in goede richting] van IEUE komt tot mij , zeggend :
voordat u in de moederschoot werd gevormd , heb ik u gekend ,
[=omdat] ik u geheiligd heb voordat u uit de baarmoeder voortkwam ,
[+want] ik stel u aan tot een profeet [=ten gunste van] [=de mensen] ;       [=’mensen = Jacob’]

 
6-7-8
… vervolg :
and·I-am-saying alas ! my-Lord ieue behold ! not I-know to-speak-of that lad I
and·he-is-saying ieue to·me must-not-be you-are-saying lad I that on all-of whom
I-shall-send·you you-shall-go and all-of which I-shall-instruct·you you-shall-speak
must-not-be you-are-fearing from·faces-of·them that with·you I to·to-rescue-of·you
averment-of ieue
Then said I, Ah, Lord GOD! behold, I cannot speak: for I [am] a child. But the LORD said unto me,
Say not, I [am] a child: for thou shalt go to all that I shall send thee, and whatsoever I command thee
thou shalt speak. Be not afraid of their faces: for I [am] with thee to deliver thee, saith the LORD.

  • context : … continued :
    … the ‘alas’ ,
    we skipped it for not being sure it was Esau’s corruption intended as curse ,

line ,
and=then I say : myLord – IEUE , behold ! ,
I (do) – not – know – (how) to speak [in right direction] , that=for – I (am) – (but) a lad ;
and=but – IEUE – says – to me :
(it) must not be – (that) you say : I (am) – (but) a lad ,
that=because – you (shall) go – to – all (those) – whom – I (will) send you (to) ,
and – you (shall) speak [in right direction] – everything – which=that – I (will) instruct you ;
[+so] (it) must not be – (that) you fear – from=in front of them ,
that=because – I (am) – with you – to protect you , (is) the declaration of – IEUE ;

Toen zei ik : ach Heere HEERE , zie , ik kan niet spreken , want ik ben nog maar een jongen.
Maar de Heer zei tegen mij : zeg niet : ik ben nog maar een jongen ,
want overal waarheen ik u zenden zal , zult u gaan ,
en alles wat ik u gebieden zal , zult u spreken .
Wees niet bevreesd voor hen, want ik ben met u om u te redden, spreekt de Heer .

“[=dan] zeg ik : Heer IEUE , zie ! ,
ik weet niet (hoe) te spreken [in goede richting] , want ik ben (slechts) een jongeman ;
[=maar] IEUE zegt tegen mij :
het moet niet zijn dat u zegt : ik ben (slechts) een jongeman ,
want u zult gaan naar ieder (van hen) waarheen ik u zenden zal ,
en alles wat ik u gebieden zal , zult u spreken [in goede richting] ;
[+dus] het moet niet zijn dat u bang bent voor hen ,
[=want] ik ben met u om u [=te beschermen] , is de verklaring van IEUE ;

 
9-10
… Jeremia vertegenwoordigt nu de analogie tussen de aardse werkelijkheid en de andere :
and·he-is-putting-forth ieue hand-of·him and·he-is-touching on mouth-of·me
and·he-is-saying ieue to·me behold ! I-give words-of·me in·mouth-of·you see-you !
I-give-supervision·you the·day the·this over the·nations and·over the·kingdoms
to·to-pluck-up-of and·to·to-break-down-of and·to·to-destroy-of and·to·to-demolish-of
to·to-build-of and·to·to-plant-of
Then the LORD put forth his hand, and touched my mouth. And the LORD said unto me, Behold,
I have put my words in thy mouth. See, I have this day set thee over the nations and over the
kingdoms, to root out, and to pull down, and to destroy, and to throw down, to build, and to plant.

  • context : .. Jeremiah now represents the analogy between earth’s reality and the other one :
    … the metaphysical aspect of Jeremiah’s call starts ;

line ,

  • [=’we struggled to find a proper title for this section ,
    but the idea is “that Jerusalem also represents ‘this earth’ now” ,
    see next series of chapters :]

and=then – IEUE – stretches out – his hand – and touches – my mouth ,
and – IEUE – says – to me :
behold ! , I (have) put – my words [in right direction] – in your mouth ;
see , I (have) appointed you – this – day – over=against – [=the nations] [=’of spirits’] ,     +
and=as over=against – the kingdoms [=’of spirits’] ,
to=for to pluck (them) up – and to break down , for to destroy – and to throw down ,
to=in (order) to build – and to plant [=’eden’] ;

Toen stak de Heer zijn hand uit en raakte mijn mond aan . En de Heer zei tegen mij :
Zie, ik geef mijn woorden in uw mond . Zie, ik stel u op deze dag aan
over de volken en over de koninkrijken , om weg te rukken en af te breken ,
om te vernielen en omver te halen , maar ook om te bouwen en te planten .

  • [=’we zochten voor een goede titel voor deze sectie ,
    maar het idee is “dat Jerusalem nu ook ‘deze aarde’ vertegenwoordigt”,
    zie volgende serie hoofdstukken :]

“[=dan] steekt IEUE zijn hand uit en raakt mijn mond aan ,
en IEUE zegt tegen mij :
zie , ik heb mijn woorden [in goede richting] in uw mond gelegd ;
zie , ik heb u op deze dag aangesteld [=tegen] [=de naties] [=’van geesten’] ,      +
[=als] [=tegen] de koninkrijken [=’van geesten’] ,
om (hen) uit te rukken en af te breken , om te vernielen en omver te halen ,
[=om zo] te bouwen en te planten [=’eden’] ;

 
11-12
… eerste visioen : de eden-boom des levens (?) :
and·he-is-becoming word-of ieue to·me to·to-say-of what ? you seeing Jeremiah
and·I-am-saying stick-of almond-tree I seeing and·he-is-saying ieue to·me you-did-well
to·to-see-of that being-alert I on word-of·me to·to-do-of·him
Moreover the word of the LORD came unto me, saying, Jeremiah, what seest thou?
And I said, I see a rod of an almond tree. Then said the LORD unto me, Thou hast well seen:
for I will hasten my word to perform it.

  • ‘almond tree’, H8247 shaqed ‘almond [tree]’ , H8245 shaqad ‘to watch (with colour ‘to preserve,
    intend’)’ ; -shoq,shaq ‘shank’ , as shank of a ram offered as weave offering (referring to
    constructs now in the north)’ ; almond has no other match in prophets ;
  • context : … first vision : the eden-tree of life (?) :
    … tricky line ;
    here : the eden tree of life ? :
    … usually , lines like this one are explained in óther (following) lines ,
    but that isn’t the case here , so we can’t know (remembering Esau’s corruptions) ;
    … the object here appears to be ‘positive’ – as opposed to next lines 13-14 ,
    and considered the importance of eden’s tree of life
    (which was stolen by Adam as the tree leaving through the gate ,
    but all the adm-souls who will be registered will again eat of it – see index)
    it may indeed address that tree here ;
    2) (see for futher reading Rg-Veda , in index ,
    how the eden-tree is now in their north , daily exuming ‘eden-dew’ ,      (compare Genesis)
    but that dew is stolen and transported to their north , where it is ‘purified ‘
    and then serving as (Sanskrit) ‘soma’ – their type dew – to saturate théir realm with) ;

line ,

  • [=’see note above :]

and=then – the word [in right direction] of – IEUE – becomes – to me , saying :
Jeremiah , what – (do) you – see ? ;
and I say : I (am) – seeing – (…an almond?…) – (…tree?…) ;         [=’as eden’s tree of life (Is.5) ?’]
and=then – IEUE – says – to me : 
you – see (it) – well ,
[=for] – I – (will) see to it – [=that] – my word [in right direction] – (will be) done to him [=’tree’] ;

Het woord van de Heer kwam tot mij : wat ziet u , Jeremia ?
Ik zei : ik zie een amandeltak . Toen zei de Heer :
dat hebt u goed gezien , want ik waak over mijn woord om dat te doen .

  • [=’zie noot in Engels :]

“[=dan] komt het woord [in goede richting] van IEUE tot mij , zeggend :
Jeremia , wat ziet u ? ;
en ik zeg : ik zie (…een amandel?…) (…boom?…) ;                 [=’als de eden boom van leven , Is. 5 ?’]
[=dan] zegt IEUE :
u ziet (het) goed ,
[=want] ik zal ervoor zorgen dat mijn woord [in goede richting] aan hem [=’boom’] gedaan wordt ;

 
13-14
… de kookpot : de eerste vergelijking met Mystery-Babylon :
and·he-is-becoming word-of ieue to·me second to·to-say-of what ? you seeing
and·I-am-saying pot steaming I seeing and·faces-of·him from·faces-of north·ward
and·he-is-saying ieue to·me from·north she-shall-be-unloosed the·evil on all-of
ones-dwelling-of the·land
And the word of the LORD came unto me the second time, saying, What seest thou? And I said,
I see a seething pot; and the face thereof [is] toward the north. Then the LORD said unto me,
Out of the north an evil shall break forth upon all the inhabitants of the land.
‘seething’ , H5301 naphach ‘to breathe (into nostrils , Gen.) , to blow’ , not ‘cooking’  ;
also ‘breathe out the last breath , Jer.15 (about Gaia) ;
‘pot’ , H5518 ciyr ‘pot, cauldron’ (alsof or cooking Originals in Is.) ; -sr ‘prisoner ? ;

  • context : … the boiling cauldron : the first analogy of Mystery-Babylon :
    … perhaps as “breathing cauldron”,
    envisioned as a construct ‘breathing in and out’ ,
    but there is a chapter titled “our Originals in the cooking-pot”, so we stay with ‘boiling’ ;
    2) compare glyph AB ‘cauldron’ (cauldron – of the solarplane – for vulture-rule)
    into ÁB (the heart – of the solarplane – for hail) ;

line ,

  • [=’the same (iron) pot appear in Ezekiel ,
    where he has to place that pot between himself and the brick (as this earth) ,
    and see “our Originals in the cooking-pot” in index :]

and=then – the word [in right direction] of – IEUE – becomes – to me – a second (time) ,
saying : what – (do) you – see (now) ? ;
and I say : I – see – a (…boiling…) – cauldron ,       +                               [=’Mystery-Babylon’]
and=as appearing – in the side of – the north ;                              
and=then – IEUE – says – to me :
from=out (of) the [matrix-] north ,           +
evil – (shall be) loosened – upon – all – the inhabitants of – the land [=’this earth’] ;

Het woord van de Heer kwam voor de tweede keer tot mij : wat ziet u daar ?
Ik zei : ik zie een kokende pot en zijn open kant verschijnt vanuit het noorden .
Toen zei de Heer tegen mij :
vanuit het noorden zal onheil losbreken over al de inwoners van het land.

  • [=’dezelfde (ijzeren) pot verschijnt in Ezechiel ,
    waar hij de pot tussen hemzelf en een steen (als deze aarde) moet plaatsen ,
    vergelijk ook “onze Originelen in de kook-pot” in index :]

“[=dan] komt het woord [in goede richting] van IEUE een tweede keer tot mij ,
zeggend : wat ziet u (nu) ? ;
en ik zeg : ik zie een (…kokende…) pot ,                                  [=’Mystery-Babylon’]
[=als] verschijnend in de noord-zijde ;
[=dan] zegt IEUE tegen mij :
vanuit het [matrix-] noorden zal onheil losbreken over alle inwoners van het land [=’deze aarde’] ;

 
15-16
… de eerste vergelijking van ‘Judah en Jerusalem’ met ‘deze aarde’ :
that behold·me ! calling to·all-of families-of kingdoms-of north·ward averment-of
ieue and·they-come and·they-give man throne-of·him portal-of gates-of Jerusalem and·on
all-of walls-of·her round-about and·on all-of cities-of Judah and·I-speak judgments-of·me
them on all-of evil-of·them which they-forsook·me and·they-are-fuming-incense to·Elohim
other-ones and·they-are-bowing-down to·deeds-of hands-of·them
For, lo, I will call all the families of the kingdoms of the north, saith the LORD; and they shall come,
and they shall set every one his throne at the entering of the gates of Jerusalem, and against all the
walls thereof round about, and against all the cities of Judah. And I will utter my judgments against
them touching all their wickedness, who have forsaken me, and have burned incense unto other gods,
and worshipped the works of their own hands.

‘thrones’, H3678 kisse , ksa = throne , what can be ? = chil ‘army’ ? ;

  • context : .. the first analogy of ‘Judah and Jerusalem’ representing ‘this earth’ :
    … the ‘them’  —
    it would be logical to read “judgment – upon them” ,
    but when ‘them’ is “the armies”, it creates a link ;

line ,
that=because – behold me ! ,
[+I will] call – to all – [=the nations] [=’of spirits’] – [+as] [=the kings] of – the north [=’matrix’] ,
(is) the declaration of – IEUE ,                                   [=’compare ‘200 million kings’ in Revelation’]

 
and they (will) come – and (will) install – [=their] (…army?…) (ksa=chl)        +
[+in] [=front of] (phth=phn) – the [dimensional-] gates of – Jerusalem [=’this earth’] ,
and on=against – whole – her wall – round about ,                                                     [=’see 17-18’]
and=as on=against – all the cities of – Judah [=’this world’] ;

 
and=for I (will) speak [in right direction] – my judgment – [+by] (using) them [=’spirit-armies’] ,
on=because of – all – their [=’adm-souls on earth’] evil , which (is) – [+by] (having) forsaken me ,
and=now fuming incense – to – other – deities ,                          [=’living in matrix-consciousness’]
and worshipping – the works of – their (own) hands ; 

Want zie, ik ga alle geslachten van de koninkrijken uit het noorden roepen, spreekt de Heer.
Zij zullen komen en eenieder zal zijn troon neerzetten bij de ingang van de poorten van Jeruzalem ,
tegen al zijn muren rondom , en tegen alle steden van Juda .
Ik zal mijn oordelen uitspreken vanwege al hun kwaad ;
dat zij mij verlaten hebben en reukoffers gebracht hebben aan andere goden ,
en zich hebben neergebogen voor de werken van hun handen .

“want zie ,      +
[+ik zal] alle [=naties] [=’van geesten’] [+als] [=de koningen] van het [matrix-] noorden roepen ,
is de verklaring van IEUE ,                                [=’vergelijk de 200 miljoen koningen in Openbaring’]

 
en zij zullen komen en [=hun] (…leger?…) (ksa=chl) opstellen         +
[=voor] (phth=phn) de [dimensionele-] poorten van Jeruzalem [=’deze aarde’] ,
en tegen heel haar muur rondom , [=als] tegen alle steden van Judah [=’deze wereld’] ;

 
[=want] ik zal mijn oordeel uitspreken [in goede richting] [+door] hen [=’legers’] (te gebruiken) ,
[=vanwege] al hun [=’adm-zielen op aarde’] kwaad , wat (is) omdat zij mij verlaten hebben ,
(nu) reukoffers brengend aan andere goden ,                     [=’levend in matrix-bewustzijn’]
en de werken van hun (eigen) handen aanbiddend ;

 
17-18
slot : … Jeremia begint zijn taak :
and·you you-shall-belt waists-of·you and·you-rise and·you-speak to·them all
which I I-am-instructing·you must-not-be you-are-being-dismayed from·faces-of·them
lest I-am-dismaying·you to·faces-of·them and·I behold ! I-give·you the·day to·city-of
fortress and·to·column-of iron and·to·walls-of copper on all-of the·land to·kings-of
Judah to·chiefs-of·her to·priests-of·her and·to·people-of the·land and·they-fight to·you
and·not they-shall-prevail to·you that with·you I averment-of ieue to·to-rescue-of·you
Thou therefore gird up thy loins, and arise, and speak unto them all that I command thee:
be not dismayed at their faces, lest I confound thee before them. For, behold, I have made
thee this day a defenced city, and an iron pillar, and brasen walls against the whole land,
against the kings of Judah, against the princes thereof, against the priests thereof,
and against the people of the land. And they shall fight against thee; but they shall not
prevail against thee; for I [am] with thee, saith the LORD, to deliver thee.

  • context : closing : … Jeremiah officially starts his task :
    … the ‘they will fight with you’ :
    because Jerusalem and Judah also represent ‘this earth’ in prophecy ,
    and that line is very thin in many chapters of this book ;

line ,
and=so you – (shall) gird – your waist ,                                        [=’be strong’]
and you (will) arise – and speak [in right direction] – to them [=’adm-souls’]    +
all – (that) which – I (myself) – (will be) instructing you ;
(it) must not be – (that) you (would be) confused – from=in front of them ,
lest (…you would make it look as if I were confusing?…) – in front of them :

 
[=therefore] – behold ! , I made you – today – to=like – a fortressed – city ,        +
and=as (having) – iron – columns – and=at a wall of – copper ,                [=’compare the cauldron’]  
on=against – all (those) of – the land :
to=against the kings of – Judah , to=against her chiefs ,
to=against her priests – and to=against – the people of – the land ;
and they (will) fight – with you ,    +                                                  [=’because of not understanding’]
and=but – they (shall) – not – prevail – to=against you ,
that=because – I (am) – with you – [=to protect you] , (is) the declaration of – IEUE of – hosts .

U dan , omgord uw middel , sta op en spreek tot hen alles wat ík u gebieden zal .
Wees niet ontsteld vanwege hen , anders zal ík u ontsteld doen zijn voor hen .
Want zie , ík stel u heden aan tot een versterkte stad ,
tot een ijzeren pilaar en tot bronzen muren , tegen heel het land ,tegen de koningen van Juda ,
tegen zijn vorsten, tegen zijn priesters en tegen de bevolking van het land .
Zij zullen tegen u strijden , maar zij zullen niet tegen u op kunnen ,
want ik ben met u , spreekt de Heer , om u te redden .

“[=dus] omgord uw middel ,       +                                                           [=’wees sterk’]
en u zult opstaan en alles (wat) ik u instrueer tot hen spreken [in goede richting] ;
het moet niet zijn (dat) u verward zou staan tegenover hen ,
anders (…zou u het doen lijken alsof ik verwarrend ben?…) tegenover hen :

 
[=daarom] , zie , ik maakte u vandaag tot een versterkte stad ,         +
[=als] ijzeren kolommen hebbend [=op] een muur van koper ,           [=’vergelijk de kookpot’]
[=tegen] ieder (van hen) van het land :
tegen de koningen van Judah , tegen haar prinsen ,
tegen haar priesters en tegen de mensen van het land ;
en zij zullen met u vechten ,          +                                                      [=’vanwege niet-begrijpen’]
maar zij zullen niet tegen u op kunnen ,
want ik ben met u om [=u te beschermen] , is de verklaring van IEUE van de legermachten .

 


05.05may.2020   —   submitted as 1st version – and definitive — het-report