Jer.12: de Duisternis komt :
vervolg : de zonen ontwaken
uit die nagelaten Vloek
(eindtijd – goed leesbaar)
[2020]

 

  chapter context :
continued of previous chapter 11 :
titled : the coming Darkness :
after the description of the Curse (in 11) ,
now all believers today (!) live under it ;
therefore Jeremiah pleads with God
for “the arise of the sons óut of that curse”;

note : very readable , 2nd submitted version
and definitive , after cleaning up + context ;

 

Hoofdstuk context :
… vervolg van hoofdstuk 11 ;
na het beschrijven van de Vloek (in hoofdstuk 11) , leven alle gelovigen vandaag (!) daaronder —
hier pleit Jeremia met God voor “het opstaan van de 144,000 zonen úit die vloek” ;

 
opmerking :
goed leesbaar ; nu als tweede , definitieve versie , na opruiming + context
(meeste was goed , maar nu beter leesbaar) ;
 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst
 

Jeremia 12

1-2
vervolg : … over onze dagen : álle gelovigen leven nog onder die vloek :
righteous you ieue that I-am-contending to·you yea judgments I-am-speaking
with·you for-what-reason way-of wicked-ones she-prospers they-are-at-ease all-of
ones-being-treacherous-of treachery you-planted·them moreover they-take-root
they-are-going moreover they-make fruit near you in·mouth-of·them and·far from·kidneys-of·them
Righteous [art] thou, O LORD, when I plead with thee: yet let me talk with thee of [thy] judgments:
Wherefore doth the way of the wicked prosper? [wherefore] are all they happy that deal very
treacherously? Thou hast planted them, yea, they have taken root: they grow,

yea, they bring forth fruit: thou [art] near in their mouth, and far from their reins.

  • context : continued : … about our days : áll believers live under that curse , still :
    … start of line 2 is impossible ;

line ,

  • [=’after Esau’s idea to go corrupt prophets, this is the theme now ;
    below : compare the expression “the broad way and the narrow way” with these lines ;
    the start of line 2 is impossibly corrupted , so we have to leave it ;
    line :]

“IEUE , you (are) – righteous – that=when – I [=’Jeremiah’] plead – to=with you ,
indeed , I (am) speaking [in right direction] (of) – [+your] judgment – with you :
(..for how long..) – (will) the wicked – way [=’that curse’] – prosper (still) ,                             

——————                                                                                                        [below : option + corrupted]
[+as] (kl=k) (..the easy?..) – [+and?] treacherous – (..way?..) (bgd=drk) ? ;
(…………) – (………..) – (…………) – (………..) ,

——————                                                                  
indeed – [+as] the fruits of – their (own) work ;                    [=’see previous chapter’]
(for) you (are) – near – in their mouth ,     +                          [=’they speak about you’]
and=but (are) far – from their kidneys ;                                 [=’the subconsciousness’]

(De voorspoed van de goddelozen)
Heer, u zou rechtvaardig blijken, wanneer ik met u een rechtszaak zou voeren .
Toch wil ik met u over uw oordelen spreken.
Waarom is de weg van de goddelozen voorspoedig, waarom hebben rust ,
allen die in ontrouw trouweloos handelen ?
U hebt hen geplant, ook hebben zij wortel geschoten, zij gaan hun gang, ook dragen zij vrucht.
U bent nabij in hun mond , maar ver van hun nieren .

  • [=’na Esau’s idee “om profeten te corrumperen” is dit nu het thema ;
    beneden : vergelijk de uitspraak “de brede en de smalle weg” met deze zinnen ;
    zin :]

“IEUE , u bent rechtvaardig wanneer ik [=’Jeremia’] [=met] u pleit ,
inderdaad spreek ik [in goede richting] met u over [+uw] oordeel :
(..voor hoelang..) zal de slechte weg [=’die vloek’] (nog) voorspoedig zijn ,
—————-                                                                                          [beneden : optie + gecorrumpeerd]
[+als] (kl=k) (..de makkelijke?..) – [+en?] verraderlijke (..weg?..) (bgd=drk) ? ;
(……….) – (………) – (……..) – (………) ,

—————-
inderdaad [+als] de vruchten van hun (eigen) werk ;          [=’zie vorig hoofdstuk’]
u bent nabij in hun mond ,     +                                                      [=’zij praten over u’]
maar bent ver van hun nieren ;                                                              [=’onbewuste’]

 
3-4
… dan pleit Jeremia voor het opstaan van de zonen :
and·you ieue you-know·me you-are-seeing·me and·you-test heart-of·me with·you
pull-away-you·them ! as·flock to·slaughter and·hallow-you·them ! for·day-of killing
until when ? she-shall-mourn the·land and·herbage-of every-of the·field he-shall-dry-up
from·evil-of ones-dwelling-of in·her she-is-swept-off beasts and·flyer that they-say
not he-shall-see hereafter-of·us
But thou, O LORD, knowest me: thou hast seen me, and tried mine heart toward thee:
pull them out like sheep for the slaughter, and prepare them for the day of slaughter.
How long shall the land mourn, and the herbs of every field wither, for the wickedness
of them that dwell therein? the beasts are consumed, and the birds; because they said,
He shall not see our last end.

  • context : … then Jeremiah pleads for the arising of the sons :
    … Jeremiah represents us ;

line ,

  • [=’the “slaughter” is a bit of a dark line  —
    KJV suggests that “the sons themselves will be slaughtered” (as does the Dutch) ,
    but here must be intended that strange theme of “a decided timeframe” ,
    when will ultimately be shown which realm ‘will have won’ – eden’s , or theirs ;
    line :]

and=but you – IEUE – know me , you see me ,     +
and you examine – my heart – with=towards you :
draw out you ! – the flock [=’the 144,000 sons’]to=before the slaughter ,             [=’on earth’]
and sanctify you them ! – for=before the day of – the killing :                   

 
(because) how long – (will) the [eden-] land – (have) to mourn ,      +    [=’how long : see line 1’]
and=as – the [eden-] field – (having) the perished – vegetation ? ;
(even) the animals – and birds – are swept off (it)      +
[=by] the evil – ones [=’spirits’] dwelling – in her ,  
[=who] [=’spirits’] (ki=mi) say : the end of us – (will) not – be seen ;

U echter, Heer, kent mij, u ziet mij, u beproeft mijn hart, dat met u is .
Ruk hen weg als schapen ter slachting, bereid hen voor [heilig hen] op de dag van de slacht.
Hoelang moet het land treuren, het gewas op heel het veld verdorren ?
Vanwege het kwaad van wie daarin wonen, vergaan de dieren en de vogels,
omdat zij gezegd hebben : Hij ziet ons einde niet .

“[=maar] u IEUE , (u) kent mij , u ziet mij ,      +
en u beproeft mijn hart [=tegenover] u :
haal de kudde [=’de 144,000 zonen’] weg vóor de slachting ,                                      [=’op aarde’]
en heilig hen vóor de dag van de slacht ! ;                                                                     [=’zie Engels’]

 
(want) hoelang moet het [eden-] land nog treuren ,                                     [=’hoe lang : zie zin 1’]
[=als] het [eden-] veld dat verdord gewas heeft ? ;
(zelfs) de dieren en de vogels zijn (ervan) weggevaagd ,
vanwege de boosaardigen [=’geesten’] die in haar verblijven ,
[=die] [=’geesten’] (ki=mi) zeggen : het einde van ons zal niet gezien worden ;
part II   —   deel II

 
5-6
… Jeremia spreekt voor ieder van de zonen  (die nu opgestaan zijn) :
that with footmen you-ran and·they-are-tiring·you and·how ? you-shall-compete
with the·horses and·in·land-of peace you trusting and·how ? you-shall-do in·swell-of
the·Jordan that even brothers-of·you and·house-of father-of·you even they
they-are-treacherous in·you even they they-call after·you fulsomely must-not-be
you-are-trusting in·them that they-are-speaking to·you good-things
If thou hast run with the footmen, and they have wearied thee, then how canst thou contend
with horses? and [if] in the land of peace, [wherein] thou trustedst, [they wearied thee],
then how wilt thou do in the swelling of Jordan? For even thy brethren, and the house of
thy father, even they have dealt treacherously with thee; yea, they have called
a multitude after thee: believe them not, though they speak fair words unto thee.
‘contend’ , H8474 thacharah ; -charah ‘[compete] in anger’ ;
context : … Jeremiah speaks for each of the sons  (who have stood up now) :
… true part II ;
line ,

  • [=’the style of this part II is one of “identification” ;
    he speaks in first-person , so it is valid for each son separately ;
    line :]

that=surely , [+my] feet – (are) hurrying – and=but [it] (is) exhausting ,            [=’towards eden’]
[=because] (ek=ki) – [=I] compete – with – (..time?..) ;                                 [=’time = better option’]
and=for – [=I] – trust – in the [eden-] land of – [eden-] peace ,
and how – [=we] (will) make – (..the land?..) – in=like (..a garden..) (gaun=gan) ! ;

 
that=but – even – [=my] brothers – and=from the house of – [=our] father ,      +
also – they – (are) treacherous – in=towards [=me] :
they – name (me) : ‘(being) full of it’ , behind [=my] (back) ;

 
(it) must not be – (that) [=I] (would) trust – in them ,      +
that=because – they (do) – [+not] – speak [in right direction] – good (things) – to=about [=me] ;

Wanneer u met hardlopers meerent, en die maken u al moe ,
hoe moet u dan wedijveren met paarden ?
Wanneer u alleen in een land van vrede vertrouwt, hoe moet u het dan maken
in de glorie van de Jordaan ? Want ook uw broeders en het huis van uw vader –
ook zij handelen trouweloos tegen u, zij roepen u luid na .
Vertrouw hen niet als ze vriendelijk tot u spreken .

  • [=’de stijl in dit deel II is er een van “identificatie” ;
    hij spreekt in de ik-vorm , dus het is geldig voor iedere afzonderlijke zoon ;
    zin :]

“zeker , [=mijn] voeten haasten zich , maar (het) is vermoeiend ,                    [=’richting eden’]
[=omdat] (ek=ki) [=ik] wedijver met (..de tijd?..) ;                                        [=’tijd = betere optie’]
[=want] [=ik] vertrouw in het [eden-] land van [eden-] vrede ,
en hoe zullen wij (..het land?..) [=als] (..een tuin..) (gaun=gan) maken ! ;

 
[=maar] zelfs [=mijn] broeders van het huis van [=onze] vader ,    +
ook zij handelen trouweloos [=tegen] [=mij] :
zij noemen (mij) : ‘hij is er vol van (van die onzin)’ , achter [=mijn] (rug om) ;
het moet niet zijn (dat) [=ik] hen vertrouw ,     +
[=omdat] zij [+geen] goede (dingen) [=over] [=mij] spreken [in goede richting] ;

 
7-8-9
… vervolg : het ‘geen plek vinden in deze wereld’ + dit Frankenstein-lichaam :
ִI-forsook house-of·me I-abandoned allotment-of·me I-gave darling-of soul-of·me
in·palm-of ones-being-enemies-of·her she-became to·me allotment-of·me as·lion
in·the·wildwood she-gave on·me in·voice-of·her on·so I-hate·her ?·to-pounce-of hyena
allotment-of·me for·me ?·bird-of-prey round-about on·her go-you ! gather-you !
every-of animal-of the·field arrive-you ! to·food
I have forsaken mine house, I have left mine heritage; I have given the dearly beloved of my
soul into the hand of her enemies. Mine heritage is unto me as a lion in the forest; it crieth out
against me: therefore have I hated it. Mine heritage [is] unto me [as] a speckled bird, the birds
round about [are] against her; come ye, assemble all the beasts of the field, come to devour.
‘bird’, H5861 ayit ‘bird of prey, predator’, several ;

  • context : … continued : the ‘finding no place in this world’ + this Frankenstein body :
    … all very true ;
    2) the “speckled” is always a term for “mixture” : as this body’ , and see next chapter and 15 ;

line ,
“I forsook – a house (-hold) , [+as] abandoning– my portion ,                [=’a place in this world’]
[+because] – I (would) – [+nót] – give – my – dear – adm-soul – in the palm of – her enemies ;            
[+so] my portion [=‘social situation’] – became – to me – as=like a lion – in the forest :
she [=’situation’] called – her voice – on=against me , [=therefore] – I hate her [=’the situation’] ;

 
my (other bad) portion –  (is) the speckled – predator [=’this body !’] – (being) to=against me ,
[+as] the predator – encompassing – her [=’the soul’] (!) ;                               [=’see previous line’]              
(therefore) you (should) come – (and) (be) assembled , (you) every – animal of – the field , 
for to devour – [=the predator] ;                     

(Klacht van de Heer)
Ik heb Mijn huis verlaten , Mijn eigendom in de steek gelaten .
Ik heb de beminde van Mijn ziel in de hand van haar vijanden gegeven .
Mijn eigendom is voor Mij geworden als een leeuw in het woud .
Hij heeft zijn stem tegen Mij laten klinken, daarom ben Ik hem gaan haten .
Mijn eigendom is voor Mij een gespikkelde roofvogel, de roofvogels zijn rondom tegen hem:
kom, verzamel u, alle dieren van het veld, laat ze komen om te eten !

“ik heb een huis (-houden) verlaten , [+als] het afzien van mijn deel ,       [=’plaats onder de zon’]
[+want] ik wilde mijn beminde adm-ziel [+niét] in de palm van haar vijanden geven ;
[+dus] werd mijn deel [=’sociale situatie’] tegenover mij als een leeuw in het woud :
zij [=’de situatie’] liet haar stem tegen mij klinken , daarom haat ik haar [=’de situatie’] ;

 
mijn (ander slecht) deel is het gespikkelde roofdier [=’dit lichaam !’] dat [=tegen] mij is ,
[+als] het roofdier dat haar [=’de ziel’] omsluit (!) ;                                                    [=’zie vorige zin’]
(daarom) zou u moeten komen (en) u verzamelen , (u) alle dieren van het veld ,
om [=het roofdier] te verslinden ;

 
10-11
… nu het verlángde deel : het eden-land –- dat de geesten echter ruïneerden :
ones-being-shepherds many-ones they-ruined vineyard-of·me they-trampled
portion-of·me they-gave portion-of coveted-of·me to·wilderness-of desolation
he-places·her to·desolation she-mourns on·me desolation she-is-desolate all-of
the·land that there-is-no man placing on heart
Many pastors have destroyed my vineyard, they have trodden my portion under foot,
they have made my pleasant portion a desolate wilderness. They have made it desolate,
[and being] desolate it mourneth unto me; the whole land is made desolate,
because no man layeth [it] to heart.

  • context : … now the desíred portion : the eden-land – yet being ruined by them spirits :
    … also true ;

line ,
“the many –[=evil ones] [=’spirits’] (re=ra) – (keep on) ruining – my [eden-] (..land..) ,
they (keep on) trampling – my (réal) share ,
they (keep on) making – my – desired – portion – to (be) – the desolated – wilderness :    +

 
(having been) made – desolate , she mourns – on=to me – (as) the desolate one [=’no-name’] ;
(for) the whole – [eden-] land  – (is) a desolation ,     +
that=but – there-is-no – one [=‘believers on earth’] – placing (it) – on=to – heart ;

Vele herders hebben Mijn wijngaard te gronde gericht, zij hebben Mijn land vertrapt,
Mijn begerenswaardig stuk land gemaakt tot een woeste wildernis .
Men heeft er een woestenij van gemaakt, verwoest treurt het voor Mij ,
heel het land is verwoest, omdat niemand het ter harte neemt .

“de vele boosaardigen [=’geesten’] (blijven) mijn [eden-] (..land..) ruïneren ,
zij (blijven) mijn (échte) deel vertrappen ,
zij (blijven) mijn begerenswaardig deel maken tot een desolate wildernis :     +

 
tot desolaatheid gemaakt , treurt zij [=tegen] mij (als) zij die desolaat [=’geen-naam’] is ;
(want) heel het [eden-] land is desolaat ,     +
[=maar] er-is niemand [=’gelovigen op aarde’] die het ter harte neemt ;

 
12-13
… daarom verklaren de zonen dat God met de geesten zal afrekenen :
on all-of ridges in·the·wilderness they-came ones-devastating that sword to·ieue
one-devouring from·end-of land and·unto end-of the·land there-is-no peace for·all-of
flesh they-sowed wheats and·thorns they-reaped they-travail not they-are-benefitting
and·be-ashamed-you ! from·incomes-of·you from·heat-of anger-of ieue
The spoilers are come upon all high places through the wilderness: for the sword of
the LORD shall devour from the [one] end of the land even to the [other] end of the land:
no flesh shall have peace. They have sown wheat, but shall reap thorns:
they have put themselves to pain, [but] shall not profit:
and they shall be ashamed of your revenues because of the fierce anger of the LORD.

  • context : … therefore the sons declare that God will deal with them spirits :
    … the corruptions ‘flesh’ and ‘peace’ :
    the first one is to suggest this is about ‘people’,
    the second one is impossible (spirits don’t know eden-peace) ; per context it’s ‘the land’ ;

line,
“the ones [=‘spirits’] (who) ruin – came – upon – the whole – ridge – in the wilderness ,
that=but – the sword – to=from IEUE – (will) devour (them)      +
from the (one) end of the [eden-] land – unto – the (other) end of – the land ,
(so) there-(will be)-no – one ruining (shlm=shdd)for=in the whole – (..[eden-] land..) ;

 
they [=’spirits’] sowed – wheat – and=but – they (will) reap – thorns ,        [=’an expression here’]
(for) they brought forth (things) – [+but] (will) – not – profit (from it) :
(..[=their] unjust gain..) – (..(will be) ruined..) (bsh=shdd)      +                [=’spirits know no shame’]
from=by the burning – anger [=’nostril’] of – IEUE ;

Op alle kale hoogten in de woestijn zijn verwoesters gekomen , want het zwaard van de Heer verslindt van het ene einde van het land tot het andere eind van het land .
Er is voor geen enkel vlees vrede. Zij hebben tarwe gezaaid, maar dorens geoogst .
Zij hebben zich pijn gedaan, maar hebben er geen voordeel van gehad .
Schaam u over uw opbrengsten, vanwege de brandende toorn van de Heer.

“degenen [=’geesten’] die verwoesten zijn op de hele kale hoogte in de wildernis gekomen ,
[=maar] het zwaard [=van] IEUE zal (hen) verslinden      +
van het (ene) einde van het [eden-] land tot het (andere) einde van het land ,
[+zodat] er-niemand in heel het [eden-] land zal zijn die ruïneert (shlm=shdd) ;

 
zij [=’geesten’] hebben tarwe gezaaid [=maar] zullen dorens oogsten ,                 [=’als uitdrukking’]
(want) zij hebben (dingen) voortgebracht [+maar] zullen (er) niet van profiteren :
(..[+hun] onterecht verkregen opbrengst..) (..zal geruïneerd worden..) (bsh=shdd)     +
[=door] de brandende toorn [=’nostril’] van IEUE ;                       [=’geesten kennen geen schaamte’]  

 
part III   —   deel III

 
14-15
… daarom worden de zonen weggenomen uit deze aarde :
thus he-says ieue on all-of neighbors-of·me the·evil-ones the·ones-touching
in·the·allotment which I-allotted people-of·me ishral behold·me ! plucking-up-of·them
from·on ground-of·them and house-of Judah I-shall-pluck-up from·midst-of·them
and·he-becomes after to-pluck-up-of·me them I-shall-return and·I-have-compassion-on·them
and·I-restore·them man to·allotment-of·him and·man to·land-of·him
Thus saith the LORD against all mine evil neighbours, that touch the inheritance which
I have caused my people Israel to inherit; Behold, I will pluck them out of their land,
and pluck out the house of Judah from among them. And it shall come to pass,
after that I have plucked them out I will return, and have compassion on them,
and will bring them again, every man to his heritage, and every man to his land.

  • context : … therefore the sons are picked up from this earth :
    … no ‘evil’ here ;

line ,

  • [=’the “touching (upon) the heritage” :
    it can also read “who tell about the heritage”, but we remained with ‘touching’
    because that is exact what Eve did – stárting the entire mess ;
    while this ‘touching (upon)’ will end it (and see main Introduction about this theme) ;
    line :]

“thus – says – IEUE – on=about – all – (..the sons..)     +                                                  [=’the 144,000’]
[who] (are) the ones touching (!) (upon) the heritage [=’eden-land’] ,    +
which – (is) alloted (to) – [=my] people – [eden-] Ishral :                         [=’all souls having Originals’]

 
behold me ! , [+I] (will) pick them up – from – their ground [=’this world’]  ,
[=as] – [=the sons] (bth=bn) of – [eden-] [=Ishral]      +
(who) I (will) pick up – from their [=’people’] midst ;

 
and it (will) happen (that) – after – I (will have) picked – them – up ,                          [=’from earth’]
(that) [=they] (will) return [=’deFacto’] – and I (will) have compassion on them ,
and I (will) (..restore..) – [=the sons] – to [=their] heritage ,
and=as [=the sons] – to [=their] [eden-] land ;

Zo zegt de Heer : wat betreft al Mijn slechte buren die aan Mijn eigendom komen ,
dat Ik Mijn volk Israël in erfelijk bezit gegeven heb, zie, ik ga hen uit hun land wegrukken,
en het huis van Juda ruk ik uit hun midden weg . Maar nadat ik hun weggerukt heb,
zal het gebeuren dat ik zal terugkeren en mij over hen zal ontfermen.
Ik zal hen terugbrengen, eenieder naar zijn erfelijk bezit en eenieder naar zijn land .

  • [=’zie Engels voor het ‘aanraken’ :]

“zo zegt IEUE [=over] alle (..zonen..)      +                                                                                [=’de 144,000’]
als degenen die het erfelijk bezit [=’eden-land’] aanraken (!) ,     +
dat het eigendom zal zijn van mijn mensen [eden-] Ishral :                     [=’alle zielen in hun Origineel’]

 
zie ! , [+ik] zal hen van hun grond [=’deze wereld’] wegnemen ,
[=als] [=de zonen] (bth=bn) van [eden-] [=Ishral] die ik weg zal nemen uit hun [=’mensen’] midden ;

 
en het zal gebeuren dat , nadat ik hen heb weggenomen ,                                             [=’van de aarde’]
dat zij terug zullen keren [=’deFacto’] en ik ontferming over hen zal hebben ,
en ik zal [=de zonen] (..restaureren..) tot hun erfelijk deel ,
[=als] [=de zonen] tot [=hun] [eden-] land ;

 
16-17
… omdat de zonen niét bleven vasthouden aan het ‘ik ben al gered’ :
and·he-becomes if to-learn they-are-learning ways-of people-of·me to·to-swear-of
in·name-of·me life-of ieue as·which they-taught people-of·me to·to-swear-of in·the·Baal
and·they-are-built in·midst-of people-of·me and·if not they-are-listening and·I-pluck-up
the·nation the·he to-pluck-up and·to-destroy averment-of ieue
And it shall come to pass, if they will diligently learn the ways of my people,
to swear by my name, The LORD liveth; as they taught my people to swear by Baal;
then shall they be built in the midst of my people.
But if they will not obey, I will utterly pluck up and destroy that nation, saith the Lord.

  • context : … because the sons did nót keep clinging to the ‘I am already saved’ :
    … see also previous chapter ;

line,
“and it (will) happen (so) ,      +
(..because..) (am=ol) – they (did) – [+nót] (lmd=la) – learn – the way of – my people ,
(namely) to=as swearing (allegiance)in=by my name ,
(saying) [+by] IEUE – the living one ,      +

 
as=like (which) my people – teach – (who) swear (allegiance) – to Baal [=’world-consciousness’] :
and=for [=they] (are) [=the sons] (bnh=bn) – in the midst of – my people ;

 
and=but (..the people..) (am=om) – (did) nót – hearken ,
[+therefore] – I (will) pluck up – these – [=people] ,
[+they] (will be) plucked up – and perish , (is) the declaration of – IEUE .

En het zal gebeuren, wanneer zij werkelijk de wegen van mijn volk zullen leren ,
zodat zij bij mijn naam zweren : zo waar de Heer leeft –
zoals zij mijn volk geleerd hebben te zweren bij de Baäl –
dan zullen zij te midden van mijn volk gebouwd worden .
Maar als zij niet willen luisteren, zal ik dat volk voorgoed wegrukken en ombrengen ,
spreekt de Heer .

“en het zal (zo) gebeuren ,      +
(..omdat..) (am=ol) zij de weg van mijn mensen [+niét] leerden ,
(namelijk) [=als] (trouw) zwerend [=aan] mijn naam ,
(zeggend) [+bij] IEUE die leeft ,
[=zoals] mijn mensen leren die (trouw) zweren aan Baäl [=’werelds-bewustzijn’] :
[=want] [=zij] zijn [=de zonen] te midden van mijn mensen ;

 
[=maar] (..de mensen..) (am=om) hebben niet geluisterd ,
[+daarom] zal ik deze mensen wegrukken ,
[+zij] zullen weggerukt worden en omkomen , is de verklaring van IEUE .

 


19.09.19   —   submitted   —   first version   —   hetreport
23.05may.2020   —   submitted as 2d version – now definitive , after cleaning up + context