Jer.14: de Duisternis komt :
Jacob ‘achtergelaten’
op de nu donkere aarde
+ zielen worden nederig
(sober hoofdstuk)
(eindtijd – goed leesbaar)
[2020]

 

chapter context :
continued of previous chapter 13 :
titled : the coming Darkness :
Jacob (=most adm-souls) are ‘left behind’
upon the now dark earth ,
while they thought “they should’ve been saved”
because “they have been christians” —
… then God responds to that assumption …
(sober chapter)

note : very readable , 2nd submitted version
and definitive ; heavily corrupted chapter

 

Hoofdstuk context :
… vervolg van hoofdstuk 13 ;
Jacob (=de meeste adm-zielen) worden ‘achtergelaten’ op de nu donkere aarde ,
terwijl zij dachten “dat zij gered hadden moeten worden” omdat “zij christenen waren” —
…dan beantwoordt God die stelling …
(sober hoofdstuk)

 
opmerking :
goed leesbaar ; als eerste en tegelijkertijd definitieve versie ;
zwaar gecorrumpeerd hoofdstuk
 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst
 

Jeremia 14

1-2
vervolg : … Jacob ontdekt dat hij achtergelaten is op aarde :
which he-became word-of ieue to Jeremiah on matters-of the·dearths
she-mourns Judah and·gates-of·her they-are-feeble they-are-somber to·the·land
and·yelling-of Jerusalem she-ascends
The word of the LORD that came to Jeremiah concerning the dearth. Judah mourneth,
and the gates thereof languish; they are black unto the ground; and the cry of Jerusalem
is gone up.
‘dearth’, H1226 batsoreth ‘drought’ 1x ; -batsr ‘fortress’ [earth] , [-qtsr harvest cluster?] ;

  • context : continued : … Jacob discovers that he has been left behind on earth :
    … sober chapter ;

line ,
[=’about WHY these startlines were corrupted :

  • 1) this is also an important chapter – and after previous one (sons + their Originals) ,
    now the óther group must be addressed : namely “the left-behind Jacob” ;
  • 2) therefore Esau added here “(the word became) concerning the draught” :
    by this illegal (Babylonic) addition he suggested his (nonexisting) theme of this chapter ;
    while he pushed his “draught theme” Hoax as far as line 6 – as you will see ;
  • 3) restoration here is totally CONSISTENT with the real theme of this chapter ;
    line :]

“the word [in right direction] of – IEUE – becomes – to – Jeremiah ,     +
(…saying..) :

                                                                                                    [1 + 2 : was totally corrupt]>
[=Jacob] [=’all to-be saved adm-souls’] – (will) mourn ,
and=as – (..the remnant..) (shor=shr) – (who will be) weak ;
[+and] (..their voices..) (qdr=qr) – (..+will be heared..) – in=out of [=Judah] [=’this world’] ,
and=as the outcries – ascending – [+from] Jerusalem [=’this earth’] ;      +

(De grote droogte)
Het woord van de Heer dat tot Jeremia gekomen is met betrekking tot de grote droogte .
Juda treurt , zijn poorten verkommeren ,
ze liggen in het zwart gehuld ter aarde , en het gejammer van Jeruzalem stijgt omhoog .

  • [=’zie Engels waarom deze restauratie :]

“het woord [in goede richting] van IEUE dat tot Jeremia komt ,
(..zeggend..) :

                                                                                                               [1 + 2 was totaal corrupt]
[=Jacob] [=’alle adm-zielen die gered gaan worden’] zal rouwen ,
[=als] (..het overblijfsel..) (shor=shr) dat zwak zal zijn ;
[+en] (..hun stemmen..) (qdr=qr) (..+zullen gehoord worden..) [=uit] [=Judah] [=’deze wereld’] ,
[=als] het roepen om hulp dat op zal stijgen [+uit] Jerusalem [=’deze aarde’] ;      +

 
3-4
… want de giftige wateren (als alsem) zijn gearriveerd op aarde:                                  
and·nobles-of·them they-send inferiors-of·them for·the·waters they-come on
pools not they-find waters they-return vessels-of·them empty they-are-ashamed
and·they-are-confounded and·they-hood head-of·them in·sake the·ground she-is-cracked
that not he-became downpour in·the·earth they-are-ashamed farmers they-hood head-of·them
And their nobles have sent their little ones to the waters: they came to the pits, [and] found no water;
they returned with their vessels empty; they were ashamed and confounded, and covered their heads.
Because the ground is chapt, for there was no rain in the earth, the plowmen were ashamed,

they covered their heads.
‘because’, H5668 abur ‘because, for the sake of’ , only 1x Jer [here] ; ‘to cross’ -obr? ;
‘chapt’, H2865 chathah ‘dismayed, terrified, shattered’ ;

  • context : … for the poisoned waters (as wormwood) arrived upon earth :                   
    … 90% restored ;
  • the ‘vessels + empty’ :
    … since both sections are so alike , a “rescue” theme must have been here ;

line ,                                                                                                                            [3 + 4 : was totally corrupt]

  • [=’in a previous chapter was “I will give these people wormwood to drink”,
    so the interpretation must be Valid here (as a theme Esau made into his ‘drought’ hoax) ;
    note the repeat “hood + head” – as “priests and prophets”, see lateron in 13-14 ;
    see for “crystalline dimension” also other chapters ;
    line :]

and=for – (..oppression..) (tsur=tsir) – (will be) sent – (..to the people..) (adr=om) ,
for=as the [poisoned-] waters – coming – from – the [matrix-] pool :             [=’crystalline dimension’]

 
(..the people..) (la=om) – (will) discover – the [poisoned-] waters – (..(have) surrounded them..) ,
[+as?] (…………) – (…………) ;                                    [=’see note in top’]                                           
[+then] (..the prophets..) – (will be) ashamed – and cover – their head ;                   [=’go into hiding’]

 

  • [=’the terms “prophets and priests” mean “today’s christian leaders”,
    whether it be ‘reverends’ or ‘opinionmakers’ or any leading function :]
    line :]

(..when they [‘waters’] crossed-over..) (obur=obr) – the humans (-adm) – (will be) terrified ,     +
[=because] – (..salvation..) (gshm=iash) – (will) nót – (have) happened – in=to (..them..) ;
[+then] (..the priests..) (akrm=kenm) – (will be) ashamed ,      +
and cover – their head ;                                                                                                          [=’go into hiding’]

De vooraanstaanden onder hen sturen hun minderen erop uit voor water .
Komen zij bij de regenbakken, dan vinden zij geen water, met hun lege kruiken komen zij terug .
Zij schamen zich en worden te schande en bedekken hun hoofd .
Omdat de grond gescheurd is – er is immers geen regen op het land –
schamen de akkerbouwers zich, zij bedekken hun hoofd .

  • [=’in een vorig hoofdstuk was “ik zal deze mensen alsem te drinken geven”,
    dus de interpretatie moet goed zijn (als thema wat Esau zijn ‘droogte’ corrupte maakte) ;
    zie de herhaling “hoofd + bedekken”, als “priesters en profeten”, zie verderop in 13-14 ;
    voor de “kristal-dimensie” zie ook andere hoofdstukken ;                       [3 + 4 : was totaal corrupt]
    zin :]

“[=want] (..oppressie..) (tsur=tsir) zal (..naar de mensen..) (adr=om) worden gezonden ,
[=als] de [giftige-] wateren komend van de [matrix-] cistern :                              [=’als kristal-dimensie’]

 
(..de mensen..) (la=om) zullen ontdekken dat de [giftige-] wateren (..hen omringd hebben..) ,
(………..) – (…………) ;                                                                                                               [=’maar zie Engels’]
[+dan] zullen (..de profeten..) beschaamd zijn en hun hoofd bedekken ;                  [=’zich verbergen’]

 

  • [=’de termen “profeten en priesters” gaat over “de christelijke leiders van vandaag”,
    of het nu ‘dominees’ of ‘opiniemakers’ zijn ;
    zin :]

(..wanneer zij [‘wateren’] overgestoken zijn..) (obur=obr) zullen de mensen (-adm) doodsbang zijn ,
[=omdat] er géen (..verlossing..) (osh=iash) [=voor] (..hen..) zal hebben plaatsgevonden ;
[+dan] zullen (..de priesters..) beschaamd zijn en hun hoofd bedekken ;                  [=’zich verbergen’] 

 
5-6
… maar nog steeds wacht Jacob op enig teken van verlossing :
that even hind in·the·field she-gives-birth and·to-forsake that not he-became
vegetation and·wild-donkeys they-stand on ridges they-snuff-up wind as·the·jackals
they-are-exhausted eyes-of·them that there-is-no herbage
Yea, the hind also calved in the field, and forsook [it], because there was no grass.
And the wild asses did stand in the high places, they snuffed up the wind like dragons;
their eyes did fail, because [there was] no grass.
‘hind’ , H365 ayeleth (unclear) 2x ; ayyalah ‘deer’ ;
‘calved’ , H3205 yalad ‘bring forth, beget’ ;

  • context : … but still Jacob waits for any sign of redemption :
    …‘light’ better matches ‘the looking for’ ;

line ,
“[=indeed] – (..the people..) – (will have been) left behind – in (..the land..) [=’this world’] ,
that=for – (..their salvation..) (dsha=iash) – (will) not – (have) happened ;     [=’see line 4’]

 
that=then – they (will) go stand – upon – (..the high places) , (..expecting..) – the (..light..) ,
[+and] their eyes – (will be) exhausted – [from] looking ,      +
[=but] – there-(will be)-no  – (..salvation..) (oshb=iash) ;       

Ja, zelfs een hinde werpt op het veld haar jong, en laat het in de steek omdat er geen gras is .
De wilde ezels staan op de kale hoogten, als jakhalzen snakken ze naar adem ,
hun ogen bezwijken, omdat er geen gewas is .

“[=inderdaad] zullen (..de mensen..) zijn achtergelaten in (..het land..) [=’deze wereld’] ,
[=want] (..hun verlossing..) zal niet zal hebben plaatsgevonden ;                          [=’zie zin 4’]

 
[=dan] zullen zij op (..de hoge plaatsen..) gaan staan , (..het licht..) verwachtend ,
[+en] hun ogen zullen vermoeid zijn door het turen ,     +
[=maar] er-zal geen (..verlossing..) (osh=iash) zijn ;

 
7-8-9
… dan de bede van Jacob tegenover God :
if depravities-of·us they-respond in·us ieue do-you ! on-account-of name-of·you
that they-are-many backslidings-of·us to·you we-sinned expectation-of ishral
one-saving-of·him in·era-of distress to·what ? you-are-becoming as·the·sojourner
in·the·land and·as·one-being-caravan-man he-turns-aside to·to-lodge-of to·what ?
you-are-becoming as·man being-stupified as·masterful-man not he-is-being-able
to·to-save-of and·you in·within-of·us ieue and·name-of·you over·us he-is-called
must-not-be you-are-leaving·us
O LORD, though our iniquities testify against us, do thou [it] for thy name’s sake:
for our backslidings are many; we have sinned against thee. O the hope of Israel,
the saviour thereof in time of trouble, why shouldest thou be as a stranger in the land,
and as a wayfaring man [that] turneth aside to tarry for a night? Why shouldest thou
be as a man astonied, as a mighty man [that] cannot save? yet thou, O LORD,
[art] in the midst of us, and we are called by thy name; leave us not.
‘astonished’ , H1724 daham ‘astonished’ 1x ;

  • context : … then the plea of Jacob towards God :
    … important context ;

line ,

  • [=’please read well  –
    because this plea will be very different from the plea at the énd of the chapter ;
    the plea here below is one said by “present christianity” ;
    line :]

(the people saying,)
“IEUE , our depravities – (have) [+nót] (am=la) – testified (on=oud) in=against us ,
(..since you saved us..) (osh=iash) – according to – your name ,      [=’according to the Gospel’]          
[=for] – we (had) sinned [=’corrupt eden-life’] – to you     +
[=by] – our – many – backslidings ;                                              [=’read : “just people making mistakes”]

 
(so) the expectation of – [=Jacob] [=’all to-be saved adm-souls’]      +
(was to be) sáved – in the time of – [+our] distress :
why – (have) you become – as=like one (having) sojourned –  in=from the land [=’this world’] ,
and=as one (having) travelled – away – to=from (..this world..) ? ;                                                 [=’sic’]

 
why – (have) you – [+not] – become – the one – (..who rescues..) ,              [=’term must fit ‘to save’]
as the skilled one – (who) (is) able – to save (-iash) ? ;
[=for] you – (were) in our midst , [=as] your name – (having been) called – over us : [=’christianity’]
(it) must not (have) been – (that) you (have) abandoned us ;

Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, Heer, doe het omwille van uw naam,
want talrijk zijn onze afdwalingen, tegen u hebben wij gezondigd .
U, Hoop van Israël, zijn verlosser in tijd van benauwdheid, waarom zou u zijn als
een vreemdeling in het land, als een reiziger, die slechts van de weg afwijkt om te overnachten ?
Waarom zou u zijn als een radeloze man, als een held die niet verlossen kan ?
U bent toch in ons midden, Heer, en wij zijn naar uw naam genoemd, verlaat ons niet.

  • [=’lees goed svp  —
    want deze bede zal heel anders zijn dan die aan het éind van dit hoofdstuk ;
    de bede hier beneden wordt gezegd door “het huidige christendom” ;
    zin :]

(de mensen zeggend,)
“IEUE , onze ongerechtigheden hebben [+niét] tegen ons getuigd (on=oud) ,
(..sinds u ons verlost hebt..) (osh=iash) omwille van uw naam ,                    [=’volgens het Evangelie’]
[=want] wij hadden gezondigd [=’corrupt eden-leven’] tegen u     +
[=vanwege] onze vele overtredingen ;                              [=’lees : gewoon mensen die fouten maken”]

 
(dus) de verwachting van [=Jacob] [=’alle adm-zielen die gered worden’]     +
(was) om verlóst te worden in de tijd van [+onze] benauwdheid :
waarom bent u geworden [=als] een die weg gereisd is [=uit] het land [=deze wereld’] ,
[=als] een die [uit] (..deze wereld..) weggegaan is ? ;                                                                       [=’sic’]

 
waarom bent u niet degene geworden (..die redt..) ,                [=’term moet bij ‘verlossing’ passen’]
als degene die vakkundig is en in staat om te verlossen (-iash) ? ;
[=want] u was in ons midden , [=als] uw naam die over ons was uitgeroepen :      [=’christenheid’]
het moest niet zijn (dat) u ons verlaten hebt ;

 
part II   —   deel II

 
10-11-12
… God’s antwoord op die bede :
thus he-says ieue to·the·people the·this so they-loved to·to-rove-of
feet-of·them not they-kept-back and·ieue not he-accepts·them now he-shall-remember
depravity-of·them and·he-shall-check sins-of·them and·he-is-saying ieue to·me must-not-be
you-are-praying about the·people the·this for·good that they-are-fasting there-is-no·me
listening to jubilation-of·them and·that they-are-offering-up ascent-offering and·present-offering
there-is-no·me accepting-of·them that in·the·sword and·in·the·famine and·in·the·plague
I finishing them
Thus saith the LORD unto this people, Thus have they loved to wander, they have not refrained
their feet, therefore the LORD doth not accept them; he will now remember their iniquity,
and visit their sins. Then said the LORD unto me, Pray not for this people for [their] good.
When they fast, I will not hear their cry; and when they offer burnt offering and an oblation,
I will not accept them: but I will consume them by the sword, and by the famine, and by the
pestilence.

  • context : … God’s response to that plea :
    … introduction ;

line ,
“[=then] (ke=ki)(he,) IEUE – says – to=about – these – people :                      [=’not : tó them’]
[=because] (kn=ki) – they (have) loved – to wander around ,              [=’try different versions?’]
[+as] not – (having) restrained – their feet ,
[=therefore] – IEUE – (does) not – accept them ;
now – he (is) remembering [+them] – (to) their (own) depravity ,
and=for he (is) visiting [=’for to judge’] – their sin [=’corrupt eden-life’] ;

 
and=then IEUE – says – to me [=Jeremiah] :
(it) must not be – (that) you (would be) praying – [=for] – the good (of) – these – people :

 
[=when] – they (would) fast , (..I will not listen..) – to – their outcry ,
and [=when] – they bring an ascend offering – and gift offering , (..I will not accept them..) ;
that=because – I – (will) make an end – (to) them ,     +
in=through the sword – and famine – and the plague ;

Zo zegt de Heer over dit volk : zij hebben het rondzwerven zo liefgehad,
zij hebben hun voeten niet gespaard. Daarom schept de Heer in hen geen behagen .
Nu zal hij aan hun ongerechtigheid denken en hun zonden straffen .
Verder zei de Heer tegen mij : bidt niet voor dit volk ten goede .
Al vasten zij, ik luister niet naar hun geroep. Ook al brengen zij een brandoffer en een graanoffer,
ik zal in hen geen behagen scheppen, maar door het zwaard, door de honger en door de pest
zal ik een einde aan hun maken .

“[=dan] (ke=ki) zegt (hij,) IEUE [=over] deze mensen :                                      [=’niet : tégen hen’]
[=omdat] (kn=ki) zij het rondzwerven hebben liefgehad ,                           [=’versies proberen?’]
[+als] het niet hebben tegengehouden van hun voeten ,
[=daarom] accepteert IEUE hen niet ;
nu herinnert hij [+hen] aan hun eigen ongerechtigheid ,
[=want] hij bezoekt [=’om te oordelen’] hun zonde [=’corrupt eden-leven’] ;

 
[=dan] zegt IEUE tegen mij [=Jeremia] :
het moet niet zijn dat u zou bidden [=ten] goede voor deze mensen :

 
[=wanneer] zij zouden vasten , (..zal ik niet luisteren..) naar hun geroep ,
en [=wanneer] zij een opstijg- en gift-offer zouden brengen , (..zal ik hen niet accepteren..) ;
[=omdat] ik een einde aan hen zal maken ,      +
[=door] (middel van) het zwaard , en hongersnood , en de pest ;

 
13-14
… want de profeten (=pastors) hebben hun eigen kuddes bedrogen :
and·I-am-saying alas ! my-Lord ieue behold ! the·prophets ones-saying to·them
not you-shall-see sword and·famine not he-shall-become to·you that peace-of
truth I-shall-give to·you in·the·placeri the·this and·he-is-saying ieue to·me falsehood
the·prophets ones-prophesying in·name-of·me not I-sent·them and·not I-instructed·them
and·not I-spoke to·them vision-of falsehood and·divination and·forbidden-idol and·deceit-of
heart-of·them they ones-prophesying to·you
Then said I, Ah, Lord GOD! behold, the prophets say unto them, Ye shall not see the sword,
neither shall ye have famine; but I will give you assured peace in this place. Then the LORD said
unto me, The prophets prophesy lies in my name: I sent them not, neither have I commanded them,
neither spake unto them: they prophesy unto you a false vision and divination, and a thing of nought,
and the deceit of their heart.

  • context : … because the prophets (=pastors) have deceived their own flocks :
    … silent ;

line ,

  • [=’this section 13-14 : again the “I am already saved” theme ;
    line :]

and=then I say : myLord – IEUE ,
(..it were..) (ene=eie) – [=their] (own) prophets [=’pastors’] – (who have) said – to them :
you (will) – not – see [=’expierience’] – the sword – and the famine ,      +
[+for] [=those] (will) – not – happen – to you ;       +
that=because – [=he] [=IEUE] (will) give – you – true – peace – (out) in=from – this – place ;

 
and=then – IEUE – says – to me :
the prophets [=’pastors’] – (have) prophecied – falsehood [=’inversion’] – in my name :
(it was) not – I (who has) sent them ,
and not – I (who) instructed (that to) them ,
and=for I (have) – not – spoken [in right direction] – a false [=’inverted’] – vision – to them ;     +

 
and=but – (..it was..) (ene=eie) – the divination – [=by] [=their] (own) idols [=’bodies / mind’] ,
and=as the deceit [=’loving this world’] of – their (own) heart      +
prophecying – to [=them] [=’believers’] ;

Toen zij ik : ach Heer, zie, die profeten zeggen tegen hen : U zult geen zwaard zien
en honger zult u niet krijgen, maar Ik zal u een duurzame vrede geven in deze plaats .
De Heer zie tegen mij : die profeten profeteren vals in mijn naam .
Ik heb hen niet gezonden, ik heb hun geen opdracht gegeven en ik heb niet tot hen gesproken.
Zij profeteren u een leugenvisioen, waarzeggerij, holle praat en bedrog van hun eigen hart .

  • [=’deze sectie 13-14 : weer het “ik ben al gered” thema ;
    zin :]

“[=dan] zeg ik : Heer , IEUE ,
(..het waren..) (ene=eie) [=hun] (eigen) profeten [=’pastors’] die tegen hen zeiden :
u zult het zwaard en de hongersnood niet zien [=’meemaken’] ,     +
[+want] [=die] zullen u niet gebeuren ;      +
[=omdat] [=hij] [=IEUE] u echte vrede zal geven (uit) [=van] deze plaats ;

 
[=dan] zegt IEUE tegen mij :
de profeten [=’pastors’] hebben leugen [=’inversie’] geprofeteerd in mijn naam :
niet ik heb hen gezonden ,
en niet ik heb hun (dat) geïnstrueerd ,
[=want] ik heb geen leugenachtig [=’inversie’] visioen tegen hen gesproken [in goede richting] ;   +

 
[=maar] (..het was..) (ene=eie) de waarzeggerij [=door] [=hun] (eigen) idolen [=’lichaam+Ik’] ,
[=als] het bedrog [=’deze wereld liefhebbend’] van hun (eigen) hart      +
dat tegen [=hen] [=’gelovigen’] profeteerde ;
 

 
15-16
… en als gevolg daarvan :
therefore thus he-says ieue on the·prophets the·ones-prophesying in·name-of·me
and·I not I-sent·them and·they ones-saying sword and·famine not he-shall-become
in·the·land the·this in·the·sword and·in·the·famine they-shall-come-to-end the·prophets
the·they and·the·people whom they ones-prophesying to·them they-shall-become
ones-being-flung in·streets-of Jerusalem from·faces-of the·famine and·the·sword
and·there-is-no one-entombing to·them they women-of·them and·sons-of·them
and·daughters-of·them and·I-pour-out on·them evil-of·them
Therefore thus saith the LORD concerning the prophets that prophesy in my name,
and I sent them not, yet they say, Sword and famine shall not be in this land; By sword
and famine shall those prophets be consumed. And the people to whom they prophesy
shall be cast out in the streets of Jerusalem because of the famine and the sword;
and they shall have none to bury them, them, their wives, nor their sons,
nor their daughters: for I will pour their wickedness upon them.

  • context : … and as consequence of that :
    … sober ;

line ,
“therefore – thus – IEUE – says       +
on=about – the prophets – (who) prophecied – in my name , [=but] (whom) – I – (have) not – sent ;
and=as they – (who were) the ones saying :
         the sword – and famine – (will) not – be – [+upon you] in – this – land [=’world’] :
these – prophets – (will be) exterminated – in=through the sword – and the famine ;

 
and the people – whom – they – prophecied – to ,      +
(will) be – cast out – in (..the open places..) of – (..the land..) [=’this world’] ,
(..because of..) – the famine – and the sword ,
and there-(will be)-no – one burying – them :                                                  [=’see previous chapters’]
they , their wives , their sons – and their daughters ,
and=for I (will) pour out – their (own) evil – on=upon them ;

Daarom, zo zegt de Heer over de profeten die profeteren in mijn naam ,
hoewel ík hen niet heb gezonden, en zij toch zeggen : er zal geen zwaard en honger in dit land zijn.
Die profeten zullen zelf door het zwaard en de honger omkomen .
En het volk waartegen zij profeteren, zal weggeworpen zijn op de straten van Jeruzalem
vanwege de honger en het zwaard, zonder dat iemand hen begraaft :
hen, hun vrouwen, en hun zonen en hun dochters. Zo zal ik hun kwaad over hen uitstorten.

“daarom , zo zegt IEUE     +
[=over] de profeten die profeteerden in mijn naam , [=maar] (die) ik niet gestuurd heb ;
       [=als] zij die gezegd hebben :
       het zwaard en de hongersnood zal niet [+op u] zijn in dit land [=’wereld’]  :
deze profeten zullen uitgeroeid worden [=door] het zwaard en de hongersnood ;

 
en de mensen waartegen zij profeteerden ,      +
zullen weggeworpen worden in (..de open plaatsen..) van (..het land..) [=’deze wereld’] ,
(..vanwege..) hongersnood en het zwaard ,
en er-zal niemand zijn die hen zal begraven :                           [=’zie vorige hoofdstukken’]
zij , hun vrouwen , hun zonen en hun dochters ,
[=want] ik zal hun (eigen) kwaad over hen uitgieten ;

 
part III   —   deel III

 
17-18
… de júiste bede van de zielen tegenover God :                   (maar die bede zal véel later gebeuren)
and·you-say to·them the·word the·this they-shall-run-down eyes-of·me tear night
and·by-day and·must-not-be they-are-being-stilled that breaking great she-is-broken
virgin-of daughter-of people-of·me smiting being-ill very if I-go-forth the·field and·behold !
ones-wounded-of sword and·if I-come the·city and·behold ! ailments-of famine that
moreover prophet moreover priest they-go-as-merchant to land and·not they-know
Therefore thou shalt say this word unto them; Let mine eyes run down with tears night and day,
and let them not cease: for the virgin daughter of my people is broken with a great breach,
with a very grievous blow. If I go forth into the field, then behold the slain with the sword!
and if I enter into the city, then behold them that are sick with famine! yea, both the prophet
and the priest go about into a land that they know not.
‘go about’ , H5503 sachar ‘to trade, merchant’ ;

  • context : the right plea of the souls towards God :                 (yet this plea will happen múch later)
    … silent ;

line ,

  • [=’situation :
    at the time when both witnesses (=144,000) will go across earth , see next chapter 15 ;
    this part III juxtaposes to their prévious “incorrect” plea in 7-8-9  (and see note) ;
    line :]

and=then [=they] [=’Jacob’] – (will) say – these – words [in right direction] – to [=me] [=IEUE] :
tears – run down – [+from] [=our] eyes – night – and day ,
and (it) must not be – (that) they (would) cease ;       +
[=because] – the great – disaster      +
(has) broken – the daughter [=’adm-souls’] of – the people [=’Originals’] ,     +
[+as] the very – grievous – blow ;                                   [=’so they realize they are ‘adm-souls’ now’]

 
if=when – [=we] go forth – [=into] the fields ,                                              [=’see a previous chapter’]
behold , (there are) the ones (having been) slain – [+by] the sword ,
and if=when – [=we] enter – a city , behold , (there are) (..the dead ones..) – [+by] famine ;

 
that=because – [=both] – the prophets – and the priests      +
(.. have betrayed..) – the [eden-] land – they (did) – not – know (about) ;       +  

Zeg dan dit woord tegen hen :
Tranen stromen uit mijn ogen naar beneden, nacht en dag, zonder ophouden,
want de maagd, de dochter van mijn volk, is gebroken met een grote breuk,
door een wond die zeer pijnlijk is .
Ga ik erop uit, het veld in, ziedaar hen die gevallen zijn door het zwaard .
Kom ik in de stad, ziedaar hen die ziek zijn van de honger.
Ja, zowel profeet als priester trekt in het land rond en weet geen raad.

  • [=’situatie :
    in de tijd wanneer de twee getuigen (=144,000) op de aarde zijn (en zie hoofdstuk 15) ;
    dit deel III is tegengesteld aan de vorige “incorrecte” bede in 7-8-9 ;
    zin :]

“[=dan] zullen [=zij] [=’Jacob’] deze woorden [in goede richting] tegen [=mij] [=IEUE] zeggen :
de tranen stromen van onze ogen naar beneden , nacht en dag ,
en het moet niet zijn dat die op zouden houden ;       +
[=omdat] de grote ramp de dochter [=’adm-zielen’] van de mensen [=’Originelen’] heeft gebroken ,
[+als] de pijnlijke verwonding ;                                        [=’dus zij begrijpen nu dat zij adm-zielen zijn’]

 
[=wanneer] [=wij] de velden ingaan ,
zie , (daar zijn) degenen die gevallen zijn door het zwaard ,
en [=wanneer] [=wij] een stad binnengaan , zie , (daar zijn) (..de doden..) [+door] hongersnood ;

 
[=omdat] [=beide] de profeten en priesters     +
het [eden-] land waar zij niet over wisten (..verloochend hebben..) ;      +

 
19-20-21
slot : … vervolg van de bede :
?·to-reject you-rejected Judah or in·Zion she-loathes soul-of·you for-what-reason
you-smite·us and·there-is-no for·us healing to-expect for·peace and·there-is-no good
and·for·time-of healing and·behold ! fright we-acknowledge ieue wickedness-of·us
depravity-of fathers-of·us that we-sinned to·you must-not-be you-are-spurning
on-account-of name-of·you must-not-be you-are-disgracing throne-of glory-of·you
remember-you ! must-not-be you-are-annulling covenant-of·you with·us?·there-is
in·vanities-of the·nations ones-bringing-downpour and·or the·heavens they-shall-give
showers ?·not you he ieue Elohim-of·us and·we-are-expecting to·you that you you-do
all-of these
Hast thou utterly rejected Judah? hath thy soul lothed Zion? why hast thou smitten us,
and [there is] no healing for us? we looked for peace, and [there is] no good; and for the time
of healing, and behold trouble! We acknowledge, O LORD, our wickedness, [and] the iniquity
of our fathers: for we have sinned against thee. Do not abhor [us], for thy name’s sake,
do not disgrace the throne of thy glory: remember, break not thy covenant with us.
Are there [any] among the vanities of the Gentiles that can cause rain? or can the heavens
give showers? [art] not thou he, O LORD our God? therefore we will wait upon thee:
for thou hast made all these [things].
‘vanities’ , H1892 hebel ‘vapour, vanity, idols (7x)’ ; [previous -nabel ‘contempt’ ?] ;
‘rain’, H1652 gasham ‘rain’ 1x ; from larger cluster ;
‘showers’ , H7241 rebibim ‘rainshower’ ;

  • context : closing: … the plea continued :
    … silent ;

line ,

  • [=’note how the eden-theme deepens their realization of the trúe situation ,
    because they now also understand what “the covenant” was about  (in line 21)  —
    but the true CORE of this confession is “.. do not abhor our soul”
    (for we experienced  what dreadful situation that is for her …) ,
    as completely opposed to the “abstract” haughty superficial plea in previous lines 7-8-9 ;
    line :]

“(..but also..) – [=Jacob] – rejected – (the possible existence of) the [eden-] [=land] ,
in=as – [=our] adm-soul – (who) loathed – (the possible existence of) tsiun [=’eden-residence’] ;

 
for [=that] reason – [=we] (are) smitten – and there-is-no – healing – for us ,
[+as] the ones (having) expected – [eden-] peace , and=but there-is-no – [eden-] goodness (now) ,
and=as the ones (having expected) a time of – healing [=’saving’]and=but behold ! , horror ;

 
IEUE – we acknowledge – our wickedness [=’own boss’] ,     +
[+as] the depravity of – our fathers ,                                                              [=’the 500 BC fathers, likely’]
that=because – we (have) sinned [=’corrupt eden-life’] – to you ;

 
(it) must not be – (that) you abhor us , for the sake of – your name ,                 [=’syntax : us + souls’]
(it) must not be – (that) (..you contempt..) – (..us adm-souls..) – (who are) [+for] your glory ;
remember you [+us] ! ! ,                                                                                                          [=’read : do act’]
[+for] (it) must not be – (that) you (would) annull – your covenant – with us ;                            [=’sic’]
———————-

  • [=’below line : the “rainshowers” theme is Esau’s cursed corruption ,
    and it caused too many uncertainties in this line for to can be restored ;
    line :]

(..save us?..) (ish=iash) – (..from our vanities?..) – (..as your people?..) – (…………) ,
and=for – (..your name?..) (shmm=shm) – (..will give?..) – (..rescue for us?..) ;
———————                                                                                                    [above line : too corrupted]
[+for] you (are) – he , IEUE – our deity ,
and we (are) expectant – to=for you ,
that=because – you (will) save (osh=iash) – all of – [=us] .                                                                

Hebt u Juda dan helemaal verworpen , of walgt Uw ziel van Sion ?
Waarom hebt u ons zo geslagen dat er geen genezing voor ons meer mogelijk is ?
Wij zien uit naar vrede, maar er is niets goeds, naar een tijd van vrede, maar zie, er is verschrikking.
Heer, wij kennen onze goddeloosheid, de ongerechtigheid van onze vaderen,
want wij hebben gezondigd tegen u . Verwerp ons niet omwille van uw naam,
maak uw heerlijke troon niet te schande, denk aan uw verbond met ons, verbreek het niet.
Zijn er onder de nietige afgoden van de heidenvolken die het laten regenen,
of kan de hemel regendruppels geven ?
Bent u dat niet, de Heer onze God ? Wij zien naar u uit, want al deze dingen doet u !

  • [=’merk op hoe het eden-thema hun bewust maakt van hun wérkelijke situatie ,
    omdat zij nu ook begrijpen wat “het verbond” inhield (in zin 21)  —
    maar het HART van deze bekentenis is het “… walg niet van onze ziel”
    (want wij hebben meegemaakt wat voor ramp dat is voor haar…) ,
    als totáal tegengesteld aan de “abstracte” hooghartige en oppervlakkige bede in vorig 7-8-9 ;
    zin :]

“(..maar ook..) [=Jacob] heeft (het mogelijk bestaan van) het [eden-] land afgewezen ,
[=als] [=onze] adm-ziel die (het mogelijke bestaan van) tsiun [=’eden-residentie’] gelaakt heeft ;

 
om [=die] reden worden [=wij] geslagen en is-er geen genezing voor ons ,
[+als] degenen die [eden-] vrede hebben verwacht , [=maar] er-is geen [eden-] goedheid (nu) ,
[=als] degenen die een tijd van heling [=’redding’] (hadden verwacht) , [=maar] zie , horror ;

 
IEUE we geven onze slechtheid [=’eigen baas zijn’] toe ,     +
[+als] de ongerechtigheid van onze vaderen ,                                [=’500 BC vaderen , waarschijnlijk’]
[=omdat] wij gezondigd [=’corrupt eden-leven’] hebben tegen u ;

 
(het) moet niet zijn dat u walgt van ons , omwille van uw naam ,                [=’syntax : ons + zielen’]
(het) moet niet zijn dat u (..ons , adm-zielen..) (..minacht..) , (die voor) uw glorie zijn ;
herinnert u zich [+aan ons] !! ,                                                                                  [=’lees : handel weer’]
[+want] het moet niet zijn dat u uw verbond met ons zou verbreken ;

 

  • [=’zin beneden : het “regenen” is Esau’s vervloekte corruptie ,
    en veroorzaakte te veel onzekerheden in de zin om hersteld te kunnen worden ;
    zin :]

(..verlos ons?..) (ish=iash) (..van onze oppervlakkigheid?..) (..als uw mensen?..) – (……….) ,
[=want] (..uw naam?..) (shmm=shm) (..zal ons redding geven?..) ;

———————-                                                                                                       [zin boven : te corrupt]
[+want] u bent hij , IEUE onze godheid ,
en wij verwachten u ,
[=omdat] u ons allen zult (..verlossen..) (osh=iash) .

 


26.05may.2020   —   submitted as first version , and definitive   —   report series