Jer. 15: de aarde wordt donker
indien de zonen ontsnappen
+ de Schrift herondekt : nú
(goed leesbaar) (6)

 

 

chapter context :
continuation of this series ;
the chapter is NOT about 500 BC ;
the “seven [billion] people”
and “sun going down at noonday”
are Revelation themes ;
note the Gaia concept here and
Jeremiah’s (our) personal situation ,
+ Scripture re-discovered : nów ,

 

hoofdstuk context
… ook dit hoofdstuk gaat NIET over 500 BC :
hoewel ‘Manasse’ genoemd wordt , wordt de naam gebruikt
om de reden aan te geven wát er mis is met de huidige wereld
(in 1 Kon. 21 werd letterlijk oud-Judah al geoordeeld vanwege Manasse) —
… de attributen in dit hoofdstuk zijn alle overstijgend :
de “zon die ondergaat op het midden van de dag” ,
de “zeven [biljoen mensen!] als het zand van de zee” ,
en het begin al meteen refererend aan “de vier ruiters uit Openbaring” ;

 

…. let op het ‘Gaia’ thema als “deze aarde” (we hadden Gaia al eens) ,
en de persoonlijke situatie van Jeremia (=van ons , zie vorig gepost hoofdstuk)

 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

 

Jeremia 15

 
1
het hoofdstuk laat zien dat dit over onze dagen gaat – en de komende periode :
and·he-is-saying ieue to·me if he-is-standing Moses and·Samuel to·faces-of·me there-is-no
soul-of·me to the·people the·this send-away-you ! from·on faces-of·me and·they-shall-go-forth
Then said the LORD unto me, Though Moses and Samuel stood before me, [yet] my mind
[could] not [be] toward this people: cast [them] out of my sight, and let them go forth.

  • context : the chapter will show that it is about our days , and the timeframe to come :
    the cryptic ‘Moses and Samuel’ , never used in that combination ,
    should refer to underline that the chapter is about our timeframe ;
    Luke 21 : we sense it is indéed related : please observe how it writes here
    as “send YOU (them) away”, making line 2-3 automatically “tell you TO…”,
    not so much “tell abóut these people..” ; and compare Luke 21 ;
    this topic is so horrible that we’ll abstain from any further context ,
    my soul : we still don’t think God “has / is an adamite-soul” , since he is God
    (as a different class being) ; it’s not pretty but we tried give it a colour ;

line ,
“and=then – IEUE – says – to me / :
if=even – Moses – and Samuel – (are) standing – before me
       [=’2 witnesses of Revelation analogy’] , +
there-is-no – soul of me [‘I intended’] – in regard to – these – people [=’souls on earth’] / ;
send you [=’we’?] (+them) away – from – before me ! / , and=so they shall go forth / ;

  • [=’is this the strange theme of “do not let them enter” in Luke 21:21 ?’]
    [UPD.23/9 – yes it is indeed the “ten virgins theme”, see also log]

(De Heer spaart het volk niet meer)
De Heer zei tegen mij : al stond Mozes of Samuel voor mijn aangezicht ,
dan nog zou mijn ziel niet met dit volk van doen willen hebben .
Stuur hen van voor mijn aangezicht weg , laten zij weggaan !

“dan zegt IEUE tegen mij : al staan Mozes en Samuel voor mij
       [=’2 getuigen van Openbaring analogie’] , +
er-is-geen adam-ziel van mij [‘zoals Ik bedoelde’] wat deze mensen betreft [=’zielen op aarde’] ;
stuur [=’wij’?] hen van voor mijn aangezicht weg ! , opdat zij weggaan ;

  • [=’is dit het vreemde thema van “laat hen niet binnen” in Lukas 21 :21 ?’]
    [UPD. 23/9 – is inderdaad het thema van “de tien maagden” , zie log]

 
2-3
… de vier manieren kunnen gelinkt worden aan de 4 ruiters in Openbaring :
and·he-becomes that they-shall-say to·you whither ? we-shall-go-forth and·you-say
to·them thus he-says ieue who for·the·death to·the·death and·who for·the·sword
to·the·sword and·who for·the·famine to·the·famine and·who for·the·captivity
to·the·captvity and·I-visit on·them four families averment-of ieue ath the·sword
to·to-kill-of and the·dogs to·to-pull-in-pieces-of and flyer-of the·heavens and beast-of
the·earth to·to-devour-of and·to·to-ruin-of
And it shall come to pass, if they say unto thee, Whither shall we go forth? then thou shalt
tell them, Thus saith the LORD; Such as [are] for death, to death; and such as [are]
for the sword, to the sword; and such as [are] for the famine, to the famine;
and such as [are] for the captivity, to the captivity And I will appoint over them four kinds,
saith the LORD: the sword to slay, and the dogs to tear, and the fowls of the heaven,
and the beasts of the earth, to devour and destroy.

  • context : the first four disasters : could be linked to the 4 apocalypse horses ;
    but we’d need to investigate if other chapters will address these themes ;
    dogs : perhaps ‘lawless gangs’ or alike , because ‘the sword’ relates to ‘spirits’
    (see line 8-9) ; dogs cannot belong to “birds and animals” ;

line,
“and it will happen – that – they [=‘souls on earth’] (will) say – to you / : +
where – (can) we go [then] ? / ,
and=that you (will) say – to them / : thus – (he,) IEUE – says / :
who (are) [destined] – for death / to death / ,
and who (are) – for the sword – to the sword [=’war’] / ,
and who (are) – for the famine – to the famine / ,
and who (are) for captivity – to the captivity / ;
and=for I appoint – on them – four – (kindreds) / , (is) the declaration of – IEUE / :
[+ath=as] – the sword – to=for to (be) killed by / ,
and the dogs [=‘lawless streetgangs’?] – to=for to (be) torn to pieces by / ,
and / the birds of – the sky / and – the beasts of – the land +
to=for to (be) devoured / and destroyed by / ;
En het zal gebeuren, wanneer zij tegen u zeggen : waar moeten wij naartoe gaan ?
dat u tegen hen moet zeggen : zo zegt de Heer :
wie bestemd is voor de dood, naar de dood; wie bestemd is voor het zwaard, naar het zwaard;
wie bestemd is voor de honger, naar de honger ;
en wie bestemd is voor de gevangenis , naar de gevangenis .
Ik zal hen op vier manieren straffen, spreekt de Heer :
door het zwaard om te doden , door de honden om hen weg te slepen , door de vogels
in de lucht en de dieren op de aarde om hen te verslinden en te gronde te richten.

“en het zal gebeuren , wanneer zij [=‘zielen op aarde’] tegen u zeggen : +
waar kunnen wij dan naartoe gaan ? ,
dat u tegen hen zult zeggen : zo zegt IEUE :
wie (bestemd is) voor de dood , naar de dood ;
wie (bestemd is) voor het zwaard , naar het zwaard [=’oorlog’] ;
wie (bestemd is) voor de honger , naar de honger ;
en wie (bestemd is) voor de gevangenschap , naar de gevangenschap ;
want ik heb vier manieren verordonneerd , is de verklaring van IEUE :
als het zwaard om mee gedood te worden ,
als de honden [=‘wetteloze straatbendes’?] om in stukken gescheurd te worden ,
en de vogels in de lucht en de dieren op het land +
om te worden verslonden en zo vernietigd te worden ;

 
4-5
.. ‘Manasse van Juda’ : als “deze wereld God vergeten hebbend” :
and·I-give·them to·commotion to·all-of kingdoms-of the·earth in·due-to Manasseh
son-of Hezekiah king-of Judah on which he-did in·Jerusalem that who ? he-shall-spare
on·you Jerusalem and·who ? he-shall-condole for·you and·who ? he-shall-withdraw
to·to-ask-of to·well-being to·you
And I will cause them to be removed into all kingdoms of the earth, because of Manasseh the
Son of Hezekiah king of Judah, for [that] which he did in Jerusalem. For who shall have pity
upon thee, O Jerusalem? or who shall bemoan thee? or who shall go aside to ask how thou doest?
‘be removed’ , H2113 zevaah ‘terror, horror’

  • context : about today’s world : the epithets are used to explain the réason
    why this world is so polluted ; here Manasseh = “this world having forgotten God” ;
    because the judgment about literal old-Judah because of what Manasseh did
    was already stated in 2 Kings 21 ;
    it is ‘horror’- not ‘removed’ : Esau trying to turn this chapter into but an exile colour ;

line ,
“and=for I (will) place – horror – into all – the kingdoms of – the land [=’this earth’] / ,
because of – [the mindset of-] Manasseh [=’having forgotten (God)’] – son of – Hezekiah , +
king of – Judah [=’this world’] / , +
on account of – which – he did – in Jerusalem [=’this earth’]
       [=’namely to build everywhere altars for the Dual behemoth-realm’ ,
       see a pinned Jesaja chapter ; also he “filled Jerusalem with blood” ,
       the city here as ‘this earth’ – perhaps themes like “abortion” etc]
/ ;
that=then – who – shall have pity – on you / , Jerusalem        [‘this earth’] / , +
and who – shall show sympathy – for you        [=’because them spirits will not’] / , +
and who – shall bend over – to=for to ask – to=about your condition ? / ;
Ik zal hen stellen tot een schrikbeeld voor alle koninkrijken van de aarde , vanwege Manasse ,
de zoon van Hizkia, de koning van Juda, om wat hij in Jeruzalem gedaan heeft .
Want wie heeft medelijden met u, Jeruzalem ?
Wie betuigt u zijn medeleven, wie zal van de weg afgaan om te vragen naar uw welstand ?

“want ik zal horror plaatsen in alle koninkrijken van het land        [=’deze aarde’] ,
vanwege [het soort denken-] van Manasse        [=’(God) vergeten hebbend’] , +
de zoon van Hizkia , de koning van Juda        [=’deze wereld’] , +
om wat hij in Jeruzalem gedaan heeft

       [=’namelijk om overal altaren te bouwen voor de behemoth-realm ,
       zie gepind Jeremia hoofdstuk ; ook ‘vulde hij Jeruzalem met bloed’,
       de stad hier als ‘deze aarde’—wellicht thema’s als “abortus” e.d’] ;
wie zal er dan medelijden met u hebben , Jeruzalem        [=’deze aarde’] , +
en wie zal medeleven met u betuigen        [=’de geesten zeker niet’] , +
en wie zal zich overbuigen om naar uw welzijn te informeren..? ;

 
6-7
… poort : dimensie-gerelateerd , en zie volgende zinnen 8-9 :
you you-abandoned me averment-of ieue backward you-are-going
and·I-shall-stretch-out hand-of·me on·you and·I-shall-cruin·you I-am-tired to-regret-of
and·I-shall-winnow·them in·winnower in·gates-of the·land I-bereave I-destroy
people-of·me from·ways-of·them not they-returned
Thou hast forsaken me, saith the LORD, thou art gone backward: therefore will I stretch out
my hand against thee, and destroy thee; I am weary with repenting. And I will fan them
with a fan in the gates of the land; I will bereave [them] of children,
I will destroy my people, [since] they return not from their ways.

  • context : gates : dimension-related ; see also next lines 8-9 ;
    it is possible that the ‘bereavement’ is becáuse of the scattered gate [-s] ,
    in the sense “that contact with Heaven is now closed” (also concerning essences) ;
    we had a chapter about this gate to earth , and see images page (1) of the Karnak
    basrelief – the beings walking to earth from their boat ;
    2) root (-zr) in wide range ; winnow, seed , sow, descendant , etc ;
    regression : literally ‘back, backside, backward’ ;
    ruin [by dimension] : used is (-shchth) also as “the pit”, dimension-related ;

line ,
“[+but] you (have) – abandoned – me / , (is) the declaration of – IEUE / ,
[+and] you (are) [only] going – [móre] into regression / ,
and=so I shall stretch out – my hand – on=against you / and I shall ruin you [‘by dimension’] , +
[+for] I am tired of – (having) compassion / ;
—————-
and=so – I shall scatter – the gates [=to?] – the land [=earth] – in=by descendants of m-realm / ,
           [unsure context still]
—————-

[+so that?] I (will) bereave (+them) [of everything] – [+and] I destroy – my people / ,
[+for] they (do) – not – return – from their ways / ;
Ú hebt mij verlaten, spreekt de Heer, u ging achterwaarts .
Daarom strek ik mijn hand tegen u uit, ik richt u te gronde, ik ben het berouw hebben moe.
Ik zal hen wannen met een wan in de poorten van het land .
Ik heb mijn volk van kinderen beroofd, het doen ondergaan .
Zij zijn van hun wegen niet teruggekeerd .

maar u hebt mij verlaten , is de verklaring van IEUE ,
en u gaat (alleen) maar [méer] in regressie ,
daarom zal ik mijn hand tegen u uitstrekken , en ik zal u vernietigen [‘door dimensie’] , +
want ik ben het moe om berouw te hebben ;

      [=’volgende zinnen : de dimensionele poort gelinkt aan ‘het onthouden van dingen’ ?’]
—————-
dus zal ik de poorten [naar?] het land [‘deze aarde’] verstrooien +
door (de afstammelingen van de m-realm?) ,
       [nog onduidelijke context]
—————-
[+zodat?] ik (hen) [alles] (zal) onthouden , en mijn mensen vernietigen ,
want zij keren niet terug van hun wegen ;

 
8-9
….. nu over deze aarde , als ‘Gaia’ , als een “Lebewesen” (zie index voor ‘Gaia’) :
they-are-serried to·me widows-of·him from·sand-of seas I-bring to·them on mother
choice-young-man one-devastating in·the·noons I-cast-down on·her suddenly oir rousing
and·flurries she-is-feeble one-giving-birth-of the·seven she-expires soul-of·her he-sets
sun-of·her in·still by-day she-is-ashamed and·she-is-abashed and·remnant-of·them
to·the·sword I-shall-give to·faces-of ones-being-enemies-of·them averment-of ieue
Their widows are increased to me above the sand of the seas: I have brought upon them against
the mother of the young men a spoiler at noonday: I have caused [him] to fall upon it suddenly,
and terrors upon the city. She that hath borne seven languisheth: she hath given up the ghost;
her sun is gone down while [it was] yet day: she hath been ashamed and confounded:
and the residue of them will I deliver to the sword before their enemies, saith the LORD
‘widows’ , H490 alman-ah ‘widow’, ‘forsaken’ 1x [Jer.] ; -alam ‘to bind, be mute, speechless’;
‘sand’ , H2344 chol ‘sand’; other ? , chil wealth, riches, sin ? ;
‘city’ , H5892 iyr ‘city’ ; uwr ‘light etc ?’, ‘to stir up’ ?

  • context : now about this earth , as ‘Gaia’ (we had this , see index) :
    in a posted chapter she was also “at her end , muttering [like spirits do]” ;
    the “sun going down at noon” is a typical expression for Revelation (see f.e. Amos 8) ;
    seven [billion] : directly relating back to “the many as the sand of the sea” ;
    per June 2019 statistics show 7,5 billion at present ; as another time-indicator ;

line ,
“they [‘souls’] are the many / from=as the sand of – the sea / [of] the widow [‘Gaia’] – to me / ,
I bring – to=upon them / young men / (being) the ones devastating / on – the mother [‘Gaia’] / ;
in=at midday – I (will) – suddenly – cast down – the calamity – on – the city [=’earth’] / ;
[continuing about Gaia :]
the one giving birth to – seven [billion !] – is exhausted / , her – adam-soul – breathes her last / ;
her sun [‘this one’] – goes down – in=when (it is) still – day / , she is ashamed – and embarrassed / ,
and the remnant [‘souls’] of her [‘Gaia’] – I shall give – to the sword / , +
in front of – their enemies [=’spirits’] / , (is) the declaration of – IEUE / ;
Hun weduwen zullen voor mij talrijker zijn dan het zand van de zeeën .
Ik laat over hen, over de moeder, een jongeman komen, een verwoester, midden op de dag.
Plotseling laat ik op hen vallen angst en verschrikkingen .
Zij die er zeven baarde, verkommert, zij blaast haar laatste adem uit .
Haar zon gaat onder als het nog dag is, zij schaamt zich en wordt rood van schaamte .
Wat van hen nog overblijft, zal ik overgeven aan het zwaard voor het oog van hun vijanden,
spreekt de Heer .

“zij [‘zielen’] zijn talrijk als het zand van de zee door de weduwe [‘Gaia’] voor mij ,
ik breng over hen [‘zielen’] jongeman komen als de verwoester op de moeder [=’Gaia’] ;
midden op de dag zal ik plotseling verschrikkingen op de stad [=’deze aarde’] neerwerpen ;
zij [=’Gaia’] die er zeven [‘miljard !’] baarde is doodop , +
haar adam-ziel blaast haar laatste adem uit ;
haar zon [=’deze’] gaat onder als het nog dag is , zij schaamt zich en is vernederd ,
en haar overblijfsel [=‘zielen’] zal ik overgeven aan het zwaard , +
voor het aangezicht van hun vijanden [=’geesten’] ,
is de verklaring van IEUE ;

 
10-11
intermezzo door Jeremia : dit vervloekte type lichaam zal de zonen toch niet verhinderen ? :
alack ! to·me mother-of·me that you-gave-birth·me man-of contention and·man-of
quarrel to·all-of the·land not I-lent and·not they-lent in·me all-of·him making-light-of·me
he-says ieue if not K I-regard·you Q I-make-upright·you for·good if not I-intercede in·you
in·era-of evil and·in·era-of distress the·one-being-enemy
Woe is me, my mother, that thou hast borne me a man of strife and a man of contention to the
whole earth! I have neither lent on usury, nor men have lent to me on usury; [yet] every one
of them doth curse me. The LORD said, Verily it shall be well with thy remnant;
verily I will cause the enemy to entreat thee [well] in the time of evil and in the time of affliction.

  • context : intermezzo by Jeremiah : this cursed type body will not refrain the sons ? ;
    we saw in a previous pinned Jeremiah chapter that he identifies with us ;
    after the “birth theme” previously , these lines can only deal about “our present body”;
    K and Q was originally “sharith” , ‘remnant [of you]’ ;
  • I) when the 144,000 sons leave earth , the latter will get Dark :
    we saw several chapters with this theme – like “the matrix screaming of anger
    when that will happen” ; here worded as “the time of evil” ;
    the problem however is this useless body as our literal prison ;

line ,
       [=’said by Jeremiah who also speaks for ús :]
“woe / to me / , (you) my mother      [=‘Gaia’] / , +
that – you birthed me / (being) a man of – [physical- !] controversy , +
[just] and=as – the dissonant – men – to=in all – the lands       [=’on earth’] / :
I got borrowed [’physical aspects from eden’] – but – they wére not for borrow – in=to me / ,
all of it – makes me to be cursed / ;
[God intervenes to Jeremiah :]
(he,) IEUE – says / : (verily) / (it will be good) – [with] your remnant       [=’144,000’] / ,
verily / , I (will) interceed – in=for the ones of you – in the time of – evil       [=’Revelation’] / ,
and=when (will be) the time of – the distress – [by] the enemies       [=’spirit armies’] / ;
(Klacht en aanvechting van Jeremia)
Wee mij, mijn moeder, dat u mij gebaard hebt,
een man van onenigheid en een man van ruzie voor heel het land .
Ik heb niets uitgeleend en men heeft mij niets uitgeleend, toch vervloekt ieder van hen mij.
De Heer zei : voorwaar, ik zweer dat ik ten goede voor u heb gezorgd !
Voorwaar, ik zweer dat ik tegen de vijand voor u ben opgekomen ,
in een tijd van onheil en in een tijd van benauwdheid !

       [=’gezegd door Jeremia die ook voor óns spreekt – zie gepind hoofdstuk :]
“wee mij , (u) mijn moeder      [=’Gaia’] , +
dat u mij gebaard hebt als een man van [fysieke-] tegenstelling , +
(net) als de dissonante mannen van alle landen         [=’op aarde’] :
ik werd dingen uitgeleend [‘fysieke aspecten van eden’] , +
maar die zouden niet eens aan mij uitgeleend hebben móeten worden ,
dit alles maakt dat ik vervloekt ben ;

[God spreekt nu tot Jeremia :]
IEUE zegt : voorwaar , (het zal alles goed zijn) met uw overblijfsel        [=’144,000 zonen’] ,
voorwaar, ik zal tussenbeide komen wat de uwen betreft , in de tijd van Kwaad [=’Openbaring’] ,
wanneer het de tijd zal zijn van de benauwdheid vanwege de vijanden        [=’geesten-legers’] ;

 
12-13-14
God vervolgt tegen Jeremiah :         (zwaar gecorrumpeerde sectie)
?·he-shall-smash brzl iron brzl iron from·north and·copper estate-of·you
and·treasures-of·you to·plunder I-shall-give not in·price and·in·all-of sins-of·you
and·in·all-of boundaries-of·you and·I-transfer ones-being-enemies-of·you in·land not
you-know that fire she-is-kindled in·anger-of·me over·you she-shall-be-kept-aglow
Shall iron break the northern iron and the steel? Thy substance and thy treasures will I give
to the spoil without price, and [that] for all thy sins, even in all thy borders.
And I will make [thee] to pass with thine enemies into a land [which] thou knowest not:
for a fire is kindled in mine anger, [which] shall burn upon you.

  • context : God continues to Jeremiah :        (heavily corrupted section)
    several clues caused us to present this version :
  • 1) previous lines ended with the 144,000
    (which Jeremiah represents) , so
    likely these lines continue about them ;
    2) the expression “loot for no price”
    we saw several times being used
    for the “taking back what them spirits stole” ;

rpt
  • 3) the ‘fire shall keep burning’ can NEVER be about Jeremiah , nor saved-souls ;
    4) copper and iron : last lines describe the copper as “the enveloping fire” ,
    so ‘copper’ is here an aspect of éden ; which must be juxtaposed to the phrase
    as “iron from·north” – spells describe frequently their “dimension as iron light”,
    iron as BAÁ , “sky of iron”, see to right ; where also their iron boat , BAÁ KHENT’ ;
    though in Jer. 6 “stubborn people” are also as iron and copper ,
    the context of this chapter + ‘north’ denotes their realm north ;

line ,
“(shall) – (the iron) – (from the north) – [+not] – (be smashed) – (and=by the copper) – (?) / ,
       [=’their iron realm north smashed by the copper of the 144,000 , see line 20-21’] ;
their [=’spirits’] riches – and their treasures – I shall give you [=’144’] – to=for loot / , +
[+for] no – price / ,
and=by all – their sins [=’corrupt eden-life’] / in= all – their territories / ,
and=when I make you to cross over [-dimensionally] – [+ath=towards] – your enemies [=’spirits’] +
in=to – a [matrix-] land – you (did) – not – know / ,
that=then – the fire – kindled – in=as my anger – shall keep burning – over=upon them / ;
Kan ijzer soms breken, ijzer uit het noorden, of brons ?
Uw vermogen en uw schatten zal ik als buit geven, zonder prijs, vanwege al uw zonden ,
en in heel uw gebied. Ik zal u met uw vijanden overbrengen naar een land dat u niet kent ,
want een vuur is aangestoken in mijn toorn , het zal tegen u handelen .

“(zal) (het ijzer) (van het noorden) [+niet] (gebroken worden) (door het koper) (?) ,
       [=’hun ijzeren dimensie in het noorden gebroken door het koper , de laatste
       als het ‘hen omringende voor’ van de 144,000 , zie zinnen 20-21’] ;
hun [=’geesten’] rijkdommen en hun schatten zal ik u als buit geven , zonder prijs ,
vanwege al
hun zonden [=’corrupt eden-leven’] in al hun gebieden .
wanneer ik u zal laten oversteken [-dimensioneel] [+naar] een land dat u niet kent ,
dan zal het vuur dat aangestoken wordt als mijn toorn op
hen blijven branden ;

 
part II — deel II

 
15-16
.. en dat gebeurt wanneer God’s woorden herontdekt – in ónze tijd :
you you-know ieue remember-you·me ! and·note-you·me ! and·avenge-you ! for·me
from·ones-persecuting-of·me must-not-be to·slow-of anger-of·you you-are-taking-away·me
know-you ! to-bear-of·me on·you reproach they-are-found words-of·you
and·I-am-eating·them and·he-is-becoming words-of·you to·me to·elation and·to·rejoicing-of
heart-of·me that he-is-called name-of·you over·me ieue Elohim-of hosts
O LORD, thou knowest: remember me, and visit me, and revenge me of my persecutors;
take me not away in thy longsuffering: know that for thy sake I have suffered rebuke.
Thy words were found, and I did eat them; and thy word was unto me the joy and rejoicing
of mine heart: for I am called by thy name, O LORD God of hosts.

  • context : … and that happens when God’s words are re-discovered – in óur time :
    this is not about “personal enemies pursuing” because that context lacks objects ;
    instead , after previous lines now shows hów that will happen –
    the “finding” is an important clue , Jeremiah again speaking for ús ;

line ,
“IEUE – you – know [it] / :
remember you me / and pay attention to me / ,
and avenge you / from=for me – from=upon the things persueing me [=’false opinions of the I’] / ;
(it) must not be – (that) your anger – (is) patient [=’in executing the revenge’] , +
[+and] you would let me to be seized         [=’by those things’] / ,
you know ! – [that] I (have) to bear – the scorn – on=against you
       [=’of the daily false opinions the I had , turning away from God’ ;
       note how next line is véry weird if said by Jeremiah about himself :] ;

your words (or: ‘concepts’) [in right direction] – (are) discovered (!) – and I am eating them / ,
and=for – your words – became – a joy – to me – and=as for rejoicing of – my heart / ,
that=because – your name – (is) named – over me / , IEUE / , deity of – hosts / ;
U, Heer, kent mijn onschuld, denk aan mij en zie naar mij om, wreek mij op mijn vervolgers.
Neem mij in uw geduld niet weg, weet dat ik omwille van u smaad draag .
Zodra uw woorden gevonden werden, at ik ze op.
Uw woord was mij tot vreugde en tot blijdschap in mijn hart ,
want uw naam is over mij uitgeroepen , Heer, God van de legermachten .

“IEUE , u weet (het) :
herinnert u zich mij ! , en zie naar mij om ,
en wreek mij op de dingen die mij vervolgen        [=’verkeerde opinies van het Ik’] ;
het moet niet zijn dat uw woede geduldig is        [=’wacht om wraak te nemen’] , +
en u mij gegrepen zou laten worden        [=’door die dingen’] ,
u weet dat ik de smaad moet dragen , tegenover u

       [=’als de dagelijkse verkeerde opinies dat het Ik had , van God afleidend’ ;
       de context is hier niet “vervolging door persoonlijke vijanden” ; zie hoe de
       volgende zin wel héél vreemd is indien door Jeremia gezegd over hemzelf :] ;
uw woorden (of: ‘concepten’) [in de goede richting] zijn gevonden (!) , en ik eet ze op ,
want uw woorden zijn mij tot vreugde , als de blijdschap van mijn hart ,
omdat uw naam over mij wordt uitgeroepen , IEUE , godheid van de legermachten ;

 
17-18
.. en het woord begrijpend , blijkt dat ‘dit lichaam’ het grootste probleem is :
not I-sat in·deliberation-of ones-sportmaking and·I-am-being-joyous from·faces-of
hand-of·you solitary I-sat that menace you-filled·me to·what ? he-became pain-of·me
permanence and·smiting-of·me mortal she-refuses to-be-healed-of to-become
you-are-becoming to·me like liar-of waters not they-are-to-be-trusted
I sat not in the assembly of the mockers, nor rejoiced; I sat alone because of thy hand: for thou
hast filled me with indignation. Why is my pain perpetual, and my wound incurable, [which]
refuseth to be healed? wilt thou be altogether unto me as a liar, [and as] waters [that] fail?

  • context : .. and by understánding the word , it shows “this body” is the biggest problem :
    the term ‘anger’ is linked to ‘Adam connecting the wrong plants’ , as mixture ;
    thou be a liar : as Esau’s joke , he suggested ‘you’, but that is *impossible* ;
    the original wrote “to-become he-is-becoming” , as stressing the term ;

line ,
“I (do) – not – [want to] dwell – in the circles – [of] the ones playing [‘with your word’] / ,
and=for I rejoice – dwelling – only – in front of – [what] your hand [‘writes’] / ;
that=yet – you caused me to be filled – [with] anger [=’by the illegal mixture’] / :
how long – will – my pain – last ? / ,
and=for my – incurable – wound [=’this dirty body and her I’] – refuses – to be healed / ,
it surely became – to me – like – ‘a treacherous – beach current’ / ,
it – (can) not – be trusted        [=’compare apostle Paul’s exclamation’] / ;
Ik heb niet gezeten in een kring van spotters, of sprong daar op van vreugde .
Vanwege uw hand zat ik alleen, want u hebt mij met gramschap vervuld .
Waarom is mijn lijden er voor altijd, en is mijn wond ongeneeslijk, weigert hij te genezen?
Bent u nu echt voor mij als een onbetrouwbare beek, water dat niet betrouwbaar is ?

“ik [wil] me niet ophouden in de kringen van degenen die spelen [‘met uw woorden’] ,
want ik heb vreugde door alleen maar (door) voor [wat] uw hand [‘schrijft’] te vertoeven ,
maar toch maakt u dat ik vervuld ben met woede [=’vanwege illegale vermenging’] :
hoe lang zal mijn pijn duren ? ,
want mijn wond ongeneeslijk [=’dit smerige lichaam en haar Ik’] weigert te genezen ,
het is absoluut als ‘een verraderlijke stroom in de rivier’ voor mij geworden ,
het kan niet vertrouwd worden       
[=’vergelijk apostel Paulus’ uitroep’] ;

 
part III — deel III

 
19
… het begrijpen van steeds meer concepten zorgt voor de terúgkeer (van de zonen) :
therefore thus he-says ieue if you-are-turning-back and·I-shall-restore·you
to·faces-of·me you-shall-stand and·if you-are-bringing-forth precious
from·one-being-glutton as·mouth-of·me you-shall-become they-shall-return they
to·you and·you not you-shall-return to·them
Therefore thus saith the LORD, If thou return, then will I bring thee again, [and] thou shalt
stand before me: and if thou take forth the precious from the vile, thou shalt be as my mouth:
let them return unto thee; but return not thou unto them.

  • context: .. and understanding even móre concepts causes a return (of the sons) :
    very much info in these lines , hence it looks a bit messy with the notes ;
    precious + worthless : linked to “mouth” as ‘speaking the word’ ; we deliberately
    added ‘translation’ because of the context of previous part II ;
    back into the nations : see pinned Isaiah chapter ; and note how how the harsh
    theme at the start of this chapter end here with “they return (to eden)” ;

line ,
“therefore / thus / (he,) IEUE – says / :
if – you [=’the 144 sons’] (will) return [‘to me’] / , +
and=then I shall (restore) you – [+when] you shall stand – to=in front of me
       [=’see chapter Joshua receiving new clothes – as new body’] / :
if – you (will) bring out – the precious [concepts] – [out] from the worthless [-‘translation !’] / , +
you shall become – as my mouth        [=’the 144,000 , sent back into the nations’] / ;
they [=’saved souls on earth’] – shall return [‘to eden’] – [to=with?, by?] you / ,
and=for you – shall – not – return – (to) them        [=’to be part of the people here’] / : +
Daarom, zo zegt de Heer :
als u terugkeert, laat ik u terugkeren, u zult voor mijn aangezicht gaan staan .
Als u wat kostbaar is, afscheidt van wat waardeloos is, zult u als mijn mond zijn .
Laten zíj terugkeren naar u, maar ú mag niet terugkeren naar hen .

“daarom , zo zegt IEUE :
indien u [=’de 144 zonen’] terugkeert [‘naar mij’] , +
dan zal ik u (restaureren) wanneer u voor mijn aangezicht zult staan

       [=’zie hoofdstuk Jozua ontvangt nieuwe kleren – als nieuw lichaam’] :
indien u het kostbare [concepten] uit het waardeloze [-‘vertaling !’] weet te halen , +
zult u als mijn mond worden       
[=’de 144,000, teruggezonden in de naties’] ;
zij [=’geredde zielen’] zullen terugkeren [naar eden] [naar=met?, door?] u ,
want u zult niet terugkeren naar hen
       [=’om deel te zijn van de mensen hier’] : +

 
20-21
… zij zullen niet terugkeren , omdat :
and·I-give·you to·the·people the·this to·wall-of copper fortressed-one and·they-fight
to·you and·not they-shall-prevail to·you that with·you I to·to-save-of·you
and·to·to-rescue-of·you averment-of ieue Yahweh and·I-rescue·you from·hand-of
evil-ones and·I-ransom·you from·palm-of terrifying-ones
And I will make thee unto this people a fenced brasen wall: and they shall fight against thee,
but they shall not prevail against thee: for I [am] with thee to save thee and to deliver thee,
saith the LORD. And I will deliver thee out of the hand of the wicked,
and I will redeem thee out of the hand of the terrible.

  • context : … they will not return , because :
    now returns the ‘copper’ theme ; though Jer. 1 had similar line , the context is here
    about the other dimension – while in Jer. 1 it was said to the literal kings of Judah ;
    battle : it shows that we (all) haven’t a clue what is all going on overthere ,
    but that reality must be more strange as we could ever imagine …

line ,
“and=for? I (will) place you [=’144,000’] – to=against – thóse – people [=’spirits’] +
to=as – a copper – fortress – wall        [=’the enveloping fire’] / :
and=though they (will) fight – to=against – you / , they shall – not – prevail – to=over you / ,
that=because – I – (will be) with you / , I (myself) – save you / and rescue you / ,
(is) the declaration of – IEUE / ;
and=for I rescue you / from the hand of – the evil ones        [=’spirits’] / ,
and I redeem you / from the handpalm of / the terrible ones [=’spirits’] / .
Ik zal u vóor dit volk stellen als een bronzen vestingmuur .
Ze zullen wel tegen u strijden, maar u niet aankunnen, want ik ben met u ,
om u te verlossen en te redden , spreekt de Heer .
Ik zal u redden uit de hand van de kwaaddoeners ,
ik zal u verlossen uit de greep van de geweldplegers .

“want ik zal u [=’144,000’] tegen dit volk [=’geesten’] plaatsen +
als een bronzen vestingmuur        [=’het omhullende vuur’] :
zij zullen wel tegen u strijden , maar zullen u niet overwinnen , omdat ik met u zal zijn ,
ik (zelf) verlos u en red u , is de verklaring van IEUE ;
want ik red u uit de hand van hen die het Kwaad vertegenwoordigen [=’geesten’] ,
en ik zal u verlossen uit de greep van hen die monsterlijk zijn .

 


 
21.09.19 submitted — first version — hetreport