Jer. 18: ‘metafysisch schaakspel’:
hoe God de ‘vrije wil’ van de ziel
laat verhouden tot de toekomst
en tot de Kwade dimensie (1)
(goed leesbaar)

 

 

 chapter context :
‘metaphysical chessgame’ (1)
how God relates “the free will”
of the soul towards the future
and towards the evil realm ;
for the “Babylonian captivity”
as the “metaphysical analogy” ,
see end of page for
Introduction

 

hoofdstuk context
…. dit hoofdstuk is de inleiding tot het “in ballingschap gaan in Babel”, 500 BC ,
en laat doorschemeren waarom de verovering van Jeruzalem moest gebeuren

 

… we hadden hetzelfde concept als “metafysisch schaakspel” al eerder :
de letterlijke koning Nebuchadnezar had Tyrus belegerd – maar had geen buit ,
daarom mocht de koning – als de gevallen engel – zijn eigen gebied leegroven ;
en hier speelt eenzelfde soort thema

 

… als eerste wordt het metafysische aspect behandeld
van hoe God koninkrijken maakt en weer afbreekt ,
maar al direct gerelateerd “aan hoe zielen zich gedragen , gerelateerd aan vrije-wil” ,
en daarop past God , op zijn beurt , zich aan —
wat hij doet is dus geen “willekeur” zoals de natuur van het Griekse pantheon ;

 

… als tweede wordt oud-Judah Legaal verantwoordelijk gehouden voor ‘deze wereld’ ,
en zoals we het hoofdstuk “de vloek begint 500 BC” al hadden ,
wordt hier eenzelfde soort belangrijke (cruciale) keuze van hen verwacht –
maar zij kiezen dat wat God niét wil , namelijk ‘hun eigen wegen volgend’ ,

 

… daarom “mag”, als derde , de letterlijke koning van Babel Jeruzalem vernietigen ,
maar dat staat onmiddellijk in verband met de eindtijd (in volgend hoofdstuk 19) :
daar wordt de situatie metafysisch – als “deze aarde tegenover het land van de geesten”,
waar “de slachting op deze aarde” gezet wordt tegenover “de slachting van de geesten” ,
als het vreemde thema van “de uitruil” , het ‘gelijk oversteken’ .

 

… daarom lijkt het ons , als vierde , dat Jerusalem (Judah) “opgeofferd werd”
in dit vreemde metafysische schaakspel — bijna als “om tijd te kopen” —
omdat een vastgestelde tijd aangekomen was , ten tijde van dit hoofdstuk ,
– als een soort “overeenkomst tussen God en de gevallen aartsengel” –
en het heel wel mogelijk is “dat Judah als gehéel zou worden vernietigd” :
Christus was immers nog niet naar deze aarde gekomen ,
en de kwade dimensie zou ALLES doen om DAT te voorkomen ! —
juist dóor het huis Judah gevangen te houden in een stevige koppigheid ,
en hun daardoor vernietigend VOORDAT Christus zelfs maar kon beginnen !
Nebuchadnesar , Thoth vertegenwoordigend , “mocht” dus een voorlopige buit hebben ..
(over die “overeenkomst” : vergelijk het in dit hoofdstuk genoemde
“ik zeg het en een koninkrijk valt of wordt geplant”…) ;

 

… hoewel het begrip ‘opofferen’ een “onschuldige partij” lijkt te beschrijven ,
heeft deze partij – als oud-Judah hier zélf voor gekozen ,
zoals blijkt uit dit hoofdstuk (zie slot) en de volgende hoofdstukken ;

 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

 

Jeremia 18

 
1-2-3-4
de pottenbakker : als analogie hoe God de schepper is :
the·word which he-became to Jeremiah from·with ieue to·to-say-of rise-you !
and·you-go-down house-of the·one-being-potter and·there·ward I-shall-announce·you
words-of·me and·I-am-going-down house-of the·one-being-potter and·behold ! he doing
work on the·stones and·he-is-ruined the·vessel which he makingdo in·the·clay
in·hand-of the·one-being-potter and·he-turned-back and·he-is-makingdo·him vessel
another as·which he-is-upright in·eyes-of the·one-being-potter to·to-makedo-of
The word which came to Jeremiah from the LORD, saying, Arise, and go down
to the potter’s house, and there I will cause thee to hear my words. Then I went down to
the potter’s house, and, behold, he wrought a work on the wheels. And the vessel that he
made of clay was marred in the hand of the potter: so he made it again another vessel,
as seemed good to the potter to make [it].

  • context : the potter : as analogy how God is the creator :
    it may seem a bit ‘simple’ , the analogy made here – but that is only so at first sight ;
    the fact that “the vessel got RUINED” is important for the rest of this chapter ;

line ,
“the word [in right direction] – from – IEUE – which – became – to – Jeremiah / , saying / :
arise / , and descend / (to) the house of / the potter / ,
and there – I (shall) (let) you hear – [what] (are) my words / ;
and=so I descend / (to) the house of – the potter / ,
and behold ! / he / (was) making – a work – upon – the stone (-wheel) / ;
and=but – the vessel – which – he – (was) making – from the clay +
(got) ruined – in the hand of – the potter / ,
and=so he returned [it] – and (made) – another – vessel , +
which (was) as=like – a córrect one – in the eyes of – the potter / , to=as how it (should be) made / ;
(Het werk van de pottenbakker)
Het woord dat van de Heer gekomen is tot Jeremia :
Sta op en daal af naar het huis van de pottenbakker. Daar zal ik u mijn woorden laten horen.
Zo daalde ik af naar het huis van de pottenbakker. En zie, hij was op de draaischijven
een werkstuk aan het maken . Mislukte de pot die hij aan het maken was met de klei
in de hand van de pottenbakker, dan maakte hij daarvan weer een andere pot ,
zoals het in de ogen van de pottenbakker goed was om te maken .

“het woord [in goede richting] van IEUE dat gekomen is tot Jeremiah , zeggend :
sta op , en ga naar beneden naar het huis van de pottenbakker ,
en daar zal ik u laten horen (wat) mijn woorden [in goede richting] zijn ;
dus ging ik naar beneden , naar het huis van de pottenbakker ,
en zie , hij was een werkstuk aan het maken op de (draaiende-) steen ;
maar de pot die hij maakte van de klei , mislukte in de handen van de pottenbakker ,
dus keerde hij het terug en maakte een andere pot ,
die als een júiste pot was in de ogen van de pottenbakker , zoals het gemaakt moest worden ;

  • [=’het mag een “nogal simpel” voorbeeld lijken – maar dat is slechts op ’t eerste gezicht :
    het feit dat de pot MISLUKTE is belangrijk voor de rest van dit hoofdstuk :]

 
5-6-7
… introductie van het concept “metafysische allegorie” :
and·he-is-becoming word-of ieue to·me to·to-say-of ?·as·the·one-being-potter the·this
not I-am-being-able to·to-do-of to·you house-of ishral averment-of ieue behold ! as·the·clay
in·hand-of the·one-being-potter so you in·hand-of·me house-of ishral moment I-am-speaking
on nation and·on kingdom to·to-pluck-up-of and·to·to-break-down-of and·to·to-destroy-of
Then the word of the LORD came to me, saying, O house of Israel, cannot I do with you
as this potter? saith the LORD. Behold, as the clay [is] in the potter’s hand, so [are] ye
in mine hand, O house of Israel. [At what] instant I shall speak concerning a nation,
and concerning a kingdom, to pluck up, and to pull down, and to destroy [it];

  • context : introduction of the concept “metaphysical allegory” :
    here ‘the people’ are connected to “(the future of) kingdoms” ,
    and , because of the choice of old-Judah , even influencing the endtimes ;
    men + Judah : the ‘house of Ishral’ is an Esau corruption , and senseless ;
    see line 11-12 where “men of Judah” IS correctly there – so will be chapter 19 ;
    second reason is that ‘Judah’ represents ‘this earth situation’ , related to the allegory ;

line ,
“and=then – the word [in right direction] of – IEUE – becomes – to me / , saying / :
[men] of – [Judah]                [=’in this case 500-BC-Judah’ , secondary : to us’] / ,
(am) I – not – able – to do – with you – as=like – this – potter [does] ? / ,
(is) the declaration of – IEUE / ,
behold ! / , as=like the clay – in the hand of – the potter / , so – (are) you – in my hand , +
(you) [men] of – [Judah]                 [=’in this case 500-BC-Judah’ , secondary : to us’] / ;
 
the very moment – I (am) speaking [in right direction] – on=about – a nation +
and=or on=about – a kingdom / to=for (to be) plucked up / ,
it (is) breaking down – and perishes                 [=’in that same moment !’] / ; +
Toen kwam het woord van de Heer tot mij :
zou ik met u niet kunnen doen zoals deze pottenbakker , huis van Israël ? spreekt de Heer .
Zie, zoals de klei in de hand van de pottenbakker , zo bent u in mijn hand, huis van Israël .
Het ene ogenblik doe ik de uitspraak over een volk en over een koninkrijk
dat ik hen weg zal rukken , af zal breken en doen ondergaan .

“dan komt het woord [in goede richting] van IEUE tot mij , zeggend :
[mannen] van [Judah]         [=’in dit geval 500-BC-judah’, in tweede instantie wij’] ,
(ben) ik niet bij machte om met u doen zoals deze pottenbakker (deed) ? ,
is de verklaring van IEUE ,
zie , zoals de klei in de hand van de pottenbakker , zo bent u in mijn hand ,

[mannen] van [Judah]          [=’in dit geval 500-BC-judah’, in tweede instantie wij’] ;
 
het ogenblik dat ik spreek [in goede richting] over een natie of over een koninkrijk +
dat het afgebroken wordt ,
verbrokkelt het en verdwijnt
       [=’op datzelfde moment !’] ; +

  • [=’hier worden ‘de mensen’ in verband gebracht met “(de toekomst van) koninkrijken”,
    en , door de keuze van oud-Judah hier , zelfs de eindtijd beïnvloedend’]
    ;

 
8-9-10
.. op hetzelfde moment dat het gesproken wordt , wórdt het ook gebouwd :
and·he-turns-back the·nation the·he from·evil-of·him which I-spoke on·him and·I-regret
on the·evil which I-designed to·to-do-of to·him and·moment I-am-speaking on nation and·on
kingdom to·to-build-of and·to·to-plant-of and·he-does the·evil in·eyes-of·me to·so-as-not
to-listen-of in·voice-of·me and·I-regret on the·good which I-said to·to-do-good-of him
If that nation, against whom I have pronounced, turn from their evil, I will repent of the evil
that I thought to do unto them. And [at what] instant I shall speak concerning a nation,
and concerning a kingdom, to build and to plant [it]; If it do evil in my sight,
that it obey not my voice, then I will repent of the good, wherewith I said I would benefit them.

  • context : .. the same moment it is spoken , it IS being built :
    the intent was not , like KJV , “one moment I say this , next moment something else”,
    for that is but typical of Dualistic characters like Zeus and his pantheon —
    note also the aspect of “free will”, álso of humans , which can have great consequences ! :]

line ,
”and=but [+if] – that – nation – which – I spoke [in right direction] – against +
retúrns – from it’s evil (way) / ,
and=then I (will) regret – on=about – the evil – which – I designed – to=for (to be) done – against it / ;
 
and the very moment – I (am) speaking – on=about – a nation – and=or about – a kingdom +
to=for (to be) built / , it (will be) planted       [‘the same moment’] / :
and=yet [+if] it does – evil – in my eyes / by means of – not – listening – to my voice / ,
and=then I regret – on=about – the [eden-] good / which – I said – (would be) the good – (to) it / ;
Bekeert zich dat volk waarover ik die uitspraak heb gedaan echter van zijn kwaad ,
dan zal ik berouw hebben over het kwade dat ik hen dacht aan te doen .
Het andere ogenblijk doe ik de uitspraak over een volk en een koninkrijk
dat ik het zal bouwen en planten .
Doet het echter wat kwaad is in mijn ogen door niet te luisteren naar mijn stem ,
dan zal ik berouw hebben over het goede waarmee ik zei het goed te doen .

“maar als die natie waartegen ik sprak [in goede richting] terúgkeert van zijn kwaad ,
dan zal ik berouw hebben over het kwaad dat ik ontwierp om tegen hem gedaan te worden ;

  • [=’dit is dus niet “het ene moment zeg Ik dit , het andere moment dát”,
    want dat is slechts het karakter van het Griekse pantheon –
    let op het aspect “vrije wil”, dus óok van mensen , dat grote gevolgen kan hebben ! :]

 
en het ogenblijk dat ik spreek [in goede richting] over een natie of een koninkrijk +
om gebouwd te worden , zal het geplant worden
[‘op hetzelfde moment !’] :
maar als het kwaad doet in mijn ogen door niet te luisteren naar mijn stem ,
dan zal ik berouw hebben over het [eden-] goede waarover ik zei dat het goede voor hem zou zijn ;

 
11-12
… hetzelfde Legale thema hier , als ‘deel van het metafysisch schaakspel’ :
and·now say-you ! please ! to man-of ieude Judah and·on ones-dwelling-of Jerusalem
to·to-say-of thus he-says ieue behold ! I forming on·you evil and·designing on·you design
turn-back-you ! please ! man from·way-of·him the·evil and·make-good-you ! ways-of·you
and·actions-of·you and·they-say despairing that after devices-of·us we-shall-go and·man
control-of heart-of·him the·evil we-shall-do
Now therefore go to, speak to the men of Judah, and to the inhabitants of Jerusalem, saying,
Thus saith the LORD; Behold, I frame evil against you, and devise a device against you:
return ye now every one from his evil way, and make your ways and your doings good.
And they said, There is no hope: but we will walk after our own devices,
and we will every one do the imagination of his evil heart.

  • context : .. the same Legal theme here , as “part of the metaphysical chessgame” :
    the “men of Judah” is used here : hence in next chapter 19 we will use the same ! ,

line ,
“and=so now – say you ! / , please ! / , to – the men of – Judah      [=’in this case 500-BC-Judah‘] , +
and=as to – the inhabitants of – Jerusalem / , saying / :
thus – (he,) IEUE – says / :
behold ! / , I (am) – forming – evil – on=agáinst you / , and=as designing – a plan – on=against you / :
return you ! / , please ! / , everyone – from their – evil – way / ,
and [+make] good you – your ways – and actions !

  • [=’the “plan against you” is the coming attack by Nebuchadnessar ,
    and afterwards the exile of old-Judah to Babylon’ ;
    but the “metaphysical allegory” is ‘their choice’ – related to óur days’]
    / ;

 
and=but they say / : ‘it is hopeless’ / that=because – we (shall) walk – after – our (own) mindset / ,
and everyone – (shall) do – [according to] the stubbornness of – his (own) – evil – heart / ;
Nu dan, zeg toch tegen de mannen van Juda en tegen de inwoners van Jeruzalem :
zo zegt de Heer : zie, ik bereid onheil tegen u , bedenk een plan tegen u .
Bekeer u toch , ieder van zijn slechte weg . Maak uw wegen en daden goed .
Zij zeggen echter : daar is geen hoop op , wij volgen immers onze eigen plannen .
We doen ieder overeenkomstig zijn verharde, boosaardige hart .

“dus nu , zegt u ! , alstublieft ! , tegen de mannen van Judah [=’hier als 500-BC-Judah’] , +
als tegen de inwoners van Jeruzalem , zeggend :
zo zegt IEUE :
zie , ik bereid een kwaad voor tégen u , als een plan tegen u ontwerpend :
keer terug ! , alstublieft ! , ieder van zijn slechte weg , en maak uw wegen en daden goed !

  • [=’het “plan tegen u” is de komende aanval van Nebuchadnezar ,
    en daarna de ballingschap van oud-Judah naar Babel ;
    maar de “metafysische allegorie” hier is ‘hun keuze’ – gerelateerd aan ónze dagen’] /
    ;

 
maar zij zeggen : daar is geen hoop op , want wij zullen onze eigen gedachtenwereld volgen ,
en ieder zal handelen overeenkomstig de koppigheid van zijn (eigen) boosaardige hart ;

 
13-14
… de verbijsterende conclusie :
therefore thus he-says ieue ask-you ! please ! in·the·nations who ? he-heard as·these
horrible-thing she-did very virgin-of ishral ?·he-shall-forsake from·rock-of field snow-of
Lebanon or they-shall-be-eliminated waters alien-ones cold-ones ones-flowing
Therefore thus saith the LORD; Ask ye now among the heathen, who hath heard such things:
the virgin of Israel hath done a very horrible thing. Will [a man] leave the snow of Lebanon
[which cometh] from the rock of the field? [or] shall the cold flowing waters that come
from another place be forsaken?

  • context : … the astonishing conclusion :
    in the phrase “daughter of my people” the ‘people’ are “our Originals” ,
    and ‘the daughter’ is the adamite-soul living in this present body we have ;

line ,
“therefore / thus / (he,) IEUE – says / :
ask you ! / , please ! / , in=among the (heathen) nations / :
who – (has) [ever] heared / [anything] as=like this , +
(as) the very – horrible thing – [which] the daughter of – [my people] – (has) done ? / :
(shall) – the snow of – the Lebanon – leave – from a rock – in his [‘Lebanon’s’] field ? / ,
or – (shall) strange [=‘warm’] – waters – eliminate – the (present) flowing – cold ones ? / ; +
Daarom, zo zegt de Heer : vraag toch onder de heidenvolken : wie heeft zoiets gehoord ?
Iets zeer afschuwelijks heeft zij gedaan , de maagd Israël .
Verdwijnt de sneeuw van Libanon ooit van een rots in het veld ?
Droogt het vreemde, koele, stromende water ooit uit ?

“daarom , zo zegt IEUE : vraagt u ! , alstublieft ! , onder de (heiden) volken :
wie heeft (ooit) (iets) als dit gehoord , +
(zoals) het zeer afschuwelijke ding dat de dochter van mijn
[mensen] heeft gedaan ? ;
zal de sneeuw van de Libanon van een rots in zijn
[=’Libanon’s’] veld verdwijnen ? ,
of zal vreemd
[=’warm’] water de (nu) stromende koude (wateren) verdrijven ? ; +

 
15-16-17
… Nebukadnezar zal aanvallen :
that they-forgot·me people-of·me to·the·futility they-are-fuming-incense
and·they-are-making-stumble·them in·ways-of·them trails-of eon to·to-go-of tracks-of
way not being-heaped-up to·to-place-of land-of·them to·desolation hissings-of eon every-of
one-passing on·her he-shall-be-desolated and·he-shall-shake in·head-of·him as·wind-of
east I-shall-scatter·them to·faces-of one-being-enemy nape and·not faces I-shall-show·them
in·day-of calamity-of·them
Because my people hath forgotten me, they have burned incense to vanity, and they have
caused them to stumble in their ways [from] the ancient paths, to walk in paths, [in] a way
not cast up; To make their land desolate, [and] a perpetual hissing; every one that passeth
thereby shall be astonished, and wag his head. I will scatter them as with an east wind
before the enemy; I will shew them the back, and not the face, in the day of their calamity.
context : … Nebuchadnessar will attack :
line ,
“that=yet – my (own) people – (have) forgotten me / :
to=in vain – they (are) fuming incense / , +
and=for – their (own) ways – (are) making them to stumble / ,
[+they] (are) – [+not] – walking – [in] the olden – path / , [+and] (are) – not – casting up – the way / ;
[+therefore] their land – (will be) made – desolate / , (to be) a (perpetual) – hissing / ,
[+and] every – one passing – her – (shall be) astonished – and shake – the head / :
I (shall) scatter them – as=by the east-wind / , in front of – the enemy / ,
[+and] in the day of – their calamity – I (shall) (show) – the neck – and not – the face / ;
Toch heeft mijn volk mij vergeten .
Zij brengen reukoffers aan nutteloze afgoden . Die hebben hen laten struikelen op hun wegen ,
op de aloude paden , door op paden te gaan van een ongebaande weg , zodat zij hun land
tot een verschrikking maken , tot een eeuwige aanfluiting .
Ieder die er voorbijtrekt , zal zich ontzetten en met zijn hoofd schudden .
Als een oostenwind zal ik hen verspreiden vóor de vijand uit .
De nek, niet het gezicht, zal ik hun laten zien op de dag van hun ondergang .

“toch hebben mijn (eigen) mensen mij vergeten :
het is zinloos dat zij reukoffers brengen , want hun eigen wegen laten hen struikelen ,
zij wandelen [+niet] op het oude pad , en werpen niet de (hoofd-) weg op ;
daarom zal hun land desolaat worden gemaakt , als een (constante) aanfluiting ,
en ieder die er voorbijtrekt zal zich ontzetten en met het hoofd schudden :
ik zal hen verstrooien door ‘de oosten-wind’ , vóor hun vijanden uit ,
en op de dag van hun rampspoed zal ik de nek (laten zien) en niet het gezicht ;

 
part II — deel II

 
18
… maar de mensen willen die boodschap niet begrijpen :
and·they-are-saying go-you ! and·we-shall-devise on Jeremiah devisings that not
she-shall-perish law from·priest and·counsel from·wise and·word from·prophet go-you !
and·we-shall-smite·him in·the·tongue and·must-not-be we-are-paying-attention to
any-of words-of·him
Then said they, Come, and let us devise devices against Jeremiah; for the law shall not perish
from the priest, nor counsel from the wise, nor the word from the prophet.
Come, and let us smite him with the tongue, and let us not give heed to any of his words.

  • context : .. but the people don’t want to hear that message :
    please see top of page ‘Introduction’ for the context of these chapters ,

line ,

  • [=’the situation is here “Jeremiah agáinst the priests and wise ones” ,
    so “the prophet” here IS Jeremiah ; see next section 19-20 :]

“and=then they [=’the people’] say / :
come / , and (let) us devise – a plan – on=against – Jeremiah / ,
that=because – the law – (should) not – perish – from the priésts      [saying it] , +
[+nor] the counsel – from the wise ones                                    [saying it] , +
and=becáuse of the word [in right direction] – from (that) prophet  [=Jeremiah] / :
come / , and we (shall) defuse – his type language / ,
and=for (it) must not be – (that) we (should) pay attention – to – any of – his words [in right direction] / ;
Toen zeiden zij : kom, laten we plannen tegen Jeremia bedenken .
Want het onderwijs in de wet verdwijnt niet met de priester ,
evenmin het geven van raad met de wijze of het woord met de profeet . Kom, laten we hem
treffen met de tong en laten we geen acht slaan op welke van zijn woorden dan ook.

  • [=’de situatie is hier “Jeremiah tégen de priesters en de wijzen” ,
    dus “de profeet” hier IS Jeremiah ; zie ook volgende sectie 19-20 :]

“dan zeggen zij [=’de mensen’] : kom , laten we een plan tegen Jeremiah bedenken ,
want de wet zou niet moeten verdwijnen van de priésters
       [die het zeggen] , +
noch het geven van raad van de oudsten
             [die het zeggen] , +
vanwége het woord [in goede richting] van die profeet [=Jeremiah’] :
kom , en wij zullen zijn soort taal onschadelijk maken ,
want het moet niet zijn dat wij acht zouden moeten slaan +
op welke van zijn woorden [in goede richting] dan ook ;

 
19-20
.. daarom zegt Jeremiah :
attend-you ! ieue to·me and·hear-you ! to·voice-of contenders-of·me
?·he-shall-be-repaid forunder good evil that they-dug pit for·soul-of·me remember-you !
to-stand-of·me to·faces-of·you to·to-speak-of on·them good to·to-turn-back-of fury-of·you
from·them
Give heed to me, O LORD, and hearken to the voice of them that contend with me. Shall evil
be recompensed for good? for they have digged a pit for my soul. Remember that I stood
before thee to speak good for them, [and] to turn away thy wrath from them.
context : … that’s why Jeremiah says :
line ,
“pay attention ! / to me / IEUE / , and listen you ! / to the voices of – them contending with me / :
(shall) evil – (be) repaid – as exchange for – good ?       [=’the good warning Jeremiah gave’] / ,
that=because – they dug / a pit – for my adam-soul / ;
remember you ! / (that) I stood up – to=as  [representing] your presence +
to=for to speak [in right direction] – the góod [warning] – to them / ,
to=in (order that) – your fury – (would be) returned – fróm upon them / ;
Sla acht op mij, Heer, luister naar de stem van wie mij aanklagen .
Zou dan kwaad met goed vergolden worden ?
Zij hebben immers een kuil gegraven voor mijn ziel ! Bedenk dat ik in uw dienst sta ,
om het goede voor hen te spreken, om uw grimmigheid van hen af te wenden .

“sla acht op mij , IEUE , en luister naar de stemmen van wie mij aanklagen :
zal kwaad vergolden worden als ruil voor het goede ?
[=’de goede waarschuwing in deel I’] ,
want zij hebben een valkuil gegraven voor mijn adam-ziel ;
bedenk dat ik opstond als uw tegenwoordigheid [-representerend] , +
om het goede voor hen te spreken [in goede richting] ,
opdat uw woede
ván hen terug zou kunnen keren ;

 
21-22

… vervolgend : (en deel uitmakend van de ‘metafysische allegorie’, zie top pagina)
therefore give-you ! sons-of·them to·the·famine and·spill-you·them ! on hands-of sword
and·they-shall-become women-of·them bereaved-ones and·widows and·mortals-of·them
they-shall-become ones-being-killed-of death choice-young-men-of·them ones-being-smitten-of
sword in·the·battle she-shall-be-heard outcry from·houses-of·them that you-are-bringing
on·them raiding-party suddenly that they-dug pit to·to-seize-of·me and·snares they-buried
for·feet-of·me
Therefore deliver up their children to the famine, and pour out their [blood] by the force of
the sword; and let their wives be bereaved of their children, and [be] widows; and let their men
be put to death; [let] their young men [be] slain by the sword in battle. Let a cry be heard
from their houses, when thou shalt bring a troop suddenly upon them:
for they have digged a pit to take me, and hid snares for my feet.

  • context : .. continuing : (as part of the ‘metaphysical playout’ , see top page)
    bit scrambled section ; the “hand” is out of place here , as is the “being killed” ;
    while “to pour out” (-nagar) is used instead of (-harega) “to slay” ;

line ,
“therefore / give you / their sons / (over) to famine / ,
and (let) you them (to be killed) – on=through – the sword / ;
(let) their women – be – bereaved of children – and (be) widows / ,
and (let) their men – be – (put to) – death / ,
[+and] (let) their young men – (be) slain – (by) the sword – in the battle / ;
the outcry – (shall) be heared – from their houses , +
that=when – you – suddenly – (will) bring – the troops – on=against them / ;
that=because / they dug – a pit – to=for to (can) seize me / ,
and=as – they buried [a hidden-] – snare – for my feet / ;
Geef daarom hun kinderen over aan de honger , doe hen neerstorten door de macht
van het zwaard . Laten hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden .
Laten hun mannen gesneuvelden worden . Laten hun jongemannen in de strijd
met het zwaard verslagen worden . Laat uit hun huizen geschreeuw gehoord worden ,
wanneer u plotseling een roversbende over hen brengt , omdat zij een kuil hebben gegraven
om mij gevangen te nemen , en strikken hebben verborgen voor mijn voeten .

“geef daarom hun zonen over aan de hongersnood , +
en laat hen (gedood) worden door het zwaard ;
laat hun vrouwen van kinderen beroofd worden , en weduwen worden ,
en laat hun mannen gedood worden ,
en laat hun jonge mannen in de strijd vallen door het zwaard ;
uit hun huizen zal de schreeuw om hulp gehoord worden , +
wanneer u plotseling troepen tegen hen brengt ,
want zij hebben een kuil gegraven om mij gevangen te kunnen nemen ,
omdat zij een strik voor mijn voeten hebben gespannen ;

 
23
and·you ieue you-know all-of counsel-of·them on·me for·the·death must-not-be
you-are-making-shelter over depravity-of·them and·sin-of·them from·to·faces-of·you
must-not-be you-are-wiping-out and·they-become ones-being-stumbled to·faces-of·you
in·era-of anger-of·you deal-you ! in·them
Yet, LORD, thou knowest all their counsel against me to slay [me]: forgive not their iniquity,
neither blot out their sin from thy sight, but let them be overthrown before thee;
deal [thus] with them in the time of thine anger.
line ,

  • [=’in chapter 20 Jeremiah is indeed thrown into prison ,
    and in that chapter the exile to Babylon is being announced :]

“and=but you – IEUE – know – all – their plans – on=against me / for (to put) [me] to death / ;
(it) must not be – (that) you excuse – () their depravity [=‘superficiality’] +
and – (it) must not be – (that) – you blot out – their sin [=’corrupt eden-life’] – in front of you / ,
and=but (let) – them – (be) overthrown – before you – in the time of – your anger / ,
deal you [as thus] – in=with them ! / .
Maar u, Heer, u kent heel hun plan tegen mij om mij te doden .
Doe geen verzoening over hun ongerechtigheid , delg hun zonde van voor uw aangezicht niet uit.
Doe hen struikelen voor uw aangezicht. Doe zo met hun in de tijd van hun toorn .

  • [=’in hoofdstuk 20 wordt Jeremia inderdaad in de gevangenis gegooid ,
    en in dat hoofdstuk wordt de ballingschap naar Babel aangekondigd :]

“maar u , IEUE , u kent al hun plannen tegen mij om mij te doden ;
het moet niet zijn dat u hun ongerechtigheid
[=’oppervlakkigheid’] verzoent ,
en het moet niet zijn dat u hun zonde
[=’corrupt eden-leven’] kwijtscheldt ,
maar laat hen overwonnen zijn voor uw aangezicht in de tijd van uw woede ,
handelt u (op deze manier) met hun ! .

 


 
18.10.19 — submitted — first version — het-report

 
 
annex : Introduction (English)

… this chapter is the introduction to “the going into exile to Babylon” ,
and suggests the réason why the conquest of Jerusalem had to happen

… we had the same concept as this “metaphysical chess” before :
the literal king Nebuchadnezzar had besieged Tyre – but had no loot ,
therefore the king – as the fallen angel – was allowed to rob his own territory ;
and the same kind of theme plays here

first , the metaphysical aspect
shows here in how God makes kingdoms and breaks them down again ,
but directly related “to how souls behave, related to free-will”, in this chapter ,
and God, in turn, adjústs to that —
so his actions are not “haphazard” , like the nature of the Greek pantheon ;

secondly , former Judah is legally being held responsible for “this world ,”
just as we already had the chapter “the curse begins 500 BC”,
here the same kind of important (and crucial) choice is expected from them —
but they choose that which God does not want, namely “following their own ways” ,

… therefore , thirdly , the literal king of Babel “is allowed” to destroy Jerusalem ,
but that is immediately related to the end time (in next chapter 19) :
there the situation becomes metaphysical , as “this earth versus the land of the spirits”,
where “the slaughter on this earth” is juxtaposed to “the slaughter of the spirits”,
as the strange theme of “the mutual exchange”,

… therefore it seems to us , fourth , that Jerusalem (Judah) was “being sacrificed”
in this strange metaphysical chess game — almost as “to buy time” —
because a specified moment had arrived , at the time of this chapter ,
– like an “agreement between God and the fallen archangel about a moment in Time”
and it is quite possible “that Judah would be destroyed as a whole” , at this point :
Christ had not yet come to this earth ,
and the evil dimension would have done EVERYTHING to prevent THAT ! —
precisely by keeping the house of Judah imprisoned in strong stubbornness ,
having them destroyed BEFORE Christ could even start !
Nebuchadnessar – representing Thoth – “was allowed” to have a temporary loot …

(about that ‘agreement’ : the theme of “planting or removing nations’
is mentioned in this chapter , suggesting that “a certain timeframe ended”)

… although the term “sacrifice” appears to describe an “innocent party”,
this party — as former Judah — chose this himself ,
as it appears from this chapter (see conclusion) and the following chapters ;