Hoofdstuk context :
de Jeremia hoofdstukken hebben veel wisselingen ,
maar de hoofdlijn is hier redelijk goed te volgen .

Belangrijkste is dat Canaan – as we speak – niet langer heerst over Judah ,
de laatste het ‘mannelijke attribuut van eden’ (‘het heersen’) representerend ;
we hebben echt lang genoeg gewacht totdat Judah eindelijk wakker wordt :
… maar dat gebeurt blijkbaar alleen door het recht vertalen van de schrift .

Let op hoe het Notre-Dame ritueel van twee dagen geleden verweven is met dit thema ;

 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

Jeremia 22

 
1-2
thus he-said ieue go-down-you ! house-of king-of Judah and·you-speak there
the·word the·this and·you-say hear-you ! word-of ieue king-of Judah the·one-sitting
on throne-of David you and·servants-of·you and·people-of·you the·ones-entering
in·the·gates the·these
Thus saith the LORD; Go down to the house of the king of Judah, and speak there this word,
And say, Hear the word of the LORD, O king of Judah, that sittest upon the throne of David,
thou, and thy servants, and thy people that enter in by these gates:

  • context : the house of the king of Judah both on this earth and in the other reality :
    however strange – the literal house of the king of Judah in this chapter is ‘Jerusalem’ ;
    but she represents a region in the other reality : as per last lines of preceding chapter
    21: the house has been taken up to their north [by Adam and them spirits] and is located
    at ‘the valley’ at ‘the plain’ , glyph ÁNTT and TCHER , bordersky , near Thebes
    (see egyptian map in the spells section) .
    since the house in the other reality has to be destroyed , Jerusalem has to be destroyed :
    we see this concept all over in the prophets –
    at the end of chapter 21 God announces the destruction of that [copied] house in the valley ,
    but since Jerusalem on earth represénts the captured house , also Jerusalem will fall
    into the hands of Nebuchadnessar of the literal Babylon .
    Interestingly , this chapter opens with the term “descend to” – very much insinuating
    that Jeremiah was at the house in the valley north , and now enters literal Jerusalem ;
    Judah as ‘the furnishing of the eden-land’ : we tried to find a definition for the attribute
    of the house Judah – where Joseph (house Ishral) is about ‘the eden land itself’,
    Judah is more like the furnishing of it , while the throne of David represents the rule óf eden ;
  • zin context : het huis van de koning van Judah beide in de andere werkelijkheid en als Jeruzalem;
    dit hoofdstuk vervolgt op de laatste zinnen van het vorige – waar wordt gezegd
    tegen het “huis van de koning van Judah : Ik ben tegen u, die verblijft in de vallei van
    de vlakte” ; in glyphs als ÁNTT en TCHER , in de regio van Thebes (zie egyptische landkaart
    in de hieroglyph sectie) .
    omdat het gekopiëerde huis in de vallei vernietigd wordt , moet dat ook gebeuren met Jeruzalem ;
    dit is een vaak terugkerend thema in de profeten –
    in de laatste zinnen van hoofdstuk 21 staat de aanzegging van de vernietiging van hun huis ,
    maar omdat letterlijk Jeruzalem dit huis representeert , moet de laatste in de handen vallen
    van de letterlijke koning van Babylon ;
    dat dit hoofdstul opent met de term “daal af” mag inhouden dat Jeremia in de vallei wás ,
    en zich nu opmaakt om naar het letterlijke Jeruzalem te gaan ;
    het huis Judah als ‘de opmaak van eden’ ; het is wat lastig een passende term te vinden
    voor het attribuut van het huis Judah – waar Joseph (het huis Ishral) “het eden land”
    vertegenwoordigd , is het huis Judah meer ‘de inrichting ervan , de opmaak’ ;
    waar ‘de troon van David’ “het heersen ván eden” moet betekenen ;

“thus / he – IEUE – said / : descend you / (to) the house of / the king of / Judah / ,
and you speak [the right direction] / there – this – word [in right direction] / ,
and you say / : hear you ! / the word [in right direction] of / IEUE / (you) king of / Judah / ,
(being) the one seated / on / the throne of / David / ,
you / and your servants / , and your people / entering / in=by these – gates / ;
(Profetie over het koningshuis na de dood van Josia)
Zo zegt de Heere HEERE : daal af naar het huis van de koning van Juda
en spreek daar dit woord en zeg : hoor het woord van de Heer, koning van Juda,
die zit op de troon van David, u, uw dienaren en uw volk, die door deze poorten binnenkomen ,

“aldus heeft IEUE gezegd : daal af naar het huis van de koning van Judah ,
en zeg : hoor het woord [in de goede richting] van IEUE ,
(u,) koning van Judah [=de opmaak van het land eden representerend] die zit op de troon van David ;
u en uw dienaren , en uw volk die door deze poorten binnenkomen ;

 
3
thus he-says ieue do-you ! judgment and·justice and·rescue-you ! one-being-pillaged
from·hand-of extortioner and·sojourner orphan and·widow must-not-be
you-are-tyrannizing must-not-be you-are-doing-violence and·blood innocent
must-not-be you-are-shedding in·the·place the·this
Thus saith the LORD; Execute ye judgment and righteousness, and deliver the spoiled
out of the hand of the oppressor: and do no wrong, do no violence to the stranger,
the fatherless, nor the widow, neither shed innocent blood in this place.

  • context : it is a bit strange to read the warning , knowing that God saw it wouldn’t be
    kept anyway ; yet this must be the legal way how things go ;
  • zin context : het is wat vreemd om deze waarschuwing te zien , wetend dat God allang zag
    dat er niet naar geluisterd zou worden – waarschijnlijk gerelateerd aan legaal recht ;

“thus / he – IEUE – says / : do / judgment / and justice / ,
and rescue / the one being robbed / from / the hand of / the extortioner / ;
and – it must not be – you are tyrannizing – and=as the sojourner – , the orphan – and the widow / :
(it) must not be / (that) you are doing violence / ,
and (it) must not be / you are shedding – innocent – blood / in – this – place / ;
Zo zegt de Heer: doe recht en gerechtigheid.
Red wie beroofd is uit de hand van wie onderdrukt.
Buit een vreemdeling, een wees en een weduwe niet uit.
Doe niemand geweld aan en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.

zo zegt IEUE : doe recht en gerechtigheid ,
en red wie beroofd is uit de hand van wie onderdrukt ;
en het moet niet (zo) zijn dat u de vreemdeling , wees en weduwe onderdrukt :
het moet niet (zo) zijn dat u geweld doet ,
en het moet niet (zo) zijn dat u onschuldig bloed vergiet in deze plaats ;

 
4-5
that if to-do you-are-doing the·word the·this and·they-enter in·gates-of the·house
the·this kings ones-sitting for·David on throne-of·him ones-riding in·the·chariot
and·in·the·horses he and·servants-of·him and·people-of·him
and·if not you-are-listening the·words the·these in·me I-swear
averment-of ieue that to·desertion he-shall-become the·house the·this
For if ye do this thing indeed, then shall there enter in by the gates of this house
kings sitting upon the throne of David, riding in chariots and on horses,
he, and his servants, and his people. But if ye will not hear these words, I swear by myself,
saith the LORD, that this house shall become a desolation.

“that=because / if=when / you – (will) be doing / this – concept [in right direction] / ,
and=then – the kings – seated – as David – on his throne – shall enter – (in) the gates of – the house / ,
(being) the ones riding / in chariots / and in=on horses / ,
he / and his servants / and his people / ;
and=but if / you are – not – listening – (to) these – words [in right direction] / in=by me / ,
I swear [by W-course] / , (being) the declaration of / IEUE / ,
that – this – house – shall become – to=as the deserted (one) / ;
Want als u dit woord metterdaad zult doen, dan zullen door de poorten van dit huis
koningen binnengaan die in David’s plaats zitten op zijn troon ,
rijdend op wagens en op paarden , hij, zijn dienaren en zijn volk .
Maar als u naar deze woorden niet luistert , heb ik bij mijzelf gezworen , spreekt de Heer,
dat dit huis tot een puinhoop zal worden .

want indien u dit woord (of ‘concept’) [in de goede richting] metterdaad zult doen ,
dan zullen de koningen , gezeten als David op zijn troon , door de poorten van dit huis
binnengaan , rijdend op wagens en op paarden , hij , zijn dienaren en zijn volk ;
maar indien u niet luistert naar deze woorden van mij , +
zweer ik [bij W-course] , is de verklaring van IEUE , dat dit een verlaten huis zal worden ;

 
6
hoofdstuk wisseling – nu de situatie in de andere Werkelijkheid :
that thus he-says ieue on house-of king-of Judah Gilead you to·me summit-of
the·Lebanon if not I-am-setting·you mdbr wilderness cities not they-are-indwelt
For thus saith the LORD unto the king’s house of Judah; Thou [art] Gilead unto me, [and] the head
of Lebanon: [yet] surely I will make thee a wilderness, [and] cities [which] are not inhabited.

  • ‘gilead’, H1568 gilad 134x ; region east of the Jordan , hence referring to the other reality ;
    etymology may be ‘round, curved, hill’ and ‘witness’ ;
  • context : text apparently has a superfluous ‘no’ ;
    we have no option as to ignore that one ;
    Gilead ; as a hilly region east of Jordan ,
    implying the other reality is intended here ;
    we saw in the spells that their high hill is QÃ ,
    with TEM [=Damascus] , as the new-hand ,
    sitting atop of the high hill ;
    cities and wilderness : the top and the region
    above the hill will be the wilderness (mdbr) ;
    the ‘cities’ are less clear – as glyph T’MiÁ ,
    “cities alike-adam’s at the new-hand (north)”,
    where T’MiÁ is the same time ‘land’ (to right) ;

rpt
  • zin context : grondtext bevat een overbodige ontkenning (‘niet’) , welke moet vervallen ;
    Gilead : een heuvelachtig gebied ten oosten van de Jordaan , implicerend dat het hier
    weer over de andere werkelijkheid gaat ; we zagen dat ‘de hoge heuvel’ glyph QÃ is ,
    en dat TEM [=Damascus] (als de hand nu in het noorden) daarboven ligt ;
    steden en wildernis : het gebied op de top en boven de heuvel wordt ‘de wildernis’ (-mdbr) ;
    de ‘steden’ is wat lastiger – “de steden als-adam’s van de nieuwe-hand” T’MiÁ , boven ;

“that=because / thus / he – IEUE – says / on=over / the house of / the king of / Judah / :
you (are) – Gilead [=hill QÃ] / to me / , (being) the summit (for?) / the Lebanon [whiteness forest] / ;
if=surely / I am placing you / (to be) a wilderness (mdbr) / , (being) un-inhabited – cities / ;
Want zo zegt de Heer over het huis van de koning van Juda : een Gilead bent u voor mij ,
de top van de Libanon – voorwaar , ik maak van u een woestijn, onbewoonbare steden .

want zo zegt IEUE over het huis van de koning van Judah :
Gilead [=heuvel QÃ] bent u voor mij , de top (voor?) de Libanon [woud van ‘witheid’] ;
voorwaar , ik maak u tot een wildernis , als onbewoonde steden ;

 
7-8
and·I-hallow on·you mshchthim ones-ruining man and·implements-of·him
and·they-cut-down choice-of cedars-of·you and·they-cast on the·fire
and·they-pass nations many-ones on the·city the·this and·they-say man to
associate-of·him on what ? he-did ieue as·thus to·the·city the·great the·this
And I will prepare destroyers against thee, every one with his weapons:
and they shall cut down thy choice cedars, and cast [them] into the fire.
And many nations shall pass by this city, and they shall say every man to his neighbour,
Wherefore hath the LORD done thus unto this great city?
‘thus’, H3602 kakah ‘thus, like this, this manner’ 37x ;
context : the term ‘destroyers’ is linked to the root of ‘pit’, the matrix’s dimensional-centre ;
“and=for I hallow [=set-apart, invoke] / destroyers [=from the pit] – on you / ,
(being) [the matrix-type-] man / and=with his implements / ,
and they cut down / your – choice – cedars / and cast / (them) on=in / the fire / ;
and – the many – nations [=of spirits] – cross [other dimension] / on=to / this – city / ,
and – (every) man – says – to – his neighbour / :
on what [=wherefore] / did – IEUE / like this / to – this – great – city ? / ;
Ik zal verdervers inzetten om tegen u te strijden, ieder met zijn eigen gereedschap .
Ik zal verdervers inzetten om tegen u te strijden, ieder met zijn eigen gereedschap .
Zij zullen uw mooiste ceders omhakken en in het vuur werpen .
Dan zullen vele heidenvolken langs deze stad voorbijtrekken . Zij zullen tegen
elkaar zeggen: waarom heeft de Heer zo gehandeld met deze grote stad ?

want ik roep vernietigers [=komend uit de put] over u op ,
als de [matrix-type-] mannen met hun wapens ,
en zij zullen uw mooiste ceders omhakken en in het vuur werpen ;
en de vele volken [=van geesten] naar deze stad oversteken [dimensioneel] ,
en iedere man zal tegen zijn naaste zeggen : waarom heeft IEUE zo gehandeld met deze grote stad ? ;

 
9
and·they-say on which they-forsook covenant-of ieue Elohim-of·them
and·they-are-worshiping to·Elohim other-ones and·they-are-serving·them
Then they shall answer, Because they have forsaken the covenant of the LORD their God,
and worshipped other gods, and served them.

  • context : because Jerusalem is ransacked , this city will be destroyed – in exchange ;
    God makes the legal case – Jerusalem won’t listen – so she is ransacked ,
    in turn this gives (God) the legal right to make them spirits destroy their own city ;
  • zin context : de “zij” moeten ‘alle adam-zielen sinds Adam’ zijn ;
    daarom hadden ‘de mannen’ het recht om eden’s Judah-land verder te vernietigen ;

“and they (will) say / :
on=on ground of / which=that / they [=of Jerusalem] forsook / the covenant of / IEUE / their deity / .
and=for they worship / (to) – other – deities / and are serving them / ;
En zij zullen zeggen: omdat zij het verbond van de Heer, hun God, hebben verlaten,
zich voor andere goden hebben neergebogen en die zijn gaan dienen .

en zij zullen zeggen : omdat zij [=van Jeruzalem] het verbond van IEUE hun godheid hebben verlaten ,
want zij aanbidden andere goden en dienen hén ;

 
10
hoofdstuk wisseling : over de adam-ziel die verloren gaat ,
must-not-be you-are-lamenting for·one-being-dead and·must-not-be
you-are-condoling for·him lament-you ! to-lament for·the·one-going that not
he-shall-return further and·he-sees land-of kindred-of·him
Weep ye not for the dead, neither bemoan him: [but] weep sore for him that goeth away:
for he shall return no more, nor see his native country.
‘native’, H4138 moledeth ‘birth, nativity’ 22x ;

  • context : ‘election’ as very dangerous theme for us – :
    the whole chapter works towards “the difference between adamite-type-souls”,
    there being ‘genuine adamite-souls who will be saved’ (as this verse) ,
    ‘genuine adamite-souls but who will be lost’ (next verse) and at the end of the chapter
    ‘the corrupted type adamite-souls as Caananites’ .
    The reason for these differences is because them spirits constructed the new-adamite-throne
    In their north , and the Canaanite-soul is born from there – as we saw in the spells :
    so it is not due to some capricious reason from God’s side .
    (at this moment we do not know yet whether our souls álso were born in the north ;
    see both possibilities in next verses) ;
  • zin context : de ‘uitverkiezing’ als levensgevaarlijk thema voor ons –
    dit hele hoofdstuk werkt toe naar “het onderscheid tussen de verschillende typen
    van adamitische-zielen” : er zijn “echte zielen-uit-adam welke gered zullen worden”
    (zoals in dit vers) ; “echte zielen-uit-adam die verloren gaan” (volgende vers) ,
    en “gecorrumpeerde zielen-uit-adam als Canaanieten” [oud-Egypte was het laatste] .
    De reden voor deze verschillen is omdat de geesten ‘de nieuwe-adamitische-troon’
    hebben gemaakt , en de Canaan-ziel is daaruit geboren – zoals we zagen in de hieroglyfen :
    het heeft dus niet te maken met éen of andere grilligheid van God’s kant .
    (op dit moment weten we nog niet of ook ónze zielen in hun noorden geboren worden ;
    zie de beide mogelijkheden in volgende zin) ;

(it) must not be / (that) you lament / for the dead (one) [=person dying on earth] / ,
and (it) must not be / (that) you are showing grief / for=over him / :
[instead,] lament – you / for the one going away [=the adamite-soul who will be lost] / ,
that=if / he shall – not – return [W-course] / anymore / and see / the land of / his birth [=eden] / ;
Ween niet over de dode, beklaag hem niet, ween liever over wie weggegaan is,
want hij zal niet meer terugkeren, en zijn geboorteland zien .

het moet niet (zo) zijn dat u weent voor de dode [=een gestorvene op aarde],
en het moet niet (zo) zijn dat u verdriet laat zien over hem :
(in plaats daarvan,) ween over wie weggaat [=de adam-ziel die verloren gaat] –
indien hij niet terug zal keren [naar W-course] en zijn geboorteland zien [=eden] ;

 
11-12
that thus he-says ieue to Shallum son-of Josiah king-of Judah the·one-being-king
in-place-of Josiah father-of·him who he-went-forth from the·placeri the·this not
he-shall-return there further that in·placeri-of which they-deported him there
he-shall-die and the·land the·this not he-shall-see further
For thus saith the LORD touching Shallum the son of Josiah king of Judah,
which reigned instead of Josiah his father, which went forth out of this place;
He shall not return thither any more: But he shall die in the place
whither they have led him captive, and shall see this land no more.

  • ‘shallum’, H7967 shallum 27x ; -shilluwm ‘secure retribution’ 3x ; -shalam ‘repay ,
    restitution, reward ; double-L more negative as -shalam ; into -shalom ‘peace’ ;
    by the double-L here perhaps as a mocking of eden-peace ; Shaul-related ?
  • ‘josiah’, H2977 ; in Zech. 6 we came to ‘the candidates for the 144’ ; see index ;
  • ‘led captive’, H1540 gal-ah ‘uncovered, proper: to denude, to disgrace ; to expose ;
    deport ; exile ; removed ; carried away’ but the exposed-colour is required ;

“that=because / thus / he – IEUE – says / to=over / Shallum [=the adam-soul who will get lost] / ,
the son [-soul] of / Josiah [=all ad-souls as candidates for the 144] / the king of / Judah / ,
the one [=Shallum] being king / instead of / his father – Josiah / , +
who / came forth / from / this – place [=eden?] / :
who / went forth / from=to / this=that – place [=new-throne north?] / :
he [=Shallum type-soul] shall – not – return [W-course] / there=here [=land eden] / anymore ;
that=because / in the place / which=where / they [spirits] disgraced [and took] him [to] / , there / he shall die / ,
and / he shall – not – see – this – land [=eden] – anymore / ;
Want zo zegt de Heer over Sallum, de zoon van Josia, de koning van Juda,
die in de plaats van zijn vader Josia koning is geworden : hij zal daar niet meer terugkeren.
Want in de plaats waarheen zij hem in ballingschap hebben gevoerd,
daar zal hij sterven , en dit land zal hij niet meer zien.

want zo zegt IEUE over Shallum [=de ziel-uit-adam die verloren gaat] ,
de zoon [=ziel] van Josiah [=alle adam-zielen als kandidaten voor de 144] de koning van Judah ,
die in plaats van zijn vader Josiah koning is geworden ,
(en) die voortgekomen is uit die plaats [=in het noorden?] :
(en) die voortging van deze plaats [=eden?] :
hij [=de Shallum-ziel] zal hier [=land eden] niet meer terugkeren [=naar W-course] ,
want in de plaats waar zij [=geesten] hem mee naar toe hebben genomen zal hij sterven ,
en hij zal dit land [=eden] niet meer zien ;

 
13-14
de schuldige voor verloren gegane zielen is de behemoth-realm ,
woe ! one-building house-of·him in·not righteousness and·upper-chambers-of·him
in·not judgment in·associate-of·him he-is-serving gratuitously and·contrivance-of·him
not he-is-giving to·him the·one-saying I-shall-build for·me house-of measures
and·upper-chambers ones-being-ventilated and·he-tears for·him windows
and·being-ceiled in·the·cedar and·being-painted in·the·ochre
Woe unto him that buildeth his house by unrighteousness, and his chambers by wrong;
[that] useth his neighbour’s service without wages, and giveth him not for his work;
That saith, I will build me a wide house and large chambers, and cutteth him out windows;
and [it is] sealed with cedar, and painted with vermilion.

  • ‘chambers’, H5944 alliy-ah ‘roof chamber, upper chamber’ 19x ; from -alah ‘ascend’ ;
    compare the meal in the upper-chamber in NT ;
  • ‘wide’ , H4060 midd-ah ‘properly: extension ; in size or height; measure, stature’ 55x ;
  • ‘large’, H7304 ravach ‘proper : to breathe free; refreshed’ 3x ;
  • ‘vermilion’ , H8350 shasher ‘vermillion, bright red’ 2x ; also used for chaldees in Ez. ;
    from the -shesh as ‘6’ cluster [matrix] ; Akk. shushshu ‘sixt’ [Sum. Shush] ;
    not much more ; literal glyph as QNRT , “lights of place-T of speech as the beating-place (eden-head)” ; but since the ‘red’ appears tob e involved , as glyph T’ESHER ?
context : ‘cut out windows’,
high in the walls, windows were installed all around
the sacred part of the temple (as in Abydos, to right) ;
the practice of the priests using mirrors to direct the
light is also shown in the cartoon ‘prince of egypt’ ;
the wide house : built by them as a copy of the
descended-hebrew-house-H , represented by the
sacred part of the temple (in the back of the temple ,
hence ‘upper chamber’, north ; and see today’s log) .
The windows represent the gates of the house in each
cardinal direction (as Henoch described the house-H) ;

rpt
the matrix doesn’t return anything for eden’s ‘work’ : this legal fact is also described in
the book of Zecheriah ; as the main reason why their matrix will go down ;
  • zin context : uitgehakte vensters :
    hoog in de muren werden openingen geinstalleerd rondom het heilige gedeelte van de tempel
    (zie Abydos, rechts) ; de praktijk van de priesters welke spiegels gebruikten om het
    binnengekomen licht te dirigeren met spiegels laat ook de tekenfilm ‘prins van Egypte’ zien ;
    wijd huis : het heilige gedeelte van de tempel bevond zich ‘achterin’ , lees : het noorden ,
    vandaar dat hier staat “bovenvertrekken” ; dit heilige gedeelte was de kopie van het
    hebreeuwse-huis-H dat God aan hun ‘te leen had gegeven’ (zie Report) ;
    de ramen representeren de poorten in de vier richtingen IN het huis-H zoals Henoch beschrijft ;
    zie ook log van vandaag ;

“woe / (to) the one [=matrix] building / his house / in not=un – righteousness / ,
and his upper chambers / in not=un – legal [=illegal] / ,
in=by [means of] his associate [=eden] / serving him / for free / ,
and=yet – he is – not(hing) – giving (back) – (for) his [=eden’s] work / ;
(the matrix being) the one saying / : I shall built / for me / a – [dimensionally-] wide – house [=USEKH] / +
and [=with] the upper chambers / being ventilated / , and=so he tears out – windows – for it / ,
and (it) [the house] is being paneled / in=with cedar / and painted / in=with ochre [=T’ESCHER?] / ;
Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn bovenvertrekken met onrecht,
die zijn naaste zonder te betalen laat werken en hem zijn loon niet geeft .
Die zegt: ik zal voor mij een huis van grote afmetingen bouwen, met ruime bovenvertrekken.
Hij hakt er voor zich vensters uit, overdekt het met cederhout en beschildert het met rode kleuren.

wee degene [=matrix] die zijn huis bouwt in onrecht , en zijn bovenvertrekken illegaal (bouwt) ,
doordat zijn naaste [=eden] hem gratis dient , maar hij niets teruggeeft voor zijn [=eden’s] werk ;
degene [=matrix] die zegt:

ik zal voor mij een [dimensioneel-] wijd huis bouwen met geventileerde bovenvertrekken [=USEKH]
– dus scheurt hij vensters uit voor het (huis) ,
en (het) [huis] wordt van panelen voorzien en geschilderd in een rode kleur [=T’ESHER?] ;

 
15-16-17
?·you-are-being-king that you competing in·the·cedar father-of·you ?·not he-ate
and·he-drank and·he-did judgment and·justice then good to·him
he-adjudicated adjudication-of humble-one and·needy-one then good
?·not she the·knowledge me averment-of ieue
that ain there-is-no eyes-of·you and·heart-of·you but rather on gain-of·you and·on blood-of
the·innocent-one to·to-shed-of and·on the·extortion and·on the·incursion to·to-do-of
Shalt thou reign, because thou closest [thyself] in cedar? did not thy father eat and drink,
and do judgment and justice, [and] then [it was] well with him? He judged the cause of
the poor and needy; then [it was] well [with him: was] not this to know me? saith the LORD.
But thine eyes and thine heart [are] not but for thy covetousness, and for to shed innocent blood,
and for oppression, and for violence, to do [it].

  • ‘closest’, H8474 thachar-ah ‘contend, compete’ 2x ; -char-ah ‘angry’ [and 1x contend] ;
    Thachra ‘corselet’ 2x , very basic garment ;
  • ‘then’, H227 az ‘then, at that time, therefore’ ;
  • context : we fail to see the section in red ; perhaps later ;
    cedar and donkey : here the great cedar is addressed , as great pillar (plasma pillar) ;
    in next lines the term for this pillar will be ‘donkey’ ;
    zin context : we weten even niet wat te doen met de sectie in rood ; misschien later ;
    ceder en ezel : hier wordt de grote ceder geadresseerd als de grote pilaar (in glyphs) ;
    in de volgende verzen wordt deze plasma pilaar ‘de ezel’ genoemd ;

“are you [+not] ruling / that=because / you / (are) [in angry] competition / in=with the [eden-] cedar ? / ;
(but) (did) not – your father [=eden-cedar] / eat / and drink / ,
and did / judgment / and righteousness / , then / (it was) [eden-] good / to=with him ? / ;
he judged / the case of / the humble one / and needy one / , then / (it was) good / :
(was) (it) – not – [by] (she) – my – knowledge ? / , (being) the declaration of / IEUE / ;
that=but / the eye (there-is-no) / your eyes / and your heart /
but / rather / on / your (unjust) gain / ,
and=as / to=for to shed – the blood of – the innocent one / , and on / extortion / ,
and / to=for to do – oppression / ;
Wilt u koning zijn door te wedijveren in cederhout ?
Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan ?
Hem ging het toen goed ! Hij behartigde de rechtszaak van de ellendige en de arme.
Toen ging het goed ! Is dat niet : Mij kennen ? spreekt de Heer .
Maar uw ogen en uw hart zijn op niets dan op uw winstbejag uit ,
op het vergieten van onschuldig bloed, op onderdrukking en op uitbuiting, om dat te doen.

heerst u niet omdat u wedijvert met de [eden-] ceder ? ;
(maar) heeft niet uw vader [=eden-ceder] gegeten en gedronken,
en recht en gerechtigheid gedaan , en het ging hem toen goed ? ;
hij behartigde de rechtszaak van de ellendige en de arme , en het was goed :
was dat niet door (zij,) mijn kennis ? , (is) de verklaring van IEUE ;
maar het oog (er-is-geen) ogen en uw hart
zijn op uw winstbejag uit ,
op het vergieten van onschuldig bloed , en op uitbuiting , en om te onderdrukken ;

 
18-19
therefore thus he-says ieue to Jehoiakim son-of Josiah king-of Judah not
they-shall-wail for·him woe ! brother-of·me and·woe ! sister not they-shall-wail for·him
woe ! adun lord and·woe ! splendor-of·him tomb-of donkey he-shall-be-entombed
to-pull-in-pieces and·to-fling from·beyond to·gates-of Jerusalem
Therefore thus saith the LORD concerning Jehoiakim the son of Josiah king of Judah;
They shall not lament for him, [saying], Ah my brother! or, Ah sister! they shall not
lament for him, [saying], Ah lord! or, Ah his glory! He shall be buried with the burial
of an ass, drawn and cast forth beyond the gates of Jerusalem

  • ‘jehoiakim’, H3079 yehoyaqim 37x ; -qum ‘rise [on high]’ into -yequm ‘living thing, substance’ 3x
    but not as eden-life, but from ‘to stand up’ qum ; [-ya. ‘state of being’ or ‘to become’] ;
    interl. has twice (-ieuiqim) in this verse and line 24 ;
  • ‘buried’ , H6900 qebur-ah ‘grave, tomb, burial’ 14x ; qab ‘a measure’ 1x ; qeb-ah ‘stomach,
    belly’ 1x ; qobah, same 1x ; qaba ‘to rob’, several ; QAB glyph ‘solarplane intestine’,
  • ‘ass’, H2543 chamuwr ‘male donkey’ ;
    chamar ‘to ferment, boil or foam up’; chemar ‘tar, bitumen’ 3x ; main root -cham ,
    where the split-off group as Canaan derives from ;
    in Jeremiah 2 we found the [eden female-] donkey glyph HÁU but this donkey here
    is obviously negative ; the donkey glyph ÃÃ (their great pillar+phallus) is the only
    other option , compare the ithyphallic ones ÃÃ , see Ez. 23:20 ;
    emending in ÃARATA ‘upper chamber’ (sic), ÃÃ ‘tomb, pyramid’ (sic); ÃÃN ‘ape’ ; ÃA as gate
    and house cluster , etcetera. There is also a stepdown construct as ÁA, ‘ass god’ ,
    (book of gates) which is probably the one ‘being devoured’ before turning into ÃÃ ;
    2) the donkey simplefied as MENU the ithyphallic deity ;
    the MENU as ‘fortress, house’ should bet he same as the KHSM shrine [=tomb] ;
    3) Sanskrit -khara ‘donkey’ MH [kher, qer] , khara ‘dense (of clouds)’ RV ; ‘name of a rakSa
    (a younger brother of ravana) slain by râma’ MH, RA ; so a demon of eden was slain by
    the Behemoth realm ; kharadûSANa ‘name of two demons’ [dual number] RV ; the dual
    may relate well to the two donkeys tied tot he eden-vines ;
    dûSa ‘corrupt, sin’ RV , dûSANa ‘name of a general of ravana’ [=eden] MH, RA ;
    kharaketu ‘name of a rakSas’ RV [eden-demon] , [ketu ‘bright, flame, torch’, ‘flag, banner’ ;
    also dragon’s tail cut off from the head râhu MH] , probably “the eden-banner”, and we may
    have a lead to the strange glyph SET’ “tail” as well now ;
  • ‘drawn’, H5498 sachab ‘to drag, drag off’ 5x ; glyph STAU ;
  • context : note the relation to ‘gutted’ , the term which was used for the Notre Dame (see log) ,
  • zin context : de relatie met ‘ingewanden (verwijderen)’ werd ook gebruikt voor de Notre Dame ,

“therefore / thus / he – IEUE – says / to=over / Jehojakim [=‘become to stand up’, as this body] / ,
the son [-construct] of / Josiah [=ad-souls as candidates for the 144] / the king of / Judah / :
they [=saved adamite-souls] shall – not – wail / for him [=this body] / :
woe / my brother / and woe / the sister ! / ;
(and) they shall – not – wail / : woe / the master (adun) / , and woe / his splendor / :
(for) the tomb [=‘intestine’, as new-adamite-throne] of / the donkey [=ÃÃ as great pillar] / shall be buried /,
dragged-off / and be flung / from=to beyond / the gates of / Jerusalem [=eden’s] / ;
Daarom, zo zegt de Heer over Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda :
zij zullen over hem geen rouw bedrijven : ach mijn broer, of : ach mijn zuster !
Zij zullen over hem geen rouw bedrijven : ach heer, of : ach, majesteit !
Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden :
men zal hem wegslepen en wegwerpen, ver weg van de poorten van Jeruzalem.

daarom , zo zegt IEUE over Jojakim [=dit huidige lichaam] ,
de zoon van Josiah [=kandidaten voor de 144] , de koning van Juda [=de opmaak van eden] :
zij [=geredde adam-zielen] zullen over hem [=dit lichaam] geen rouw bedrijven :
ach mijn broer, of : ach mijn zuster ! ;
en zullen over hem geen rouw bedrijven : ach heer , of : ach , zijn majesteit ! :
(want) de tombe [=’ingewanden’ ; hun nieuwe-adamitische-troon] +
van de [mannelijke-] ezel [=ÃÃ als plasma-pilaar] zal begraven worden ,
weggesleept en weggeworpen worden voorbij de poorten van Jeruzalem [=in eden] ;

 
20-21-22
geadresseerd aan het woud Libanon (dat weer deel van eden zal worden) :
go-up-you ! the·Lebanon and·cry-you ! and·in·the·Bashan give-you ! voice-of·you
and·cry-you ! from·Abarim that they-are-broken all-of ones-loving-of·you I-spoke to·you
in·eases-of·you you-said not I-shall-listen this way-of·you from·youths-of·you that not
you-listened in·voice-of·me all-of ones-being-shepherds-of·you she-shall-graze wind
and·ones-loving-of·you in·the·captivity they-shall-go that then you-shall-be-ashamed
and·you-shall-be-confounded from·all-of evil-of·you
Go up to Lebanon, and cry; and lift up thy voice in Bashan, and cry from the passages:
for all thy lovers are destroyed. I spake unto thee in thy prosperity; [but] thou saidst,
I will not hear. This [hath been] thy manner from thy youth, that thou obeyedst not my voice.
The wind shall eat up all thy pastors, and thy lovers shall go into captivity:
surely then shalt thou be ashamed and confounded for all thy wickedness

  • ‘passages’, H5682 abarim 5x ; ‘places beyond’ [or ‘doubled-place beyond’] as cross-over
    dimensionally ; compare ‘Abraham’, he played anew Adam but now upon this earth ,
    see report introduction ;

context : the subject here is the Lebanon-forest himself , which will be part of eden again ;
“ascend you ! / (you) Lebanon [=whiteness forest] / and cry out you / ,
and – give – your voice – in Bashan [=the oak-pillars carrying their boat-construct] / ,
and cry out you ! / from Abarim [doubled-place at other dimensional-side] / ,
that=because / all – your lovers – are broken in pieces / ;
I spoke [in right direction] / to you / in your prosperity / , (but) you said / : I shall – not – hear / —
this / (was) your way / from=since your youth / , that / you (did) – not – hear / in=to my voice / ;
the wind – shall feed upon – all – your shepherds / and your lovers – shall go – in captivity / :
then you shall be ashamed [=inverse w-course] / and confounded / from=by all / your evil [rã] / ;
Klim op de Libanon, roep om hulp, laat op de Basan uw stem klinken,
roep om hulp van Abarim af, want al uw minnaars zijn gebroken !
ik sprak in uw zorgeloze rust tot u, maar u zei : ik wil niet luisteren.
Dit is uw weg van uw jeugd af, dat u niet naar mijn stem geluisterd hebt .
De wind zal al uw herders weiden, uw minnaars zullen in gevangenschap gaan .
Ja, dan zult u beschaamd worden en te schande worden vanwege al uw kwaad .

rijs omhoog , (u) Libanon [=woud van witheid] , en roep om hulp ,
en laat uw stem horen in Bashan [=de eik-pilaren welke hun boot-construct dragen] ,
en roep om hulp vanuit Abarim [dubbele-plaats in de andere dimensionale zijde] ,
want al uw minnaars zijn in stukken gebroken ! ;
ik sprak tot u in uw welvaart , maar u zei : ik wil niet luisteren —
dit was uw weg sinds uw jeugd , dat u niet naar mijn stem geluisterd hebt ;
de wind zal zich op al uw herders voeden en uw minnaars zullen in gevangenschap gaan :
dan zult u beschaamd [=omgedraaide w-course] zijn en verward vanwege al uw kwaad [rã] ;

 
23-24
geadresseerd aan een matrix-construct (=’de moeder’) IN het Libanon-woud :
one-dwelling-of in·the·Lebanon one-being-nested in·the·cedars what ?
you-are-shown-grace in·to-come-of to·you cramps travail as·the·woman-giving-birth
life I averment-of ieue that if he-is-becoming knieu Coniah son-of Jehoiakim
king-of Judah seal on hand-of right-of·me that from·there I-shall-draw-off·you
O inhabitant of Lebanon, that makest thy nest in the cedars, how gracious shalt thou be when pangs come upon thee, the pain as of a woman in travail! [As] I live, saith the LORD, though Coniah the son of Jehoiakim king of Judah were the signet upon my right hand, yet would I pluck thee thence;

  • ‘nest’, H7077 qanan ‘to make a nest, to nest’ 5x ; -qen ‘a nest’, also said of Esau , in Obadiah ;
    the nest typical as glyph SHESH , the cistern north (as Nineveh , Thebes) ;
  • ‘though’ , but two terms ! ; 1) 3588 ‘that, for, because, when, but, then, surely, as, since, etc’;
    and 518 ‘conditional clause, since, not, when, but rather’ ;
  • ‘coniah’ , H3659 konyahu 3x ; twice in this chapter, and once in uncheckable context ;
    root -kuwn ‘to be erect’ as in to be firm etc ; different as interlinear ;
    2) 3661 kanan ‘vineyard’ but empty list ; 3653 -ken , empty list ; Kenani ‘a person’ 1x ;
    Kenanyah , names , 3x ; 3667 Knaan , Canaan , many ; -kann-ah ‘a shoot’ [from to be erect] 1x ;
    kan-ah ‘give an epithet’ 4x ; Kann-eh ‘probably city in Babylon’ 1x ;
    3) we saw the Yehoyaqim (-ieuiqim) , but his son is ‘(ye)koniah’ whom Nebukadnessar
    took to Babylon [Jer.24] , just as the verse 25 of this chapter tells ;
  • context : these lines address a matrix-construct (=’the mother’) IN the Lebanon-forest ;
    Koniah : there is no doubt that the the term Koniah of these lines is Canaan ;
    the used root cannot indicate anything else (and see context of next verses) ;
    nest : previous line was about the Lebanon-forest itself ;
    here about something IN that forest – and it is related to ‘birth’ . Immediately after
    that is mentioned ‘Koniah’ as the resúlt from that birthing ; and in next lines the cistern
    will be described proper as ‘the mother’ . The cistern as glyph SHESH (Nineve, Thebes) ;
    hand : most likely as the eden-hand now in the north ; compare glyph SHET’ , “to seize”,
    but as “the seized eden-hand for the cistern north”
  • zin context : er is geen andere mogelijkheid dan dat Koniah refereert aan Canaan;
    nest : de vorige zin ging over het Libanon-woud zelf ; hier over iets IN dat woud ,
    en is gelinkt aan “baren”. Dan wordt Koniah genoemd als het resultaat ván dat baren ,
    en in de volgende zinnen wordt de cistern duidelijker beschreven als ‘de moeder’.
    De cistern is glyph SHESH , in de schrift als de steden Nineveh en Thebes (‘No’) ;

“[you, the copied cistern,] the one dwelling / in the Lebanon [white forest] / ,
being nested (or ‘being the nest’) [=as cistern north] / in the cedars / :
[just] what=how / gracious (will) you be / in=when – pangs – come – to you / ,
as a woman giving birth – (in) travail ? / ;
I (am) – eden-life / , (is) the declaration of / IEUE / :
that=surely , / if=since / Koniah [=canaanite-type-human] / +
the son of / Jehojakim [=this type body] / king of / Judah [eden atmosphere] / +
(has) become / the seal / on / my – right – hand / ,
that=therefore / I shall tear you away – from there [=the cistern from the Lebanon forest] / ;
U die zetelt op de Libanon, genesteld in de ceders, hoe zult u zuchten als weeën u overkomen,
smart als van een barende vrouw.
Zo waar ik leef, spreekt de Heer, zelfs al was Chonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda,
een zegelring aan mijn rechterhand, toch zou ik U daarvan afrukken, +

[u, de gecopieerde cistern] die in de Libanon [=woud van ‘witheid’] verblijft,
genesteld in (of ‘als het nest in’) de ceders ,
hoe gracieus zult u zijn wanneer weeën over u komen , als de pijn van een barende vrouw ? ;
ik ben eden-leven , (is) de verklaring van IEUE :
voorwaar , omdat Koniah [=Canaan type mens] +
de zoon van Jojakim [=dit type lichaam], koning van Juda , +
de zegelring aan mijn rechterhand is geworden ,
daarom zal ik u van daar wegplukken [=de cistern van de ceders] ;

 
25-26-27
nu geadresseerd aan Koniah (+Canaan) :
and·I-give·you in·hand-of ones-seeking-of nphsh·k soul-of·you and·in·hand-of whom
you shrinking from·faces-of·them and·in·hand-of Nebuchadrezzar king-of Babylon
and·in·hand-of the·Chaldeans and·I-cast-forth you and mother-of·you who
she-gave-birth·you on the·land another which not you-were-born there and·there
you-shall-die and·on the·land which they ones-lifting nphsh·m soul-of·them
to·to-return-of there there·ward not they-shall-return
And I will give thee into the hand of them that seek thy life, and into the hand [of them]
whose face thou fearest, even into the hand of Nebuchadrezzar king of Babylon,
and into the hand of the Chaldeans. And I will cast thee out, and thy mother that bare thee,
into another country, where ye were not born; and there shall ye die.
But to the land whereunto they desire to return, thither shall they not return.

  • ‘chaldeans’ , H3778 kasdi or kasdim or kasdim-ah ; not clear if they belong to root -qdr (Kedar)
    which would render them the ‘those who are spirits’ (see other chapter) ;
  • context : this line addressed to Koniah (=Canaan) ;
    the mother : we had in the hieroglyph spells “the making of the egyptian-adamite-soul”
    by his mother , the new-throne ÁST (see index) ; the ‘another land’ is here the desolate
    region where the spirits will be enclosed in during the Interval , while the “land they lift up
    their souls” should be GEB , or less likely the field of reeds (in the far north) ;
    the Chaldeans are either the KA-doubles or the “those who are” spirits
    (glyphs as T\\U , KHENTT\\U etc) ;
    the ones seeking your adamite-soul : also here is that ‘exchange concept’ used in prophecy :
    when Hezekiah was captured by Nebukadnessar , the latter was Thoth “seeking to destroy
    the adamite-soul (of believers)” – here now juxtaposed with him seeking the Canaanite-soul ;
  • zin context : de moeder : we hadden in de hieroglyfen “het maken van de egyptische-adam-ziel”
    door ‘de moeder’ (Isis, glyph ÁST – de gekopiëerde adamitische troon ‘op de hoogte’) .
    Met “het land waar u niet geboren bent” wordt een regio aangeduid als gevangenis ,
    waar de geesten opgesloten zullen worden tijdens het Interval (de ‘1000 jaar’) ,
    en ‘het land waar zij niet terugkeren’ moet eerder Geb zijn dan het meer noordelijke
    veld van rieten Sekhet-áaru ;
    die uw adam-ziel zoeken : hetzelfde concept van ‘uitwisseling’ gebruikt in de profeten :
    toen Nebuchadnezar Hezekiah gevangen had genomen , was de eerste Thoth “die de adam-ziel
    (van gelovigen) zoekt te vernietigen” – dit keer krijgt hij de Canaan ziel ;

“and=for I give you / in the hand of / the ones [=evil spirits] seeking / your [canaanite-] adamite-soul / ,
and=as in the hand of / them – from=for – whose – faces – you are shrinking (of fear) / :
and=as in the hand of / Nebuchadnesar [=Thoth] / the king of / [Mystery-] Babylon / , +
and in the hand of / the Chaldeans [KA-doubles or ‘those who are’ spirits] / ;
and I (shall) cast – you – out / , and your mother [=new-adamite-throne, Isis] – who – birthed you / , +
on=into / another – land [=’desolate region’] / :
[namely] there – where – you were – not – born / , and there / you shall die / ;
and=for on=to / the land [GEB] / (to) which=where / they (are) lifting up / their [canaanite-] adamite-souls / +
[in order] to=for to return / there / ,
to there / they shall – nót – return / ;
en u geven in de hand van hen die u naar het leven staan, en in de hand van hen
voor wie u met schrik bevangen bent, namelijk in de hand van Nebukadnezar,
de koning van Babel, en in de hand van de Chaldeeën.
Ik zal u en uw moeder, die u gebaard heeft, wegwerpen naar een ander land
waar u niet geboren bent, en daar zult u sterven. Naar het land waarnaar zij smachten
om daar terug te keren, daarheen zullen zij niet terugkeren.

want ik geef u in de hand van hen [=kwade geesten] die uw [Canaan-] adam-ziel zoeken ,
als in de hand van hen voor wiens aangezichten u met schrik bevangen bent :
in de hand van Nebukadnezar [=Thoth] , de koning van [Mystery-] Babylon ,
en in de hand van de Chaldeeën [=Ka-dubbels of ‘zij die zijn’ geesten] ;
en ik zal u , en uw moeder [=nieuwe-adamitische-troon, Isis] die u gebaard heeft , +
werpen in een ander land [=de regio van desolaatheid als gevangenis tijdens het Interval] :
(namelijk) daar waar u niet geboren bent, en daar zult u sterven ;

want naar het land [=GEB] waarnaar zij hun [canaan-] adam-zielen laten opgaan om daar terug te keren ,
daarheen zullen zij niet terugkeren ;

 
28-29-30
?·grief-fetish being-despised being-shattered the·man the·this Coniah or vessel
ain there-is-no delight in·him for-what-reason they-are-cast-forth he and·seed-of·him
and·they-are-flung on the·land which not they-know land land land hear-you ! word-of ieue
thus he-says ieue write-you ! the·man the·this heirless master not he-shall-prosper
in·days-of·him that not he-shall-prosper from·seed-of·him man sitting on throne-of David
and·ruling further in·Judah
[Is] this man Coniah a despised broken idol? [is he] a vessel wherein [is] no pleasure?
wherefore are they cast out, he and his seed, and are cast into a land which they know not?
O earth, earth, earth, hear the word of the LORD. Thus saith the LORD,
Write ye this man childless, a man [that] shall not prosper in his days: for no man of his seed
shall prosper, sitting upon the throne of David, and ruling any more in Judah.

  • ‘idol’, H6089 etseb ‘pain, toll, sorrow, harsh’ 7x ; -atsab ‘to fashion, grieve ; proper : to carve’
  • ‘wherefore’ , H4069 meddua , also ‘wherefore’ , not necessarily in question-form ;
  • context : we are a 100% sure that a ‘not’ has either been omitted or got lost
    (and you know we opt for the first – considering the chapter’s theme) :
    you see how the line has been disarmed and made into a Nonsensical mess until now ;
    masterful-man , always as (-gbr) ,
    land , presumable earth – the thrice repetition reminds us of Hosea , where also three
    times is repeated “from this day on , I will bless you”, in relation to the “seal-ring”,
    which also appeared in previous line here ; we interpret it that the moment these lines
    are written down , Canaan’s legal rule over Judah has expired —
    and that we are very, very close to the return of masculine ‘sight’ – represented by Judah ;
  • zin context : we zijn er 100% van overtuigd dat de ontkenning (‘niet’) weggevallen is
    danwel expres weggelaten – gezien het onderwerp waarschijnlijk het laatste ;
    de zin loopt nu en slaat ook ergend op ;
    land , als deze aarde : dat het drie keer herhaald wordt doet ons denken aan Hosea ,
    waar drie keer gezegd wordt “vanaf deze dag zal Ik u zegenen”, waar óok de zegelring
    wordt genoemd , net als in dit hoofdstuk ; implicerend dat de macht van Canaan over Judah
    legaal verbroken is op het moment van opschrijven – nu – en dat we heel dichtbij de
    terugkeer van het [mannelijke-] “Zicht” zijn , gerepresenteerd door Judah ;

“(will) – [+not] – this – [type-] man – Koniah [Canaanite type human] / +
(being) the despised – ‘image’ [=carving of grief] – be shattered / ,
or=since / (it is) a vessel / where-is-no / delight / in (it) ? / ;
wherefore [=for that reason] / they are cast out / , he / and his seed / ,
and they (will be) flung / on=upon / the land [‘desolate prison’] / which / they do – not – know / ;
land [=earth] / , land / , land / , hear you ! / the word (or ‘concept’) [in right direction] of / IEUE / ;
thus / he – IEUE – says / : write you down ! / (that) this – man [=Koniah] / ,
(being) the heirless / [cunning-] masterful-man / , shall – not – prosper / in his days / ,
that=because / the seed of – the [type-] man – sitting – [now!] on – the throne of – David +
shall – not – prosper / , and=nor rule / anymore / in=over Judah / .
Is deze man, Chonia, een afgedankte, stukgeslagen kruik ?
Of is hij een pot waar niemand waarde aan hecht ?
Waarom zijn hij en zijn nageslacht weggeslingerd,
ja, weggeworpen naar een land dat zij niet kenden ?
Land, land, land, hoor het woord van de Heer !
Zo zegt de Heer : schrijf deze man in als kinderloos, een man die niet voorspoedig
zal zijn in zijn dagen. Niemand van zijn nageslacht zal immers voorspoedig zijn,
zitten op de troon van David en weer heersen in Juda.

zal dit [type-] man Koniah [Canaan type mens] ,
als het verachtelijke beeld [=gegraveerd beeld als droefheid] niet stukgeslagen worden ,
sinds het een pot is waar geen genoegen in gevonden wordt ? ;
om die reden worden zij uitgeworpen , hij en zijn nageslacht ,
en zij zullen weggeworpen naar een land dat zij niet kennen [=desolaat land] ;
land [=deze aarde] , land , land , hoor het woord (of ‘concept’) [in goede richting] van IEUE ! ;
zo zegt IEUE : schrijf op ! , +
dat deze man [=Koniah] , de kinderloze , doortrapte man , niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen ;
want het geslacht van het [type-] man dat (nu) op de troon van David zit zal niet voorspoedig zijn , en niet meer over Judah [=de opmaak van het land eden] heersen .

 


 
01.13-15.19 — begin ;
04.18.19 submitted — aangepaste versie van origineel —- Report series