Hoofdstuk context :hoofdstuk context :
…het kan iedere keer weer een graad ingewikkelder :
de verdeling in het huis Ishral en het huis Judah heeft een diepe reden –
beiden vertegenwoordigen ze de opbouw van het eden-land zélf .
Wanneer we de attributen van Joseph [het huis Ishral representerend] vergelijken ,
hebben ze inderdaad met ‘een land zelf’ te maken , zie bijvoorbeeld Genesis 49 ;
waar het verhaal over Judah’s leven over aspecten gaat als “zijn staf” (dimensionele-as) ,
“zegelring” (khetem) , “de bres” (Tamar’s zoon , als de invasie in eden) , als ‘de atmosfeer’.

Het Noordelijke rijk Ishral wordt weggevoerd “naar Assyrie”,
en dezelfde term wordt gebruikt voor hun land dat eden bezet houdt ;
waar Judah wordt weggevoerd naar (Mystery-) Babylon – als construct ten noorden van eden :
maar in heel Jeremia heeft Juda ook veel te maken met het oude Egypte ,
de laatste “deze aarde” vertegenwoordigend – als ‘het diensthuis’.

We zagen in Is. 60 dat het land eden “als binnenin de cherub ring” is ,
dit wiel is nu in hun noorden (en waarschijnlijk omgedraaid) –
en in dit hoofdstuk wordt “de slechte vrouw Ishral” geïdentificeerd met dit land .
Moeilijker wordt het met “haar zuster Judah” :
dat de laatste “overspel pleegt met steen en hout” kan eigenlijk alleen “op deze aarde slaan”,
in de zin dat zij , als atmosfeer , “rondom deze aarde geplakt is” (vergelijk report introductie) ;
en ook het overspel met Arabië komt langs – de laatste heel waarschijnlijk als ‘dit zonnestelsel’.
We zagen ook dat “de mannen van Judah zich buigen richting de zon (shmsh)” ,
en hier wordt Judah gelinkt aan “regen en lenteregen”, alle als aspecten van de atmosfeer .

Het concept zoals hierboven geponeerd ,
mag ook verklaren waaróm de Vete tussen Ishral en Judah zo lang heeft geduurd ,
en pas wordt opgeheven (gerestaureerd) wanneer het nieuwe eden begint – ieder moment, nu ;

dit hoofdstuk behoort bij Jeremia 2
 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

 
Jeremia 3

1-2
to·to-say-of behold ! he-is-sending-away man woman-of·him and·she-goes from·with·him
and·she-becomes to·man another ?·he-shall-return to·her further ?·not to-be-polluted
she-shall-be-polluted the·land the·she and·you you-commit-prostitution associates
many-ones and·to-return to·me averment-of ieue
They say, If a man put away his wife, and she go from him, and become another man’s,
shall he return unto her again? shall not that land be greatly polluted?
but thou hast played the harlot with many lovers; yet return again to me, saith the LORD.

  • context : the woman ás ‘land’ : though it sounds logical that wrong actions of souls
    can pollute a land (spiritually) , here the first clue is given that the woman IS ‘a land’ ;
  • zin context : de vrouw áls ‘het land’ : het is aannemelijk dat een land door verkeerde
    handelingen van zielen (spiritueel) onrein wordt – maar hier wordt de clue gegeven ;

“saying / : behold ! / , a man – sending away / his woman / and she goes / from him / ,
and she becomes / to – another – man / , shall he return= / to her / again ? / ,
shall – (she,) that – land – not – be totally – polluted ? / ,
(but) you [=the land !] / commit prostitution / (with) many – associates / ,
and=yet do return [w-course] / to me / , (is) the declaration of / IEUE / ;
(Oproep om terug te keren naar de Heer)
Men zegt : als een man zijn vrouw wegstuurt , zij bij hem weggaat en de vrouw
van een andere man wordt , mag hij nog naar haar terugkeren ?
Zou dat land niet ten zeerste ontheiligd worden ? U echter, u hebt hoererij bedreven
met veel vrienden, en dan naar mij terugkeren ? – spreekt de Heer .

“zeggend : zie , een man stuurt zijn vrouw weg , en zij verlaat hem ,
en wordt de vrouw van een andere man – zal hij nog naar haar terugkeren [w-course] ? ,
zou dat land niet ten zeerste ontheiligd worden ?
maar u bedrijft hoererij met veel partners :
en toch : keer terug naar mij , is de verklaring van IEUE ;

 
2-3
lift-you ! eyes-of·you on ridges and·see-you ! whereat ? not you-are-ravished on
ways you-sat for·them as·Arabian in·the·wilderness and·you-pollute land
in·prostitutions-of·you and·in·evil-of·you and·they-are-being-withheld showers
and·latter-rain not he-became and·forehead-of woman prostitute he-became to·you
you-refuse to-be-confounded-of
Lift up thine eyes unto the high places, and see where thou hast not been lien with.
In the ways hast thou sat for them, as the Arabian in the wilderness;
and thou hast polluted the land with thy whoredoms and with thy wickedness.
Therefore the showers have been withholden, and there hath been no latter rain;
and thou hadst a whore’s forehead, thou refusedst to be ashamed.
‘high places’, H8205 shephi ‘bare height’ 6x ; as or related to the wilderness in Jer.4 ,
‘lien with’, H7693 shagel ‘ravish, violate’ , unclear root ;

  • context : the “lift up your eyes to the bare height” is very close to Is. 60 ,
    “lift up your round-about eyes (and rise-up to the height)” ;

“lift up you ! / your eyes / on=onto / the bare height [=at the wilderness north] / ,
and see you ! / where / you – nót – (have been) ravished / ;
you were abiding / on account of / the manners +
as=like the Arabian [=solarplane (?)] / in [=at?] the wilderness [north] / ,
and you pollute / the [eden-] land / in=by your prosituations / and in=with your evil [rã] / ;
and=so – the rainshowers – are being withheld / and (he,) – the spring rain – (did) not – become / ,
and=for – a forehead – of – a woman – prostitute – became – to you / :
you refuse / to be confounded / ;
Sla uw ogen op naar de kale hoogten, en zie, waar bent u niet beslapen ?
U bent voor hen langs de wegen gaan zitten , als een Arabier in de woestijn .
Zo hebt u het land ontheiligd met uw hoererijen en uw kwaad .
Daarom werden de regendruppels ingehouden en is er geen late regen geweest .
U hebt het voorhoofd van een hoer , u weigert daarvoor beschaamd te zijn .

”sla uw ogen op naar de kale hoogte [wildernis, noorden] , en zie , waar bent u niet onteerd ? ,
u verbleef volgens de manieren van de Arabier [=dit zonnestelsel (?)] in (?) de wildernis ,
en u ontheiligd het [eden-] land met uw hoererijen en met uw kwaad [Rã] ;
dus wordt de regen ingehouden en komt er geen lenteregen ,
want u hebt het voorhoofd van een hoer gekregen , u weigert daarover verward te zijn ;

 
4-5
?·not from·henceforth you-called to·me father-of·me mentor-of youths-of·me you
?·he-shall-be-custodian for·eon or he-shall-keep to·permanence behold !
you-speak and·you-are-doing the·evils and·you-are-prevailing
Wilt thou not from this time cry unto me, My father, thou [art] the guide of my youth?
Will he reserve [his anger] for ever? will he keep [it] to the end?
Behold, thou hast spoken and done evil things as thou couldest.
‘guide’, H5201 natar ‘caretaker , hold a grudge’ 9x ; unclear root ,
“(should) you – not – call – from now on – to me / :
you – (are) my father – , you – the guide of – my youth ? / ;
shall he be a caretaker with a grudge / for ever / , or / preserve (that) / continuously ? / ,
behold ! / , you speak [in right direction] (so) / ,
and are doing / evils / and=as thou just couldest / ;
Zult u niet van nu af aan tot mij roepen : mijn vader , u bent de leidsman van mijn jeugd ?
Zou hij soms voor eeuwig zijn toorn handhaven of die voor altijd vasthouden ? –
Zie, zo spreekt u , maar u doet alles wat slecht is , en speelt het klaar !

“zult u mij niet van nu af aan noemen : mijn vader , u , de leidsman van mijn jeugd ? ,
zou hij soms voor altijd een wrok koesterende verzorger zijn , of die voor altijd vasthouden ? ;
zie , u spreekt [in de goede richting] (zo) , en doet slechte dingen , zoveel u maar kunt ;

 
6-7
omschrijving van de situatie :
and·he-is-saying ieue to·me in·days-of Josiah the·king ?·you-see which she-does
backsliding-one ishral one-going she on every-of mountain lofty and·to under every-of
tree flourishing and·she-is-committing-prostitution there and·I-am-saying after
to-do-of·her all-of these to·me she-shall-return and·not she-returned and·she-is-seeing
and·she-is-seeing treacherous-one sister-of·her Judah
The LORD said also unto me in the days of Josiah the king, Hast thou seen [that] which
backsliding Israel hath done? she is gone up upon every high mountain and under
every green tree, and there hath played the harlot. And I said after she had done all these
[things], Turn thou unto me. But she returned not. And her treacherous sister Judah saw [it].
“and he – IEUE – says / to me / in the days of / Josiah [helpless 144k, now] / the king / :
you see / (that) which / (she,) the backsliding – Ishral [=as the eden-land] – does ? / ,
she – (is) going / on=upon / every / lofty – [matrix-] mountain +
and (is) / under / every / green – tree / ,
and is committing prostitution – there / ;
and=yet I say / , (even) after / she does / all / these (things) / to me / : she shall return / ;
and=but – she (did) – not – return / ,
and – her – treacherous – sister – Judah – sees (it) / ;
(Juda en Israël, de twee ontrouwe zusters)
In de dagen van koning Josia zei de Heer tegen mij :
hebt u gezien wat het afvallige Israël gedaan heeft?
Zij ging elke hoge berg op en onder elke bladerrijke boom, en bedreef daar hoererij.
Ik zei, nadat zij al deze dingen gedaan had : keer terug naar mij, maar zij keerde niet terug.
Dat zag haar trouweloze zuster Juda.

“in de dagen van koning Josia [=hulpeloze 144 kandidaten] zegt IEUE tegen mij :
ziet u wat het afvallige Ishral [=als eden-land] doet ? ,
zij gaat elke hoge [matrix-] berg op +
en is onder iedere groene boom , en bedrijft daar hoererij ;
toch zeg ik , (zelfs) nadat zij al deze dingen doet tegen mij :
zij zal terugkeren [w-course] – maar zij keerde niet terug ,
en haar verraderlijke zuster Judah [=atmosfeer van het eden-land] ziet het ;

 
8
and·I-am-seeing that on all-of cases which she-commits-adultery backsliding-one ishral
I-send-away·her and·I-am-giving scroll-of divorces-of·her to·her and·not she-feared
one-being-treacherous Judah sister-of·her and·she-is-going and·she-is-committing-prostitution
And I saw, when for all the causes whereby backsliding Israel committed adultery
I had put her away, and given her a bill of divorce; yet her treacherous sister Judah feared not,
but went and played the harlot also.

  • ‘bill’, H5612 sepher ‘scroll, book’ 186x ; Is.34 ‘the heavens are rolled (up) like a scroll’ ,
    the theme there is Bozrah , north ; there’s also another term for scroll [-sky] ;
  • context : the link between scroll (-sky) as seperation , and Judah , cannot be coincidence ;
  • zin context : het verband tussen ‘de rol’ (ook gebruikt als ‘op-rollende hemel’)
    kan hier niet toevallig gebruikt zijn ; vergelijk Jesaja 34 ;

“and – that=because – I see / on the grounds of / all / instances / +
(in) which / (she,) the backsliding – Ishral – commits adultery / , (that) I (have) to send her away / ,
and I give – the scroll [-sky] of – her (being) divorced – to her / ,
and=yet – her – treacherous – sister – Judah – (did) not fear (that) / ,
and=for she goes / and commits prostitution / ;
Maar ik zag, toen ik vanwege alles waarin het afvallige Israël overspel had gepleegd,
haar weggestuurd had en haar een echtscheidingsbrief gegeven had, dat Juda,
haar trouweloze zuster, niet bevreesd werd. Zij ging zelf ook hoererij bedrijven.

”want ik zie dat vanwege alles waarin het afvallige Ishral overspel pleegt +
ik haar moet wegsturen ,
en ik geef haar de rol [=hemel] van echtscheiding ,
maar Judah , haar trouweloze zuster was daar niet bevreesd over ,
want zij gaat (ook) hoererij bedrijven [=nu als de atmosfeer van deze aarde?] ;

 
9-10
and·he-became from-lightness-of prostitution-of·her and·she-is-polluting the·land
and·she-is-committing-adultery with the·stone and·with the·wood and·even in·all-of
this not she-returned to·me treacherous-one sister-of·her Judah in·all-of heart-of·her
but rather in·falsehood averment-of ieue
And it came to pass through the lightness of her whoredom, that she defiled the land,
and committed adultery with stones and with stocks. And yet for all this her treacherous
sister Judah hath not turned unto me with her whole heart, but feignedly, saith the LORD.
“and it became (to pass) / from=through the lightness of / her prostitution [now Judah’s] / _
and=that she is polluting [eden-life] / the land / ,
and=for she is committing adultery / with / stone / and with / wood / ;
and=yet even / in all / this / her – treacherous – sister – Judah +
(did) not – return [w-course] / to me / in=with – her – whole – heart +
but / rather / in deceit [inversion] / , (is) the declaration of / IEUE / ;
Zo gebeurde het dat het land door haar lichtzinnige hoererij ontheiligd werd ,
want zij pleegde overspel met steen en hout .
Zelfs in dit alles heeft haar trouweloze zuster Juda
zich niet tot mij bekeerd met heel haar hart, maar slechts in schijn, spreekt de Heer.

”en het gebeurt dat zij door haar lichtzinnige hoererij het land ontheiligt ,
want zij pleegt overspel met steen en hout [als ‘deze aarde’?] ;
zelfs in dit alles heeft haar trouweloze zuster Judah +
zich niet tot mij bekeerd met heel haar hart ,
maar eerder in bedrog [omkering] , is de verklaring van IEUE ;

 
11-12
and·he-is-saying ieue to·me she-showed-righteous soul-of·her backsliding-one ishral
from·one-being-treacherous Judah to-go and·you-proclaim the·words the·these
north·ward and·you-say return-you ! backsliding-one ishral averment-of ieue not
and·I-shall-cast-down faces-of·me in·you that kindly I nam averment-of ieue
not I-shall-be-custodian for·eon
And the LORD said unto me, The backsliding Israel hath justified herself more than
treacherous Judah. Go and proclaim these words toward the north, and say,
Return, thou backsliding Israel, saith the LORD; [and] I will not cause mine anger
to fall upon you: for I [am] merciful, saith the LORD, [and] I will not keep [anger] for ever.

  • context : we don’t exactly understand “why the land (and sky) have an adamite-soul” ;
    perhaps related to the (144,000) attributes , also placed upon souls ?
  • zin context : het is niet helemaal duidelijk hoe het land (en atmosfeer) “een ziel” hebben ,
    misschien in verband met de (144.000) attributen van eden , verbonden met zielen..?

“and he – IEUE – says / to me / :
the adamite-soul of – backsliding – Ishral – showed (to be) (more) righteous / +
from=as (the soul of) treacherous – Judah / ;
go / and you name / these – words [in right direction] / towards the north [of eden] / ,
and you say / : return you [to w-course] ! / (you) backsliding / Ishral [as the land !] / ,
(being) the declaration of / IEUE / ;
and=for – I shall – not – cause to fall down / my presence / in=upon you / ,
that=because / I – (will be) kind / , (is) the declaration of / IEUE / ;
I shall – not – be a caretaker with a grudge / for ever / ;
Daarom zei de Heer tegen mij : het afvallige Israël heeft zichzelf nog rechtvaardig doen lijken,
vergeleken bij het trouweloze Juda . Ga deze woorden prediken tegen het noorden, en zeg :
keer terug, afvallig Israël, spreekt de Heer, mijn aangezicht is tegenover u niet betrokken ,
want ik ben goedertieren, spreekt de Heer, ik handhaaf mijn toorn niet voor eeuwig .

”en IEUE zegt tegen mij : de adam-ziel van het afvallige Ishral +
blijkt rechtvaardiger dan (de ziel van) het trouweloze Juda ;
ga en noem deze woorden [in goede richting] richting het noorden [boven eden] ,
en zeg : keer terug [naar w-course] afvallig Ishral , is de verklaring van IEUE ,
want ik zal mijn aangezicht niet op u laten vallen ,
omdat ik goedertieren zal zijn , is de verklaring van IEUE ,
ik zal niet voor altijd een wrok koesterende verzorger zijn ;

 
13-14
het land en de atmosfeer direct gelinkt aan de zonen :
yea acknowledge-you ! depravity-of·you that in·ieue Elohim-of·you you-transgressed
and·you-are-dispersing ways-of·you to·the·alien-ones under every-of tree flourishing
and·in·voice-of·me not you-listened averment-of ieue return-you ! bnim sons
backsliding-ones averment-of ieue that I I-possess in·you and·I-take you one from·city
and·two from·family and·I-bring you tziun
Only acknowledge thine iniquity, that thou hast transgressed against the LORD thy God,
and hast scattered thy ways to the strangers under every green tree, and ye have not obeyed
my voice, saith the LORD. Turn, O backsliding children, saith the LORD; for I am married unto you:
and I will take you one of a city, and two of a family, and I will bring you to Zion:
‘take you’ , H3947 laqach ‘take’ in a range of meanings ; also ‘snatch away or up’ ,
‘married’ , baal-term ‘married , to rule, to possess’,

  • context : ‘rapture’ : we saw already that “a general rapture” will not happen (see index) ;
    here again said as “one from a city, and two from a family” ;
    we chose the (listed) term ‘snatch up’ here , and the situation here is “earth” ;
  • zin context : ‘opname’ : we zagen al dat er geen ‘wereldwijde opname van gelovigen is’
    zoals het moderne evangelische concept (zie index) ; bevestigd door laatste zin ;

said to the wandered-off land :
“yea=only / : acknowledge you ! / your depravity [Õn?] / ,
that=because / you transgressed [by split-off] – in=against IEUE – your deity / ,
and=for you scatter / your manners / to the foreigners / under / every / green / tree / ,
and – you (did) not – hearkened – in=as my voice / , (is) the declaration of / IEUE / ;
said to the 144k (candidates) on this earth :
return you [w-course] ! / , (you) backsliding – sons [=us] / , (is) the declaration of / IEUE / ,
that=because / I own / (in=as) you / ;
and I (will) snatch – you – up / : one / from a city / and two / from a family / ,
and I bring / you / to tsiun [as eden-residence] / ;
Alleen, erken uw ongerechtigheid, want u bent tegen de Heer, uw God, in opstand gekomen,
en u hebt zich in alle richtingen verspreid op zoek naar vreemden, onder elke bladerrijke boom,
maar u hebt niet geluisterd naar mijn stem, spreekt de Heer .
Keer terug, afkerige kinderen, spreekt de Heer, want Ík heb u getrouwd.
Ik zal u nemen één uit een stad en twee uit een geslacht, en ik zal u naar Sion brengen.

gezegd tegen het land :
”alleen : erken uw ongerechtigheid [Õn?] ,
want u hebt gezondigd [door afsplitsing] tegen IEUE , uw godheid ,
want u strooit uw manieren uit voor vreemden , onder iedere groene boom ,
en u hebt niet geluisterd naar mijn stem , is de verklaring van IEUE ;

gezegd tegen de 144k (kandidaten) op deze aarde :
keer terug [w-course] afkerige zonen ! , is de verklaring van IEUE , want ik bezit u ;
en ik zal u opnemen [=’opname’] :
één uit een stad en twee uit een familie , en ik zal u naar tsiun [eden-residentie] brengen ;

 
15-16
and·I-give to·you ones-being-shepherds as·heart-of·me and·they-graze you knowledge
and·to-use-intelligence and·he-becomes that you-are-increasing and·you-are-fruitful
in·the·land in·the·days the·they averment-of ieue not they-shall-say further coffer-of
covenant-of ieue and·not he-shall-ascend on heart and·not they-shall-remember
in·him and·not they-shall-miss and·not he-shall-be-madedo further
And I will give you pastors according to mine heart, which shall feed you with knowledge
and understanding. And it shall come to pass, when ye be multiplied and increased in the land,
in those days, saith the LORD, they shall say no more, The ark of the covenant of the LORD:
neither shall it come to mind: neither shall they remember it; neither shall they visit [it];
neither shall [that] be done any more

  • context : discernment : a very telling line – showing that we “will need to learn”
    how the other reality is working , with all it’s aspects and constructs and concepts :
    factually similar to what we try do nów, already (yet try it while being blind…) .
    We mentioned in Report Introduction the concept of the Legal and the deFacto –
    here showing again how “we will need to re-gain all understanding” :
    it is apparently not ‘imparted at the spot’ , as if it were some magical download ;
    ark : we don’t know why that theme is inserted here ;
  • zin context : hier blijkt wel dat we alle concepten en aspecten nog moeten leren ,
    over hoe de andere Werkelijkheid ‘functioneert’ ; hetzelfde zoals we nú eigenlijk
    al doen – zij het onbeholpen ;
    ark : we weten niet waarom dat thema hier ingedeeld is ;

‘understanding’ , H7919 sakal ‘prudent wisdom, careful discernment, understanding’ 63x ;

  • ‘multiplied’, H7235 rab-ah ; ‘to become much, many’, indeed also ‘to multiply’ ,
    but not understood here as ‘procreating’ ;
  • ‘ark’ , H727 aron ‘coffin (1x), chest, ark [of covenant] (194x)’ ; unclear root ;

“and I (will) give – shepherds [=angels] – as= according to my heart – to you [144k] / ,
and they feed [tend] / you / knowledge / and discernment / ;
and it becomes to pass / that=when / you will become with many [all eden population] / +
and fruitful [prospering] / in the land / in – those – days / , (is) the declaration of / IEUE / ,
(that) they shall – not – say – anymore / : the ark of / the covenant of / IEUE / ,
and=for – it – shall – not – come up – on=in / the heart / ,
and they shall – not – remember / (in=as) him / and neither / miss (it) / ,
and=for – he [=ark] shall – not – be constructed – again / ;
Ik zal u herders geven naar mijn hart, die u zullen weiden met kennis en verstand.
En het zal gebeuren in die dagen, wanneer u zich vermeerdert en vruchtbaar wordt in het land,
Spreekt de Heer, dan zal men niet meer zeggen : de ark van het verbond van de Heer .
Zij zal niet meer in het hart opkomen . Men zal er niet meer aan denken
en niet meer naar haar omzien . Zij zal niet opnieuw gemaakt worden .

“en ik zal u herders [=engelen] geven naar mijn hart ,
die u zullen weiden met kennis en inzicht ;
en het zal gebeuren in die dagen , wanneer u met velen zult zijn [alle bevolking van eden] +
en vruchtbaar bent (floreert) in het land , is de verklaring van IEUE ,
dat zij niet meer zullen zeggen : de ark van het verbond van IEUE ,
want dat zal niet in het hart opkomen ,
en zij zullen zich hem niet herinneren noch missen ;

 
17
in·the·era the·she they-shall-call to·Jerusalem throne-of ieue and·they-are-expectant
to·her all-of the·nations for·name-of ieue to·Jerusalem and·not they-shall-go further
after control-of heart-of·them the·evil
At that time they shall call Jerusalem the throne of the LORD; and all the nations shall be
gathered unto it, to the name of the LORD, to Jerusalem:
neither shall they walk any more after the imagination of their evil heart.
“in=at – that – time / they shall name / (to=as) Jerusalem [in eden] / ‘the throne of / IEUE’ / ,
and – all – nations [people born in eden] – (shall be) expectant / to=by her / ,
for the name of / IEUE / to=in Jerusalem / ,
and – they shall – not – wander – anymore – after – the – hardness of – their (own) – evil – heart / ;
In die tijd zal men Jeruzalem de troon van de Heer noemen.
Alle heidenvolken zullen er samenstromen, tot de naam van de Heer, tot Jeruzalem.
Zij zullen niet meer hun verharde, boosaardige hart achternagaan.

”in die tijd zullen zij Jeruzalem ‘de troon van IEUE’ noemen ,
en alle volken [mensen geboren in eden] zullen verwachtingsvol over haar zijn ,
voor de naam van IEUE in Jeruzalem ,
en zij zullen niet meer hun verharde boosaardige hart volgen ;

 
18-19
terug naar de 144,000 – nu :
in·the·days the·they they-shall-go house-of Judah on house-of ishral
and·they-shall-enter together from·land-of north on the·land which I-allotted fathers-of·you
and·I I-say how ! I-shall-set·you in·the·sons and·I-shall-give to·you land-of coveted
allotment-of stateliness-of hosts-of nations and·I-am-saying father-of·me you-shall-call
to·me and·from·after·me not you-shall-turn-away
In those days the house of Judah shall walk with the house of Israel, and they shall come together
out of the land of the north to the land that I have given for an inheritance unto your fathers.
But I said, How shall I put thee among the children, and give thee a pleasant land, a goodly heritage of the hosts of nations? and I said, Thou shalt call me, My father; and shalt not turn away from me.
‘but I’, H595 anoki ‘I; myself’ 395x ;

  • context : the both houses walking together is like “the one staff restored” in Ezekiel ;
    the “land north” does not appear to be ‘this earth’ but the place where are the Originals ,
    perhaps cognate with the mentioned “bare height” ;
  • zin context : het herstel van beide huizen naar éen huis is het thema in Ezechiel
    over “de twee gedeelten van de staf hersteld tot éen staf” ;

“in – those [=these !] – days / ,
the house of / Judah [22k] – shall walk / on=with / the house of / Ishral [120k] / ,
and – together [as 144k] – they shall come / from the land of (=in) / the north +
on=onto / the land / which / I gave [=promised] as the inheritance / (to) your fathers / ;
and=for I myself – say / : how / I shall place you / (being) in=as sons ! / ,
and I shall give / to you / the pleasant – land / ,
(being) the stately – heritage / (as) the hosts [eden-dimension] of / the nations [newborn people] / ;
and I (will) say / : you shall say – to me / ‘my father’ / ,
and you shall – not – turn – from following after me / ;
In die dagen zal het huis van Juda naar het huis van Israël gaan . Tezamen zullen zij komen
uit het land in het noorden naar het land dat ik uw vaderen in erfelijk bezit heb gegeven .
Ik had wel gezegd : hoe kan ik u tot kinderen maken en u een begerenswaardig land geven,
het sierlijke erfelijk bezit van de heidenvolken ?
Ik zei : u zult tot mij roepen : mijn vader, en u zult zich van achter mij niet afkeren .

”in die [=deze !] dagen zal het huis Judah [22k] met het huis Ishral [120k] wandelen ,
en samen zullen zij komen uit het land in het noorden +
naar het land dat ik uw vaderen in erfelijk bezit gaf [=heb beloofd] ;
want ikzelf zeg : hoe zal ik u tot zonen plaatsen ! ,
en ik zal u een begerenswaardig land geven ,
het sierlijke erfelijk bezit als de host [eden-dimensie] van de volken [in eden] ;
en ik zeg : u zult tegen mij ‘mijn vader’ zeggen , en u zult zich van achter mij niet afkeren ;

 
20-21
surely she-is-treacherous woman from·associate-of·her so you-are-treacherous in·me
house-of ishral averment-of ieue sound on ridges being-heard lamentation-of supplications-of
sons-of ishral that they-made-depraved way-of·them they-forgot ieue Elohim-of·them
Surely [as] a wife treacherously departeth from her husband, so have ye dealt treacherously
with me, O house of Israel, saith the LORD. A voice was heard upon the high places,
weeping [and] supplications of the children of Israel: for they have perverted their way,
[and] they have forgotten the LORD their God.

  • ‘high place’, H8205 shephi ; sepha/sephih ‘abundance’ ; Is.49 the ridges shall be
    pastureland for them , can be little else as the wilderness ;
  • context : stange three lines – this still has to happen ..? , compare reason in 23 ;
    sons : though both houses were mentioned separately in last line ,
    here ‘the sons’ (as house Ishral) are all 144k again – sometimes a bit confusing ;
  • zin context : vreemde drie laatste zinnen : dit zal blijkbaar nog gebeuren ; zie zin 23 ;
    zonen : in vorige zin werden beide huizen apart genoemd , maar hier weer samen
    als ‘de zonen’, als heel het huis Ishral – de 144k ;

“surely / (like) a treacherous – woman / from=towards her (male-) partner / ,
so / you are treacherous / in=to me / , house of / Ishral [144] / , (is) the declaration of / IEUE / ;
a voice=sound – is being heared / on=upon / the bare height [at wilderness north] / +
(being) the weeping of / serious prayer of / the sons of / Ishral [144k] / ,
that / they had made – their way – to be depraved / , (having) forgotten / IEUE / their deity / ;
Voorwaar, zoals een vrouw haar levensgezel ontrouw wordt ,
Zo bent u mij ontrouw geworden, huis van Israël, spreekt de Heer .
Er wordt een geluid gehoord op de kale hoogten , een geween , smeekbeden door de Israelieten ,
Want zij hebben hun weg krom gemaakt, zij hebben de Heer, hun God, vergeten .

“waarlijk : zoals een vrouw haar partner ontrouw is ,
zo bent u mij ontrouw , huis Ishral [144k] , is de verklaring van IEUE ;
er wordt een geluid gehoord op de kale hoogte [de wildernis boven M-Babylon] ,
als het geween van smeekbeden van de zonen van Ishral [144k] ,
want zij hebben hun weg krom gemaakt , IEUE hun godheid vergetend ;

 
22-23
return-you ! sons backsliding-ones I-shall-heal backslidings-of·you behold·us !
we-arrive to·you that you ieue Elohim-of·us surely to·the·falsehood from·hills clamor
mountains surely in·ieue Elohim-of·us salvation-of ishral
Return, ye backsliding children, [and] I will heal your backslidings. Behold, we come unto thee;
for thou [art] the LORD our God. Truly in vain [is salvation hoped for] from the hills,
[and from] the multitude of mountains: truly in the LORD our God [is] the salvation of Israel.

  • context : the line seems to tell “that when we will sée what they all constructed ,
    that will cause the crying” ; compare the chapter when those hills and mountains
    will bend when God will rise to the high place (Habakkuk, index) ;
  • zin context : de zin moet slaan op “het door ons zién wat zij allemaal boven eden
    gebouwd hebben” ; vergelijk het hoofdstuk waarin God opgaat naar het noorden
    en de heuvels en bergen zullen buigen (index) ;

“return you [to w-course] ! / , (you) backsliding – sons / , (and) I shall heal / your backslidings / ;
answer :
behold us [=144] / , we are on our way / to you / that=because / you (are) / IEUE / our deity / ;
surely / to=as the deceit [inversion] / (are) the [matrix-] hills +
(and) the multitude (of) / mountains [all their landscape north of eden] / ,
surely / in IEUE / our deity / (is) the salvation of / Ishral [all to-be eden-souls] / ;
Keer terug, afkerige kinderen, ik zal u van uw afdwalingen genezen .
Zie, hier zijn wij. Wij komen tot u, want u bent de Heer, onze God .
Voorwaar, tevergeefs verwacht men het van de heuvels, en de menigte van de bergen .
Voorwaar, in de Heer, onze God, is het heil van Israël .

”keer terug [w-course] , afkerige zonen [144k] , ik zal u van uw afdwalingen genezen ;
antwoord :
zie , hier zijn wij , wij zijn op weg naar u , want u bent IEUE onze godheid ;
zeker – als het bedrog [omkering] zijn de heuvels [=matrix] +
en de menigte van bergen [=hun hele landschap gebouwd boven eden] ;
waarlijk – in IEUE onze godheid is het heil van Ishral [=alle geredde adam-zielen in eden] ;

 
24-25
and·the·shame she-devoured labor-of fathers-of·us from·youths-of·us tzan·m
flock-of·them and herd-of·them sons-of·them and daughters-of·them we-shall-lie-down
in·shame-of·us and·she-shall-cover·us confounding-of·us that to·ieue Elohim-of·us
we-sinned we and·fathers-of·us from·youths-of·us and·until the·day the·this
and·not we-listened in·voice-of ieue Elohim-of·us
For shame hath devoured the labour of our fathers from our youth; their flocks and their herds,
their sons and their daughters. We lie down in our shame, and our confusion covereth us:
for we have sinned against the LORD our God, we and our fathers,
from our youth even unto this day, and have not obeyed the voice of the LORD our God.

  • context : flock : the line is nonsensible – except when (after seeing the matrix-landscape)
    they now see the imprisoned Originals ; both flocks must bé ‘sons and daughters’,
    though we haven’t seen a distinction like this before ;
  • zin context : kudde : na het zien van het door hen gemaakte landschap moet de zin hier
    slaan op het zien van de Originelen ; we zijn dit onderscheid nog niet eerder tegengekomen ;

“and=for shame [inv. w-course] / devoured / the work of / our fathers / , from=as our youth / :
their flock [originals] /and / their herd [eden-dawn] / ,
(being?) their sons / and / their daughters / ;
we shall lie down / in our shame / , and – our confusion – shall cover us / ,
that=because / we sinned [mutilated eden-life] – to IEUE – our deity / ,
we / and our fathers / , from our youth / and=as untill – this – day / ;
and=for – we (did) – not – listen / in=to the voice of / IEUE / our deity / .
Die schande heeft de arbeid van onze vaderen verslonden , van onze jeugd af ,
hun schapen en hun runderen , hun zonen en hun dochters .
Wij liggen in onze schande en onze smaad overdekt ons ,
want tegen de Heer, onze God, hebben wij gezondigd ,
wij en onze vaderen, van onze jeugd af , tot op deze dag ,
wij hebben niet geluisterd naar de stem van de Heer, onze God .

”want schaamte [inv. W-course] +
heeft de arbeid verslonden van onze vaderen , als onze jeugd :
hun kudde [Originelen] en hun andere-kudde [eden-morgen] (als?) hun zonen en hun dochters ;
wij zullen neerliggen in onze schaamte , en onze verwarring bedekt ons ,
want we hebben gezondigd [gemutileerd eden-leven] tegen IEUE onze godheid ,
wij en onze vaderen , van onze jeugd af tot op deze dag ;
want wij hebben niet geluisterd naar de stem van IEUE onze godheid .

 


11.02.19 — submitted — (tweede) aangepaste versie van origineel —- Report series