Jer.44: de dubbele profetie :
de ongezonde verhouding
(als dualistische vorm)
tussen vrouw en man
is ongeneesbaar
(eindtijd – goed leesbaar)
[2020]

 

  chapter context :
continued from previous 43 ;
titled : the unhealthy relationship
(as dualistic form) between male and female
is incurable ;
… though seemingly an easy chapter , it is not :
the theme must be ‘an unholy trinity’,
where both male and female not rest in God
but are ‘powered’ by “the queen of heaven” —
both male and female do according to their
fallen nature , and only pay lipservice to God ;
+ the double prophecy
where 144,000 of old-Judah háve returned to
the land Judah , as foreshadowing of the 144,000
who will return to eden in last part of the chapter ;
(this 44 as legal end of the book of Jeremiah)

note : very readable , first version and
definitive , slightly corrupted

 

Hoofdstuk context :
… vervolg van vorig 43 :
hoewel dit op het eerste gezicht een makkelijk hoofdstuk lijkt is niets minder waar —
het thema “onheilige drieëenheid” moet de situatie zijn waarin man en vrouw
niet rusten in God , maar ‘gesterkt worden’ door “de koningin van de hemel” :
beide mannen en vrouwen doen volgens hun gevallen natuur
en bewijzen slechts lippendienst aan God ;

 

+ de dubbele profetie ,
waar 144,000 van oud-Judah wél zijn teruggekeerd naar het land Judah ,
als voorafschaduwing zijn van de 144,000 in de eindtijd die terugkeren naar eden ;
(dit 44 is het legale einde van het boek Jeremiah)

 
opmerking :
goed leesbaar ; als eerste en tegelijkertijd definitieve versie ;
licht gecorrumpeerd hoofdstuk
 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

Jeremia 44

1-2-3
vervolg : … God spreekt tot het overblijfsel van Judah in Egypte :           (rond 585-580 BC)
the·word which he-became to Jeremiah to all-of the·Jews the·ones-dwelling
in·land-of Egypt the·ones-dwelling in·Migdol and·in·Tahpanhes and·in·Noph
and·in·land-of Pathros to·to-say-of thus he-says ieue-of hosts Elohim-of ishral you
you-saw all-of the·evil which I-brought on Jerusalem and·on all-of cities-of Judah
and·behold·them ! desertion the·day the·this and·there-is-no in·them one-dwelling
from·faces-of evil-of·them which they-did to·to-provoke-to-vexation-of·me to·to-go-of
to·to-fume-incense-of to·to-serve-of to·Elohim other-ones whom not they-knew·them
they you and·fathers-of·you
The word that came to Jeremiah concerning all the Jews which dwell in the land of Egypt,
which dwell at Migdol, and at Tahpanhes, and at Noph, and in the country of Pathros, saying,
Thus saith the LORD of hosts, the God of Israel; Ye have seen all the evil that I have brought
upon Jerusalem, and upon all the cities of Judah; and, behold, this day they [are] a desolation,
and no man dwelleth therein, Because of their wickedness which they have committed to provoke
me to anger, in that they went to burn incense, [and] to serve other gods, whom they knew not,
[neither] they, ye, nor your fathers.

  • context : … God speaks to the remnant of Judah in Egypt :                    (around 585-580 BC)

line ,

  • [=’this event probably happened a while after the one in previous chapter 44 ;
    but also here everybody is gathered together as in ‘a meeting of the people’ ;
    line :]

“the word [in right direction] – which – became – to – Jeremiah     +
to=unto – all – the Judahites – (who) dwelt – in the land of – Egypt ;
[+as] the ones (who) dwelt – in Migdol [=’Pelusium, north’] ,
and in Tahpanhes [=’Memphis ; capital of northern Egypt’] ,
and in [=No] [=’Thebes , southern capital’] – in the land – Pathros [=’southern Egypt’] :

 
thus – says – IEUE of – hosts , the deity of – [eden-] Ishral :
you – (have) seen – all – the evil – which – I brought – on=upon – Jerusalem ,
and on=upon – the cities [=’towns’] of – Judah ;
and behold ! , [+they] (are) deserted – (in) this – day ,
and there-is no – one dwelling – in them ;

 
(..because of..) – [=your] evil – which – [=you] (have) done :
provoking me to anger – to=through fuming incense ,       +
to=as serving – other – deities – which – [=you] (did) – not – know ,
[+and] (..you became..) (ene=eie) – (just) and=like your fathers ;

(De boeteprediking van Jeremia in Egypte)
Het woord dat gekomen is tot Jeremia voor alle Judeeërs die in het land Egypte woonden,
die woonden in Migdol, in Tachpanhes, in Nof en in het land van Pathros :
zo zegt de Heer van de legermachten, de God van Israël :
u hebt zelf al het onheil gezien dat ik over Jerusalem en over al de steden van Juda gebracht heb.
Zie, zij zijn heden ten dage een puinhoop, zodat er geen bewoner meer in is, vanwege hun
slechtheid die zij gedaan hebben om mij tot toorn te verwekken, daarmee dat zij doorgingen
met reukoffers te brengen en andere goden te dienen, die zij niet hebben gekend,
evenmin als u en uw vaderen .

 

  • [=’deze bijeenkomst gebeurde waarschijnlijk wat later dan die in vorig hoofdstuk 43 ;
    maar ook hier is iedereen samengekomen als in ‘een volksvergadering’ ;
    zin :]

“het woord [in goede richting] dat tot Jeremiah kwam        +
[=tot] alle Judahieten die in het land Egypte verbleven ;
[+als] degenen die verbleven in Migdol [=’Pelusium, noorden’] ,
en in Tahpanhes [‘Memphis, hoofdstad van noordelijk Egypte’] ,
en in [=No] [=’Thebes, zuidelijke hoofdstad’] in het land Pathros [=’zuidelijk Egypte’] :

 
zo zegt IEUE van de legermachten , de godheid van [eden-] Ishral :
u hebt al het onheil gezien dat ik [=over] Jeruzalem        +
en [=over] de steden [=’dorpen’] van Judah gebracht heb ;
en zie ! , [+zij] zijn verlaten op deze dag ,
en er-is niemand die (nog) in hen woont ;

 
(..vanwege..) [=uw] kwaad dat u gedaan heeft :
mij tot woede uitlokkend [=door] reukoffers te brengen ,      +
[=als] het dienen van andere goden die [=u] niet kende ,
[+en] (..u bent..) (ene=eie) (net) [=als] uw vaderen geworden ;
 

 
4-5-6
… herhaling van het ‘reukoffer’ thema :
and·I-am-sending to·you all-of servants-of·me the·prophets to-rise-early
and·to-send to·to-say-of must-not-be please ! you-are-doing thing-of the·abhorrence
the·this which I-hate and·not they-listened and·not they-stretched-out ear-of·them
to·to-turn-back-of from·evil-of·them to·so-as-not to-fume-incense-of to·Elohim other-ones
and·she-is-being-poured-forth fury-of·me and·anger-of·me and·she-is-consuming in·cities-of
Judah and·in·streets-of Jerusalem and·they-are-becoming to·desertion to·desolation
as·the·day the·this
Howbeit I sent unto you all my servants the prophets, rising early and sending [them], saying,
Oh, do not this abominable thing that I hate. But they hearkened not, nor inclined their ear
to turn from their wickedness, to burn no incense unto other gods. Wherefore my fury
and mine anger was poured forth, and was kindled in the cities of Judah and in the streets
of Jerusalem; and they are wasted [and] desolate, as at this day.

  • context : … a repeating of the ‘incense’ theme :
    … the term “thing” :
    in interl. as (-dbr) [in right direction] ,
    and therefore cannot be combined with ‘horrible’

line ,
and=though I (have) sent – to you – all – my servants – the prophets ,
(..(who) rose early?..) , saying :
(it) must not be , please ! , (that) you (would) do – this – horrible (thing) [=’corrupt eden-good’] ,
which [=he] [=IEUE] hates ;

 
and=but – [=you] (did) – not – [want to-] listen ,
[=nor] – inclined – [=your] ear – to=for to return – from [=your] evil ,
(..by to stóp..) (blth=chdl) – the fuming of incense – to – other – deities ;

 
and=therefore – my furious – anger – (was) poured out ,
and she burned – in the cities [=’towns’] of – Judah – and in the streets of – Jerusalem ,
and they became – deserted – [=and] desolate – [=until] – this – day ;

Ik zond tot u al mijn dienaren, de profeten, vroeg en laat, om te zeggen :
doe deze gruwelijke zaak toch niet, die ik haat. Maar zij hebben niet geluisterd
en hebben hun oor niet geneigd door zich van hun slechtheid te bekeren
door geen reukoffers meer te brengen aan andere goden.
Daarom zijn mijn grimmigheid en mijn toorn uitgegoten en hebben die gebrand
in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem. Zij zijn geworden tot een puinhoop,
tot een woestenij, zoals het heden ten dage is.

“[=hoewel] ik al mijn dienaren de profeten tot u hen gezonden ,
(..die vroeg opstonden?..) , zeggend :
het moet niet zijn , alstublieft ! , dat u dit gruwelijke [=’corrupt eden-goed’] ding doet ,      +
dat [=hij] [=IEUE] haat ;

 
[=maar] u [wilde-] niet luisteren ,
[=noch] hebt (u) [=uw] oor geneigd [=om] terug te keren van [=uw] slechtheid ,
(..door te stóppen..) (blth=chdl) (met) reukoffers te brengen aan andere goden ;

 
[=daarom] werd mijn grimmige toorn uitgegoten ,
en zij [=’toorn’] brandde in de steden [=’dorpen’] van Judah , en in de straten van Jerusalem ,
en zij werden verlaten [=en] desolaat [=tot op] deze dag ;

 
7-8
… het overblijfsel heeft (het land) Judah verlaten – en daarom ook God :
and·now thus he-says ieue Elohim-of hosts Elohim-of ishral to·what ? you
ones-doing evil great to souls-of·you to·to-cut-off-of for·you man and·woman
unweaned-child and·one-being-suckling from·midst-of Judah to·so-as-not to-leave-of
for·you remnant to·to-provoke-to-vexation-of·me in·deeds-of hands-of·you
to·to-fume-incense-of to·Elohim other-ones in·land-of Egypt which you ones-coming
to·to-sojourn-of there so-that to-cut-off-of to·you and·so-that to-become-of·you
to·slighting and·to·reproach in·all-of nations-of the·earth
Therefore now thus saith the LORD, the God of hosts, the God of Israel; Wherefore commit ye
[this] great evil against your souls, to cut off from you man and woman, child and suckling,
out of Judah, to leave you none to remain; In that ye provoke me unto wrath with the works
of your hands, burning incense unto other gods in the land of Egypt, whither ye be gone to dwell,
that ye might cut yourselves off, and that ye might be a curse and a reproach among all
the nations of the earth?

  • context : … the remnant had left (the land) Judah – and therefore also left God :

line ,
(..therefore..) – thus – says – IEUE of – hosts , the deity of – [eden-] Ishral :
why – you [-all] – (are) doing – [this-] great – evil – to=against – your (own) adm-soul ,
to=by (having) cut off – yourselves ,
men , and women , children – and babies ,
(out) from the midst of – (..+the land of..) Judah ,
(..instead of..) – you – (being) the remnant – (which would not have) left ? ;

 

  • [=’below : factually , the ‘fuming incense’ was to the gods OF Egypt ;
    as all the deities being the adversary of God ;
    line :]

[+you] provoke me to anger – in=through the works of – your hands ,
to=by fuming incense – to – other – deities – in the land of – Egypt ,      +
which – you (have) entered – to=for to sojourn (in it) ;
so that – you (have) cut off – yourselves (from me) ,
and (will) become – a curse – and reproach – [=among] all – the nations of – the land [=’world’] ;

Welnu, zo zegt de Heer, de God van de legermachten, de God van Israël :
waarom doet u uzelf zo’n groot kwaad aan dat u onder man en vrouw, kind en zuigeling
uit het midden van Juda uitroeit, en zelfs geen overblijfsel bij u overlaat ? U doet dat door mij
tot toorn te verwekken met de werken van uw handen, door reukoffers te brengen aan andere goden in het land Egypte, waar u gekomen bent om daar als vreemdeling te verblijven,
zodat u uzelf uitroeit en u tot een vloek en tot smaad wordt onder al de volken van de aarde !

“[=daarom] , zo zegt IEUE van de legermachten , de godheid van [eden-] Ishral :
waarom doet u [-allen] [dit-] grote kwaad [=tegen] uw (eigen) adm-ziel ,
[=door] uzelf afgesneden te hebben ,
mannen , vrouwen , kinderen en baby’s ,
[=uit] het midden van (..+het land..) Judah ,
(..in plaats van..) (dat) u het overblijfsel (bent die niet zou zijn) weggegaan ? ;

 

  • [=’beneden : feitelijk was het ‘reukoffers brengen’ een gift aan de goden VAN Egypte ;
    als alle goden die de directe vijand zijn van God ;
    zin :]

[+u] lokt mij uit tot woede [=vanwege] het werk van uw handen ,
[=door] reukoffers te brengen aan andere goden in het land Egypte ,     +
dat u bent binnengegaan om (er) als vreemdeling te verblijven ;
zodat u uzelf (van mij) hebt afgesneden ,
en tot een vloek en tot smaad zult worden [=onder] alle naties van het land [=’wereld’] ;   

 
9-10
… ‘de slechtheid’ staat in verband met ‘de relatie tussen mannen en vrouwen’ :
?·you-forgot evils-of fathers-of·you and evils-of kings-of Judah and evils-of
women-of·him and evils-of·you and evils-of women-of·you which they-did in·land-of
Judah and·in·streets-of Jerusalem not they-are-crushed unto the·day the·this and·not
they-fear and·not they-go in·law-of·me and·in·statutes-of·me which I-gave to·faces-of·you
and·to·faces-of fathers-of·you
Have ye forgotten the wickedness of your fathers, and the wickedness of the kings of Judah,
and the wickedness of their wives, and your own wickedness, and the wickedness of your wives,
which they have committed in the land of Judah, and in the streets of Jerusalem? They are not
humbled [even] unto this day, neither have they feared, nor walked in my law, nor in my statutes,
that I set before you and before your fathers.

‘humbled’ , H1792 daka ‘crushed, contrite’ ;

  • context : … the ‘evil’ is connected with ‘the relation between men and women’ :

line ,

  • [=’this theme will continue lateron in this chapter ;
    it does not say here “that the wómen are the real evil ones”
    but more “that the males of Judah are whimps” –
    because the main attribute of (the house) Judah is “masculine rule” ;
    line :]

“(have) you forgotten – the evil of – your fathers ,
and – the evil of – the kings of – Judah – and=by the evil of – their women ;
(just) and=as your evil – and=by – the evil of – yóur women ,
which [=you] (all) (have) done – in [=the cities] of – Judah , and in the streets of – Jerusalem ? ;

 
[+yet] [=you] (are) – not – crushed [=’contrite’] – until – this – (very) day ,      
and=for – [=you] (do) – not – fear [+me] ,                                  [=’for God is “ultimate Masculine”]
[=neither] – walk – in my law ,    +                                                 [=’below line : means ‘go read it!’]
which – I (have) placed – before you , and=as (well as) before – your fathers ;

Bent u de slechte daden van uw vaderen vergeten, de slechte daden van de koningen van Juda,
de slechte daden van hun vrouwen, uw slechte daden en de slechte daden van uw vrouwen,
die zij gedaan hebben in het land Juda en op de straten van Jeruzalem ?
tot op deze dag zijn zij niet verbrijzeld van hart. Bevreesd zijn zij niet . Volgens mijn wet
en volgens mijn verordeningen die ik u en uw vaderen gegeven heb, hebben zij niet gewandeld .

  • [=’dit thema wordt nog behandeld verderop in dit hoofdstuk ;
    hier wordt niet gezegd “dat de vróuwen de echte kwaden zijn”
    maar meer “dat de mannen van Judah watjes zijn” –
    omdat het hoofdattribuut van (het huis) Judah “mannelijke heerschappij” is ;
    zin :]

“bent u het kwaad van uw vaderen vergeten ,
en het kwaad van de koningen van Judah [=door] het kwaad van hun vrouwen ;
(net) [=als] uw kwaad [=door] het kwaad van úw vrouwen ,
dat [=u] (allen) gedaan hebt in [=de steden van] Judah , en in de straten van Jeruzalem ? ;

 
[+maar] [u] bent niet gebroken [=’in hart’] tot op deze dag ,
[=want] [=u] hebt geen ontzag [+voor mij] ,                                     [=’God als “ultiem Mannelijk”]
[=noch] wandelt u in mijn wet ,                                                       [=’zin beneden : als “ga lezen !”]
die ik voor uw aangezicht geplaatst heb , (net) zoals voor het aangezicht van uw vaderen ;   

 
11-12
… God ziet dat zij niet zullen veranderen – en kondigt oordeel aan :
therefore thus he-says ieue-of hosts Elohim-of ishral behold·me ! placing
faces-of·me in·you for·evil and·to·to-cut-off-of all-of Judah and·I-take remnant-of
Judah who they-placed faces-of·them to·to-enter-of land-of Egypt to·to-sojourn-of
there and·they-come-to-end all in·land-of Egypt they-shall-fall in·the·sword in·the·famine
they-shall-come-to-end from·small-one and·unto great-one in·the·sword and·in·the·famine
they-shall-die and·they-become to·execration to·desolation and·to·slighting and·to·reproach
Therefore thus saith the LORD of hosts, the God of Israel; Behold, I will set my face
against you for evil, and to cut off all Judah. And I will take the remnant of Judah,
that have set their faces to go into the land of Egypt to sojourn there, and they shall all
be consumed, [and] fall in the land of Egypt; they shall [even] be consumed by the sword
[and] by the famine: they shall die, from the least even unto the greatest, by the sword
and by the famine: and they shall be an execration, [and] an astonishment, and a curse,
and a reproach.

  • context : … God sees that they won’t change – and announces judgment :

line ,

  • [=’if you think it’s harsh , see 15-17 where the men of Judah will respond ;
    line :]

“therefore , thus – says – IEUE of – hosts , the deity of – [eden-] Ishral :
behold ! , [+I] (have) set – my face – in=against you – for evil ,
[=for] to cut off – all of – Judah ;

 
and=for I (will) take away – the remnant of – Judah      +
which – (have) set – their face – to=for to enter – the land of – Egypt       +
to=for to sojourn – there ;
and=so – all – (of) them (will be) exterminated – in the land of – Egypt :

 
they (will) fall – in=by the sword – [+and] (be) finished – in=by famine ,
they (will) die , from the least – unto – the great ones , [=by] the sword – and the famine ,
and they (will) be – an execration – and astonishment , and a curse – and reproach ;

Daarom, zo zegt de Heer van de legermachten, de God van Israël,
zie, ik ga mijn aangezicht tegen u ten kwade richten, en wel om heel Juda uit te roeien.
Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen, zij die hun zinnen gezet hebben om het land Egypte
binnen te gaan om daar als vreemdeling te verblijven. Zij zullen in het land Egypte omkomen.
Zij zullen vallen door het zwaard, omkomen van de honger, van klein tot groot.
Door het zwaard en de honger zullen zij sterven. Zij zullen worden tot een verschrikking,
tot een vloek en tot smaad worden .

  • [=’als dit hard schijnt , zie 15-17 waar de mannen van Judah zullen antwoorden ;
    zin :]

“daarom , zo zegt IEUE van de legermachten , de godheid van [eden-] Ishral :
zie ! , [+ik] heb mijn aangezicht [=tegen] u gericht ten kwade ,
[=om] heel Judah af te snijden ;

 
[=want] ik zal het overblijfsel van Judah wegnemen ,
die hun aangezicht gericht hebben [=om] het land Egypte binnen te gaan      +
[=om] daar als vreemdeling te verblijven ;
[=dus] zullen zij allen uitgeroeid worden in het land Egypte :

 
zij zullen vallen [=door] het zwaard [+en] omkomen [=door] honger ,
zij zullen sterven , van de kleinsten tot de grootsten , [=door] het zwaard en de honger ,
en zij zullen worden tot een verschrikking , tot een vloek en tot smaad ;

 
13-14
… dan een introductie tot een dubbele profetie :                           (=eindtijd gerelateerd)
and·I-visit on the·ones-dwelling in·land-of Egypt as·which I-visited on Jerusalem
in·the·sword in·the·famine and·in·the·plague and·not he-shall-become one-delivered
and·survivor to·remnant-of Judah the·ones-entering to·to-sojourn-of there in·land-of
Egypt and·to·to-return-of land-of Judah which they ones-lifting-up soul-of·them
to·to-return-of to·to-dwell-of there that not they-shall-return except only ones-delivered

For I will punish them that dwell in the land of Egypt, as I have punished Jerusalem,
by the sword, by the famine, and by the pestilence: So that none of the remnant of Judah,
which are gone into the land of Egypt to sojourn there, shall escape or remain, that they
should return into the land of Judah, to the which they have a desire to return to dwell there:
for none shall return but such as shall escape.

  • context : … then an introduction to a double prophecy :                  (=endtime related)

line , 

  • [=’God never spills words or makes superfluous repeats —
    in 11-12 the Judah remnant is already completely judged ,
    then here must be “a remnant of 144,000 of old-Judah who escaped death”,
    linking to the last part of this chapter about the 144,000 in the endtime ;
    line :]

“I (will) visit [=’to judge’] – [=upon] – the ones (who) dwell – in the land of – Egypt ,     +
as=like – I (have) visited – [=upon] – Jerusalem :                                                     
[=by] the sword , the famine – and the plague ;                                           

————————–

  • [=’below : the analogy made here ,
    is like “the 144,000 Judah-remnant háve returned to the land Judah ,
    so the 144,000 in the endtime will return to the eden-land” ;
    line :]

and – (there will) be – no – one – (of) the remnant of – Judah – (who will) escape – and survive ,
[+as] the ones (who) entered – the land of – Egypt – to=for to sojourn (there) ;
(..+but..) (=only) – they – [=who] – (háve) returned – (to) the land of – Judah ,
[+as] the ones (who háve) lifted up [=’move’] – their adm-soul – to dwell – there [=‘in Judah’] ,

 
that=because – [+the ones] (who have) returned , (are) the – only – ones (who will) escape ;
Want ik zal hen die in het land Egypte wonen, straffen, zoals ik Jeruzalem gestraft heb,
door het zwaard, door de honger en door de pest . Er zal niemand zijn van het overblijfsel
van Juda die ontkomt of ontvlucht, van hen die in het land Egypte gekomen zijn om daar
als vreemdeling te verblijven, om eens terug te keren naar het land Juda,
waarnaar zij verlangen om er terug te keren en daar te wonen .
Nee, zij zullen niet terugkeren, behalve enkelen die wel ontkomen zullen .

  • [=’God verspilt nooit woorden , noch maakt hij overbodige herhalingen —
    in vorig 11-12 is het Judah overblijfsel al volledig veroordeeld ,
    dan moet hier “een overblijfsel als 144,000 van oud-Judah zijn die de dood ontsnapt”,
    gezet tegenover het slot van dit hoofdstuk over de 144,000 in de eindtijd ;
    zin :] 

“ik zal degenen die in het land Egypte verblijven , bezoeken [=’om te oordelen’] ,     +
[=zoals] ik Jerusalem bezocht heb [=’om te oordelen’] :                                 
[=met] het zwaard , de hongersnood en de pest ;                                  

—————————

  • [=’beneden : de gemaakte analogie hier ,
    is “zoals het overblijfsel van Judah naar het land Judah terugkeerde”,
    zo zullen “de 144,000 in de eindtijd terugkeren naar het land eden” ;
    zin :]

en er-zal niemand van het overblijfsel van Judah zijn die zal ontsnappen en overleven ,
[+als] degenen die het land Egypte zijn binnengegaan om (er) als vreemdeling te verblijven ;
(..+maar..) (=alleen) zij – [=die] (wél) teruggekeerd zijn (naar) het land Judah ,
[+als] degenen die hun adm-ziel (..in gang zetten..) [=om] daar te verblijven : 

 
[=omdat] [+degenen] die terugkeerden , de enigste zijn die zullen ontsnappen ;

 
part II   —   deel II

 
15-16-17
… het antwoord van de mannen van Judah :
and·they-are-answering Jeremiah all-of the·mortals the·ones-knowing that
ones-fuming-incense women-of·them to·Elohim other-ones and·all-of the·women
the·ones-standing assembly great and·all-of the·people the·ones-dwelling in·land-of
Egypt in·Pathros to·to-say-of the·word which you-spoke to·us in·name-of ieue
there-is-no·us ones-listening to·you that to-do we-shall-do every-of the·thing which
he-came-forth from·mouth-of·us to·to-fume-incense-of to·queen-of the·heavens
and·to-libate to·her libations as·which we-did we and·fathers-of·us kings-of·us
and·chiefs-of·us in·cities-of Judah and·in·streets-of Jerusalem and·we-are-being-surfeited
bread and·we-are-being ones-well-off and·evil not we-saw
Then all the men which knew that their wives had burned incense unto other gods, and all
the women that stood by, a great multitude, even all the people that dwelt in the land of Egypt,
in Pathros, answered Jeremiah, saying, [As for] the word that thou hast spoken unto us
in the name of the LORD, we will not hearken unto thee. But we will certainly do whatsoever
thing goeth forth out of our own mouth, to burn incense unto the queen of heaven, and to pour
out drink offerings unto her, as we have done, we, and our fathers, our kings, and our princes,
in the cities of Judah, and in the streets of Jerusalem: for [then] had we plenty of victuals,
and were well, and saw no evil.

  • context : … the answer of the men of Judah :
    … the ‘Pathros’ we skipped ,
    as superfluous corruption ;

line ,

  • [=’now it gets interesting :
    it are the women who fume incense – but the males who allów that :
    because the attribute of Judah is ‘male rule’ , this is a similar situation like
    Adam eating the apple too , thereby agreeing with his woman (about a sin) ;
    the theme is related to Numeri 30 ,                                               (remember the ‘go read’)
    where “a male can confirm or anull a vow which a woman made” (as wife or daughter) ,
    hence it writes here “what our mouth has said” (and see lines 24-25 for that vow) ,
    because Judah’s alpha-males are stubborn and factually ruled by their wives
    (and remember this is a double prophecy !) ;
    line :]

and=then – all – (..the males..) – (who) know – that – their wife      +
(is) fuming incense – [=unto] – other – deities ,
and=as all – (..the women..) – (who) (..+also..) stand    +
      [+in] the great – assembly – and=as all – the people – dwelling – in the land of – Egypt ,     +
answer– Jeremiah , saying :                                                                [=’the máles do all the talking !’]

 
(..concerning..) the word [in right direction] – which – you spoke [in right direction] – to us      +
in the name of – IEUE :
[=we] – (will) not – listen – to you ;

 
that=because – we (will) surely do – every (thing) – which – goes forth – from óur mouth :
to=by (to let) incense (be) fumed – to the queen of – heaven ,          [=’worshipping physicality’]
and (let) – drink offerings – (to be libated) to her ;
[=for] we – (are) doing – as=like (which) – our fathers (allowed it) ,     +
[+and] our kings , and our chiefs ,                                                                   
in the cities [=’towns’] of – Judah – and in the streets of – Jerusalem :

 
and=for we (are) satiated – (with) bread ,
and we (have) – well-being ,                                                             [=’bread + well-being = physical’]
and – we (do) – not – see – evil ;       +                                                 [=’evil doesn’t come upon us’]

Toen antwoordden al de mannen die wisten dat hun vrouwen reukoffers brachten
aan andere goden, en al de vrouwen die daar stonden, een grote menigte,
en heel het volk dat in het land Egypte, in Pathros, woonde, aan Jeremia :
wat het woord betreft dat u in de naam van de Heer tot ons gesproken hebt –
wij zullen niet naar u luisteren .
nee, wij zullen beslist alle dingen doen die uit onze mond zijn uitgegaan ,
door reukoffers te brengen aan de koningin van de hemel en plengoffers voor haar
uit te gieten, zoals wij gedaan hebben, wij en onze vaderen, onze koningen en
onze vorsten, in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem. Toen werden wij
met brood verzadigd, hadden wij het goed en hebben wij geen kwaad gezien .

  • [=’nu wordt het interessant :
    het zijn de vrouwen die reukoffers brengen – maar de mannen die dat tóestaan :
    omdat het attribuut van Judah “mannelijk heersen” is , is dit eenzelfde situatie als
    Adam die de appel ook at , daarmee zijn vrouw steunend (wat betreft een zonde) ;
    het thema is gerelateerd aan Numeri 30 ,                                             (het ‘ga lezen’ hiervoor)
    waar “een man de eed van een vrouw (als vrouw of dochter) kan bevestigen of annuleren”,
    vandaar dat hier staat “wat van onze mond uitgaat” (en zie 24-25 voor die gemaakte eed) ,
    omdat Judah’s alpha-mannen koppig zijn en feitelijk door hun vrouwen geregeerd worden
    (en merk op dat dit een dubbele profetie is !) ;
    zin :]

“[=dan] antwoorden al de (..mannen..) die weten dat hun vrouw      +
reukoffers brengt [=aan] andere goden ,
      [=als] al de (..vrouwen..) die (..+ook..) staan      +
      [+in] de grote menigte [=als] alle mensen die verblijven in het land Egypte , 
aan Jeremiah , zeggend :                                                             [=’de mánnen doen al het praten !’]

 
(..wat betreft..) het woord [in goede richting] dat u tot ons gesproken [in goede richting] hebt   +
in de naam van IEUE :
[=wij] zullen niet naar u luisteren ;

 
[=omdat] wij beslist alle dingen zullen doen die uit onze mond voortgaan :
[=door] reukoffers (te laten) brengen aan de koningin van de hemel ,     +
en uitgiet-offers voor haar uitgegoten te laten worden ;           [=’lichamelijkheid aanbiddend’]
[=want] wij zullen doen zoals onze vaderen (dat toestonden) ,      +
[=en] onze koningen , en onze leiders ,
in de steden [=’dorpen’] van Judah en in de straten van Jerusalem :

 
[=want] wij worden verzadigd met brood ,
en wij hebben het goed ,                                                               [=’goed hebben + brood = fysiek’]
en wij zien geen onheil ;      +                                                              [=’onheil kwam niet over ons’]

 
18-19
… vervolg :
and·from then we-forbore to·to-fume-incense-of to·queen-of the·heavens
and·to-libate to·her libations we-lacked everything and·in·the·sword and·in·the·famine
we-come-to-end and·that we ones-fuming-incense to·queen-of the·heavens
and·to·to-libate-of to·her libations ?·from·apart-from mortals-of·us we-madedo for·her
biscuits to·to-make-grief-fetish-of·her and·to-libate to·her libations
But since we left off to burn incense to the queen of heaven, and to pour out drink offerings
unto her, we have wanted all [things], and have been consumed by the sword and by the famine.
And when we burned incense to the queen of heaven, and poured out drink offerings unto her,
did we make her cakes to worship her, and pour out drink offerings unto her, without our men?
‘without’ , H1107 bilade ‘exept, without, besides’ ;
‘worship’ , H6087 atsab ‘grief’ ;

  • context : … continued :

line ,
and=for [=since] – the time – we stopped – fuming incense – (to) the queen of – heaven ,      +
and libating – drink offerings – to her ,                                                                                           [=’1x’]
we (have had) lack – (of) every (thing) ,
and – we (would have) come to an end – [=by] the sword – and the famine ;            [=’in Judah’]

 
and [=therefore] (ki=lkn) – we – [again-] fume incense – to the queen of – heaven ,     +
and libate – drink offerings – to her ;                                                                                               [=2x’]

 

  • [=’it is not exactly clear to us ‘what’ was the “fuming incense” about ,
    perhaps by “baking the type sacrificial cake”…? ;
    Jeremiah 7 has “the kids find wood, the fathers light the fire, and the women make cakes”
    (as the whole household who works together in idol worship) ;
    this can explain the “without our women”, below ;
    line :]

[=but] without – (..our women..) (ansh=nsh) ,     +
we (can) – [+not] (..fume incense..) – to (..the queen..) (kun=mlkth) – (..of heaven..) ,     +
and libate – drink offerings – to her ;                                                                           [=’corrupted 3x’]

Maar van toen af dat wij er mee zijn opgehouden aan de koningin van de hemel
reukoffers te brengen en plengoffers voor haar uit te gieten, hebben wij aan alles
gebrek gehad en kwamen wij door het zwaard en de honger om. En als wij, vrouwen ,
aan de koningin van de hemel reukoffers brengen en plengoffers voor haar uitgieten ,
gaat het dan buiten onze mannen om dat wij voor haar offerkoeken maken naar haar
beeltenis, en voor haar plengoffers uitgieten ?

“[=want] [=sinds] de tijd dat wij stopten     +
(om) reukoffers te brengen (aan) de koningin van de hemel ,
en uitgiet-offers voor haar uit te gieten ,                                                                                      [=’1x’]
hebben wij aan alles gebrek gehad ,
en wij zouden omgekomen zijn [=door] het zwaard en de honger ;                            [=’in Judah’]

 
en [=daarom] (ki=lkn) brengen wij [weer-] reukoffers aan de koningin van de hemel ,
en gieten uitgiet-offers voor haar uit ;                                                                                          [=’2x’]

 

  • [=’het is ons niet helemaal duidelijk ‘wat’ het ‘brengen van reukoffers’ inhoudt ,
    wellicht  door “het bakken van de offer-koek” ? ;
    in Jeremiah 7 is “de kinderen zoeken hout, de vaders steken het vuur aan en de vrouwen
    bakken de koeken” (als heel de familie die offert aan andere goden) ,
    dit kan het “zonder onze vrouwen” verklaren , beneden ;
    zin :]

[=maar] zonder (..onze vrouwen..) (ansh=nsh) ,     +
kunnen wij [+geen] (..reukoffers..) aan (..de koningin..) (kun=mlkth) van (..de hemel..) brengen ,
en uitgiet-offers voor haar uitgieten ;                                                                           [=’corrupte 3x’]

 
part III   —   deel III

 
20-21-22-23
… Jeremia’s antwoord tot de mannen van Judah :
and·he-is-saying Jeremiah to all-of the·people on the·masters and·on the·women
and·on all-of the·people the·ones-answering him word to·to-say-of ?·not the·incense
which you-fumed in·cities-of Judah and·in·streets-of Jerusalem you and·fathers-of·you
kings-of·you and·chiefs-of·you and·people-of the·land them he-remembers ieue
and·she-is-ascending on heart-of·him and·not he-is-being-able ieue further to·to-bear-of
from·faces-of evil-of actions-of·you from·faces-of the·abhorrences which you-did
and·she-is-becoming land-of·you to·desertion and·to·desolation and·to·slighting
from·there-is-no one-dwelling as·the·day the·this from·faces-of which you-fumed-incense
and·which you-sinned to·ieue and·not you-listened in·voice-of ieue and·in·law-of·him
and·in·statutes-of·him and·in·testimonies-of·him not you-went on·so she-befellyou
the·evil the·this as·the·day the·this
Then Jeremiah said unto all the people, to the men, and to the women, and to all the people
which had given him [that] answer, saying, The incense that ye burned in the cities of Judah,
and in the streets of Jerusalem, ye, and your fathers, and your kings, and your princes,
and the people of the land, did not the LORD remember them, and came it [not] into his mind?
So that the LORD could no longer bear, because of the evil of your doings, [and] because of
the abominations which ye have committed; therefore is your land a desolation,
and an astonishment, and a curse, without an inhabitant, as at this day. Because ye have
burned incense, and because ye have sinned against the LORD, and have not obeyed the voice
of the LORD, nor walked in his law, nor in his statutes, nor in his testimonies; therefore this evil
is happened unto you, as at this day

  • context : … Jeremiah’s answer to the men of Judah :
    … first line :
    corruption as many added subjects ;

line ,
and=then – Jeremiah – says – unto – all – the people ,
to – (..the males..) – and=as all – the people – (who) answered – him ,     [=’no ‘women’ here !’]
saying :
(has) IEUE – not – remembered – the incenses – which – you (allowed to be) fumed      +
in the cities [=’towns’] of – Judah – and in the streets of – Jerusalem ,
(by) you , your kings , your chiefs , your fathers , and=as all – (..the men..) of – the land ? ,
and=for she [=’incense’] – ascended – on=against – his [=IEUE] heart ;                 [=’heart = core’]

 

  • [=’above : a woman is indeed the heart (=core) of male ,
    to which (woman + core) the ‘fuming of incense’ is related ,
    the “going against the heart of God” is probably related to the “unholy trinity” ;
    line :]

IEUE – (was) not – longer – able – to bear – your – evil – deed ,
(..because of..) – the abomination [=’corrupt eden-good’] – which – you (did) ;
and=therefore – your land – became – deserted , and desolate ,
and to a curse – [=as] there-is-no – one dwelling (there) – as=from – [=those] – days ;

 
(..yet..) – (..again..) you fume incense – [=by] which – you sin [=’no eden-life’] – [=against] IEUE ;
and=for you – (just) (do) not – [wánt to-] listen – [=to] the voice of – IEUE ,     
and=as – not – walking – in his law ,       +
and in his statute – and=as his testimony ;                                         [=’below : must repeat ‘voice’’]
(..that is why..) – (..your voice..) (qra=qul) – (is) this – evil – as=in – these  – days ;   

Toen zei Jeremia tegen heel het volk, tegen de mannen en tegen de vrouwen, tegen heel
het volk dat hem dit antwoord gegeven had : zou de Heer niet gedacht hebben aan
het wierookoffer dat u in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem in rook liet opgaan,
u en uw vaderen, uw koningen en uw vorsten, en de bevolking van het land, en zou dat niet
in Zijn hart opkomen ? De Heer kon het niet langer verdragen vanwege uw slechte daden,
vanwege de gruweldaden die u deed. Daarom is uw land geworden tot een verwoesting,
tot een verschrikking en tot een vloek, zodat er geen bewoner meer is, zoals het heden
ten dage is. Vanwege het feit dat u reukoffers gebracht hebt en dat u gezondigd hebt
tegen de Heer, niet geluisterd hebt naar de stem van de Heer en niet volgens zijn wet,
volgens zijn verordeningen en volgens zijn getuigenissen gewandeld hebt ,
daarom is dit onheil u overkomen, zoals heden ten dage is .

“[=dan] zegt Jeremiah tegen alle mensen ,
tot (..de mannen..) [=als] al de mensen die hem hadden geantwoord ,      [=’geen vrouwen hier !’]
zeggend :
heeft IEUE zich de reukoffers niet herinnerd die u (toestond om) gebracht te worden     +
in de steden [=’dorpen’] van Judah en in de straten van Jerusalem ,
(door) u , uw koningen , uw leiders , uw vaderen , [=als] al de (..mannen..) van het land ? ,
[=want] zij [=’reukoffer’] rees op [=tegen] zijn [=IEUE] hart ;                                   [=’hart = innerlijk’]

 

  • [=’boven : en vrouw is inderdaad het hart (=binnenkant) van een man ,
    waaraan (vrouw + binnenkant) het ‘brengen van reukoffers’ wordt gerelateerd ;
    het “tegen het hart van God ingaan” is wellicht gerelateerd aan de “onheilige drieëenheid” ;
    zin :]

IEUE was niet in staat om uw slechte daad (nog) langer te verdragen ,
(..vanwege..) de gruweldaad [=’corrupt eden-goed’] die u gedaan heeft ;
[=daarom] werd uw land als verlaten en desolaat ,
en tot een vloek , zodat er-geen inwoner is [=vanaf] [=die] dagen ;

 
(..maar..) (..alsnog..) brengt u reukoffers ,       +
[=waardoor] u zondigt [=’corrupt eden-leven’] [=tegen] IEUE ;
[=omdat] u (gewoon) niet [wilt-] luisteren [=naar] de stem van IEUE ,    
[=als] het niet wandelen in zijn wet ,     +
en in zijn verordeningen [=als] zijn getuigenis ,                         [=’beneden : moet ‘stem’ herhalen’]
(..dat is de reden..) (dat) (..uw stem..) (qra=qul) zo boosaardig is in deze dagen ;

 
24-25
… nu adresseert Jeremiah de vrouwen :                                                 (+eindtijd)
and·he-is-saying Jeremiah to all-of the·people and·to all-of the·women
hear-you ! word-of ieue all-of Judah who in·land-of Egypt thus he-says ieue-of
hosts Elohim-of ishral to·to-say-of you and·women-of·you and·you-are-speaking
in·mouth-of·you and·in·hands-of·you you-fulfilled to·to-say-of to-execute we-shall-execute
vows-of·us which we-vowed to·to-fume-incense-of to·queen-of the·heavens and·to·to-libate-of
to·her libations to-carry-out you-shall-carry-out vows-of·you and·to-execute you-shall-excecute
vows-of·you
Moreover Jeremiah said unto all the people, and to all the women, Hear the word of the LORD,
all Judah that [are] in the land of Egypt: Thus saith the LORD of hosts, the God of Israel, saying;
Ye and your wives have both spoken with your mouths, and fulfilled with your hand, saying,
We will surely perform our vows that we have vowed, to burn incense to the queen of heaven,
and to pour out drink offerings unto her: ye will surely accomplish your vows,
and surely perform your vows

  • context : … now Jeremiah adresses the women :                             (+endtime)

line ,

  • [=’perhaps today’s version can be “how does God combine with my new couch” ;
    line :]

and=then – Jeremiah – says – [=unto] – all – the people – and=as – all – the wómen :
hear you ! – the word [in right direction] of – IEUE ,
all (you) – (..+women..) – [=who] – (are) in the land of – Egypt :

 
thus – says – IEUE of – hosts , the deity of – [eden-] Ishral , saying :
you – women – (..make a vow..) (dbr=ndr)in=with your mouth ,                       [=’see Num.30’]
and fulfill (it) – in=by your hand [=’action’] ,
saying :
we (will) surely execute – our vow (-ndr) – which – we vowed :
to fume incense – to the queen of – heaven , and to libate – drink offerings – to her ;

 
(..+therefore..) your vow – (will be) surely established ,                                [=’but agáinst them’]
and=as your vow – (which will) surely (be) executed ;

Verder zei Jeremia tegen heel het volk, en tegen alle vrouwen: luister naar het woord van de Heer,
heel Juda dat in het land Egypte is. Zo zegt de Heer van de legermachten, de God van Israël:
u en uw vrouwen hebben met hun eigen mond gesproken (en met uw eigen handen hebt u
het uitgevoerd) : wij zullen beslist onze geloften volbrengen die wij hebben afgelegd,
door reukoffers te brengen aan de koningin van de hemel en plengoffers voor haar uit te gieten.
Nu, doe beslist uw geloften gestand en volbreng beslist uw geloften !

  • [=’wellicht kan de versie van vandaag zijn “hoe past God bij mijn nieuwe bankstel” ;
    zin :]

“[=dan] zegt Jeremiah [=tegen] al de mensen [=als] al de vróuwen :
hoort u ! het woord [in goede richting] van IEUE ,
al (u) (..+vrouwen..) [=die] in het land Egypte zijn :

 
zo zegt IEUE van de legermachten , de godheid van [eden-] Ishral , zeggend :
u – vrouwen (..leggen een eed af..) (dbr=ndr) [=met] uw mond ,                         [=’zie Num.30’]
en vervuld (het) [=door] uw hand [=’actie’] ,
zeggend : wij zullen beslist onze eed (-ndr) uitvoeren die wij hebben afgelegd :
het brengen van reukoffers aan de koningin van de hemel ,
en het uitgieten van uitgiet-offers aan haar ;

 
(..+daarom..) zal uw eed beslist geldig zijn ,                                                      [=’maar tégen hen’]
[=als] uw eed die beslist zal worden uitgevoerd ; 

 

26-27
… het oordeel in 500 BC – en in de eindtijd :
therefore hear-you ! word-of ieue all-of Judah the·ones-dwelling in·land-of
Egypt behold·me ! I-swear in·name-of·me the·great he-says ieue if he-is-becoming
further name-of·me being-called in·mouth-of any-of man-of Judah saying life-of my-Lord
ieue in·all-of land-of Egypt behold·me ! being-alert over·them for·evil and·not for·good
and·they-come-to-end every-of man-of Judah who in·land-of Egypt in·the·sword
and·in·the·famine until to-be-finished-of·them
Therefore hear ye the word of the LORD, all Judah that dwell in the land of Egypt; Behold,
I have sworn by my great name, saith the LORD, that my name shall no more be named
in the mouth of any man of Judah in all the land of Egypt, saying, The Lord GOD liveth.
Behold, I will watch over them for evil, and not for good: and all the men of Judah
that [are] in the land of Egypt shall be consumed by the sword and by the famine,
until there be an end of them.

  • context : … the judgment in 500 BC – and at the endtime :

line ,

  • [=’it would not make Sense to repeat the judgment to (only) 500 BC Judah again ;
    therefore we skipped ‘Judah’ , while interpreting ‘Egypt’ as both the 500 BC land
    and – per endtime – as this world ‘Babylon’ (like in “get out from her , my people”) ;
    line :]

“therefore , hear you ! – the word [in right direction] of – IEUE ,
all – (who are) the ones dwelling – in the land of – Egypt :                               [=’literal + world’]
behold ! , [+I] swear – in=by my – great – name :    
it (will) – [=not] (am=la) – happen – again ,       +
(that) my name – (will be) called – in=by the mouth of – (..anyone..)      +
(..who..) (kl=mi) (is) in the land of – Egypt ;                                                              [<<syntax fault]
saying : [+by] the life of – the lord – IEUE ;                                                                  

 
behold me ! , [+I] (..(am) intending to do..) – evil – [=against] them – and not – good ;
[=for] – (..each one..)  – [=who] – (is) in the land of – Egypt – (will) come to an end ,    +
in=by the sword – and the famine , untill – they (will have been) consumed ;      +

Daarom, luister naar het woord van de Heer, heel Juda dat in het land Egypte woont.
Zie, ik zweer bij mijn grote naam, zegt de Heer : als mijn naam ooit nog zal worden aangeroepen
door de mond van enig man uit Juda in heel het land Egypte, die zegt:
zo waar de Heere HEERE leeft ! zie, ik ga over hen waken ten kwade en niet ten goede.
Alle mannen van Juda die in het land Egypte zijn, zullen omkomen door het zwaard
of door de honger, totdat het met hen gedaan is.

  • [=’het is onwaarschijnlijk dat (alleen) 500 BC Judah hier geadresseerd wordt ;
    daarom hebben we ‘Judah’ geschrapt , en interpreteren  ‘Egypte’ als zowel het 500 BC land
    als – per eindtijd – deze wereld ’Babylon’ (als in ‘ga uit van haar, mijn mensen’) ;
    zin :]

“daarom , hoor het woord [in goede richting] van IEUE ,
al degenen zijn die in het land Egypte verblijven :                                           [=’letterlijk + wereld’]
zie ! , [+ik] zweer [=bij] mijn grote naam :
het zal [=niet] (am=la) niet meer gebeuren ,      +
(dat) mijn naam zal worden aangeroepen door de mond van (..iemand..)      +
(..die..) (kl=mi) in het land Egypte zijn ;                                                                        [<< syntax fout]
zeggend : [+bij] het leven van de Heer IEUE ;                                                         

 
zie ! , [+ik] (..heb de intentie..) [=om] kwaad [=tegen] hen (te doen) , en geen goed ;
[=want] (..ieder..) [=die] in het land Egypte is ,     +
zal omkomen [=door] het zwaard en de honger , totdat het met hen gedaan is ;      + 
 

 
part IV   —   deel IV

 
28-29-30
slot : … het teken :                                                          (en het einde van het boek Jeremiah)
28 and·ones-delivered-of sword they-shall-return from land-of Egypt land-of Judah
death-doomeds-of number and·they-know all-of remnant-of Judah the·ones-entering
to·land-of Egypt to·to-sojourn-of there word-of who ? he-shall-be-confirmed from·me
and·from·them 29 and·this to·you the·sign averment-of ieue that visiting I on·you in·the·place
the·this so-that you-shall-know that to-be-confirmed they-shall-be-confirmed words-of·me
on·you for·evil thus he-says ieue behold·me ! giving Pharaoh Hophra king-of Egypt in·hand-of
ones-being-enemies-of·him and·in·hand-of ones-seeking-of soul-of·him as·which I-gave
Zedekiah king-of Judah in·hand-of Nebuchadrezzar king-of Babylon one-being-enemy-of·him
and·one-seeking soul-of·him
Yet a small number that escape the sword shall return out of the land of Egypt
into the land of Judah, and all the remnant of Judah, that are gone into the land of Egypt
to sojourn there, shall know whose words shall stand, mine, or theirs. And this [shall be] a sign
unto you, saith the LORD, that I will punish you in this place, that ye may know that my words
shall surely stand against you for evil: Thus saith the LORD; Behold, I will give Pharaohhophra
king of Egypt into the hand of his enemies, and into the hand of them that seek his life;
as I gave Zedekiah king of Judah into the hand of Nebuchadrezzar king of Babylon, his enemy,
and that sought his life.

  • context : closing : … the sign :                                         (and the end of the book Jeremiah)

line ,

  • [=’Esau used his term ‘death-doomeds’, using that for both houses (the 144,000) ,
    in a chapter death-doomeds is house Ishral (while house Judah he calls ‘a worm’) ;
    line :]

and=but – a small – number – (will) escape – [ahead of-] the sword ,     +        [=’as 144,000’]
[+and] return – from the land of – Egypt ,                                                                       [=’as earth’]
and=as – the remnant – (who will) know      +
(..that..) (mi=ki) – [+my] word – (has been) confirmed – [=in] them ;
1 free

  • [=’lines below :
    (see ch.43 also) ; we couldn’t find if Ahmose II was against the Judahites ,
    and because the book Jeremiah stops here , we lack any followup ;
    the ‘sign’ :
    apart from an event around 575 BC the sign must have a sécond meaning :
    Hophra is RÂ-UAH’-ÁB “the heart – established – for (matrix-) light”, see annex ,
    which is more or less the theme of this chapter ! ;              (and compare line 21)
    therefore ‘Hophra’ must also represent “many adm-souls todáy” as well ,
    because Zedekiah represents “the fall of (literal-) Jerusalem”,
    which is linked to the endtime (per the 70 weeks theme) ;
    line :]

and this – (will be) the sign – to you , (is) the declaration of – IEUE ,  [=’as both other groups’]
that – I – (will) visit [=’to judge’] – [=upon] you – in – this – place ,
so that – you – (will) know – that – my word [in right direction]      +
(will) surely stand – [=against] you – for evil :
————————-
thus – says – IEUE : behold me ! ,
[+I] (will) give – pharaoh – Hopra [=’Apries’] – king of – Egypt      +
in the hand of – his enemies ,                                                                 [=’but read also : as spirits’]
[+as] the ones (who) seek – his soul [=’seek to kill’] ;

 
as=like – I gave – Zedekiah – king of – Judah       +
in the hand of – Nebuchadnessar – king of – Babylon ,                       [=’but see end of ch.43 !’]
[+as] his enemy – (who) sought – his [=’Zecheriah’] soul .

Maar wie aan het zwaard ontkomen, zullen uit het land Egypte terugkeren naar het land
Juda met weinig mensen. En heel het overblijfsel van Juda, dat naar het land Egypte
gekomen is om daar als vreemdeling te verblijven, zal weten wiens woord standhoudt,
het mijne of het hunne. En dit zal voor u het teken zijn, spreekt de Heer, dat ik in deze plaats
u zal straffen, zodat u weet dat mijn woorden over u beslist stand zullen houden, ten kwade:
zo zegt de Heer : zie, ik ga farao Hofra, de koning van Egypte, in de hand van zijn vijanden geven,
en in de hand van hen die hen naar het leven staan, zoals ik Zedekia, de koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn vijand, die hem naar het leven stond.

  • [=’zie Engels voor Esau’s “de ter dood gedoemden” :]

[=maar] een klein aantal zal ontsnappen aan het zwaard ,     +                           [=’als 144,000’]
[+en terugkeren vanuit het land Egypte ,                                                                           [=’aarde’]
[+als] het overblijfsel dat zal weten      +
(..dat..) (mi=ki) [+mijn] woord [=in] hen bevestigd zal zijn ;

 

  • [=’zinnen beneden :
    (zie ook hfdst.43) ; we konden niet vinden of Ahmose II tegen de Judahieten was ,
    en omdat het boek Jeremiah hier eindigt , kunnen we niet weten hoe dit afliep ;
    het ‘teken’ :
    apart van een gebeurtenis rond 575 BC moet het teken een twéede betekenis hebben :
    Hophra is RÂ-UAH’-ÁB , “het hart – geinstalleerd – [voor] (matrix-) licht” , zie annex ,
    dat eigenlijk het thema van dit hoofdstuk is ! ;                                 (en vergelijk zin 21)
    daarom moet ‘Hophra’ ook “veel adm-zielen vandaag” representeren ,
    omdat Zedekiah “de val van (letterlijk-) Jeruzalem” vertegenwoordigt ,
    dat gelinkt is aan de eindtijd (per het 70 jaar thema) ;
    zin :]

en dit zal het teken voor u zijn , is de verklaring van IEUE ,              [=’als beide andere groepen’]
dat ik u zal bezoeken [=’om te oordelen’] in deze plaats ,
opdat u zult weten dat mijn woord [in goede richting]      +
beslist stand zal houden [=tegen] u , ten kwade :
——————-
dus zegt IEUE :
zie ! , [+ik] zal pharaoh Hopra de koning van Egypte      +
in de hand van zijn vijanden geven ,                                                 [=’vijanden : lees ook : geesten’]   
[+als] degenen die zijn ziel zoeken [=’naar het leven staan’] ;

 
[=zoals] ik Zedekiah de koning van Judah      +
in de hand van Nebuchadnessar koning van Babel heb gegeven ,   [=’maar zie einde hfdst.43 !’]
[+als] zijn vijand die zijn [=’Zachariah’] ziel zocht .

 
 


27.06june.2020   —   submitted as first version , and definitive   —   report series
 
 
 

(rpt)
 
Hophra shows as nr. 371 in the list of pharaoh’s , above ;
the last cartouche in the line as “light + wick + heart”, RÂ-UAH’-ÁB ;
(read from right to left as)
“the heart – established – [for] (matrix-) light”,
 
above him , nr. 369 is Nekau , the pharaoh in next Jeremiah 46
(where the battle of Cherchemish – in 605 BC – is decribed) ,
as “the (eden-) word – to double – [for] (matrix-) existence” ,