chapter context :
the restored eden-sun
[introduction to Is. 42]

hoofdstuk context :
[als introductie op Jesaja 42]
… setting : de tijd tussen de val van eden en de Zondvloed ;
de geesten (als gevallen adam-zielen) worden aangesproken in dit hoofdstuk ,
waarin God belooft dat de “in ere herstelde zon” weer uit het echte oosten zal opkomen,
om zo de “eden morgen” weer te herstellen – vergelijk Genesis 1 ;
waarop de geesten een construct smeden als “onze huidige zon” (Rã) ,
welke immers “de dag van hun dualistische dimensie in stand houdt” ;

 

. de tweede helft van dit hoofdstuk is ook belangrijk ,
omdat God niets kan (zal..) veranderen wanneer wij het thema niet begrijpen

 

[de zon als] attribuut van het huis Judah :
God laat Ezechiel zien “hoe 40 mannen van Judah de zon aanbidden in het valse Oosten (-qdm)” ,
dus DeFacto onze húidige zon – Rã – aanbidden ;
we zagen al dat het attribuut van Judah “de (defensieve) atmosfeer ván het eden-land” is —
wij zijn moe en verklaren dat we Judah’s attribuut gevonden hebben – in Jes. 41 en 42 ;
kom op jongen , wordt eindelijk wakker !

 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

 
Jesaja 41

1
geadresseerd aan : Canaan-zielen (in hun geesten-lichaam) in het land boven eden :
be-silent-you ! to·me coastlands and·folkstems they-shall-vary vigor they-shall-come-close
thenיthey-shall-speak together for·the·judgment we-shall-come-near
Keep silence before me, O islands; and let the people renew [their] strength:
let them come near; then let them speak: let us come near together to judgment.

  • ‘renew’ , H2498 chalaph ‘proper: slide by ; to change’, tricky – ‘to alter’ ;
    as ‘replace’ in Is.9 , then “to renew” is valid, but negative ;
  • context : addressed to : Canaan-souls (in their spirit-bodies) in the land above eden : the ‘coastlands’ here as “the solarplane”, strengthened by “other bloodline” ,
    meet together for a judgment : if one thing ,
    then showing how there is still ‘interaction’
    between God and them spirits (though ice cold
    and pure formal , presumably) ;
    other bloodline : as “Esau and Jakob”, here as the
    lost souls like many of ancient-Egypt and descendants ;
    Ba-spirit-souls : to right , the spiritual body which the
    other bloodline received from their other reality
    (note the similarity of faces from the queen and bird) ;
    in Rg-Veda equal to the category of ‘Seers’ ,
    who chanted in the sanctuary to invoke eden-essence ;
    4,6 million of these in 2500 BC : to right ,
    reading may be (5,6 M) if the stop-line counts as 1 ;
    to renew : very often used in glyphs as UHEM
    with hebrew-house-Hglyph as “by the descended house”;
    last position doesn’t read ‘renewing the race’ but
    “the power of the heir (=our Originals) fór to be renewed”;
    speak in right direction : that the addressed category
    of ‘men’ are these Ba-souls shows here – since they knéw
    how to speak ( see ‘the Seers’ above) but deliberately
    altered the meanings ;

 
 

 
 

3x rpt
click pic(s) to enlarge
  • zin context : Ba-zielen : een geestenlichaam voor gevallen adam-zielen (zie de vogel) ;
    verder – zie bovenstaand ,

“be silent ! / to=for me / , (you) coastlands [=’solarplane shore’] / ,
and=for the [other-] bloodline [=’fallen adamite-souls’] – shall renew – (their) strength / ,
they shall come near [‘serpent-way’] / , then / shall speak [in right direction] / :
we shall come near – together – for a judgment / ;
(De almachtige Verlosser)
Zwijg voor mij, kustlanden, laten de volken hun kracht vernieuwen. Laten zij naar voren komen,
laten zij dan spreken, laten wij samen naar voren komen voor het oordeel .

“zwijg voor mij , kustlanden [=’van zonnestelsel’] ,
laat de [andere-] bloedlijn [=’nu als Ba-zielen’] hun kracht vernieuwen ,
en zij zullen naar voren komen [‘serpent-manier’] , en sprekend [in de goede richting] :
laten wij samen naar voren komen voor een oordeel ;

 
2
hoofdthema : de zon in ere hersteld –- ‘de eden-morgen’ brengend ;
who ? he-rouses from·sunrise righteousness he-is-calling·him to·foot-of·him he-is-giving
to·faces-of·him nations and·kings he-is-holding-sway he-is-giving as·the·soil sword-of·him
as·straw being-whisked-away bow-of·him
Who raised up the righteous [man] from the east, called him to his foot, gave the nations before him,
and made [him] rule over kings? he gave [them] as the dust to his sword, [and] as driven stubble to
his bow.

‘raised up’ , H5782 uwr ‘rise up, stir, awake’ , related to ‘light’ (uwr) , see next occasion ;

  • context : main theme : the restored sun from the real-east [Heaven] :
    we struggle to phrase this concept , but the diagram may be of help —
    originally, the sun travelled thróugh eden (by means of ‘gates’, per Henoch) ,
    quite different as the rogue sun we see today – and which will go Dark , in order for
    him to become the sun who will bring the éden-morning (as in Genesis 1) .
    Our present sun (=Rã) causes the matrix-day , because she comes up ‘in the false east’
    (hebr. -qdm) , not in the east as portal to Heaven . This means our sun was ‘changed’ ,
    in order to create óur reality – and that of them spirits – but that the sun will be in
    eden’s dimensional-foreground again (see next verses) , so the eden-day will prevail ;
    feet : (=mult.) , confusing , but denoting “an orbit”, Henoch describes the sun as ‘chariot’;
  • zin context : hoofdthema : de in ere herstelde zon , uit het échte-oosten opgaand [de Hemel] :
    we moeten altijd zoeken naar woorden voor vreemde concepten als dit –
    het diagram mag daarbij iets helpen ;
    tijdens (het paradijselijke) eden bewoog de zon zich voort ‘over’ eden , door middel van
    het passeren van ‘poorten’ (Henoch) ; heel anders dan de illegale zon die we vandaag zien .
    Onze zon (=Rã) zal ‘verdonkeren’ , omdat zij de matrix-dag ondersteunt – terwijl het
    juist de bedoeling is dat de éden-morgen weer begint : zoals in Genesis 1 :
    onze huidige zon is een product van het ‘valse oosten’ (hebr. -qdm) , zie diagram ,
    voeten : (=mv.) , verwarrend , maar hetzelfde als Henoch de zon een “strijdwagen” noemt ,
    de voeten de (cirkelvormige) baan van de zon beschrijvend ;

“who / (will) rise-up [‘for to be light’] / from the real-east / (as) the righteousness ? [=’restored sun’] / ,
he [=IEUE] calls him [=’the restored sun’] / to his feet [=’as a moving chariot’] / ,
he [=IEUE] gives / (to) before him / the nations [‘of spirits’] / and kings / (as) his dominion / ;
he [=’the restored sun’] (will) place / his sword – as=to the soil [=’matrix-ground’] / ,
[=the matrix-soil] (will be) as – driven-away – straw / (by) his bow [=’clear sky over eden’] /
Wie heeft vanwaar de zon opkomt de rechtvaardige doen opstaan, hem geroepen om te gaan ?
Wie heeft de heidenvolken aan hem overgeleverd en doet hem koningen vertreden ?
Wie heeft hen als stof overgeleverd aan zijn zwaard, als wegwaaiende stoppels aan zijn boog ?

“wie zal oprijzen [=’om licht te laten worden’] van het echte-oosten als de rechtvaardigheid ? ,
hij [=IEUE] roept hem [=’in ere herstelde zon’] om op zijn voeten te staan [=’als bewegend’] ,
hij [=IEUE] geeft voor hem [=’de zon’] de naties [‘van geesten’] en koningen als zijn heerschappij ;
hij [=’de herstelde zon’] zal zijn zwaard tegen de [matrix-] gronden zetten ,
[de matrix-gronden] zullen als kaf worden weggedreven door zijn boog [=’heldere eden-hemel’] ;

 
3-4
he-is-pursuing·them he-is-passing-on peace path in·feet-of·him not he-is-entering
who ? he-contrives and·he-does one-calling the·generations from·beginning I ieue
first and·with last-ones I he
He pursued them, [and] passed safely; [even] by the way [that] he had not gone with his feet.
Who hath wrought and done [it], calling the generations from the beginning?
I the LORD, the first, and with the last; I [am] he.
“he [=’the restored sun’] (will) persue them [=’spirits’ realm’] / , passing over / [eden-] peace / ,
in=over – a path [=’in an orbit’] / his feet / (has) – not – entered [+before] / ;
who / (will) perform / and make (it to be) ? / ,
I – IEUE (am) – the one naming / the timeframes / from the beginning / ,  +
[+from] the first / and with=to / the last ones / : I (am) – he (who does) / ;
Hij achtervolgde hen, trok verder in vrede, over een pad dat hij met zijn voeten niet eerder betrad.
Wie heeft dit bewerkt en gedaan ? Hij die de generaties riep vanaf het begin !
Ik, de Heer, die de eerste ben, en bij de laatsten ben ik dezelfde .

“hij [=’zon in ere hersteld’] zal hen [‘geesten’] achtervolgen ,
[eden-] vrede laten oversteken [dimensioneel] ,
over een pad [=’in een baan’] dat hij met zijn voeten (niet eerder) betrad ;
wie zal dit veroorzaken en het doen maken ? ,
ik , IEUE , die de tijdspannes noemt vanaf het begin ,  +
van de eerste tot de laatste : ik ben het die dat doet ; 

 
5-6-7
they-see coastlands and·they-are-fearing ends-of the·earth they-are-trembling
they-draw-near and·they-are-arriving man associate-of·him they-are-helping
and·to·brother-of·him he-is-saying be-steadfast-you ! and·he-is-encouraging artificer
one-refining one-making-slick-of sledge one-hammering-of anvil saying to·the·soldering
good he and·he-is-making-fast·him in·nails not he-shall-slip
The isles saw [it], and feared; the ends of the earth were afraid, drew near, and came. They helped
every one his neighbour; and [every one] said to his brother, Be of good courage. So the carpenter
encouraged the goldsmith, [and] he that smootheth [with] the hammer him that smote the anvil,
saying, It [is] ready for the sodering: and he fastened it with nails, [that] it should not be moved.

‘smoothed’, H2505 chalaq ‘proper: to be smooth [as stones for the lot] hence ‘separate, divide’,

  • hammer’ , H6360 pattish ‘hammer’ 3x ; pettesh ‘garment’ 1x, unclear ; ‘word like a hammer’,
    Akk. patarru ‘[battle] mace’ ; patru ‘sword, dagger, razor’ ; pattaru ‘dagger, weapon’ ;
    pattu ‘[small] canal, irrigation ditch’ ; pattû ‘through, bowl, bucket’ ; pa’târu ‘to release,
    to open, unloose’ ; pâ’tu ‘shoulder, boundary, edge, rightside, the right’ ;
    false light HRU ? BD XV hymns to Rã ;
  • ‘anvil’ , H6471 paam ‘times [once, twice, this time] ; (anvil 1x , is concocted term) ;
    ‘sodering’ , H1694 debeq ‘a joint [of harness]’ 3x ; -dabaq ‘to join, to cling to’ ;
  • ‘nails’ , H4549 masmer or masmerah ‘nails’ 4x ; perhaps -samar ‘hair standing up, bristle’ 2x ;
    samar ‘bristly or rough (locusts)’ 1x ; -sam ‘fragrant, spice’ ; Akk. sâmmu ‘geometric figure’,
    Akk. shamrû ‘angry, furious’ (Sumer ?) ;
  • ‘be moved’ , H4131 mot ‘to decay, falter, totter, shaken’ ; death-cluster -muth ;

context : the spirits fear the return of the eden-morning and devise Rã , our sun :

  • no ‘anvil’ here : a keyterm often decides what
    colour the surrounding words will be given –
    Esau neatly devised ‘an anvil’ in order to steer
    the context in a harmless direction ;
    may happen : added as transition from previous
    lines to these ; indeed there was a period
    “from eden’s fall untill the deluge”, but we won’t
    repeat glyph H’EB , “completion of the solarsystem”,
    smiting the (eden) times : exact what this sun does ! ,
    hammer : the “is My word not like a hammer?”
    is related insofar Rã is “eden-willpower for speech”;
    joining together : very often used in spells as T’EMT’,
    to right ; root T’EM , ‘to slaughter (eden)’ ;
    pegs : not immediately clear , but there is a RÃ-T
    with ‘branch-glyph (as ‘staff or wood or axis or tool’) ;

 
 

rpt 2x
click pic to enlarge
  • zin context : geen ‘aambeeld’ hier : een sleutelterm
    bepaald vaak hoe de kleur ingevuld wordt van de
    woorden daaromheen : Esau heeft kunstig “aambeeld”
    bedacht (wat er niet staat) , om zo de suggestie van ‘een smederij’ te scheppen ;
    dat dit kon gebeuren : toegevoegd als overgang van vorige zinnen naar deze sectie ;
    inderdaad was er een ‘tussenperiode’ (van de eden-val tot de Zondvloed) ,
    maar we hoeven glyphs als H’EB “voltooiing van het zonnestelsel” niet te herhalen ;
    de (eden) tijden vermorzelend : precies wat Rã doet – als matrix-dag ,
    hamer : we kennen het “is Mijn woord niet als een hamer?”, hier gerelateerd aan
    Rã als “eden-(wils)kracht voor (matrix) spraak” ;

“the shores [‘of the solarplane’] – see (it) [+’may happen’] / and they fear / , +
the ends of – the [matrix-] land – tremble / ,
they [=’as Ba-spirits’] draw near / and arrive / ;
each – supporting – his associate / , and – saying – to his brother / : ‘be strong’ / , +
and=for he – ‘the refining – craftmanship’ [=Rã, this sun’] – is being strong / ,
(being) ‘the dividing – hammer’ [=’Rã’] / , the one smiting – the times [=’smiting the eden-day’ !] / ;
saying / : to=by (means of) the joining together – he [=’Rà’] – (is) the good [=’eden-good’] / ;
and=for he [=’Rã’] is made strong / in=with pegs / , he shall – not – waver [and die] / ;
De kustlanden zagen het en werden bevreesd, de einden der aarde beefden ;
ze kwamen naderbij en traden toe. De een hielp de ander, tegen zijn broeder zij hij : wees sterk!
De vakman bemoedigde de edelsmid, hij die met de hamer gladmaakt,
hem die op het aambeeld slaat, door van het soldeersel te zeggen: het is goed .
Daarna zette hij het vast met spijkers, zodat het niet zou wankelen .

“de kustlanden [‘van zonnestelsel’] zien het [‘dat dit kan gebeuren’] en ze zijn bang , +
de einden van het [matrix-] land beven ,
zij [=als ’Ba-spirits’] komen naderbij en arriveren ;
ieder de ander ondersteunend , en tegen zijn broeder zeggend :
wees sterk ! , want ‘het smeltende ambachtswerk’ [=’Rã, deze zon’] is sterk ,
als ‘de splijtende hamer’ [=’Rã’] , die de tijden vermorzelt [=’de eden-dag vermorzelt’ !] ,
zeggend : door middel van de samenvoeging is hij [=’Rã’] het goede [=’eden-goed’] ;
want hij [=’Rã’] is sterk gemaakt door middel van peggen , hij zal niet wankelen [en sterven] ;

 
B)
 

8-9
hoofdstuk wisseling : terug naar ons :
and·you ishral servant-of·me Jacob whom I-chose·you seed-of Abraham one-loving-of·me
whom I-encouraged·you from·ends-of the·earth and·from·distant-parts-of·her I-called·you
and·I-am-saying to·you servant-of·me you I-chose·you and·not I-rejected·you
But thou, Israel, [art] my servant, Jacob whom I have chosen, the seed of Abraham my friend.
[Thou] whom I have taken from the ends of the earth, and called thee from the chief men thereof,
and said unto thee, Thou [art] my servant; I have chosen thee, and not cast thee away.
‘chief men’ , H678 atsil ‘nobles’ 1x ; -etsel ‘beside, next to, proximity’ ,

  • context : chapter change : back to us :
    our Originals and Jacob [we] : Jacob “representing all believing souls born on this earth”,
  • zin context : onze Originelen en Jakob [wij] : Jakob “representeert alle gelovige zielen
    die geboren zijn op deze aarde” ;

“you / Ishral [=’our Originals’] / (are) my servant / ,
(being) Jacob [‘all believers’] / whom / I selected / (as) the descendants of / Abraham / (who) loved me / ,
whom / I strenghtened / from the ends of / the land [=’Ur, as eden’?] / ;
and from her side [=’this earth’] / I called you [=’all believers’] / ,
and I say / to you / : you – (are) my servant / ,
I selected you – and – (have) not – rejected you / : +
Maar u, Israël, mijn dienaar, u, Jakob, die ik heb verkozen,
het nageslacht van Abraham, die mij liefhad, u, die ik gegrepen heb van de einden van de aarde,
geroepen uit haar uithoeken, en tegen wie ik zei:
u bent mijn dienaar, ik heb u verkozen, ik heb u niet verworpen.

“u, Ishral [=’onze Originelen’] bent mijn dienaar ,
die Jakob bent [‘alle gelovigen’] die ik heb gekozen als het nageslacht van Abraham , +
die mij liefhad , die ik gesterkt heb van de einden van het land [=’Ur als eden’?] ,
en van haar zijde [=’deze aarde’] heb ik u geroepen [=’alle gelovigen’] ,
en zeg tegen u : u bent mijn dienaar , ik heb u verkozen en heb u niet verworpen ;

 
10-11
must-not-be you-are-fearing that with·you I must-not-be you-are-taking-heed-for-yourself
that I Elohim-of·you I-make-resolute·you indeed I-help·you indeed I-uphold·you in·right-hand-of
righteousness-of·me behold ! they-shall-be-ashamed and·they-shall-be-confounded all-of
the·ones-being-heated in·you they-shall-become as·there-is-no and·they-shall-perish mortals-of
contention-of·you
Fear thou not; for I [am] with thee: be not dismayed; for I [am] thy God: I will strengthen thee;
yea, I will help thee; yea, I will uphold thee with the right hand of my righteousness.
Behold, all they that were incensed against thee shall be ashamed and confounded:
they shall be as nothing; and they that strive with thee shall perish.
‘dismayed’ , H8159 shaah ‘to gaze, stare’ , negative coloured cluster ; unclear (SÃH ?) ;
‘incensed’ , H2734 char-ah ‘be angry, burn, get hot’, [said of Cain against Abel] ,

  • context : ‘individuals’ : most likely Esau switched (-ish) ‘man’ here from the other term
    (-ansh) as the negative type – but we can’t prove that (compare previous posted) ;
    2) understood here as individuals on earth who have a Ba-spirit-soul already ;
  • zin context : ‘individuen’ : : waarschijnlijk heeft Esau de term ‘man’ (-ish) verwisseld van
    de andere term (-ansh) als meer negatief (zie een vorig gepost hoofdstuk)
    maar bewijzen kunnen we dat niet ;
    2) begrepen als individuen op aarde die al een Ba-geest hebben (de vogel, zie boven) ;

“(it) must not be / (that) you fear / , that=because – I – (am) with you / ,
(it) must not be – (that) you stare [-‘blank’?] / that=because / I – (am) your deity / ;
I strengthen you / moreover / , I help you / ,
indeed / , I support you / in=by my right hand of – my righteousness / ;
behold ! / , all – the angry ones – in=against you – shall be ashamed= – and humiliated / ,
they shall become / as there-is-no (of them) / ,
and=for – the men [‘individuals’] – striving (with) you – shall perish (abd) / ;   +
Wees niet bevreesd, want ik ben met u, wees niet verschrikt, want ik ben uw God.
Ik sterk u, ook help ik u, ook ondersteun ik u met mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt.
Zie, zij zullen beschaamd en te schande worden, allen die in woede tegen u ontstoken zijn.
Zij zullen worden als niets, zij zullen omkomen, de mannen die u aanklagen .

“het moet niet zijn dat u bang bent , want ik ben met u,
het moet niet zijn dat u staart [‘van schrik’?] , want ik ben uw godheid ;
ik sterk u, ook help ik u , ook ondersteun ik u met mijn rechterhand die gerechtigheid werkt ;
zie , allen die in woede tegen u ontstoken zijn zullen beschaamd en vernederd worden ,
zij zullen worden als niet meer bestaand ,
want de mannen [‘individuen’] die u aanklagen zullen vergaan ;

 
12-13
you-shall-seek·them and·not you-shall-find·them mortals-of strife-of·you they-shall-become
as·there-is-no and·as·limit mortals-of war-of·you that I ieue Elohim-of·you one-holding-fast
right-hand-of·you the·one-saying to·you must-not-be you-are-fearing I I-help·you
Thou shalt seek them, and shalt not find them, [even] them that contended with thee:
they that war against thee shall be as nothing, and as a thing of nought.
For I the LORD thy God will hold thy right hand, saying unto thee, Fear not; I will help thee.
‘contended’ , H4695 matstsuh ‘quarrel’ 1x ;
“you could seek them – and=but – you shall – not – find – the men [‘individuals’] – striving (with) you / ,
the men [‘individuals’] – battling you – shall become – as there-is-no (one)   +
and as having ceased to be / ;
that=because – I (am) – IEUE – your deity / , the one holding fast – your right hand / ,
saying – to you / : (it) must not be / (that) you fear / , I – support you / ;
U zult hen zoeken, maar u zult hen niet kunnen vinden, de mannen die zich tegen u keren.
Zij zullen worden als niets, als volstrekt niets, de mannen die strijd tegen u voeren .
Want ik ben de Heer uw God, die uw rechterhand vastgrijpt en tegen u zegt :
wees niet bevreesd , ik help u .

“u kunt hen gaan zoeken , maar u zult de mannen [‘individuen’] die zich tegen u keren niet vinden ,
de mannen [‘individuen’] die strijd tegen u voeren zullen er niet meer zijn ,  +
als niet meer bestaand ;
want ik ben IEUE uw godheid , die uw rechterhand vasthoudt ,
en tegen u zegt : het moet niet zijn dat u bang bent – ik ondersteun u ;

 
14-15
must-not-be you-are-fearing thuloth worm-of Jacob death-doomeds-of ishral
I I-help·you averment-of ieue and·one-redeeming-of·you holy-one-of ishral behold !
I-placed·you to·threshing-sledge spiked new possessor-of serrated-edges you-shall-thresh
mountains and·you-shall-pulverize and·hills as·the·trash you-shall-place
you-shall-winnow·them and·wind she-shall-carry-away·them and·tempest she-shall-scatter
them and·you you-shall-exult in·ieue in·holy-one-of ishral you-shall-boast
Fear not, thou worm Jacob, [and] ye men of Israel; I will help thee, saith the LORD,
and thy redeemer, the Holy One of Israel. Behold, I will make thee a new sharp threshing
instrument having teeth: thou shalt thresh the mountains, and beat [them] small, and shalt make
the hills as chaff. Thou shalt fan them, and the wind shall carry them away, and the whirlwind
shall scatter them: and thou shalt rejoice in the LORD, [and] shalt glory in the Holy One of Israel.

  • ‘worm’ , H8438 thola ‘worm , worm for scarlet’, negative ; -tholal , unknown 1x ;
    2) H8511 thala ‘to hang’, BUT 2921 tala ‘speckled, spotted [sheep of Jacob]’ ,
  • ‘glory’ , H1984 halal ‘to be clear [of sound , later ‘of colour’] ; often negative in prophets (el+el) ,
  • ‘men’, H4926 math ‘man’ , negative ; from -muth cluster ‘to die’ ; closest : -mth staff or tribe ‘,
  • context : worm Jacob : inside-joke of Esau ; as such negative
    term God would never use ; Jakob representing
    “all believers who will be saved” ;
    same ill attempt was made by Ishral
    (see ‘death-doomeds’ in interlinear) ;
  • sledge and to thresh :
    we can only show connections as TEM , right ,
    now as Damascus , the inverted eden-hand ;
    it’s stepdown T’EM is “to slaughter” (‘thresh’?) ;
    to tresh : perhaps as “commanding the eden-word”
    as the inversion of TEM shows, MET’U , to right ,
    through the eden-hand as executive-region
    (glyph shown with fire-drill, hence ‘pulverising’?) ;
    possessor : matrix term ,

 
 

2 x rpt
click pic(s) to enlarge

zin context : worm Jakob ; privé-grapje van Esau – God zou zoiets nooit zeggen over Jakob ,
maar ‘gespikkeld’ sláat ergens op , vooral omdat Jakob “de gespikkelde kudde” maakte ;
hetzelfde bij Ishral (‘gedoemde mannen’) maar moet (mth) ‘stammen’ zijn ;
dorsslede : als TEM , nu als Damascus , zie Engels ;

“(it) must not be – (that) you fear / , (you) speckled – [=’this body as mixture’] – Jacob / , +
(being) the tribes of – Ishral [‘our Originals’] / ,
I help you / , (is) the declaration of – IEUE / ,
and=for – the holy one of – Ishral – (is) the one rescueing you / ;
behold ! / , I (shall) place you / to (be) – a new – sharp-teethed – threshing-sledge / ,
[+and] you shall thresh – the posessor [‘baal’, matrix] of – teeth / ;
you shall pulverize – [matrix-] mountains / and the hills / you shall place – as the chaff / :
you shall winnow them / and the wind / shall carry them away +
and the tempest / shall scatter / them / ,
and you – shall rejoice – in IEUE / ,
you shall be ‘clearly beside yourselves’ – in=by the holy one of – Ishral / ;
Wees niet bevreesd, wormpje Jakob, volkje Israël, uw verlosser is de heilige van Israël.
Zie, ik maak u tot een scherpe dorsslede, een nieuwe, met puntige pinnen .
U zult bergen dorsen en verpulveren, en heuvels maken als kaf.
U zult ze wannen, de wind zal ze opnemen, en de storm zal ze verspreiden.
Maar ú zult zich verheugen in de Heer, in de heilige van Israël zult u zich beroemen.

“het moet niet zijn dat u bang bent , gespikkelde [=’dit lichaam als vermenging’] Jakob ,
die de stammen van Ishral zijn [=’onze Originelen’] ,
ik help u , is de verklaring van IEUE , want de heilige van Ishral is uw redder ;
zie , ik maak u tot een nieuwe scherpe dorsslede ,
en u zult de ‘eigenaar van tanden’ [‘baal’, matrix] dorsen ;
u zult [matrix-] bergen verpulveren , en heuvels tot kaf maken :
u zult ze zeven , en de wind zal ze opnemen , en de storm zal ze verspreiden ;
en u zult zich verheugen in IEUE , u zult ‘buiten zichzelf’ zijn door de heilige van Ishral ;

 
17-18
het nieuwe eden wordt her-schapen ;
the·humble-ones and·the·ones-needy ones-seeking waters and·there-is-no tongue-of·them
in·the·thirst she-is-being-benumbed I ieue I-shall-respond-to·them Elohim-of ishral not
I-shall-forsake·them I-shall-open on ridges streams and·in·midst-of valleys springs I-shall-place
wilderness to·pond-of waters and·land arid to·vents-of waters
[When] the poor and needy seek water, and [there is] none, [and] their tongue faileth for thirst,
I the LORD will hear them, I the God of Israel will not forsake them.
I will open rivers in high places, and fountains in the midst of the valleys:
I will make the wilderness a pool of water, and the dry land springs of water.

  • context : new eden is re-created : the “thirst” is obviously about the lack of eden’s dimension
    on this earth here (named also ‘the dry cistern’) ;
    2) ‘land of pools’ is somewhat unfortunate , but to avoid the negative “marsh” ;
  • zin context : nieuw eden – de ‘dorst’ slaat natuurlijk op het ontbreken van eden’s dimensie
    op deze aarde (ook ‘de droge cistern’ genoemd) ;
    2) ‘land van vijvers’ is wat ongelukkig , maar om het negatieve “moeras” te vermijden ;

“the humble ones / and=as the needy ones / seeking / [eden-] waters / and=but there-is-no / ,
their tongue – being parched – in=by thirst [=’on this earth’] / ,
I – IEUE – shall – respond to them / ,
the deity of – Ishral – shall – not – abandon – them / ;
I shall open – rivers – on=upon – the ridges [=’around the wilderness north’] / ,  +
and – springs – in the midst of – the valleys [=’in eden’] / ;
I shall place – the wilderness [=’north’] – to (be) a ‘land of pools’ of – [eden-] waters / ,
and=as the dry – land / to source(s) of / [eden-] waters / ;
De ellendigen en de armen zoeken water, maar het is er niet, hun tong versmacht van dorst.
Ík, de Heer, zal hen verhoren, ik zal hen niet verlaten .
Ik zal op de kale hoogten rivieren doen ontspringen, midden in de valleien bronnen .
Ik zal de woestijn maken tot een waterpoel, het dorre land tot waterbronnen .

“de nederigen als de kwetsbaren zoeken [eden-] wateren , maar het is er niet ,
hun tong versmachtend van dorst [=’op deze aarde’] ,
ik , IEUE , zal hen verhoren , de godheid van Ishral zal hen niet verlaten ;
ik zal op de kale hoogten [=’rondom de wildernis’] rivieren openen ,   +
en bronnen midden in de valleien [=’in eden’] ;
ik zal de wildernis [‘noord’] tot een land van vijvers van [eden-] wateren maken ,
als het droge land tot bronnen van [eden-] wateren ;

 
19-20
I-shall-give in·the·wilderness cedar acacia and·myrtle and·tree-of oleaster I-shall-place
in·the·gorge fir elm and·box-tree together so-that they-shall-see and·they-shall-know
and·they-shall-place and·they-shall-use-intelligence together that hand-of ieue
she-did this and·holy-one-of ishral Israel he-created·her
I will plant in the wilderness the cedar, the shittah tree, and the myrtle, and the oil tree;
I will set in the desert the fir tree, [and] the pine, and the box tree together: That they may see,
and know, and consider, and understand together, that the hand of the LORD hath done this,
and the Holy One of Israel hath created it.

  • context : ‘trees’ : several unsure roots still , but not crucial for this chapter ;
    the line with “insight” is wobbly ;
  • zin context : ‘bomen’ : woorden zijn onduidelijke wortels (pun) maar niet cruciaal hier ;
    het vers met “inzicht” blijft wat onduidelijk ;

“I shall place / in the wilderness [=’to-be eden’] / the cedar / ,
(acacia) / and the myrtle / and the oil – tree / ,                                                                          [review]
I shall place / in=at the empty plain / (the fir) / (elm) / and (box tree) / together / ;
so that / they [‘souls’] shall see / and understand   +
and=when they shall put / the insight / together (with it?) / ,
that – (she,) the hand of – IEUE – did – this / , and the holy one of / Ishral / created her [‘eden’] / ;
Ik zal in de woestijn de ceder zetten, de acacia, de mirt en de oliehoudende boom .
Ik zal in de wildernis de cipres plaatsen, samen met de plataan en dennenboom,
opdat men ziet en erkent, bedenkt en tevens inziet dat de hand van de Heer dit gedaan heeft,
en de heilige van Israël het geschapen heeft .

“ik zal in de wildernis [‘nieuwe-eden’] de ceder zetten ,  +
(de acacia) , de mirt en de oliehoudende boom ,
ik zal op de hoogvlakte (de cipres) plaatsen , samen met (de plataan) en (dennenboom) ;
opdat zij [‘zielen’] zien en begrijpen wanneer zij er inzicht mee verbinden ,
dat de hand van IEUE dit gedaan heeft , en de heilige van Ishral haar [‘eden’] geschapen heeft ;

 
C)
 

21-22
God identificeert zich met ons , tegenover de geesten :
bring-near-you ! contention-of·you he-is-saying ieue bring-close-you !
staunch-arguments-of·you he-is-saying king-of Jacob they-shall-bring-close and·they-shall-tell
to·us which they-shall-happen the·former-things what ? they tell-you ! and·we-shall-place
heart-of·us and·we-shall-know hereafter-of·them or the·coming-thing eshmio·nu announce-you·us !
Produce your cause, saith the LORD; bring forth your strong [reasons], saith the King of Jacob.
Let them bring [them] forth, and shew us what shall happen:
let them shew the former things, what they [be], that we may consider them,
and know the latter end of them; or declare us things for to come.

  • context : chapter change : God identifies with us , against them important notion
    for the clue (in next lines) ; Jacob as “all believers on earth who will be saved” ;
  • zin context : identificerend met ons : belangrijk vanwege de clue (in volgende zinnen) ;
    Jakob als “alle gelovigen die gered gaan worden” ,

“[’you Ba-spirits’,] bring near / your indictment / says / IEUE / ,
bring close [‘serpent-way’] / the strong [-points] [bone] / if=from you / , says / the king of / Jacob / ;
they [=’arguments’] shall be brought near – and show [=both ‘serpent-way’] / to us +
which / (will be) the first things – (that) shall happen / ;
what / (will) they (be) ? / , tell you [‘serpent-way’] ! / and we shall place – (them) to our heart / ,
and=so we shall know – what’s next (by) them / :
then – let you hear us – the coming things ! / ;
Kom naderbij met uw aanklacht, zegt de Heer, kom maar naar voren met uw bewijzen,
zegt de koning van Jakob .
Laten zij naar voren brengen en ons bekend maken de dingen die zullen gebeuren.
De dingen van vroeger – wat waren ze ? Maak het bekend, en wij zullen het ter harte nemen
en het einde ervan weten , of doe ons de komende dingen horen .

[‘u Ba-geesten’,] kom naderbij met uw aanklacht , zegt IEUE ,
kom maar naar voren [‘serpent-manier’] met uw sterke (-punten) , zegt de koning van Jakob ;
zij [=’argumenten’] moeten naar voren worden gebracht +
en ons bekend worden gemaakt [=beide ‘serpent-manier’] , en wij zullen ze ter harte nemen ,
zodat wij door hen zullen weten wat hierna gebeurt :
laat ons dan de komende dingen horen ! ;

 
23-24
tell-you ! the·things-arriving to·hereafter and·we-shall-know that Elohim you indeed
you-shall-do-good and·you-shall-do-evil and·we-shall-heed and·we-shall-see together behold !
you from·there-is-no and·contrivance-of·you from·nullity abhorrence he-is-choosing in·you
Shew the things that are to come hereafter, that we may know that ye [are] gods: yea,
do good, or do evil, that we may be dismayed, and behold [it] together.
Behold, ye [are] of nothing, and your work of nought: an abomination [is he that] chooseth you.

  • ‘nought’ , H659 epha ‘nought’ 1x ; either -eph ‘indeed’, -aph ‘nostril’ and ‘anger’,
    or -ephes ‘go no more’  or -ephah ‘construct’ ,
  • ‘abomination’, H8441 thoeb-ah ‘loathsome, abomination”, -thaab ‘abhor, detest’, unclear ,
  • context : Ephah-construct ? :
    it’s true – we cannot know if originally ‘ephah’
    stood in the mutilated (apha) , but as educated
    guess we can propóse it did ;
    last line here must juxtapose next line 25 ,
    so “the abomination” here can be ‘a construct’ ;
    false sun : Tut’s vase , to right, must be the Ephah ,
    “all. things to transform. [for] the sun (=Rã)” is
    consistently written on these type vases , and since
    the theme of this chapter is ‘sun’ , it is póssible .
    Zechariah writes how their ephah will be placed in
    Shinar , the false-east (qdm or glyph ÁAB) ,
    good and evil : compare Shinar , where their tree
    of good & evil is – where the ephah will be set upon ;

touregypt net
click pic to enlarge

zin context : Ephah construct ? : we kunnen niet weten wat origineel stond op het
gemutileerde (-epha) maar ‘op gevoel’ zou het kunnen : de laatste zin hier moet
juxtaposeren met volgende zin 25 , en ‘de gruwel’ mag dan ‘hun construct’ zijn ;
valse zon : het thema van dit hoofdstuk is ‘de zon’ ; Tut’s type vazen (als boven)
hebben zonder uitzondering “alle. dingen te transformeren. [voor] het licht (=Rã)”
als opschrift ; waar Zacharia schrijft dat hun ephah-construct in Shinar zal worden
neergezet [Shinar in het ‘valse oosten’, hebr. -qdm , glyph ÁAB) ,
goed en kwaad : vergelijk Shinar , waar hun boom van goed en kwaad is (vgl Henoch) ,
en waar de ephah op zal worden geplaatst ;

“tell you [‘serpent-way’] / the things arriving / (to=as) hereafter / , +
and=so we shall know / you [=’Ba-spirits’] / (are) dieties / ;
moreover / , you shall do good / and you shall do evil / and we shall stare (at them) / , +
and we shall see [‘take a look at it’] / together / ;
behold ! / from=for there-(will be)-no – you / , and=nor your enterprise / (from=as the ephah ?) / ,
(being) the abhorrence / chosen / in=by you / ;
Maak de dingen bekend die hierna zullen komen, en wij zullen weten dat u goden bent.
Doe tenminste iets, goed of kwaad, en wij zullen verschrikt zijn en het tezamen inzien.
Zie, u bent minder dan niets, en uw werk is minder dan een nietig ding ;
een gruwel is hij die voor u kiest .

“vertel [‘serpent-manier’] de dingen bekend die hierna zullen komen ,
en wij zullen weten dat u [=’Ba-geesten’] goden bent ;
u zult goed doen en u zult kwaad doen , en wij zullen (er naar) staren ,
en we zullen er samen ‘ns naar kijken ;
zie , want u zal er-niet zijn , noch uw project (als hun ephah-construct ?) ,
als de gruwel die u hebt gekozen ;

 
25-26
I-rouse from·north and·he-shall-arrive from·sunrise-of sun he-shall-call in·name-of·me
and·he-shall-come prefects like clay and·as one-being-potter he-is-tramping mud
who ? he-told from·beginning and·we-shall-know and·from·to·faces and·we-shall-say
right indeed there-is-no one-telling indeed there-is-no mshmio one-announcing indeed
there-is-no one-hearing sayings-of·you
I have raised up [one] from the north, and he shall come: from the rising of the sun shall
he call upon my name: and he shall come upon princes as [upon] morter, and as the potter
treadeth clay. Who hath declared from the beginning, that we may know? and beforetime,
that we may say, [He is] righteous? yea, [there is] none that sheweth, yea, [there is] none
that declareth, yea, [there is] none that heareth your words.
‘raised up’ ,H5782 uwr ‘to rise, to awaken, to stir up’;  in prophets often a bit negative ,
as ‘raise up against’ , with ‘light’ connection (-uwr) ;

  • context : the restored sun IS ‘the potter’ : restored because he comes up from the real east
    again , as eden-day , now “illuminating by God’s name” (for lack of better expression) ,
    destroying any construct of them (per ‘clay’) ;
    north : always Negative , as theirs ; here thee ast [Heaven] versus their north ;
    about us : the whole buildup of the chapter works to this point – first their defense as RÃ ,
    then the section about Jacob , who NEEDS TO TELL what God said here already ,
    but Jacob was long time blinded ‘by their words’ (as their translation ?) ;
    we shall know : since God identified with us , previously , the we is ús (you, us) ;
    the term ‘report’ (one-announcing in int.) is never used for thém ; and we saw several
    times now how indeed wé ‘tell the serpent-way’ – because of learning the concepts ;
  • zin context : de ‘in ere herstelde zon’ IS ‘de pottenbakker’ : omdat hij nu opkomt uit het
    echte oosten – als de eden-dag , nu “God’s naam schijnend” (bij gebrek aan betere term) ,
    en hun constructen verdampend (per ‘klei’) ;
    over ons : het hele hoofdstuk werkt hier naartoe : eerst hun fefensie als Rã , dan de sectie
    over Jakob die MOET VERTELLEN war God hier al zei : maar Jakob was lange tijd verblind
    “door hún woorden” (als hun vertaling ?) ;
    wij zullen weten : hiervoor identificeerde God zich met ons – dus de ‘wij’ is (u, wij) ;
    de term ‘het report’ wordt nooit gebruikt voor hén ,

“I cause – (from=as) the north [=’matrix’] – to be stirred-up [‘and become light’] / , +
and=for – the [restored-] sun – shall come / from the sunrise [real-east] [=as ’eden-day’] / ,
he shall name / (in=as) mý name / and=when he shall come / :
the prefects [=’construsts’] / (will be) like / mortar / and as a potter / he (will be) trampling / clay / ;
who [=IEUE] – told [‘serpent-way’] (it) / from the beginning / and=so we (!) shall know / , +
and from beforetime / and=so we shall say / (it was) right ? / ;
[about us :]
indeed / , [still,] there-is-no / one telling [‘serpent-way’]     [=’no believers tell this’] / ,
also / there-is-no / one report-ing / ,
[+for] indeed / there-is-no / one hearing / [+because of] yóur sayings [or: ‘words’] / ;
Ik doe iemand opstaan uit het noorden en Hij zal komen :
Vanwaar de zon opkomt zal hij mijn naam aanroepen ; hij zal komen, de machthebbers als
leem vertreden en zoals een pottenbakker klei treedt .
Wie heeft het vanaf het begin af verkondigd , zodat wij het kunnen weten ,
of van tevoren, dat wij kunnen zeggen : het is terecht ? Maar er is niemand die het verkondigt,
ook niemand die iets horen doet, ook niemand die uw woorden hoort .

“ik breng het noorden [=’matrix’] in beroering [=’om licht te worden’] ,   +
want de zon zal komen van ‘de plaats van zonsopgang’ [=’het echte oosten’]      [=als ‘eden-dag’] ,
en hij zal míjn naam noemen wanneer hij komt :
de machthebbers [‘constructen’] zullen als leem zijn en als een pottenbakker zal hij klei treden ;
wie [=IEUE] vertelde [‘serpent-manier’] (dit) vanaf het begin , zodat wij (!) het zullen weten ,
en van tevoren , dat wij zullen zeggen : het was waar ? ;
[over ons :]
inderdaad , er-is (nog) niemand [=’van ons gelovigen’] die het vertelt [‘serpent-manier’] ,
ook is-er niemand die een report uitbrengt ,
want inderdaad is-er niemand die hoort – vanwege úw woorden   [of ‘zegswijzen’] ;

 
27-28
first to·Zion behold ! behold·them ! and·to·Jerusalem one-bearing-tidings I-shall-give
and·I-shall-discern and·there-is-no man and·from·these and·there-is-no one-counseling
and·I-shall-ask·them and·they-shall-reply word behold ! all-of·them lawlessness limit
deeds-of·them wind and·chaos molten-images-of·them
The first [shall say] to Zion, Behold, behold them: and I will give to Jerusalem one that
bringeth good tidings. For I beheld, and [there was] no man; even among them,
and [there was] no counsellor, that, when I asked of them, could answer a word. Behold,
they [are] all vanity; their works [are] nothing: their molten images [are] wind and confusion.

  • context : returning the right concept back to God : namely that which God inténded to say
    in this chapter , the ‘returning’ is [w-course] here ,
    and following upon previous lines , you and we are afdressed ;
    and we had chapters about “the one bringing good news upon the mountains” ;
    ‘behold’ and ‘there-is-no’ : in first line (behold ! behold them !) is a most unlikely repeat,
    as a (deliberate) mixup of (-ene) and (-ain) ;
    we considered that syntax requires the version (as below) because of juxtaposition ;
  • zin context : het goede concept naar God terugbrengend : namelijk dat wat God bedóelde
    te zeggen in dit hoofdstuk ; het ‘terugbrengen’ is [w-course] hier ;
    volgend op vorige zinnen worden (u, wij) hier aangesproken
    (en we hadden al het hoofdstuk over ‘die het goede nieuws brengt’) ;
    zie + zie hen : een onnatuurlijke herhaling , als (bedoelde) verwisseling van (-ain) en (-ene);
    we overwogen dat syntax moet juxtapositie inhouden – vandaar versie beneden ;

“behold ! / , the first period – to=for tsiun / there-(will be)-no them   [=’one telling’] / ,
and=but to=from Jerusalem [=’this earth’] / I shall give – one bringing [good-] news   [=we] / :
and=for I look / and=as there-is-no / man // from these / and there is-no / one counselling / ,
and=but I shall ask them / and they shall return / the word (or concept) [in right direction] / ;
[about the spirits and their construct :]
behold ! / , all of them / (will be) vanity / ,
their works – (will) cease to exist / ,
their ‘melting image’ [=’Rã’] – (will be) awareness – and=as – dimensional formlessness / .
Ik, de eerste, zeg tegen Sion : zie, zie ze daar ! en tegen Jeruzalem : ik zal een vreugdebode geven .
Want ik zag toe, maar er was niemand, zelfs niet onder dezen, er was geen raadsman ,
dat ik hen iets zou vragen en zij mij antwoord zouden geven .
Zie, zij allen zijn nietigheid, hun werken zijn niets, hun gegoten beelden zijn wind en leegte.

“zie , de eerste tijd voor tsiun zal er niemand zijn         [=’die het vertelt’] ,
maar uit Jeruzalem [=’deze aarde’] zal ik iemand die [goed-] nieuws brengt geven    [=wij] :
want ik merk op dat er niemand is onder dezen , en er-is niemand die raad zoekt ,
maar ik zal hen vragen en zij zullen het woord (of: concept) [in de goede richting] terugbrengen ;

[over de geesten en hun construct :]
zie , zij zullen allen nietigheid worden ,
hun werken zullen ophouden te bestaan ,
hun ‘smeltende afbeelding’ [=’Rã’] zal het bewustzijn van dimensionele leegte zijn .

 


 
01.06.19   —   submitted   —   first version   —   hetreport