(aabt pic to be posted)chapter context :
continuation of Is. 41
‘who of you will ask ?’ ;
about eden’s real sun
versus ours – as RÃ ,

 

hoofdstuk context :
[vervolg op hoofdstuk 41, wat de introductie is van dit thema]
Henoch beschrijft “een [eden-] zon en maan” , welke over het land heen kruisen
(dus anders als ons huidige beeld van dit zonnestelsel van ons) ;
in dit hoofdstuk is “de eden-zon hersteld , weer opkomend uit het échte oosten”
namelijk ‘uit de Hemel’ — en daardoor de eden-morgen herstellend (als eden-dimensie) .

 

Het “in ere herstellen van de zon” is gelinkt aan ‘de dimensionele-achtergrond’
(waar eden zich in bevindt) , en hun ‘dimensionele-vóorgrond’ , als ónze werkelijkheid ,
waar onze huidige zon zich bevindt – als Rã ;
op een bepaalde manier “steelt” onze zon, als de Egyptische RÃ , iedere morgen aspecten
van de echte zon , en maakt zo dat de eden-dag onze matrix-nácht is (vergelijk Genesis 1) .

 

…wellicht is een bruikbare analogie ,
dat “de sterren” (als zonnen) welke wij kennen , puur mechanische frequenties uitzenden ,
“een kleur hebben als rood” ,
terwijl “de eden-zon een kleur heeft als geel”, vanwege zijn gelinkt zijn met God –
en ónze zon , als Rã , een “verménging” is van beide typen – als de kleur “oranje” ….

 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

Jesaja 42

 
1
behold ! servant-of·me I-am-upholding in·him chosen-one-of·me she-approves
soul-of·me I-give spirit-of·me on·him judgment to·the·nations he-shall-bring-forth
Behold my servant, whom I uphold; mine elect, [in whom] my soul delighteth;
I have put my spirit upon him: he shall bring forth judgment to the Gentiles.

  • context : the restored sun (as opposed to him being a mixture as our present sun Rã) :
    we know the first section was always thought to be about Christ –
    but lines 17-20 will change your mind about that …
    adamite-soul : we saw how also the new eden-land has [or is] an adamite-soul ;
    since ‘the restored sun’ is the theme , he should be ‘the adamite-soul’
    (we refuse to accept ‘God IS an adamite-soul ; though Christ becáme one , see index) ;
  • zin context : om aantoonbare redenen kunnen deze verzen NIET ‘over Christus’ gaan :
    zie verzen 17-20 , de context van dit hoofdstuk en Is. 41 als de inleiding ;
    adam-ziel : net als ‘het nieuwe land eden’ – daar als een “zij” ;

“behold ! / , I (will be) upholding – my servant    [=’the restored sun’] / ,  +
in=as he – (having been) elected by me / ,
(being) the delightful – adamite-soul (by) me / ;
I (will) place – my spirit – on=in him / , he shall bring forth / judgment / to the nations [=in eden] / ;
(De Knecht van de Heer)
Zie , mijn Knecht, Die Ik ondersteun , mijn uitverkorene, in wie mijn ziel een welbehagen heeft;
Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd . Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan .

“zie , ik zal mijn dienaar  [=’de eden-zon in ere hersteld’] ondersteunen ,  +
als hij die door mij verkozen is ,
die de prachtige adam-ziel is (door) mij ;
ik zal mijn geest in hem plaatsen , hij zal het [goede-] oordeel doen uitgaan naar de volken [=’in eden’] ;

 
2-3-4
not he-shall-cry-out and·not he-shall-lift and·not he-shall-make-heard in·the·street
voice-of·him reed being-bruised not he-shall-break and·flax dimmed not he-shall-quench·her
to·truth he-shall-bring-forth judgment not he-shall-dim and·not he-shall-bruise until
he-is-placing in·the·earth judgment and·for·law-of·him coastlands they-shall-wait
He shall not cry, nor lift up, nor cause his voice to be heard in the street. A bruised reed shall he not
break, and the smoking flax shall he not quench: he shall bring forth judgment unto truth. He shall not
fail nor be discouraged, till he have set judgment in the earth: and the isles shall wait for his law.

‘cry’ , H6817 tsaaq ‘cry out [like Abel’s blood]’ , cry out in sorrow ,
‘street’ , H2351 chuts ‘street, outside’ [=other dimensional side] ;

  • context : the eden-sun , now as Rã , cries out in sorrow : then notice the “being lifted up”
    (there isn’t a word ‘voice’ here) ; then ‘the other [dimensional] side’ ;
    besides , wére this about Christ , then the “no voice in the street” is untrue ;
    2) the “fail nor be discouraged” is not a passive syntax here but an active one ;
    added : longer and more : compare the posted chapter where God says “that my name is
    used for free [in them spirits’ realm” ;
  • zin context : de gevangen eden-zon nu als RÃ , onze huidige zon ;
    toevoegingen : langer en meer : zie Engels ;

“he shall – not – cry out in sorrow  [+anymore] / ,
and=for – he shall – not – be lifted-up [=’into their north’] / ,
and – he shall – nó [+longer] – make – his voice – to be heared – in the other dimensional side / ;
[because , in new eden:]
a – bruised – reed – he shall – not – break / , and – dim – flax – he shall – not – extinguish / ,
to=by truth – he shall bring forth – judgment   [=’in eden’] / ;
he shall – not – dim – and – shall – not – bruise –  while  – he places – judgment – in the land / ,
and=so – the regions [=’in eden’] – shall wait – for his law / ;
Hij zal niet schreeuwen, Hij zal zijn stem niet verheffen, Hij zal zijn stem niet op straat laten horen.
Het geknakte riet zal Hij niet verbreken, de uitdovende vlaspit zal Hij niet uitblussen ;
naar waarheid zal Hij het recht doen uitgaan.
Hij zal niet uitdoven, Hij zal niet geknakt worden, totdat Hij het recht op aarde
zal hebben gevestigd . De kustlanden zullen uitzien naar Zijn onderricht .

“hij zal niet langer schreeuwen van verdriet ,
want hij zal niet omhoog-getild zijn    [=’in hun noorden’] ,
en hij zal zijn stem niet meer laten horen in de andere dimensionele zijde      [=’van de geesten’] ;

[want , in nieuw eden:]
een geknakt riet zal hij niet afknellen , en een fletse vlaspit zal hij niet uitdoven ,
door waarheid zal hij het [goede-] oordeel doen uitgaan ;
hij zal niet flets maken en zal niet afknellen terwijl hij [goed-] oordeelt in het land  [=’in eden’] ,
dus zullen de regio’s  [=’in eden’] wachten op zijn wet ;

 
5-6
thus he-says e·al the·El ieue one-creating the·heavens and·one-stretching-out-of·them
one-stamping the·earth and·offsprings-of·her one-giving breath to·the·people on·her
and·spirit to·the·ones-going in·her I ieue I-call·you in·righteousness and·I-shall-hold-fast
in·hand-of·you and·I-shall-preserve·you and·I-shall-give·you for·covenant-of people
for·light-of nations
Thus saith God the LORD, he that created the heavens, and stretched them out;
he that spread forth the earth, and that which cometh out of it; he that giveth breath
unto the people upon it, and spirit to them that walk therein: the LORD have called thee
in righteousness, and will hold thine hand, and will keep thee, and give thee
for a covenant of the people, for a light of the Gentiles;

  • context : swapping -ieue and -el : the term “deity” always fóllows -ieue , never in front ;
    so it is the restored sun who “stretches the heavens” (by his light) ;
    also the “hammering-out” , like a plate of gold , shows it is the sun doing this , not God ;
  • zin context : -ieue en -el omdraaiend : de term ‘godheid’ vólgt altijd op -ieue ,
    dus het is de “in ere herstelde zón” die de [eden-] hemelen doet uitbreiden ;
    vgl.  ook het “uithameren” , nooit gezegd van God ;

“thus / he says – IEUE / :
the deity [=’the restored sun’] – (will be) creating – the heavens – and stretching them out / ,
[+and] the one hammering-out [=’as sun’] / the land / and her produce / ,
the one giving – breath – to the people – on=in her / ,  +
and=as the awareness – to the ones walking – in=on her / :
I – IEUE – name you – (in=as) the righteousness / , and shall hold – your hand / ,
and=for I shall support you / and shall give you / for=as the covenant of / the people  [=’in eden’] / ,
(you) (being) the light of=for – the nations   [=’in eden’] / ;  +
Zo zegt God, de Heer, die de hemel heeft geschapen en hem heeft uitgespannen ,
die de aarde heeft uitgespreid en wat daarop uitspruit, die de adem geeft aan het volk
dat daarop is, en de geest aan hen die daarop wandelen :
ík, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid, Ik zal U bij Uw hand grijpen,
ik zal u beschermen en ik zal U stellen tot een verbond voor het volk,
tot een licht voor de heidenvolken ,  +

“zo zegt IEUE : de godheid [=’de nieuwe zon’] zal de hemel scheppen en hem uitspannen ,
en degene zijn die het [eden-] land en haar producten ‘uit zal hameren’   [=’als een plaat van goud’] ,
die de adem geeft aan de mensen in haar   [=’in niew eden’] ,  +
als het bewustzijn aan hen die op haar wandelen :
ík , IEUE , noem u ‘de gerechtigheid’ , en zal uw hand vasthouden ,
want ik zal u ondersteunen en ik zal u geven als het verbond met de mensen  [=’in eden’] ,
(u) die het licht voor de volken  [=’in eden’] bent ;   +

 
7-8
to·to-unclose-of eyes blind-ones to·to-bring-forth-of from·enclosure prisoner
from·house-of detention ones-dwelling-of darkness I ieue he name-of·me and·glory-of·me
to·another not I-shall-give and·praise-of·me to·the·carvings
To open the blind eyes, to bring out the prisoners from the prison, [and] them that sit
in darkness out of the prison house. I [am] the LORD: that [is] my name:
and my glory will I not give to another, neither my praise to graven images.
‘prisoners’ , H616 assir ‘prisoner’. 631 asar ‘to bind (for to imprison)’, ÁSÁR (Osiris)  related?
‘prison’ , H4525 masger ‘a fastener as a smith ; a prison’ ; -sagar ‘close up, enclose, quarantine’
Akk. sagû ‘cella, shrine, treasury’ ;

  • ‘prison’, H3608 kele ‘prison’, -kala ‘to restrain’ ; -keli ‘instrument, etc’ ; -kol ‘all’ ; Akk. similar ;
  • ‘graven image’ , H6456 pasil ‘engraved image, idol’ ; -pasal ‘to cut out [the two tablets]’ ;
    pesel ‘idol’ , many ; -pas ‘multicoloured’ ; Akk. pasillu ‘type of sheep’ ,
    pasîshu ‘a priest, sorcerer, magician, spell ; pure, clear’ ;
  • context : imprisoned sun : continuing from “the sun crying out in sorrow” here ;
    praise bý the idol – as Rã : see previous , how “God’s name is distributed for free
    in their spirits realm” , namely by Rã ;
    RÃ literally as “eden-willpower. [for] (matrix-) speech” ;
  • zin context : zie Engels ;

“to=for to open – the blind – eyes            [=’so that the nations in eden will nót be blind like we’] / ,
to=bý to bring out – the bound prisoner  [=’imprisoned sun’] – from the enclosure [‘in m-realm’] / ,
[+as] the one dwelling – in [matrix-] darkness – fróm the – prison – house (there) / ;
I – (am) IEUE / , my name – and=as my glory [‘dim.-h’] / I shall – not – give – to another / ,
and=as my praise – [+happening now] to=by the engraved idol    [=’our sun, Rã’] / ;
Om blinde ogen te openen , om gevangenen uit de kerker te leiden,
uit de gevangenis wie in duister zitten . Ik ben de Heer – dat is mijn naam ;
mijn eer zal ik aan geen ander geven , evenmin mijn lof aan de afgodsbeelden .

“om blinde ogen te openen                [=’zodat de volken in eden niet net zo blind zijn als wíj’] ,
dóór de gevangene  [=’gevangen zon’] uit de kerker [‘van hun m-realm’] te leiden ,
als degene die in de [matrix-] duisternis verblijft úit het huis als de gevangenis (daar) ;
ik ben IEUE – mijn naam , als mijn eer , zal ik aan geen ander geven ,
als mijn lof (nu gebeurend) door de gegraveerde afbeelding   [=’onze zon Rã’]  ;

 
9-10
the·former-things behold ! they-came and·new-things I telling in·ere they-are-sprouting
I-shall-announce you sing-you ! to·ieue song new praise-of·him from·end-of the·earth
ones-going-down-of the·sea and·fullness-of·him coastlands and·ones-dwelling-of·them
Behold, the former things are come to pass, and new things do I declare: before they spring forth
I tell you of them. Sing unto the LORD a new song, [and] his praise from the end of the earth,
ye that go down to the sea, and all that is therein; the isles, and the inhabitants thereof.
context : a brandnew situation is foretold :
“behold ! / , the former things – (will be) gone                                [=’the imprisoned sun as Rã’] /,
and=for – I – (am) showing (or: telling) [‘serpent-way’] – néw things / ,
in before – they spring forth – I am reporting – you (them) / :
you  [=’restored sun’] (will) sing – a new – song – to=by IEUE / ,   +
(being) his praise – from=unto the ends of – the land  [=’new eden’]  / ,
[+you] (will) descend – (from) the sea [=matrix-dimension] / and what it contains / ,  +
(being) the coastland [solarplane] – and it’s inhabitants / ;
De voorgaande dingen – zie , ze zijn gekomen !
Nieuwe dingen verkondig ik; voordat ze ontkiemen, doe ik ze u horen .
Zing voor de Heer een nieuw lied, zijn lof vanaf het einde der aarde,
u die de zee en al wat daarin is, bevaart, u, eilanden en wie daarop wonen .

“zie , de dingen hiervoor zullen verdwijnen                     [=’de gevangen zon nu als Rã’] ,
want ik vertel u (of: laat u zien) [‘serpent-manier’] de niéuwe dingen ,
vóordat zij beginnen rapporteer ik u (hen) :
u [=’nieuwe eden-zon’] zult een nieuw lied aanheffen voor IEUE ,
als zijn lof tot de einden van het land    [=’nieuw eden’] ,
u zult neerdalen uit de zee   [=’matrix-dimensie’] en al wat daarin is ,  +
als het kustland   [=’zonnestelsel’] en haar bewoners ;

 
11-12
they-shall-lift-up wilderness and·cities-of·him environs she-is-dwelling Kedar
they-shall-jubilate ones-dwelling-of crag from·summit-of mountains they-shall-yell
they-shall-place to·ieue glory and·praise-of·him in·the·coastlands they-shall-tell
Let the wilderness and the cities thereof lift up [their voice], the villages [that] Kedar doth inhabit:
let the inhabitants of the rock sing, let them shout from the top of the mountains.
Let them give glory unto the LORD, and declare his praise in the islands.

  • ‘shout’, H6681 tsavach ‘cry aloud’ 1x ; -tsevach-ah ‘outcry [of grief]’ 4x ;
    tsav-ah ‘to command’ (many) ,
  • context : corrupted line by Esau : ‘Kedar’ is Negative, likely as the inhabitants of the land GEB
    (above eden) , “which will cease 1 year after the report” ;
    sela as similar negative , as Horus-rock (enemy of the tried cornerstone) ;
  • zin context : zin corrupt gemaakt door Esau :
    ‘Kedar’ is erg negatief (land GEB boven eden) , en ook de Horus-rots (-sela) ,
    Kedar zal “1 jaar na het report vallen” , daarom moeten we zien wat deze zin origineel
    bedoelde te zeggen ;

“they shall lift up – the wilderness [north] –                                           [ 11-12 : too corrupted verses ]
and his cities – [being?] the villages – Kedar – (now) inhabits – shall shout of joy / ,
the ones inhabiting – the horus-rock – from=at the summit of – the mountain – shall cry out of grief / ;
they shall place – to IEUE – the glory [dim.h] –
and his praise – they shall show,tell [serpent-way] – in the regions ;
Laten de woestijn en zijn steden hun stem verheffen, de dorpen waar Kedar woont .
Laten zij die in de rotsen wonen, juichen, het vanaf de bergtoppen uitjubelen .
Laten zij de Heer eer geven , en zijn lof op de eilanden verkondigen .

(——————————————————-)    [11-12 : te gecorrumpeerd]

 
13-14
Ieue as·the·masterful-man he-shall-go-forth as·man-of wars he-shall-rouse-up zeal
he-shall-shout indeed he-shall-shriek over ones-being-enemies-of·him he-shall-have-mastery
I-hushed from·eon I-am-being-silent I-am-checking-myself as·the·woman-giving-birth
I-shall-puff-up I-shall-breathe and·I-shall-gasp together
The LORD shall go forth as a mighty man, he shall stir up jealousy like a man of war:
he shall cry, yea, roar; he shall prevail against his enemies. I have long time holden my peace;
I have been still, [and] refrained myself: [now] will I cry like a travailing woman;
I will destroy and devour at once
‘destroy’ , H5395 nasham 1x ; -nishm-ah ‘breath’ 1x Aram. (from -nesham-ah)  ;

  • ‘devour’, H7602 sha’aph ‘breathe hard, eager’ , negative ; -shuph ‘crush [the serpent]’ ,
    breathe and (—–) :
  • context : last section corrupted : since the first term has been tampered with ,
    we can difficultly reconstruct the second term (in an empty cluster) ;

“IEUE – shall go forth – as ‘the masterful-man’ / ,
he shall stir up – jealousy [=’nature of their realm’?] – as a man of – war / ;
he shall give the alarm for battle / , moreover / , he shall give the battle-cry / ,
[+and] he shall have mastery – over= / his enemies / :
from=for a long time – I refrained from action / , being silent – (and) restraining myself / ,
[+now] I shall scream – as=for to bring forth / ,
(I shall breathe / ——— / together) ;     [final two terms corrupted]
De Heer zal uittrekken als een held . Hij zal de strijdlust opwekken als een strijdbare man ,
Hij zal juichen , ja , hij zal het uitschreeuwen , hij zal zijn vijanden overweldigen .
Ik heb van oude tijden af gezwegen , ik heb mij stil gehouden , mij bedwongen .
Als een barende vrouw zal ik het uitschreeuwen. Ik zal verwoesten, ja, ik zal tegelijk verslinden.

“IEUE zal opgaan als ‘een meesterlijke-man’ ,
hij zal ‘de jaloezie’ [=’karakter van hún realm’?] opschudden als een strijdbare man ;
hij zal het signaal tot de oorlog geven , meer nog – hij zal de strijdkreet geven ,
en hij zal meester zijn over zijn [persoonlijke-] vijanden :
voor lange tijd heb ik niet gehandeld , heb ik mij stil gehouden en mijzelf bedwongen ,
nu zal ik schreeuwen om voort te brengen ,

(ik zal ademen ———– tegelijk) ;     [laatste 2 termen gecorrumpeerd]

 
15-16
I-shall-drain mountains and·hills and·all-of herbage-of·them I-shall-dry-up and·I-place
streams to·the·coastlands and·marshes I-shall-dry-up and·I-cause-to-go blind-ones in·way
not they-know in·tracks not they-know I-shall-cause-to-tread·them I-shall-place darkness
to·faces-of·them to·the·light and·rough-places to·level-ground these the·things
I-do·them and·not I-forsake·them
I will make waste mountains and hills, and dry up all their herbs; and I will make the rivers islands,
and I will dry up the pools. And I will bring the blind by a way [that] they knew not; I will lead them in
paths [that] they have not known: I will make darkness light before them, and crooked things
straight. These things will I do unto them, and not forsake them

‘crooked things’, H4625 maaqash ‘rugged or crooked place’ 1x ; -aqash ‘twist, pervert’,

  • context : not about ‘people’ : for reason that “the blind (people) were méntioned already ;
    and the “not abandon them” in previous chapter 41 – about Judah ;
    third , because “people” will be addressed áfter this section ;
    remove their Nile : as the river which the dragon made , freshening their region ,
    hence all their land dries up now ;
    orbit he did not know : Henoch described the eden-sun’s orbit , but now he will orbit
    higher up in the north (around ‘the wilderness’)  ;
  • zin context : zie Engels ,

“the [matrix-] mountains – and hills – I shall lay waste  [=’by drying up’] / ,
and – I make to wither – all – their vegetation / :
and=for I (will) take – the river [=’Nile’] / to=awáy from the coastland     [=’solarplane’] / ,  +
and=so – I make – the marshes [=’of matrix’] – to wither / ;
[about the imprisoned sun :]
and I cause – the blind one [=’imprisoned sun’] – to go – in a way – he – (did) not – know / ,
I shall cause him to tread – in a path [=’orbit’] – he – (did) not – know  [+before] / ,
I shall place – [matrix-] darkness [=’over eden’] – to=by his presence – (to be) to=as the light / ,
and the twisted places / to (be) leveled ground / :
these / concepts [in right direction] / I (will) do / and=for – I (have) not – abandoned – him / ;
Ik zal bergen en heuvels woest maken en al hun gras zal ik doen verdorren .
Ik zal van rivieren eilanden maken en waterpoelen doen opdrogen .
En ik zal blinden leiden langs een weg die zij niet gekend hebben ,
ik zal hen doen gaan op paden die zij niet gekend hebben .
Ik zal vóor hen de duisternis veranderen in licht en wat krom is in wat recht is .
Deze dingen zal ik voor hen doen , ik zal hen niet verlaten .

“ik zal de [matrix-] bergen en heuvels verwoesten      [=’door hen op te drogen’]  ,
en al hun vegetatie zal ik doen verdorren :
want ik zal de rivier [=’hun Nijl’] wéghalen van hun kustland  [=’als zonnestelsel’] ,
en dus de moerassen doen opdrogen ;

[over de gevangen eden-zon:]
en ik zal maken dat de blinde [=’gavangen zon’] een weg gaat welke hij niet kende ,
ik zal hem een pad [=’omloop’] laten betreden die hij (tot nu toe) niet kende ;
ik zal de [matrix-] duisternis [=’over eden’] door zijn aanwezigheid licht laten worden ,
en de ruige plaatsen tot vlakke grond laten worden :
deze concepten [in goede richting] zal ik doen , want ik heb hem niet verlaten ;

 
17-18-19-20
terug naar ons : wie begrijpt het voorgaande..? ,
they-are-turned-away backward they-shall-be-ashamed shame the·ones-trusting
in·the·carving the·ones-saying to·molten-image you Elohim-of·us the·deaf-ones hear-you !
and·the·blind-ones look-you ! to·to-see-of who ? blind except only servant-of·me and·deaf
as·messenger-of·me I-am-sending who ? blind as·one-being-confidant and·blind as·servant-of
ieue you-see much and·not you-are-observing to-unclose ears and·not he-is-listening
They shall be turned back, they shall be greatly ashamed, that trust in graven images,
that say to the molten images, Ye [are] our gods. Hear, ye deaf; and look, ye blind,
that ye may see. Who [is] blind, but my servant? or deaf, as my messenger [that] I sent?
who [is] blind as [he that is] perfect, and blind as the LORD’S servant?
Seeing many things, but thou observest not; opening the ears, but he heareth not.
‘perfect’ , H7999 shalam ‘restitution, to pay [to have eden-peace]’ ;

  • context : back to us : who understood all previous mentioned ? ;
    it is rather incredible how hard God tries to make this point ….
    the devotees of this solarplane reality : well , too bad ;
  • zin context : zie hoe het hoofdstuk nooit kan slaan op ‘mijn Knecht’ als Christus ;

“the ones trusting – in the engraved idol [=‘as our sun Rã’] – (will) turn – backwards / ,  +
(being) very – ashamed / ,
(as) the ones saying – to the melting image (!) [=’Rã’] – you (are) – our diety / ;
hear you – (you) deaf ones ! / , and – perceive / , (you) blind ones / for to see (it) / :
who / (is) blind / that is / possibly / my servant                      [=’this imprisoned sun’] / ,
and deaf / as the messenger / I am sending out ?                  [=’sending out by orbit’] / ;
who / (is) blind / as the one being the restorer [‘to have eden-peace’] / ,  +
and=now blind – as the servant of – IEUE ? / ;
you (may) see / many things / and=but – you – (are) not – observing / ,
opening – the ears – and=but not – listening / ;
Maar wie op gesneden beelden vertrouwen, wie tegen gegoten beelden zeggen:
u bent onze goden, die zullen terugwijken en diep beschaamd worden .
Doven, hoor ! Blinden, kijk en zie !
Wie is er zo blind als mijn dienaar, doof zoals mijn bode die ik zend ?
Wie is blind zoals de volmaakte , blind zoals de knecht van de Heer ?
U ziet wel veel dingen, maar u let er niet op. Hij doet zijn oren wel open, toch luistert hij niet.

“wie op de gegraveerde afbeelding [=’deze zon als Rã’] vertrouwen ,   +
zullen terugwijken en diep beschaamd worden ,
als zij die zeggen tegen de smeltende afbeelding (!) [=’Rã’] : u bent onze godheid ! ;
doven [=’gelovigen’!] , hoor !
blinden , kijk ! en zie (het) :
wie is er blind die mogelijk mijn dienaar zou kunnen zijn         [=’de gevangen eden-zon’] ,
en doof zoals mijn bode die ik uitzend ?                                  [=’uitzenden als dmv. een traject’] ;
wie is blind zoals de restaurateur              [=‘om eden-vrede te veroorzaken’] ,
nu blind als de dienaar van IEUE ? ;
u mag wel veel dingen zien – maar u observéert heel slecht ,
de oren openend , en toch niet luisterend ;

 
21-22-23
oproep aan ons :
Ieue he-desires on-account-of righteousness-of·him he-shall-magnify law
and·he-shall-make-noble and·he people being-plundered and·being-robbed to-be-snared
in·the·holes all-of·them and·in·houses-of detentions they-are-hidden they-became to·plunder
and·there-is-no one-rescuing robbery and·there-is-no one-saying restore-you ! who ? in·you
he-shall-give-ear this he-shall-attend and·he-shall-listen for·hereafter
The LORD is well pleased for his righteousness’sake; he will magnify the law, and make [it]
honourable. But this [is] a people robbed and spoiled; [they are] all of them snared in holes, and they
are hid in prison houses: they are for a prey, and none delivereth; for a spoil, and none saith, Restore.

Who among you will give ear to this? [who] will hearken and hear for the time to come?
‘magnify’ , H1431 gadal ‘to grow up to be great, to magnify’ , bit negative ;

  • ‘holes’ , H2352 chuwr ‘cave’ 1x ; -chuwr ‘white stuff’ Aram. , -chor ‘networks’ 1x Is.19 ;
    chor ‘hole’, several ; here equivalent to ‘cistern’ [as this earth]  ;
  • context : exhortion to ús : same category here as “who of you will close the double-door” ;
    again the bizarre theme (for us) ‘that we need to understand the themes – in order to ask’ ;

“IEUE – desires – (that) he [=’eden-sun’] shall be magnified – on account of – his righteousness / ,
and=for he shall make – the law – to be noble (adr) / :
and=for they – the people [‘souls on earth’] – (are) being plundered [=’now, by this sun Rã’] / ,
and – all of them – (are) being robbed / , (being) trapped – in the cave   [=’this earth’] / ,
and=as – they are hidden – in – the prison – house / ;
they became – to=as loot / and there-is-no / one rescuing / (from) the robbery / :
and=for there-is-no / one saying [=to IEUE] / : restore (it) !               [=’by returning the real-sun’] / ;
who / in you / shall give ear / (to) this ? —
[+but] he (who) shall pay attention / and shall héar / (in order) for (to be) the next timeframe / ;
De Heer was hem genegen omwille van Zijn gerechtigheid ,
hij maakte hem groot door de wet, en luisterrijk. Dit is echter een beroofd en uitgeplunderd volk ; vastgebonden in holen zitten zij allen , opgesloten in gevangenissen .
Zij zijn een prooi geworden, en niemand redt ; een buit geworden, en niemand zegt: geeft terug !
Wie onder u neemt dit ter ore ? Wie slaat er acht op en hoort wat hierna zal zijn ?

“IEUE verlangt (dat) hij [=’eden-zon’] verhoogd zal worden vanwege zijn gerechtigheid  [‘van de zon’] ,
want hij zal de wet nobel maken   [=’in eden’] :
want zij , de mensen [=’zielen op aarde’] worden geplunderd  [=’door Rã’]  ,
en allen worden beroofd , gevangen in de grot   [=’deze aarde’] ,  +
als opgesloten in het huis als de gevangenis ;
zij zijn een buit geworden , en er-is niemand die redt van de beroving :
want er-is niemand die zegt [=tegen IEUE] : ‘restaureer (het) !’      [=’door terugkerende eden-zon’] ;
wie van jullie neemt dit ter ore ?
[dan] hij die goed opgelet heeft en zal herkénnen – opdát de volgende tijdsspanne zal zijn ;

 
24-25
slot : zolang niet gevraagd wordt , blijft deze huidige zon bestaan ..
who ? he-gave for·robbery Jacob and·Israel to·ones-plundering ?·not ieue this-one
we-sinned to·him and·not they-would in·ways-of·him to-go and·not they-listened
in·law-of·him and·he-shall-pour-out on·him fury-of anger-of·him and·strength-of battle
and·she-shall-set-aflame·him from·round-about and·not he-knows and·she-shall-consume
in·him and·not he-shall-place on heart
Who gave Jacob for a spoil, and Israel to the robbers? did not the LORD, he against whom we
have sinned? for they would not walk in his ways, neither were they obedient unto his law.
Therefore he hath poured upon him the fury of his anger, and the strength of battle: and it hath
set him on fire round about, yet he knew not; and it burned him, yet he laid [it] not to heart
context : closing – as long it isn’t asked for , this present sun remains …
“who – gave – Jacob [=’believers on earth’] – for loot [=’to them spirits’] / ,  +
and=by Ishral [=’Originals’] – (being given) to the ones plundering (them) ?    [=’by spirits’] / ;
(was it) not – IEUE – whom – we sinned [=’corrupt eden-life’] – to=against ? / ,
and=for – they= – would – not – wander – in his ways / ,
and – (did) not – listen – in=to his law / ;
and=so he (let to be) poured out – on them – his – burning [Rã] – fury [=’nostril’] of – him / ,
and=as the raging strength (azaz) of – battle / ,
and=for she the blazing flame [=’of this sun RÃ] – scorches them – from every side [=’today’] / ,
and=yet – they – (do) not – understand (what is going on) / ;
and=for she [=’heat of Rã’] burns / (in=as) them [=’us’] / ,
and=yet – they place (‘the solution’) – not – on=to – heart / .
Wie heeft Jakob tot buit gegeven en Israël overgeleverd aan de rovers ?
Is het niet de Heer, hij tegen wie wij gezondigd hebben ?
Want zij wilden in zijn wegen niet gaan en zij luisterden niet naar zijn wet .
Daarom heeft hij over hem uitgestort zijn grimmige toorn en het geweld van de oorlog.
Dit heeft hen rondom in vlam gezet, maar hij merkt het niet op ;
het heeft hem in brand gestoken , maar hij neemt het niet ter harte .

“wie heeft Jakob [=’alle gelovigen’] tot buit gegeven              [=’voor de geesten’] ,  +
door Ishral [=’Originelen’] over te leveren aan de rovers ?    [=’geesten’] ;
is het niet IEUE , hij tegen wie wij hebben gezondigd ?           [=’corrupt eden-leven’]  ,
want zij wilden in zijn wegen niet gaan , en luisterden niet naar zijn wet ;
daarom goot hij zijn brandende [=’rã’] toorn [=’nostril’] over hen uit ,  +
als de razende kracht van oorlog ;
want (zij,) de brandende vlam [=’van Rã’] verbrandt hen van iedere kant     [=’vandaag’] ,
maar zij [=’wij’] begrijpen niet (=’wat er aan de hand is’) ,
want zij verbrandt hen , maar zij nemen het (=’oplossing van de situatie’) niet ter harte .


 
02.06.19 — submitted — first version — hetreport