Jes. 44: na ons begrijpen
ontstaan beide Huizen ;
+ hoe Adam dit lichaam maakt
en hoe blind dat is
(eindtijd – goed leesbaar)
[2020]

 

chapter context :
continued from previous chapter 43 :
because of our understanding
follows here the promise of both Houses
(as the 144,000 who will appear) ;
+ how Adam makes this blind body ;
chapter juxtaposes on purpose ch. 43 ;

note : very readable ,
first submitted version – as definitive ,

 

Hoofdstuk context :
… vervolg van vorig hoofdstuk 43 —
vanwege het door ons begrijpen volgt nu de belofte dat beide Huizen
(als Judah en Ishral) op zullen gaan staan – als de 144,000 ;
+ hoe Adam ons huidige blinde en dove lichaam maakte ;

 

hoofdstuk is expres tegengesteld aan vorig hoofdstuk , om het verschil duidelijk te maken ;

 
opmerking :
goed leesbaar ; eerste en definitieve versie ;

 

opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

Jesaja 44

1-2
… vervolg : na de Originelen nu over de beide huizen :
and·now hear-you ! Jacob servant-of·me and·ishral I-chose in·him thus
he-says ieue one-making-of·you and·one-forming-of·you from·belly he-shall-help·you
must-not-be you-are-fearing servant-of·me Jacob and·Jeshurun I-chose in·him
Yet now hear, O Jacob my servant; and Israel, whom I have chosen: Thus saith the LORD
that made thee, and formed thee from the womb, [which] will help thee; Fear not, O Jacob,
my servant; and thou, Jesurun, whom I have chosen.

  • context : continued : .. now about the both houses :
    … the right understanding of prophets (at the end of previous chapter)
    will cause that both houses will rise up and be completed :

line ,

  • [=’juxtaposed with previous chapter we interpret the line “as adm-soul”,
    because that it cannot be “our body” is also proven furtheron in this chapter :]

“and now , hear you ! , (you) [house-] [=Judah] – (who is) my servant ,
and (you) [house-] Ishral – (whom) I – chose ;                    [=’both as the concept of the 144,000’]
thus – (he,) IEUE – says ,
(as) the one (who) made you [=’as adm-soul’] – and formed [=’educated’] you – from the belly :
[=I] (shall) sustain you ,
(it) must not be – (that) you (should) fear ,
[=Judah] – my servant , and [=Ishral] – (whom) I have chosen ; 

(Water op de dorstige)
Maar nu, luister, Jakob, mijn dienaar, Israël, die ik verkozen heb !
Zo zegt de Heer, uw maker en uw formeerder van de moederschoot af, die u helpt :
wees niet bevreesd, mijn dienaar Jakob , Jesjurun , die ik verkozen heb .

  • [=’het juist begrijpen van de profeten (op het eind van vorig hoofdstuk)
    maakt dat de beide huizen compleet zullen worden ;
    2) we interpreteren “de ziel” hier , tegengesteld aan het thema van vorig hoofdstuk ;
    want dat het niet “ons lichaam” kan zijn bewijst ook dit hoofdstuk verderop :]

“maar nu , luister, (u) [huis-] [=Judah] , die mijn dienaar bent ,
en [huis-] Ishral , die ik verkozen heb ! ;                              [=’beide als concept van de 144,000’]
zo zegt (hij,) IEUE ,
die u maakte [=’als adm-ziel’] en gevormd [=’opgeleid heeft’] heeft van de moederschoot af :
[=ik] zal u ondersteunen ,
het moet niet zijn dat u bevreesd bent , mijn dienaar [=Judah] , en [=Ishral] die ik verkozen heb ;

 
3-4
… het begin van het compleet maken van beide huizen :
that I-shall-pour waters on thirsty and·ones-flooding on dry-ground I-shall-pour
spirit-of·me on seed-of·you and·blessing-of·me on offsprings-of·you and·they-sprout
in·between grass as·oleanders on runnels-of waters this-one he-shall-say to·ieue I
and·this-one he-shall-call in·name-of Jacob and·this-one he-shall-write hand-of·him
to·ieue and·in·name-of ishral he-shall-entitle
For I will pour water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground: I will pour
my spirit upon thy seed, and my blessing upon thine offspring: And they shall spring up [as]
among the grass, as willows by the water courses. One shall say, I [am] the LORD’S;
and another shall call [himself] by the name of Jacob; and another shall subscribe [with]
his hand unto the LORD, and surname [himself] by the name of Israel.

  • context : … the beginning of the completion of both houses :
    … technically , “you the descendants” (as you and we) is not wrong ,
    considered the context of previous chapter ;

line ,
that=because – I (will) pour – [living-] water – on=upon – the thirsty ones ,     [=’as candidates’]
and=as the flowing ones [=’waters’]on=upon – dry ground :                      
I (shall) pour – my awareness – on=upon – your descendants ,         [=’or : you the descendants’]
and=as my blessing – on=upon – (..your offspring..) ;
and=then they (will) sprout up – between the grass       +
as=like (..willows..) – on=at – a stream of – water :        
(there will be) ones (who will) say : I (am) – to=from IEUE ,      +
[=and] (shall) name (themselves) – in=by the name of – [the house-] [=Judah] ;
and [=other ones] – (who shall) write – (with) (their) hand : [I] (am) to=from IEUE ,     +
and – title (themselves) – in=with the name of – [the house-] Ishral ;

Want ik zal water gieten op het dorstige en stromen op het droge .
Ik zal mijn Geest op uw nageslacht gieten en mijn zegen op uw nakomelingen .
Zij zullen opkomen tussen het gras, als wilgen aan de waterstromen .
De een zal zeggen : ik ben van de Heer , een ander zal zich noemen met de naam Jakob,
weer een ander zal met zijn hand schrijven : van de Heer , en de erenaam Israël aannnemen .

  • [=’technisch gezien is “u de nakomelingen” (als u en wij) niet per sé verkeerd ,
    gezien de context van vorig hoofdstuk :]

“[=want] ik zal [levend-] water gieten op hen die dorstig zijn ,                             [=’als candidaten’]
[=als] de stromen [=’van water’] op de droge grond :
ik zal mijn bewustzijn op uw nakomelingen gieten ,                                 [=’of : u de nakomelingen’]
[=als] mijn zegen op uw (.. nageslacht..) ;  
dan zullen zij opkomen tussen het gras als (..wilgen..) aan een waterstroom :
de een zal zeggen : ik ben van IEUE , [=en] [=zich] noemen met de naam [van het huis-] [=Judah] ,
en een ander zal (met zijn) hand schrijven : [+ik ben] van IEUE ,      +
en zichzelf betitelen met de naam van [het huis-] Ishral ;

 
6-7-8
… en dat zal gebeuren , want God beloofde dat – in deze regels van lang geleden :
thus he-says ieue king-of ishral and·one-redeeming-of·him ieue-of hosts I first
and·I last and·from·apart-from·me there-is-no Elohim and·who ? like·me he-shall-call-out
and·he-shall-tell·her and·he-shall-arrange·her for·me from·to-place-of·me people-of eon
and·things-arriving and·which they-shall-come they-shall-tell to·them must-not-be
you-are-being-afraid and·must-not-be you-are-fearing ?·not from·then I-announced·you
and·I-told and·you witnesses-of·me ?·there-is Eloah from·apart-from·me and·there-is-no
rock no I-know
Thus saith the LORD the King of Israel, and his redeemer the LORD of hosts; I [am] the first,
and I [am] the last; and beside me [there is] no God. And who, as I, shall call, and shall declare it,
and set it in order for me, since I appointed the ancient people? and the things that are coming,
and shall come, let them shew unto them. Fear ye not, neither be afraid: have not I told thee
from that time, and have declared [it]? ye [are] even my witnesses. Is there a God beside me?
yea, [there is] no God; I know not [any].

  • context : .. and that will happen , because promised that – in these lines from long ago :
    … these lines 6-8 are the same time also as introduction to next section ,
    to make clear (by juxtaposition) that in next section “a certain somebody” is addressed ;

line ,
 “thus – (he,) IEUE – says ,
the king of – [eden’s-] Ishral ,                 [=’eden’s Ishral as souls having their Originals’]
and=as – IEUE of – hosts [=’dimensions’] – (who will) redeem her :
I (am) – the first – and I (am) – the last ,
and apart from me – there-is-no – (other) deity ;
and=for who (else) – like=but me – (will) name [this] – and tell [this] (beforehand) ? ,     
[=I] (have) arranged it – for=by myself – (for) to appoint by me – a future – people ,      +
[=who] – (shall) come – and show – themselves ;                                [=’both houses’]
(it) must not be – (that) you fear , [+and] (it) must not be – (that) you (would be) afraid :
(have) I – not – reported [it] (to) you – and told [it] – from early on ? ,
and=so you – (will be) my witnesses [=’are my witnesses’]       +
(that) there-is[+no] – deity – apart from me , and [no] – rock – I know (of) ;

(God is waarachtig , afgoden zijn niets)
Zo zegt de Heer, de koning van Israël, zijn verlosser, de Heer van de legermachten :
ik ben de eerste en ik ben de laatste, en buiten mij is er geen God .
en wie kan, zoals ik, roepen, het bekendmaken en het voor mij uiteenzetten ,
sinds ik een eeuwig volk een plaats gegeven heb ?
En laten zij de toekomstige dingen, dat wat komen zal, hun bekendmaken .
Wees niet angstig en wees niet bevreesd .
Heb ik het van toen af niet doen horen en bekendgemaakt ?
Want u bent mijn getuigen : is er ook een God buiten Mij ?
Er ís geen andere rots , ik ken er geen .

  • [=’deze zinnen 6-8 zijn ook een introductie tot volgende sectie , om (door middel van
    een ‘tegenstelling’) te laten zien dat in volgende sectie “een bepaald iemand” is bedoeld :]

“zo zegt IEUE , de koning van Ishral ,   [=’eden’s Ishral als zielen die hun Origineel hebben’]
als IEUE van de legermachten [=’dimensies’] (die) haar zal redden :
ik ben de eerste en ik ben de laatste , en buiten mij is er geen godheid ;
[=want] wie (anders) [=dan] ik zal dit noemen en vertellen (van te voren) ? ,
[=ik] heb het zelf voorbereid om in de toekomst mensen aan te wijzen ,  [=’beide huizen’]
[=die] zullen komen en zichzelf zullen laten zien ;
het moet niet zijn dat u angstig bent , [en] het moet niet zijn dat u bevreesd zou zijn :
heb ik het niet vanaf het eerste moment aan u gerapporteerd en verteld ? ,
[=zodat] u mijn getuigen zult zijn [=’mijn getuigen bent’]         +
(dat) er-geen andere godheid is buiten mij , en geen rots (die) ik ken ;

 
part II   —   deel II

 
9-10-11
hoofdstuk wisseling : over ons huidige type lichaam :
ones-forming-of carving all-of·them chaos and·ones-being-coveted-of·them
no they-are-benefiting and·witnesses-of·them they no they-are-seeing and·no
they-are-knowing so-that they-shall-be-ashamed who ? he-forms El and·carving
he-casts to·so-as-not he-benefits behold ! all-of partners-of·him they-shall-be-ashamed
and·artificers they from·human they-shall-convene all-of·them they-shall-stand
they-shall-be-afraid they-shall-be-ashamed together
They that make a graven image [are] all of them vanity; and their delectable things shall
not profit; and they [are] their own witnesses; they see not, nor know; that they may be ashamed.
Who hath formed a god, or molten a graven image [that] is profitable for nothing?
Behold, all his fellows shall be ashamed: and the workmen, they [are] of men: let them all be
gathered together, let them stand up; [yet] they shall fear, [and] they shall be ashamed together.

‘fellows’, H2270 chaber ‘companion(s) , united’ ; -chabar ‘join, put together, cast a spell’ ;

  • context : chapter change : about our present type body :
    …. the “who hath formed a god, or molten a graven image” of KJV cannot be ,
    since ‘deity’ is opposed here to ‘a graven image’ , hence the deity refers to Adam
    (the ‘deity’ is used here to denote this is about ‘creating’ , then followed by ‘adm-man’) ;
    2) see the chapter “where this body was made for the cut-off soul to have sóme protection ,
    so that the soul wouldn’t have to see the horror of the world of spirits —
    but that the same time she is now also blind for God’s reality … ;

line ,

  • [=’buildup of this part II : in these lines 9-10-11 this type body is being made ,
    while in next section that body will be placed upon this earth :]

“the whole – carving [=’as our body’] – (which) (has been) formed – (is) a chaos ,  
and their [=’the people’] desired [thing] [=’this body’] – (is) not – beneficial to them :
and=for (now) – they (are) – (but) their (ówn) witnesses ,    +             [=’living in their own bubble’]
(who) do – not – see – and (have) – no – understanding ,
so that – they (all) (will be put) to shame :
[+because] who (is) – the deity – (who) formed [it] [=’this body’] ,     +
and=as the molten image – (which) he casted – to prevent – it (would be) beneficial ? ;

  • [=’spoiler alert : Adam :]

 
behold ! , all of – his [=’that diety’s’] assembled (products) [=‘by a spell’] – (shall be) put to shame ,
and=for – they (are) – artificial [things] [=’this body’] – (made) from=by the adm-man [=Adam] ;
all of them – (have been) assembled – [+and] (will) – [+not] endure ,
[+for] [=the carvings (phchd=phsl)] [=’this type body’] – alltogether – (will be put) to shame ;  

De makers van beelden, allen zijn zij leegheid, hun geliefde voorwerpen doen geen nut .
Ja, zijzelf zijn hun getuigen : zij zien niet en zij weten niet . Daarom zullen zij beschaamd worden.
Wie maakt er nu een god en giet een beeld dat geen nut doet ?
Zie, al hun metgezellen zullen beschaamd worden, want vaklieden zijn slechts mensen .
Laten zij bijeenkomen, laten zij allen opstaan ;
zij zullen angstig zijn , samen zullen zij beschaamd worden .

  • [=’opbouw van dit deel II : in deze zinnen 9-11 wordt dit type lichaam gemaakt ,
    en in volgende sectie wordt dat lichaam op deze aarde geplaatst :

“het hele ‘gegoten beeld’ [=’als ons lichaam’] dat gevorm is , is een chaos ,
en hun [=’de mensen’] geliefde [voorwerp] [=’dit lichaam’] is niet van nut voor hen :
[=want] zij zijn (nu slechts) hun (éigen) getuigen ,     +                       [=’levend in hun eigen bubbel’]
(die) niet zien en niet begrijpen ,
zodat zij (allen) beschaamd zullen staan :
[+want] wie is de godheid die [het] gevormd heeft [=’dit lichaam’] ,      +
[=als] het gegoten beeld (dat) hij gegoten heeft , om te voorkomen dat het van nut zou zijn ? ;

  • [=’antwoord : Adam :]

 
zie ! ,        +
al zijn [=’de godheid’] in elkaar gezette (producten) [=’door hekserij’] zullen beschaamd worden ,
[=want] zij zijn kunstmatige [dingen] [=’dit lichaam’] (gemaakt) door de adm-man [=Adam] ;
zij zijn allen in elkaar gezet [+en] zullen [+niet] voortbestaan ,
[+want] de gegoten beelden (phchd=phsl) [=’dit lichaam’] samen zullen beschaamd worden ;

 
12-13
… beschrijving over hoe dit lichaam gemaakt wordt :
artificer-of iron adz and·he-contrives in·the·coal and·in·the·picks he-is-forming·him
and·he-is-contriving·him in·arm-of vigor-of·him moreover he-famishes and·there-is-no
vigor not he-drinks waters and·he-is-fainting artificer-of woods he-stretches-out
measuring-tape he-is-drawing·him in·red-ochre he-is-makingdo·him in·the·gouges
and·in·the·circle-former he-is-drawing·him and·he-is-makingdo·him as·model-of man
as·beauty-of human to·to-dwell-of house
The smith with the tongs both worketh in the coals, and fashioneth it with hammers,
and worketh it with the strength of his arms: yea, he is hungry, and his strength faileth:
he drinketh no water, and is faint. The carpenter stretcheth out [his] rule; he marketh it out
with a line; he fitteth it with planes, and he marketh it out with the compass, and maketh it
after the figure of a man, according to the beauty of a man; that it may remain in the house.

  • context : … description of how this body is made :
    … we opted that the first used term was indeed (-adm) , by the syntax
    “articifer + iron – adam – verb” , as “Adam (is) + the articifer (of) + iron ,    + forming”
    “articifer + wood – verb” ,            as “  ———       the articifer (of) + wood , + stretching”

line ,

  • [=’note the juxtapositions between ‘man’ (-ish)  and ‘adm-man’ (-adm) :]

“[=the adm-man [=Adam] (adz=adm)] – (is) the one working – (with) iron ,
[=and] forms [it] [=’this body’]in=with a hammer ,
and=for he produces it – in=by – the power of – his (own) arm [=’own power’] ,
——————–
[=therefore?] it [=’body?’] famishes – and has-no – power ,
and it faints – [+because?] it (cannot) drink – [living-] waters ;   
                      [<< restored?]
——————-

[+like?] one [=Adam] working – (with) wood – he stretches out – his measuring line ,    +
[+and] delineates (the material) – in=with a marking tool ,
and he works it – in=with the tools , and=after outlining it – [=with] a compass ;
and he makes it – as the model [=’blueprint’’] of – a [physical-] man (-ish) ,     +
as=according to the beauty of – the adm-man (-adm) [=Adam] ,
to=in (order for) (it) to dwell – [+in] the house [=’this earth’]

De ijzersmid smeedt een bijl, werkt in de vuurgloed, vormt het beeld met hamers ,
bewerkt het met zijn sterke arm ; hij lijdt zelfs honger en heeft geen kracht meer ,
hij drinkt geen water en raakt afgemat .
De timmerman spant een meetlijn uit, tekent het hout af met een krijtstift , maakt het glad
met schaven, tekent het af met een passer en maakt het naar de vorm van een man ,
naar de schoonheid van een mens, om het in een huis te laten wonen.

  • [=’let op de tegenstelling tussen ‘man’ (-ish) en ‘adm-man’ (-adm) :]

“[=de adm-man [=Adam] (adz=adm)] is degene die werkt met ijzer ,
[=en] smeedt (het) [=’dit lichaam’] [=met] een hamer ,
[=want] hij produceert het met de kracht van zijn arm [=’eigen kracht’] ,
——————
[=daarom?] lijdt het [=’dit lichaam?’] honger en heeft het-geen kracht ,
en is afgemat [+omdat?] het geen [levend-] water (kan) drinken ;                  [<< hersteld?]
—————–

[+zoals?] iemand [=Adam] die werkt met hout , strekt hij een meetlint uit ,       +
[+en] tekent het hout af met een krijtstift ,
en hij bewerkt het met gereedschappen , [=nadat] hij het met een passer aftekende ;
en maakt het naar de vorm [=’blauwdruk’] van een [fysieke-] man (-ish) ,
naar de schoonheid van de adm-man [=Adam] (-adm) ,
[=opdat] het in een huis [=’deze aarde’] zal wonen ;

 
14-15
… de fysieke mens wordt op deze aarde neergezet :
to·to-cut-of for·him cedars and·he-is-taking juniper and·oak and·he-is-making-rigid
for·him in·trees-of wildwood he-planted laurel and·downpour he-is-making-grow-great
and·he-becomes for·human to·to-mconsume-of and·he-is-taking from·them
and·he-is-warming-himself indeed he-is-igniting and·he-bakes bread indeed he-is-contriving
El and·he-is-worshiping he-makesdo·him carving and·he-is-falling-on-knees-and-face to·him
He heweth him down cedars, and taketh the cypress and the oak, which he strengtheneth for himself
among the trees of the forest: he planteth an ash, and the rain doth nourish [it]. Then shall it be for

a man to burn: for he will take thereof, and warm himself; yea, he kindleth [it], and baketh bread;
yea, he maketh a god, and worshippeth [it]; he maketh it a graven image, and falleth down thereto.

  • context : …now that physical human is placed upon this earth :
    … only by close reading it shows that the theme has developed to “man on this earth” ;

line ,
“he [=’the physical human , now on earth’] cuts down – cedars – for himself ,     +
 (and=for?) (… to make?…) – (…a house?…) ,                                                                   [<< unsure]
and=when – the trees of – the forest – (have become) rigid (enough) – for him ,    
[+and] he plants – [=the wheat] , and the rain – causes (it) to grow ;
[+the trees] (also) – (are) for (to be) burned – for=by the [phyisical-] human (adm=ish) ,
and he takes – from them – and=for to warm himself ,
[+and] – to (can) make a fire – and=for to bake – bread ;
yea , he makes [it] – a deity – (who will be) worshipped by him ,
making [it] – a [wooden-] carved image – and he bows down – to it ;    +
Hij hakt voor zichzelf ceders om, neemt een cypres of een eik ,
en kweekt die voor zichzelf op tussen de bomen van het woud ;
hij plant een olm en de regen maakt die groot .
Ze dienen de mens tot brandhout, hij neemt ervan en warmt zich erbij ,
hij steekt het ook aan en bakt brood. Ook maakt hij er een god van en buigt zich ervoor ,
hij maakt er een gesneden beeld van en knielt ervoor neer .

“hij [=’de fysieke mens nu op aarde’] hakt voor zichzelf ceders om ,      +
(om?) – (… een huis?…) – (…te maken?…) ,                                                              [<< onduidelijk]
[=wanneer] de bomen van het woud stevig (genoeg) zijn geworden voor hem ,
[+en] hij plant [=het koren] , en de regen zorgt dat het opgroeit ;
[+de bomen] zijn er (ook) om door de [fysieke-] man (adm=ish) verbrand te worden ,
en hij neemt ervan om zich erbij te warmen ,
[+en] om vuur te kunnen maken om brood te bakken ;
ja , hij maakt (er) een godheid van die door hem aanbeden kan worden ,
hij maakt (er) een [houten-] gesneden beeld van , en knielt ervoor neer .

 
16-17
… vervolg :
half-of·him he-burns by fire on half-of·him flesh he-is-eating he-is-roasting roast
and·he-is-being-satisfied indeed he-is-warming-himself and·he-is-saying aha !
I-am-warm I-see light and·remnainder-of·him to·El he-makesdo to·carving-of·him
he-is-falling-on-knees-and-face to·him and·he-is-worshiping and·he-is-praying to·him
and·he-is-saying rescue-you·me ! that El-of·me you
He burneth part thereof in the fire; with part thereof he eateth flesh; he roasteth roast,
and is satisfied: yea, he warmeth [himself], and saith, Aha, I am warm, I have seen the fire:
And the residue thereof he maketh a god, [even] his graven image: he falleth down unto it,
and worshippeth [it], and prayeth unto it, and saith, Deliver me; for thou [art] my god.
context : … continued :
line ,
“[=a part] of it [=’of the wood’] – he burns – by=for (to have) – fire ,
[=and] – (uses) [=a part] of it – [+for] the [=meat] – he (will) eat , [+as] the roasted – roast ,
and he says : aha , I (am) warm , I (have) seen – (it’s) light ;       +
and=then [+from] the remainder [=’of the wood’] – he makes – a deity ,
[+and] he bows down – to the image of it , and praying – to it , saying :
you rescue me , that=because – you (are) – my deity ;

De helft ervan verbrandt hij in het vuur.
Bij die helft eet hij vlees, braadt een braadstuk en wordt verzadigd .
Ook warmt hij zich en zegt, Ha , ik word warm, ik zie vuur !
Van de rest ervan maakt hij een god, zijn gesneden beeld .
Hij knielt ervoor neer, buigt zich, bidt het aan en zegt : red mij, want u bent mijn god .

“[=een gedeelte] ervan [=’van het hout’] verbrandt hij om vuur (te hebben) ,
[=en] [=een gedeelte] [+om] het vlees dat hij zal eten – als het gebraden braadstuk ,
en hij zegt , aha ! , ik ben warm , ik heb haar licht gezien ;         +
[=dan] maakt hij van de rest [=’van het hout’] een godheid ,
[+en] hij knielt neer voor het gesneden beeld , en aanbidt het , zeggend :
red mij , [=want] u bent mijn godheid ;

 
18-19-20
… vervolg :        
not they-know and·not they-are-understanding that he-plastered from·to-see-of
eyes-of·them from·to-use-intelligence-of hearts-of·them and·not he-is-recalling
to heart-of·him and·not knowledge and·not understanding to·to-say-of half-of·him
I-burned by fire and·indeed I-baked over embers-of·him bread I-am-roasting flesh
and·I-am-eating and·rest-of·him to·abhorrence I-am-making to·decaying-block-of
wood I-am-falling-on-knees-and-face one-grazing ash heart he-is-deluded
he-turns-aside·him and·not he-is-rescuing soul-of·him and·not he-is-saying ?·not
falsehood in·right-hand-of·me
They have not known nor understood: for he hath shut their eyes, that they cannot see;
[and] their hearts, that they cannot understand. And none considereth in his heart,
neither [is there] knowledge nor understanding to say, I have burned part of it in the fire;
yea, also I have baked bread upon the coals thereof; I have roasted flesh, and eaten [it]:
and shall I make the residue thereof an abomination? shall I fall down to the stock of a tree?
He feedeth on ashes: a deceived heart hath turned him aside, that he cannot deliver his soul,
nor say, [Is there] not a lie in my right hand?
context : … continued :
line ,

  • [=’our so-called “modern mind” laughs about people being described here  –
    but remember how this theme is virtually the same as the difficult problem
    of “today’s believers in the Gospel – who don’t accept the other reality in the prophets” ;
    however Bizarre , it’s the same “one track-mind theme”… :]

[=for] he [=’the physical human’] (has) no – understanding – and (has) – no – discernment ,
that=because – his eyes – (are) plastered-over – [=for] to (can) see ,
[+as] (is) his heart – from (having) insight ;
and=for – ‘it does not come up’ – to=in – his heart    +
and=that (it is) – not – (showing) understanding – [=nor] – discernment , (by) to say :
[=okay] : [=a part] of it [=’the wood’] – I (have) burned – by=for – (to have) fire ,
[=and] (have) baked – bread – over – the coals of it , [+and] roasted – the [=meat] – and ate it ;
and=while (with) the rest of it – I made – an abhorrence [=no eden-good’] ,
[+and] (have) bown down – to [=a portable (bl=ybl)] – (piece of) wood ;
[+but] [+his] deluded – heart – feeds – [+on] ashes [=’vanity’] , [+and] turns him away ,
and=so – his adm-soul – (will) not – (be) rescued ,       +
and=for – he (will) – not – say : (are) my [=doings] – not – false [=’inversion’] ? ;

Zij weten niet en begrijpen niet , want hun ogen zitten dichtgesmeerd, zodat zij niet zien ,
en hun harten, zodat zij niet begrijpen . Niemand neemt het ter harte ,
er is geen kennis en geen inzicht om te zeggen :
de helft ervan heb ik verbrand in het vuur , ook heb ik brood gebakken op de houtskool ervan,
ik heb vlees gebraden en gegeten – en zou ik van het overgebleven hout iets gruwelijks maken,
zou ik knielen voor een stuk hout ? Hij voedt zich met as, het bedrogen hart heeft hem
op een dwaalspoor gebracht , zodat hij zijn ziel niet redden kan en niet kan zeggen :
is er geen bedrog in mijn rechterhand ?

  • [=’onze zogenaamd “moderne verstand” lacht over de beschrijving van mensen hier  –
    maar overweeg hoe dit probleem virtueel hetzelfde moeilijke probleem is
    als “huidige gelovigen – die niet de andere werkelijkheid (volgens profeten) accepteren”;
    want hoe bizar ook , dit is hetzelfde thema van “in éen richting denken”….:]

“[=want] hij [=’de fysieke mens’] heeft geen begrijpen en heeft geen onderscheid ,
[=omdat] zijn ogen dichtgesmeerd zijn , zodat hij niet ziet ,
[+net als] hun hart dat geen inzicht heeft ;
[=want] het komt gewoon niet in hun hart op      +
dat het niet van kennis noch inzicht (getuigt) , door te zeggen :
okee : [=een gedeelte] ervan [=’van het hout’] heb ik verbrand om vuur (te hebben) ,
[=en] heb brood gebakken op de houtskool ervan , [+en] het vlees gebraden en opgegeten ;
[=terwijl] ik ik met de rest (ervan) een gruwel [=’geen eden-goed’] gemaakt heb ,
heb vlees gebraden en gegeten – en zou ik van het overgebleven hout iets gruwelijks maken,
[+en] mij heb neergebogen voor een [=draagbaar] (stuk) hout ;
[+maar] [=zijn] bedrogen hart voedt zich met as [=’leegheid’] , [=en] misleidt hem ,
[=zodat] zijn adm-ziel niet gered zal worden ,     +
[=want] hij zal niet zeggen : zijn mijn acties niet verkeerd [=’inversie’] ? ;

 
part III   —   deel III

 
21-22
remember-you ! these Jacob and·ishral that servant-of·me you I-formed·you
servant to·me you ishral not you-shall-be-oblivious·me I-wiped-out as·the·dense-haze
transgressions-of·you and·as·the·cloud sins-of·you return-you ! to·me that I-redeemed·you
Remember these, O Jacob and Israel; for thou [art] my servant: I have formed thee; thou [art]
my servant: O Israel, thou shalt not be forgotten of me. I have blotted out, as a thick cloud,
thy transgressions, and, as a cloud, thy sins: return unto me; for I have redeemed thee.

line ,

  • [=’the “remember you” appears active here ,
    coupled to the promise which will happen WHEN “you have not forgotten me” :]

“remember you – those [things] , (you) [=Judah] – and Ishral ,                        [=’as 144,000’]
that=because – [=both of] – you – I (will) form – (to be) my – servants ,
[=when?] – you – (will) not – (have) forgotten me ;                          [=’or : forgotten by me’]
[+then?] I (will) wipe out – the thick cloud – (of) your transgressions [=’by splitting-off’] ,   +
as the cloud – (of) your sins [=’corrupt eden-life’] :
return you – to me , that=so – I (will) rescue you ;                       [=’or : because I rescued’?’]

Denk aan deze dingen, Jakob, Israël, want u bent mijn dienaar .
Ik heb u geformeerd, u bent mijn dienaar, Israël, u zult door mij niet vergeten worden .
Ik delg uw overtredingen uit als een nevel , en uw zonden als een wolk.
Keer tot mij terug , want ik heb u verlost .

Denk aan deze dingen, Jakob, Israël, want u bent mijn dienaar .
Ik heb u geformeerd, u bent mijn dienaar, Israël, u zult door mij niet vergeten worden .
Ik delg uw overtredingen uit als een nevel , en uw zonden als een wolk.
Keer tot mij terug , want ik heb u verlost .