Jes. 61: het ‘begunstigde jaar’
als “die dag” : als het moment
waarop God wraak neemt
(goed leesbaar)

 

 
chapter context :
the “favourable year” is the same as
“that day” – as the start of Revelation ,
but here as chapter of promises ;

 

hoofdstuk context
het “die dag” staat altijd voor “het begin van Openbaring” ,
maar dit hoofdstuk gebruikt om de belóften , daarna , te omschrijven ;

 

opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

 

Jesaja 61

 

1-2
het ‘begunstigde jaar’ als “die dag” – als het begin van Openbaring :
spirit-of my-Lord ieue on·me because he-anoints ieue me to·to-bear-tidings-of
humble-ones he-sends·me to·to-bind-up-of to·ones-being-broken-of heart
to·to-herald-of to·ones-being-taken-captive liberty and·to·ones-being-bound
emancipation to·to-herald-of year-of acceptance for·ieue and·day-of vengeance
for·Elohim-of·us to·to-comfort-of all-of mourning-ones
The Spirit of the Lord GOD [is] upon me; because the LORD hath anointed me to preach
good tidings unto the meek; he hath sent me to bind up the brokenhearted,
to proclaim liberty to the captives, and the opening of the prison to [them that are] bound;
To proclaim the acceptable year of the LORD, and the day of vengeance of our God;
to comfort all that mourn;

  • context : theme : proclaiming the favourable year as “that day” :
    the ‘year’ is ‘the day’ as the legal start of Revelation ;
    jubilee (year) : technically , the root ‘favourable’ (-ratson) is different
    from ‘jubilee’ , both themes seem to overlap eachother : the jubilee may
    refer to Rev. 12 “NOW the time has come”, as ‘a bit later in Time’ ;
  • I) what about Luke 4 ? :
    in Luke 4 similar lines are repeated by Christ – but there is something going on :
    it writes there about “preach the gospel , give sight to the blind” , ending with
    “to herald the acceptable year of the Lord” ,
    then writing “today this has been fulfilled” ; which is the reason that several
    translations use capitals (see for this same ‘capitals theme’ posted Is. 49) ;
    Is. 42 , about Christ’s office : writing there the same “give sight to the blind” ,
    but nót as “favourable year” and neither as “that day”,
    luke 4 partly corrupted – or as foreshadowing ? : we had similar problem
    with “Rachel mourning for her sons” (see index) , where in NT it also writes
    how that was fulfilled – while the event of Rachel is still in the future ;
    the event is only mentioned in Luke 4 , so there is no crossreading possible ,
    and the used term G1184 daktos ‘favourable’ yields no similar theme in NT ;
  • II) the favourable year as “year of the trumpet” ? :
    H3104 yobel ‘jubilee, ram’s horn [as trumpet, sic]’ ; -yabal ‘to lead forth, to conduct’ ;
    the theme is always “to return land , or return tó a land” ,
    Lev. 25:3 “on the year of jubilee each of you shall return to his own property” ,
    Lev. 25 “in the jubilee each of you shall return to his property and each of you
    shall return to his family” : in this Isaiah 61 as “return to new eden”;

line ,
“the Spirit of – myLord – IEUE – (is) – on=upon me  [=Isaiah] / ,
because – (he,) IEUE – anoints – me   +
to=for to bring [good-] tidings / (to) the humble ones                             [=’Originals’] / ,
he sends me – to=for to bandage up – the ones being broken of – heart     [‘souls’] / ,
to=for to call out – liberty – to=over the ones been taken captive / ,
and – opening – to the ones being bound / :
to=by to call out – the favourable – year – for=from IEUE / ,
and=as the day of – vengeance – for=by our deity                             [=’as “that day”] / ,
(in order) to=for to comfort – all – the mourning ones / ;
(Het jubeljaar van de verlossing)
De Geest van de Heere HEERE is op Mij , omdat de Heer Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen .
Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart ,
om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen
en voor wie gebonden zaten , opening van de gevangenis ;
om uit te roepen het jaar van welbehagen van de Heer
en de dag van de wraak van onze God ; om treurenden te troosten ;   +

“de Geest van IEUE de Heer is op mij  [=Jesaja] ,
want (hij,) IEUE zalft mij   +
om [goede-] berichten te brengen aan hen die nederig zijn    [=’onze Originelen’] ,
hij stuurt mij om de gebrokenen van hart te verbinden                             [=’zielen’] ,
om over de gevangenen vrijlating uit te roepen ,
en opening voor hen die gebonden zijn :
om het begunstigde jaar van IEUE uit te roepen ,
als de dag van de wraak van onze godheid                                         [=’als “die dag”] ,
opdat allen die treuren vertroost zullen worden ;

 
3
to·to-place-of for·mourning-ones-of tziun to·to-give-of to·them beauty instead-of ash
oil-of elation instead-of mourning muffler-of praise instead-of spirit dimmed
and·he-is-called to·them arbiters-of the·righteousness planting-of ieue to·to-sshow-his-beauty
To appoint unto them that mourn in Zion, to give unto them beauty for ashes, the oil of joy for mourning, the garment of praise for the spirit of heaviness; that they might be called trees of righteousness, the planting of the LORD, that he might be glorified
‘garment’, H4594 maat-eh ‘garment’ 1x [death + axis cluster] ; -atah ‘covering, wrapping’ ,
‘heavyness’ , H3544 keh-eh ‘dim, faint, somewhat dark’ , -kahah ‘dim’ ,
‘trees’ , H352 ayil ‘ram , construct, tree, pillar, post’ ;

  • context : place them in : same root used as “Adam was placed in the garden” ;
    trees : bit tricky , but colour as “pillars of the community” ,

line ,
“to=by (means of) to place – the mourning ones – (in) tsiun   [=’eden-residence’] / ,
to=for to give – beauty – to them – instead of – ashes / ,
oil of – joy – instead of – mourning / ,
the [spiritual-] covering of – praise – instead of – the dim [‘dull’] – awareness / ;
and – they – (will be) named / : (the supporting trees) of – righteousness / ,
(having been) planted – (by) IEUE – to=for to show his beauty / ;
om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden
sieraad in plaats van as , vreugdeolie in plaats van rouw ,
een lofgewaad in plaats van een benauwde geest ,
opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid ,
een planting door de Heer , om hem te verheerlijken .

“door hen die treuren in tsiun  [=’eden-residentie’] te plaatsen ,
om schoonheid te geven in plaats van as , vreugdeolie in plaats van rouw ,
de [spirituele-] bedekking in plaats van een wazig en donker bewustzijn ,
en zij zullen genoemd worden : (de dragende bomen) van gerechtigheid ,
die geplant zijn door IEUE , om zijn schoonheid te tonen ;

 
4-5-6
and·they-build deserted-places-of eon ones-being-desolated-of former-times
they-shall-be-raised-up and·they-renew cities-of desertion ones-being-desolation-of
generation and·generation and·they-stand alien-ones and·they-graze flock-of·you
and·sons-of foreigner farmers-of·you and·ones-being-vineyardists-of·you and·you
priests-of ieue you-shall-be-called ones-mministering-of Elohim-of·us he-shall-be-said
to·you estate-of nations you-shall-eat and·in·glory-of·them you-shall-change-yourselves
And they shall build the old wastes, they shall raise up the former desolations,
and they shall repair the waste cities, the desolations of many generations. And strangers
shall stand and feed your flocks, and the sons of the alien [shall be] your plowmen and your
vinedressers. But ye shall be named the Priests of the LORD: [men] shall call you the Ministers

of our God: ye shall eat the riches of the Gentiles, and in their glory shall ye boast yourselves.
‘boast’ , H3235 yamar 1x ; why negative root -mar ? no other root ;

  • context : the “strangers” : as the generation born in new eden during the Interval ,
    who will have a more ‘advanced’ body like we now have , yet the same blueprint ;
    cities : also in other prophets ‘empty deserted cities’ are mentioned ,
    perhaps already designed and prepared for all the offspring of Adam and Eve ..
    corrupted line : must be positive but used root is not tracable ;

line ,
“and they [=‘you’] (will) build – the olden – deserted places / ,
(as) the ones (having been) desolated – (from) the beginning              [=’after paradise’] / ,
[+and] [=‘you’] shall raise up – and renew – the deserted – cities / ,
(as) the ones (having been) desolated – (from) generation – (to) generation / ;
and – strangers [=’people born in eden’] – (will) stand ready  – and=for to graze – your flocks / ,
and – foreign – sons – (will be) your farmers – and vineyardkeepers / ;
and=for you (yourself) – (will be) named / : priests of – IEUE / ,
[+and] ‘the ones being the personal servants of – our deity’ – it shall be said – to=over you / ,
you shall eat – the riches of – the nations   [=’in eden’] /
and – you shall (———–) – (in their?) glory / ;                        [last line corrupted]
Zij zullen verwoeste plaatsen van weleer herbouwen , de woeste plaatsen van vroeger
weer oprichten , de verwoeste steden vernieuwen , die verwoest lagen ,
van generatie op generatie . Vreemden zullen klaarstaan en uw kudden weiden ,
vreemdelingen zullen uw akkerbouwers en uw wijnbouwers zijn .
Ú echter zult genoemd worden : priesters van de Heer ,
men zal u noemen : dienaren van onze God .
U zult het vermogen van de heidenvolken eten, u zult u beroemen in hun luister .

“en zij herbouwen  [=’u herbouwd’]  de verlate plaatsen van weleer ,
als (de plaatsen) die desolaat waren vanaf het begin            [=’na het paradijs’] ,
en [=’u’] zult de verlaten steden oprichten en nieuw maken ,
als (de steden) die desolaat waren van generatie op generatie ;
en vreemden  [=’mensen geboren in eden’]  zullen klaarstaan om uw kudden te weiden ,
en zonen van vreemdelingen zullen uw akkerbouwers en uw wijnbouwers zijn ;
want u zelf zult genoemd worden : priesters van IEUE ,
en ‘de persoonlijke dienaren van onze godheid’ zal gezegd worden over u ,
u zult de rijkdom van de volken  [=’in eden’] eten ,

en u zult (———-) (in hun?) luister ;                                         [laatste zin corrupt]

 
7-8-9
instead-of shame-of·you duplicate-portion and·confounding they-shall-jubilate
portion-of·them therefore in·land-of·them duplicate-portion they-shall-tenant
rejoicing-of eon she-shall-become to·them that I ieue loving judgment hating pillage
in·ascent-offering and·I-give wage-of·them in·truth and·covenant-of eon I-shall-cut
to·them and·he-is-known in·the·nations seed-of·them and·offsprings-of·them
in·midst-of the·peoples all-of ones-seeing-of·them they-shall-recognize·them
that they seed he-blessed ieue
For your shame [ye shall have] double; and [for] confusion they shall rejoice in their portion:
therefore in their land they shall possess the double: everlasting joy shall be unto them.
For I the LORD love judgment, I hate robbery for burnt offering; and I will direct
their work in truth, and I will make an everlasting covenant with them. And their seed shall
be known among the Gentiles, and their offspring among the people: all that see them shall
acknowledge them, that they [are] the seed [which] the LORD hath blessed.

  • context : you / them : switching from first to third person but “we” are meant ,
    not any third separate group (the latter were ‘the foreigners’ just ago) ;
    robbery : probably because these offerings were but “partial offerings”

line ,
“instead of – your – double – shame – and=as the confusion / ,
[=‘you’] shall jubilate – (over) [=‘your’] portion / ;
thus=because – [=’you’] shall possess – double – in [=’your’] land   [=’new eden’] / ;
forever – rejoicing – shall be – to them  [=’you’] / ;    +
that=because / I / , IEUE / love / justice / [+and] hate / robbery / in=like the ascent offering / ,
and=so I (will) give – their reward – in truth / ,
and=as – the forever – covenant – I shall make [‘cut’] – with them / ;
and = their (lineage) – (will be) known – in=among the nations   [=’in eden’] / ,
and their produce / in the midst of – the people / ;
all – the ones seeing them – shall acknowledge – that – they (are) – (the lineage) – IEUE – blessed / ;
In plaats van uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel .
Daarom zullen zij in hun land het dubbele in erfelijk bezit hebben ,
zij zullen eeuwige blijdschap hebben .
Want ik , de Heer , heb het recht lief, ik haat roof bij het brandoffer , en ik zal geven
dat hun werk in waarheid zal zijn en ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten .
Hun nageslacht zal onder de heidenvolken bekend worden ,
en hun nakomelingen te midden van de volken .
Allen die hen zien , zullen erkennen dat zij een nageslacht zijn dat de Heer heeft gezegend .

“in plaats van uw dubbele schaamte als de verwarring ,
[=’zult u’] juichen over [=’uw’] deel ;
want [=’u zult’] het dubbele(deel) bezitten in [=’uw’]  land      [=’nieuw eden’] ;
zij zullen  [=’u zult’] eeuwige blijdschap hebben ;  +
want ik , IEUE , heb het recht lief , en haat roof zoals het opstijg-offer ,
dus zal ik hen hun beloning geven in waarheid ,
als het eeuwig verbond dat ik met hen zal sluiten ;
en hun (type geslacht) zal onder de volken  [=’in eden’] bekend worden ,
en hun producten te midden van de mensen ;
allen die hen zien zullen erkennen dat zij (het geslacht) zijn dat IEUE heeft gezegend ;

 
10-11
Jesaja sluit af – ook namens ieder van ons :
to-be-elated I-shall-be-elated in·ieue she-shall-exult soul-of·me in·Elohim-of·me
that he-clothes·me garments-of salvation robe-of righteousness he-muffles·me
as·the·bridegroom he-is-making-priestly phar beauty and·as·the·bride she-is-ornamenting
outfit-of·her that as·the·earth she-is-bringing-forth sprouting-of·her and·as·garden
sowings-of·her she-is-making-sprout so my-Lord ieue he-shall-make-sprout
righteousness and·praise in-front-of all-of the·nations
I will greatly rejoice in the LORD, my soul shall be joyful in my God; for he hath clothed me
with the garments of salvation, he hath covered me with the robe of righteousness,
as a bridegroom decketh [himself] with ornaments, and as a bride adorneth [herself]
with her jewels. For as the earth bringeth forth her bud, and as the garden causeth
the things that are sown in it to spring forth;
so the Lord GOD will cause righteousness and praise to spring forth before all the nations.
‘ornaments’ , H6287 p’er ‘headress , adornment’ , but head-related ; 2) -phar ;

  • context : Isaiah ends this chapter – speaking also for us :
    garment-body and priest : the negative term is used but per context we leave it ;
    the “preparing to be priest” uses an extension of the root ‘priest’ (ken) ,
    therefore we assume that Isaiah (read : Miss) intended to include this notion ;

line ,
“I (will) greatly rejoice – in IEUE / ,
my adamite-soul – shall be joyful – in=by my deity / ,
that=because / he (will) clothe me – (with) the garment [-body] – (being) salvation / ,
he covers me – (with) the [physical-] robe – (being) righteousness / ,
as=like a groom – prepares himself for being a priest – (by) the headdress / ,
and as=like a bride – puts on – her ornaments / ;
that=because / as=like the land – brings forth – her buds / ,
and the garden – making to sprout out – (what was) sown (in it) / ,
so – myLord – IEUE – shall make – righteousness – and=as the praise – to sprout forth / ,
in front [’s-w’] of – all – the nations    [=’in eden’] / ;
Ik ben zeer vrolijk in de Heer, mijn ziel verheugt zich in mijn God ,
want hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil ,
de mantel van gerechtigheid heeft hij mij omgedaan ,
zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk hoofdsieraad ,
en een bruid zich tooit met haar sieraden .
Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt , en zoals een tuin het daarin
gezaaide doet opkomen, zo zal de Heere HEERE gerechtigheid doen opkomen
en lof voor alle volken .

“ik zal mij verheugen in IEUE ,
mijn adam-ziel zal gelukkig zijn door mijn godheid ,
want hij zal mij kleden (met) het de mantel [-als lichaam] dat verlossing is ,
en hij bedekt mij met het [lichamelijke-] gewaad van rechtvaardigheid ,
zoals een bruidegom zich gereedmaakt om een priester te zijn door (de hoofddracht) ,
en zoals een bruid zich tooit met haar sieraden ;
want zoals het land haar gewas voortbrengt ,
en een tuin het daarin gezaaide doet opkomen ,
zo zal IEUE de Heer gerechtigheid als de lofprijs doen opkomen ,
dat zich laat zien tegenover alle volken  [=’in eden’]  .

 


 
16.08.19   —   submitted   —   first version   —   hetreport