Jes. 62: eden’s Jeruzalem hersteld ,
als ‘getrouwd’ met de 144,000
(goed leesbaar)

 

 

chapter context :
see how directly in first lines
shows the desire of God to have
the eden-land and her capital back ;
juxtapose that to lást lines
about being named “the searched city”
namely in the other reality – by the 144k ;

 

hoofdstuk context
… zie hoe het verlangen van God om het eden-land en haar hoofdstad
weer terug te hebben , van de eerste zinnen afspat ;
alle attributen – en vooral de laatste zin – laten zien dat het hier gaat
over eden’s Jeruzalem : het is een gotspe dat gelovigen denken (!)
dat profetische hoofdstukken handelen over een aardse stad
(en vergelijk vanwege dit laatste , het “haar een nieuwe naam geven” !) ;

 

144,000 : het mag lijken alsof wíj die groep er steeds ‘doordrukken’ ,
maar er staat echt steeds “zonen” : dit vermommen als ‘kinderen’ is geen optie ,
en doet bovenal onrecht aan het ontwerp van God –
namelijk dat alleen de zonen Zijn eden kunnen laten beginnen ;

 

gebruikte concepten : zie diagram ,

 
opzet van de verzen :

  • – Engels volgens Westminster codex
  • – Engelse vertaling van eerstgenoemde
  • – Eventuele begrippen en context van zin
  • – Onze vertaling en context ; uitgebreider
    noten Akk. Sanskrit, glyphs, zie hoofdsite
  • – Nederlandse vertaling , meestal woordelijk
    overgenomen van herzienestatenvertaling nl ,
    vanwege leesbaarheid hoofdletters opgeofferd
  • – Nederlandse vertaling in context van het Report

Alles samen om een zo goed mogelijke woordkleur te vinden ;
context tussen hoekige […] , syntax tussen ronde (….) geplaatst

 

Jesaja 62

 
1-2
on-account-of tziun not I-shall-hush and·on-account-of Jerusalem not I-shall-be-quiet
until he-shall-come-forth as·the·brightness righteousness-of·her and·salvation-of·her
as·torch he-shall-consume and·they-see nations righteousness-of·you and·all-of kings
glory-of·you and·he-is-called to·you name new which mouth-of ieue he-shall-specify·him
For Zion’s sake will I not hold my peace, and for Jerusalem’s sake I will not rest,
until the righteousness thereof go forth as brightness, and the salvation thereof as a lamp
[that] burneth. And the Gentiles shall see thy righteousness, and all kings thy glory:
and thou shalt be called by a new name, which the mouth of the LORD shall name.

  • context : chapter theme : Jerusalem in eden to be restored :
    later on also named as “daughter” , as another personified concept ;
    nations : though also “the nations of spirits will see how she is re-founded”
    here the nations to be born in new eden must be intended , following on ‘salvation’,
    as the peoples who “will go up to inquire of IEUE” in another chapter ,

line ,
“I shall – not – keep my silence – regarding – tsiun             [=’eden-residence’] / ,
and – I shall – not – be quiet – regarding – Jerusalem        [=’to-be in the eden land’] / ,
until – her righteousness – shall go forth – as brightness   [’s-w’] / ,
and her salvation  [=’for the nations in eden’] – (will be) as – a burning – torch / ;
and=for – the nations  [=’in eden’] – (will) see – your righteousness / ,
and all – kings [‘kingdoms’?] – your glory [=’dimensional heavyness’] / ,
and – you  [=’jerusalem’] – (will) be named – [by] a néw – name   +
which / the mouth of – IEUE – shall appoint  (to you) / ;
(Het herstelde Jeruzalem)
Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn ,
totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans, en haar heil als een brandende fakkel.
De heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien en alle koningen uw luister ;
u zult met een nieuwe naam genoemd worden, die de mond van de Heer bepalen zal.

“wat tsiun  [=’eden-residentie’]  betreft zal ik niet zwijgen ,
en wat Jeruzalem  [=’in nieuw eden’] betreft zal ik niet stil zijn ,
totdat haar gerechtigheid voort zal gaan als een lichtglans [’s-m’] ,
en haar redding  [=’voor de volken in eden’] zal zijn als een brandende fakkel ;
want de volken  [=’in eden’] zullen uw gerechtigheid zien , en alle koningen uw luister ;
en u  [=’Jerusalem’] zult met een niéuwe naam genoemd worden ,   +
die de mond van IEUE bepalen zal ;

 
3-4
and·you-become crown-of beauty in·hand-of ieue and·turban-of royalty in·palm-of
Elohim-of·you not he-shall-be-said to·you further one-being-forsaken and·to·land-of·you
not he-shall-be-said further desolation that to·you he-shall-be-called Hephzi-Bah
and·to·land-of·you Beulah that he-delights ieue in·you and·land-of·you she-shall-be-possessed
Thou shalt also be a crown of glory in the hand of the LORD, and a royal diadem in the hand
of thy God. Thou shalt no more be termed Forsaken; neither shall thy land any more
be termed Desolate: but thou shalt be called Hephzibah, and thy land Beulah:
for the LORD delighteth in thee, and thy land shall be married.
‘hephzibah’ , H2657 chephtsi-bah ; -chephets ‘delight’ ;
‘beulah’ , H1166 baal ‘marry , husband, wife, rule’ ;

  • context : we had the land , also as ‘daughter’, being ruled by /married to ;
    once the concept is in relation to God , another time in relation to the 144,000 —
    said over : the daughter as feminine is passive , so not ‘said against’ ;

line ,
“and=for you (will) become – the crown of – beauty – in the hand of – IEUE /
and the headdress of – royalty – in the handpalm of – your deity / ;
it shall – not – be said – to=about you – anymore / : ‘the forsaken one’ / ,
and – to=about your land – it shall – not – be said – anymore / : ‘the desolated one’  [=’no-name’] / ;
that=but – you – shall be named / : ‘she the delightful one’ / ,
and your land / : ‘the married one’     [or: ‘the owned one’] / ,
that=because – IEUE – (will) delight – in you / , and your land – shall be married / ;
U zult een sierlijke kroon zijn in de hand van de Heer
en een koninklijke tulband in de hand van uw God .
Tegen u zal niet meer gezegd worden : verlatene ,
en tegen uw land zal niet meer gezegd worden : woestenij ,
maar u zult genoemd worden : mijn welgevallen is in haar , en uw land : getrouwde ;
want de Heer verlangt naar u , en uw land zal getrouwd worden .

“want u zult een sierlijke kroon zijn in de hand van IEUE ,
en een koninklijke hoofddoek in de hand van uw godheid ;
er zal niet meer over u gezegd worden : ‘de verlatene’ ,
en over uw land zal niet meer gezegd worden : ‘de desolate’  [=’geen-naam’] ,
maar u zult genoemd worden : ‘zij de bevallige’ ,   +
en uw land : ‘de getrouwde’   [of: ‘het eigendom’] ,
want IEUE zal zich in u verheugen , en uw land zal getrouwd worden ;

 
5-6-7
that he-is-possessing choice-young-man virgin they-shall-possess·you sons-of·you
and·elation-of bridegroom over bride he-shall-be-elated over·you Elohim-of·you
over walls-of·you Jerusalem I-give-supervision ones-guarding all-of the·day and·all-of
the·night continually not they-shall-hush the·ones-reminding ieue must-not-be
stillness for·you and·must-not-be you-are-giving stillness to·him until
he-is-establishing and·until he-is-placing Jerusalem praise in·the·earth
For [as] a young man marrieth a virgin, [so] shall thy sons marry thee:
and [as] the bridegroom rejoiceth over the bride, [so] shall thy God rejoice over thee.
I have set watchmen upon thy walls, O Jerusalem, [which] shall never hold their peace
day nor night: ye that make mention of the LORD, keep not silence, And give him no rest,
till he establish, and till he make Jerusalem a praise in the earth.
‘rest’ , H1824 domi ‘rest’ but 2x , and very questionable ; also said as line 6-7 here ;

  • context : (I) establish : the “I establish” is ofcourse álways true ,
    but “they (will) cause you to be established” seems a valid option as well ;
    since the 144 ‘take the land by the hand , out from the narrow place’, etc ;

line,  
“that=because – [like] a young man – marries – a virgin / ,
[so] shall your sons  [=’144,000’] – marry you / ,
and [like] the joy of – a groom – over – the bride / , [so] your deity – shall rejoice – over you / ;
I will appoint – the ones guarding [and keeping] – over – your walls / , Jerusalem / ,
every – day – and every – night – continuously / ,
[+as] the ones [=’144,000’] causing – IEUE – to be remembered   +
[+and] (who) will – not keep silent / ,
[+for] (it) must not be – (that) [there is]  ‘Silence’ – to=in you
    [=’as the Silence which will rule on this earth ,
    when the name of God won’t be around no more (‘as awareness’) , Jer. 30’] / ;

and=for (it) must not be – (that) you are being given – to – ‘Silence’   +
until=at the moment when – he [=’I’, or ‘they as 144k’?] (will) establish [+you] / ,
at the moment – he [=’I’, or ‘they’?] places – Jerusalem – (to be) the praise – in the land / ;
Want zoals een jongeman trouwt met een jonge vrouw ,
zo zullen uw kinderen trouwen met u ;
zoals een bruidegom zich verblijdt over zijn bruid, zo zal uw God zich over u verblijden .
Op uw muren , Jeruzalem , heb ik wachters aangesteld .
Nooit zullen zij zwijgen , heel de dag en heel de nacht niet .
U die het volk aan de Heer doet denken , gun u geen rust . Ja, geef Hem geen rust ,
totdat Hij Jeruzalem gegrondvest heeft en gesteld heeft tot een lof op aarde.

“want zoals een jongeman trouwt met een maagd ,
zo zullen uw zonen  [=’144,000’] trouwen met u ,
en zoals een bruidegom zich verblijdt over zijn bruid , zo zal uw godheid zich over u verblijden ;
ik zal wachters aanstellen over uw muren , Jerusalem ,
iedere dag en iedere nacht , constant ,
als degenen  [=’144,000’] (die) zorgen dat IEUE herinnerd wordt , en (die) niet zullen zwijgen ,
want het moet niet zijn (dat) er ‘Stilte’ in u is

   [=’als de Stilte die op deze aarde gaat heersen ,
   wanneer de naam van God niet meer (‘als bewustzijn’) aanwezig is , Jer. 30’]  ; 
want het moet niet zijn (dat) u aan ‘de Stilte’ overgegeven wordt   +
op het moment wanneer hij  [=’ik’, of ‘zij, als 144’?] u zullen grondvesten ,
op het moment dat hij  [=’ik’, of ‘zij, als 144’?] u gesteld heeft tot de lof in het [eden-] land ;

 
8-9
he-swore ieue in·right-hand-of·him and·in·arm-of strength-of·him if I-shall-give
grain-of·you further food to·ones-being-enemies-of·you and·if they-shall-drink
sons-of foreigner grape-juice-of·you which you-labored in·him that
ones-gathering-of·him they-shall-eat·him and·they-praise ieue
and·ones-gathering-together-of·him they-shall-drink·him in·courts-of holiness-of·me
The LORD hath sworn by his right hand, and by the arm of his strength, Surely I will no more
give thy corn [to be] meat for thine enemies; and the sons of the stranger shall not drink thy
wine, for the which thou hast laboured: But they that have gathered it shall eat it, and praise
the LORD; and they that have brought it together shall drink it in the courts of my holiness.
context : [+not] : see how even KJV this time couldn’t do anything else but insert it ;
line ,
“IEUE – (has) sworn – in=by his right hand  [=’action’] – and by his – strong – arm  [=’own power’]
    [=’both ‘hand’ and ‘arm’ may refer here also to the executive-region and new eden vector’] / :
surely – I shall – [+not] – give – your grain – anymore – [as] food – to your [matrix-] enemies / ,
and surely – the sons of – the stranger – shall – [+not] – drink – the grapejuice by you  +
which – you have laboured – in=for (to produce) / ;
that=but – the ones  [=’all saved souls’] having gathered – it [=’grain’]   +
shall eat it / , and praise – IEUE / ,
and the ones having collected – it [=’grapes’] – shall drink it – in – my sacred – courts / ;
De Heer heeft gezworen bij zijn rechterhand en bij zijn sterke arm :
Nooit zal ik uw koren meer geven als voedsel voor uw vijanden ,
en nooit zullen vreemdelingen meer uw nieuwe wijn drinken waarvoor u zich ingespannen hebt !
Maar wie het inzamelen, zullen het eten, en de Heer prijzen ,
en wie hem oogsten, zullen hem drinken in de voorhoven van mijn heiligdom .

“IEUE heeft gezworen bij zijn rechterhand [=’actie’] en bij zijn sterke arm  [=’eigen kracht’]
         [=’waar ‘hand’ en ‘arm’ ook kunnen verwijzen naar het hand-construct en eden-vector’]  :
voorwaar , ik zal uw koren [+niet] meer geven als voedsel voor uw [matrix-] vijanden ,
en zeker zullen de zonen van de vreemde niet meer uw nieuwe wijn drinken  +
waarvoor u zich ingespannen hebt (om te produceren) ;
maar wie [=’alle geredde zielen’] het  [=’graan’] inzamelen zullen het eten , en IEUE prijzen ,
en wie het  [=’druiven’] verzamelen zullen het drinken in de hofzalen van mijn heiligdom ;

 
part II   —   deel II

 
10
pass-you ! pass-you ! in·the·gates surface-you ! way-of the·people
heap-up-you ! heap-up-you ! the·highway throw-out-you !
from·stone raise-high-you ! banner over e·omim the·peoples
Go through, go through the gates; prepare ye the way of the people;
cast up, cast up the highway; gather out the stones; lift up a standard for the people.

  • context : corrupted section : either God tells this line , or the 144,000 ;
    problem here that when the 144,000 are addressed , the syntax with next lines 11-12
    does not run well – so we opt for ‘I’ ;
    gate and cross over : the object isn’t clear because there are several possibilities ;
    cast up + abn-stone : interlinear has “throw out the eden-cornerstone (abn)”
    where the latter must be (-sela) ‘Horus-stone’ ; neither the double ‘cast up’ makes sense ;
    people / bloodline : used is (-omim) as useless duplication of (-im) ,
    where we saw often that it’s a coverup for (-lamim) ‘other bloodline’ —
    though the banner is good for all saved-souls , the same banner “frightens the
    [matrix-] princes” in another chapter , so which was intended…?

——- Is. 57 :
and he=they  [=’144,000’] (will) say / : be you cast up / (you) highway !       
           [=‘vertical Vector from tsiun to wilderness north , to be the Zerubbabel lampstand’] / ,
surface yourself / , (you) way  [=’of the people’] / ;
[+and:] be raised up you  (or: be the removed stone) / , (you) stumblingblock [=’horus-stone sela’]   +
from=out of the way  [=’same vertical Vector’] of – my=our people [=’all to-be saved souls’] / ;
line ,
“[ I ?] [will say :] cross you over [dimensionally]  !    [=’the 144,000’?] / ,
A) cross you over [dimensionally]  ! / in [=through, to?] the gate / ,
B) cross over you ! [dimensionally] – (you) (in=as) gate !   [=’or ‘to the gate’, of wilderness’?] / ,
[+and] be surfaced you ! / , (you) way – of the people / ,
be raised up you ! / [+and] be you cast up / , (you) highway  [=’eden vector to wilderness’] / ,
be you removed – (you) [=sela stone] ! / ,      [corrupted section ; but intention as Is.57 above]

A) [+so that] you be raised up on high / (you) [eden-] standard / concerning – the people / ;
B) [+so that] you be raised up on high / (you) [eden-] standard / , óver – the other bloodline / ;
Ga door , ga door , de poorten door , bereid de weg voor het volk ,
verhoog , verhoog de gebaande weg , zuiver hem van stenen ,
steek een banier omhoog boven de volken .

“[ik ?] [zal zeggen ;] steek over [dimensioneel] !       [=’de 144,000’?] ,
A)  steek over [dimensioneel] ! / [door, naar?] de poort ,
B)  steek over [dimensioneel] ! / , (u) poort !    [=’of: naar de poort van de wildernis?’] ,
en kom tevoorschijn , (u) weg van de mensen ,
weest u verwijderd , (u) Horus-steen        [corrupte sectie , maar intentie als Jes.57 in zwart]
A) zodat u op de hoogte opgericht wordt , (u) [eden-] standaard betreffende de mensen ;
B) zodat u op de hoogte opgericht wordt , (u) [eden-] standaard , óver de andere-bloedlijn ;
Is. 57 :
en zij  [=’144,000’] zullen zeggen : wordt opgeworpen , (u) hoofdweg !             
           [‘verticale Vector van tsiun naar de wildernis noord , wat de Zerubbabel kandelaar wordt’] ,
komt u tevoorschijn , (u) weg  [=’van de mensen’] ! ;
en : rijs omhoog (of: wordt de verwijderde steen) , (u) struikelblok     [=’horus-steen sela]    +
uit van de weg  [=’dezelfde Vector’] van onze mensen       [=’alle zielen die gered worden’] ;

 
11-12
behold ! ieue Yahweh he-announces to outmost-part-of the·earth say-you !
to·daughter-of tziun behold ! salvation-of·you coming behold ! hire-of·him with·him
and·wage-of·him to·faces-of·him and·they-call to·them people-of the·holiness
ones-being-redeemed-of ieue Yahweh and·to·you he-shall-be-called one-being-inquired
city not she-is-forsaken
Behold, the LORD hath proclaimed unto the end of the world, Say ye to the daughter of Zion,
Behold, thy salvation cometh; behold, his reward [is] with him, and his work before him.
And they shall call them, The holy people, The redeemed of the LORD:
and thou shalt be called, Sought out, A city not forsaken
‘end’ , H7097 qatseh ‘end, extremity, quarter, border’ ; locational ;

  • context : he / them / our : we do not care what Esau tried here —
    after “say you !” the only option is “our declaration”
    as we saw many times untill now in different chapters , as exhortion ;
    report + land : we feel both are valid yet context of A) prefers ,
    even it don’t write “the land – far away” in this case ,

line ,
A) behold ! / , IEUE – reports – to=into – the land – (at) the extreme end  [=’this earth’] / :
  B) behold ! / , IEUE – reports – in=unto – the quarters of – the land [‘this world’] / :
say you !  [=’we !’] / to the daughter of – tsiun       [=’as eden-land / Jerusalem’] /:
behold ! / , your salvation – (is) arriving / ,
behold ! / his=their [=’144,000 = ‘our’] reward – (is) with him=them  [=‘us’] / ,
and his=their  [=’our’] work – (is) before him=them  [=’us’] / ;
[closing line — addressed to Jerusalem :]
and – they [=’144,000’] – (will be) named – ‘the sacred – people’ / , the ones redeemed – (by) IEUE / ,
and yóu – shall be named / ‘the one who was sought for’   [=’in the other reality !’] / ,   +
(being) the city – (which) (has) – not – been forsaken .
Zie, de Heer heeft het doen horen tot aan het einde der aarde :
zeg tegen de dochter van Sion : zie , uw heil komt ,
zie, Zijn loon heeft Hij bij zich en Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit .
Zij zullen hen noemen : het heilige volk, de verlosten van de Heer ,
en u zult genoemd worden : gezochte , stad die niet verlaten is .

A)  zie , IEUE rapport-eert binnenin het land (ver weg)                    [=’deze aarde’]  :
B)  zie , IEUE rapport-eert tot aan de einden van het land            [=’deze wereld’]  :
zegt u !   [=’wij !’] tegen de dochter van tsiun         [=’als eden-land / Jerusalem’]  :
zie , uw verlossing komt ,
zie , zijn=hun  [=’144,000 = ‘onze’]  beloning is met hem=hun  [=’ons’] ,
en zijn=hun  [=’ons’] werk gaat voor hem=hen  [=’ons’]  uit
         [=”zegt u !” : dus geen ‘hij’ of ‘zij’ maar feitelijk ‘wij’] ;

[slotzin — gezegd tegen Jerusalem :]
en zij  [=’144,000’] zullen ‘de heilige mensen’ genoemd worden , die gered zijn door IEUE ,
en ú zult genoemd worden : ‘degene die gezocht werd’   [=’in de andere werkelijkheid !’] ,
als de stad die niet achtergelaten is .

 


 
02.09.19   —   submitted   —   first version   —   hetreport